
Een buitenstaander vindt ze allemaal krek eender - maar een kenner weet ze te onderscheiden in vele typen en talloze variëteiten. Daar zijn op de eerste plaats de ronde schepen en de platbodems. Dit onderscheid danken zij aan hun dwarsdoorsnede, de spantvorm. Een platbodem heeft duidelijk een platte bodem - het vlak - waartegen de rechte, gekromde of geknikte huid aansluit met een min of meer scherpe knik - de kim. Bij een rond jacht heeft de doorsnede van berghout tot kiel een soepel, vloeiend verloop met een ronde kim.