Maar dat zat zo: In 1952 vervoegde zich bij “Oostergoo” in casu bij mij als secretaris C.J.W. van Waning, Kapt. Ter Zee b.d., toen wonend in Bilthoven, die juist eigenaar geworden was van de boeier “Maartje”, en op zoek was naar de geschiedenis van dat schip. Te dien einde had hij contact gehad met Herre Halbertsma, nadat hij eerst Voordewind had ontmoet op de kade te Grou en zij met hun drieën vormden de commissie Stamboek Ronde Jachten. Aan platbodems werd toen in het geheel niet gedacht. Zij trachtten de geschiedenis van vooral boeiers en jachten te achterhalen, waarbij het “werk” door Van Waning werd gedaan oa. door het nalopen van de werfboeken van E. Holtrop van der Zee uit Joure, in eigendom bij de Ottema Kingma Stichting, thans in copie ook in Sneek.

Van Waning bracht zijn problemen met de geschiedenis van de ronde jachten in de jaarvergadering van “Oostergoo” tijdens het diner. Hij was daarmee op de juiste plaats. Niet alleen voorzitter Roelof Buisman had het Friese jacht Mercurius, maar Hidde Halbertsma de boeier Constanter en Piet Bokma de boeier Albatros. De twee andere bestuursleden waren Wytze van der Meer, een ras wedstrijdzeiler met geen enkele belangstelling voor ronde jachten en Herman van Slooten, die wel belangstelling had en reeds over de historie van het zeilen en de ronde jachten had gepubliceerd in 1939, maar zelf een Valk bezat!

Het bestuur van “Oostergoo” gaf Van Waning en mij plein pouvoir om plannen uit te werken. Zo ontstond de nauwe relatie, welke uitgroeide tot een hechte vriendschap tussen “Jumbo” en mij! Wij kwamen tot de conclusie: de beste propaganda zou een reünie zijn van Friese ronde jachten en dan natuurlijk in Grouw in 1953.

Van toen af aan lag de voorbereiding in ons beider handen, waarbij op mij het meeste werk neer kwam. De dossiers van deze reünie in het Oostergoo-archief tonen dit aan.

Bijgesloten slechts enige bewijzen hiervan. Duidelijk niet de Stamboekcommissie, maar deze reünie georganiseerd en ook Oostergoo stelde in overleg met Van Waning de reglementen voor het Admiraalzeilen etc. op. Blijkt oa. uit mijn ontwerp met aantekeningen van Van Waning, die dan weer Loeff en Cox, directeur Scheepvaartmuseum consulteerde.

Ook Oostergoo liet op mijn voorstel de masttoppen maken voor de deelnemers, regelde de hele PR met couranten, radio etc. Van Waning, toen directeur van het Rotterdams Rijnvaart Bedrijf organiseerde een sleepboot om de “Hollanders” naar Friesland te brengen. Zie voor dit alles de juichende courantenartikelen en het voortreffelijk verslag van Loeff in de Waterkampioen. Bij de reünie was de Jean Bart van de heer Van Mesdag, directeur van Van Houten uit Weesp, het oude Commissarisjacht, waarvan het gerucht ging dat het naar Frankrijk verkocht zou worden. Resultaat was dat “Oostergoo”: 1 oprichtte de zg. Boeiercommissie, die nog bestaat, bestaande uit drie bestuursleden van Oostergoo en twee bestuursleden van het departement Leeuwarden van de Ned. Mij. voor Nijverheid en handel, nl. de heren Buisman, Halbertsma en Van Slooten (Oostergoo) en Benes en mr. E. Foppes van handel en Nijverheid, die in de herfst van 1953 de Jean Bart aankocht en naar Friesland terugbracht, ten einde dit schip in 1954 aan de Provincie aan te bieden als Statenjacht.

Echter reünie 1953 had nog een belangrijk gevolg: Toen Jumbo van Waning aan het einde van de reünie bij mij op mijn woonschip zat vertelde hij mij dat we naar Heerenveen moesten om een tjotter te redden, die aan een student in Leiden dreigde verkocht te worden. Dat is onze Aurelia geworden!

Bovendien was dit alles, reünie, Statenjacht, doorslag gevend voor het idee de zaak uit te breiden en niet alleen ronde Friese jachten te promoten, maar tot een landelijk geheel te komen en dus in 1955 op te richten de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten………