Spring naar inhoud

Toegankelijkheidsopties:

Ouder zeilend hout 1900-1927

Visser, Helder en hun ronde jachten op het Paterswoldsemeer

Ik ben er achter gekomen dat de periode waarin Visser zijn Friese jachten bouwde, en Helder ze vanaf de wal bij het Familiehotel verhuurde, samenviel met de opkomst van de watersport bij het Paterswoldsemeer. Visser, Helder, hun Friese jachten, hun zeilboten, het Familiehotel, zeilvereniging “De Twee Provinciën” en het Paterswoldsemeer zijn niet los van elkaar te zien.
Gerard ten Cate 2011

Introductie

Visser, Helder en hun ronde jachten op het Paterswoldsemeer, het Waterfeest in 1911 en de zeilvereniging De Twee Provinciën als vervolg.

Coll.Kooy Ansicht 1915 Rechts het eerste scherpe zeiljacht op het Paterswoldsemeer de Medusa II links met de zeilen neer met witte roerkop de tjotter Medusa I.

Opgedragen aan mijn ouders die mijn liefde voor het ronde jacht altijd gestimuleerd hebben

Inhoud

Hoofdstuk 1Inleidingblz. 1-3
Hoofdstuk 1.1Het Paterswoldsemeer in historisch perspectiefblz. 4-9
Hoofdstuk 1.2Waterfeesten en de ronde jachtenblz. 10-17
Hoofdstuk 2Het Friese jachtblz. 18-20
Hoofdstuk 2.1Argo 1895blz. 21-27
Hoofdstuk 2.2Zeeleeuwin 1902blz. 28-30
Hoofdstuk 2.3Maria 1906blz. 31-33
Hoofdstuk 2.4Luctor 1908blz. 34-38
Hoofdstuk 2.5Prinses Juliana 1909blz. 39-46
Hoofdstuk 2.6Poseidon 1910blz. 47-56
Hoofdstuk 2.7Froukje 1911blz. 57-68
Hoofdstuk 2.8Stanfries 1917blz. 69-80
Hoofdstuk 2.9Nelly 1917blz. 81-84
Hoofdstuk 2.10Aeolusblz. 85-95
Hoofdstuk 2.11Johannablz. 96-97
Hoofdstuk 2.12tjotter Vrijheidblz. 98-102
Hoofdstuk 3De werven van Visser en Helderblz. 103-111
Hoofdstuk 4Tenslotteblz. 112-114
Hoofdstuk 5Bronnenblz. 115
BijlageStamboekmonografie Ronde jachten van Visser 
BijlageStamboekmonografie Argo 

# Film gemaakt door de heer W. Goedhart uit Noordlaren over de tjotter Vrijheid ca. 1969. # Film gemaakt door de heer A. Helder jr. uit Haren over de Stânfries oktober 2010.

# Wedstrijdbladen van zeilvereniging DTP uit het begin van de 20e eeuw met verslagen van “tjotterwedstrijden”.

# Ansichten van het Paterswoldsemeer met ronde jachten erop afgebeeld.

Herkomst foto’s:
Ondanks uiterste zorgvuldigheid van de samenstellers was niet altijd vast te stellen wat de herkomst van bepaalde foto’s was. Er is gepoogd alle mogelijke rechthebbenden op gebruikt beeldmateriaal te achterhalen.

Copyright © 2011 Gerard ten Cate, Zuidlaren

Onder vermelding van naam en oorsprong mag de tekst vermeerderd en gebruikt worden. De tekstdocumenten zijn als pdf-document te printen. Aanvullende informatie over de beschreven schepen of de werven van Helder of Visser ontvang ik graag via het e-mailadres gerardtencate@planet.nl. Mogelijk kan dit document in de toekomst nog een vervolg krijgen.

Ontwerp omslag TEAM Jordens, Middelstum

Hoofdstuk 1.0 Inleiding

De vondst van een foto met daarop de Zwaluw en de notitie 1911, waren voor mij het begin van een speurtocht naar ronde jachten op het Paterswoldsemeer.
Beginpunt voor mijn zoektocht waren de studies van Mr.Dr. T. Huitema en Dr. Ir. J. Vermeer die uitgegeven zijn als monografie van de Stichting Stamboek Ronde- en Platbodemjachten en het boek “het Friese jacht” uit 1992, geschreven door Dr.Ir. J. Vermeer. Dit voor zover ze betrekking hadden op Jan Visser en het Paterswoldsemeer. Beide heren noemen namen van schepen, die gezien de tijd waarin ze op het Paterswoldsemeer rond voeren, ook gefotografeerd moeten zijn. Ze geven er geen foto’s of slechts spaarzame informatie over. Er moet meer te achterhalen zijn.
(De Stamboekmonografieën van Mr.Dr. T. Huitema over Visser en de Argo zijn als bijlage achterin dit boek opgenomen).

Toen ik in 2009 na de wedstrijden van Oud Zeilend Hout aan Peter Nannenberg, voorzitter van VWDTP (Vereniging Watersport de Twee Provinciën), vroeg of hij me informatie kon geven over de geschiedenis van deze zeilvereniging, vertelde hij mij dat in 2011 het eeuwfeest zou worden gevierd. Uit de beginperiode van de vereniging bestaan geen archiefstukken meer. Archiefdelen van latere datum bevinden zich in de Groninger Archieven. Versnipperd bij particulieren zijn nog fragmenten terug te vinden.

De oprichtingsdatum is wel bekend: 3 juli 1911. De statuten werden goedgekeurd bij Koninklijk Besluit nr. 45 op 14 december 1912.

Clubhuis 27 mei 1917.

De onverharde weg heette toen nog Kunstweg. Tegenwoordig is dit de Meerweg. Let op de verschillende stand van de vlaggen op het paviljoen en de starttoren. Het clubhuis is ontworpen door architect Jan Kuilen. Zowel paviljoen als Kunstweg (Meerweg) zijn tot stand gekomen mede dankzij bemoeienis van J.E. Scholten. Op de oorspronkelijke foto staat de vlag op het clubhuis niet afgebeeld. Deze is later ingetekend. Foto Kramer. Scan GTC

Naast de zeilvereniging VWDTP heeft de Stichting “Oud Zeilend Hout” sinds haar oprichting ook domicilie bij het Paterswoldsemeer. Deze richt zich op oude, open zeilboten waarin geen wedstrijden meer gezeild worden, zoals de Lark, W-klasse, de 7.10m maar ook de BM en andere types.
De Friese jachten zijn een generatie ouder. Vandaar de titel “Ouder Zeilend Hout”.
Het Paterswoldsemeer is voor mij synoniem met de schepen die de Vissers en Helders er bouwden en verhuurden.
Mijn zoektocht naar informatie over de ronde jachten die er gevaren hebben, leverden mij veel meer boten- en andere informatie op.

In mijn verzameling heb ik een kopie van het “Programma van het Waterfeest te Paterswolde op 18 juni 1911”. Ik bewaar dit omdat daarin een aantal door Visser gebouwde Friese jachten vermeld worden. Mijn belangstelling gaat in het bijzonder naar dit type schip uit. In mijn collectie, met deze schepen als kern, bevinden zich een dertigtal oude ansichten van het Paterswoldsemeer waarop deze jachten zijn afgebeeld. Altijd heb ik gedacht dat dit “Waterfeest” samenviel met de oprichting van DTP. Deze veronderstelling heb ik bij moeten stellen.

Ik ben er achter gekomen dat de periode waarin Visser zijn Friese jachten bouwde, en Helder ze vanaf de wal bij het Familiehotel verhuurde, samenviel met de opkomst van de watersport bij het Paterswoldsemeer. Het bouwjaar van het huidige Friese jacht Froukje en het oprichtingsjaar van het huidige VWDTP zijn hetzelfde, 1911. Het Friese jacht Poseidon is een aantal jaren eigendom geweest van de zeilvereniging.
VWDTP is ontstaan uit een fusie tussen de Vereniging Watersport en Zeilvereniging De Twee Provinciën. In 1974 zijn beide verenigingen gefuseerd en verder gegaan als VWDTP (Vereniging Watersport De Twee Provinciën) de zeilvereniging en het beheer van het Clubhuis kwamen hiermee onder één mantel. Visser, Helder, hun Friese jachten, hun zeilboten, het Familiehotel, zeilvereniging “De Twee Provinciën” en het Paterswoldsemeer zijn niet los van elkaar te zien. 

Het waterfeest is, zoals het programma laat zien, breed opgezet met een scala aan activiteiten. Er rijden speciale extra tramlijnen voor vervoer van het publiek. Op en bij het water zijn er zeil-, roei-, vis-, en motorbootwedstrijden georganiseerd en er is een speciaal muziekprogramma samengesteld.
Recreatievaart en botenbouw bestonden rond 1900 al bij het Paterswoldsemeer. Het Familiehotel is er sinds 1888. Begonnen als “Naamloze Vennootschap Hotel en Herstellingsoord Paterswolde”. Het was bedoeld voor degenen die zich de luxe van een vakantie konden veroorloven. Ten behoeve van het personenvervoer wordt op 1 april 1896 de Tramweg-Maatschappij Groningen-Paterswolde-Eelde opgericht. Er worden aandelen van 250 gulden uitgegeven.

Foto Kramer. Coll. Levert. De paardentram vervoerde vooral recreanten van en naar Eelde. De reis van Groningen naar Eelde duurde met deze paardentram ca.1 uur

Vanaf 1921 werd de tram getrokken door de kleinste en goedkoopste vrachtauto ter wereld, de 1-tons Ford truck, omdat het gebruik van paarden te kostbaar werd. De auto kon 2 tot 3 tramwagens trekken met een snelheid van 20 km/u. en verbruikte slechts 1 liter op 5 km. De benzine kostte slechts een tiende van wat de paarden aan voeding en stalling kostten. De reistijd naar Eelde was nu nog maar 35 minuten. De Ford trucks kregen dan ook - voor de toegenomen snelheid - toepasselijke namen als Pegasus, Be Quick en De Kilometervreter. Een voordeel van de Ford truck was dat in de laadbak fietsen konden worden meegenomen. In 1929 werden de Ford trucks vervangen door een busje, waardoor meer passagiers meekonden. In 1938 en 1939 zijn alle stukken overgeschreven t.n.v. de eerste Drentsche Stoomtramweg Maatschappij NV. Af en toe wordt een dergelijk aandeel nog antiquarisch aangeboden.

In 1910 werd het eerste paviljoen aan het meer achter het Familiehotel gebouwd.
“Buurman” Jacob Helder verhuurde zich als schipper met zeilboot. In 1900 (naar Huitema) kocht hij speciaal hiervoor het vijf jaar oude Friese jacht “Eeltje” van de Jouster scheepsbouwer Eeltje Holtrop van der Zee. In die tijd voer hij vanaf de wal aan het meer achter het Familiehotel. Zijn andere buurman en zwager, Jan Visser bouwde op zijn beurt, met dit schip als voorbeeld, een aantal Friese jachten.

Ansicht te dateren voor 1905. Scan en coll. GtC. Een afbeelding van de werf van Holtrop van der Zee uit de periode dat Jacob Helder de “Eeltje” er kocht. Links op de wal een boeier, voor de bouwloods op de wal een Fries jacht.

Hoofdstuk 1.1 Paterswoldsemeer in historisch perspectief

De heer J.E. Scholten, een bekend Groninger industrieel, heeft een prominente rol gespeeld in de ontwikkelingen bij het Paterswoldsemeer. Dankzij en mede dankzij hem is het Paterswoldsemeer geworden wat het nu is. De Paalkoepel, zijn privéverblijf aan het meer, het sluisje, de Meerweg, het Clubhuis en de zeilvereniging “De Twee Provinciën” en de “Vereniging Watersport” hebben hun bestaan mede te danken aan hem.

foto Kramer 1908 coll. Levert.

Gebouwd als privé verblijf van J.E. Scholten aan het Paterswoldsemeer. De huidige Paalkoepel is gemaakt naar de originele tekeningen maar de maten zijn anderhalf keer zo groot genomen. Nu in gebruik als restaurant.

De euforie na de Waterfeesten van 1911 is bepalend geweest voor de uitvoering van een aaneenschakeling van initiatieven. De behoefte aan een vereniging op watersportgebied ontstond, toen in 1910 de bereikbaarheid, dank zij de overzet, van het Paterswoldsemeer groter geworden was. De kraancommissie bracht meer tot stand dan alleen een overzetkraan. Tijdens de feestelijke ingebruikstelling van de kraan stelde de heer J.E. Scholten voor een vereniging op te richten die zich jaarlijks met het houden van watersportfeesten zou belasten. De vereniging zou eveneens een clubhuis moeten hebben, dat een buitensociëteit voor Groningers zou kunnen worden. Dit werd de “Vereniging Watersport Paterswolde” (VWP). De vereniging werd goedgekeurd bij K.B. van 23 februari 1912, nr.62.
Voorzitter van Zeilvereniging “de Twee Provinciën” werd de tabaksfabrikant Hendrik Herman Niemeijer. samen met de heren Bruce (van de kledingzaak in de Herestraat in Groningen) en Camphuis (die in de steenkolenhandel zat en het landgoed Vennebroek in het Friescheveen bewoonde) had hij als één van de eersten een “scherpe” zeilboot op het meer, de “Bru-ni-ca”. De Brunica en Paterswolde I waren zusterschepen die gebouwd waren bij de werf van de Vries Lentsch in Amsterdam. De Brunica vaart nog altijd.

De zeilboot is de Brunica. Het schip vaart nog altijd.

Sinds 2009 is ze eigendom van Leo Heijne van de Stichting Oud Zeilend Hout. Ze moest gerestaureerd worden . In 2010 is Leo Heijne hiermee begonnen. Het is een schip van de zogenaamde spoorklasse. Tijdens de feestrede van de heer Scholten bij het Waterfeest van 1911 was de stemming zo goed dat de heer Hibma van de zeilvereniging uit Sneek huiswaarts gestuurd werd met de opdracht voor het bouwen van twee “nationale klassers” de Brunica en de Paterswolde I. (H.H.Niemeijer in Ons Element).

Bronzen penning diameter 45mm. Met aan achterzijde gravure 1913. Coll. Helder foto GTC. En vervolgens een foto van de werkelijke situatie bij het overzet. Foto Kramer coll. Levert.

Het Paterswoldsemeer was een gesloten “kom”.Hoewel het Hoornsediep en de Schipsloot er vlak naast lagen, was er geen vaarverbinding. De Hoornsedijk en de Groenedijk vormden de scheiding. Boten die van het ene boezem naar het andere moesten, werden over de betreffende dijken gereden of gesleept. Van 1911 tot 1927 was er een overzetkraan waarmee kleinere scheepjes over de Hoornsedijk getild konden worden. Sinds 1927 is het nog altijd bestaande sluisje in gebruik. Plannen uit 1911 voor een sluis hadden toen een te gering draagvlak. Met de technische mogelijkheden die een dergelijke kraan bood, lijkt het me logisch dat het vele malen makkelijker was een rond of platbodem met beperkte afmetingen over te zetten dan en kielboot. Een bronzen penning uit 1913 geeft enig inzicht hoe er overgezet is.

Het Paterswoldsemeer is een jong meer. Het is een veenafgraving. Voor een groot deel gegraven in de 19e eeuw door van oorsprong Friese veenarbeiders. De scheepsbouwers Nijdam uit IJlst (voorgangers van Lantinga uit IJlst) en later Sneek leverden uit overlevering tjotters aan Paterswolde. Hiervoor heb ik geen bevestiging gevonden. Mogelijk dat dergelijke transacties via mastenmaker van der Zee uit Sneek liepen. Deze heeft bijvoorbeeld de Johanna aan Visser geleverd. De familienaam Nijdam is ook bekend van verveners en bootbouwers bij het Paterswoldsemeer. Er waren onderlinge familiebanden met de bootbouwers Visser. Dat er rond de wisseling van de 19e naar de 20e eeuw met Friese ronde jachten op het Paterswoldsemeer gevaren werd, is in dit licht niet vreemd.

Terwijl er op dat moment in Groningen veel werven bestonden die groots waren in het bouwen van schepen voor de kustvaart, betekende dat echter niet dat er een cultuur op het gebied van het varen met “kleine” scheepjes was. Deze moesten van elders komen. Er werd in Groningen vooral gevaren met vracht, voor het “brood”.
Op de ansichten en foto’s van het Paterswoldsemeer staan veel vooral mooie, ronde jachten. Er zijn ansichten waar wel zes opstaan. De Friese jachten erop hebben de overhand.

Foto Kramer. Rechts de tjotter Medusa . Midden links is zeilend de Prinses Juliana te zien. Rechts ervan scherpe zeilboten Voorwaarts en de Hou Moed (Helder/Martens) (scan ansicht GTC).

Duidelijk herkenbaar op deze ansicht zijn de geïnterneerde Engelse militairen. Op 11 oktober 1914 kwamen 1500 manschappen van de First Royal Navy Brigade in Groningen aan. Zij waren begin oktober ingezet om het Belgische leger terzijde te staan toen het Duitse leger Antwerpen aanviel. Tijdens de terugtocht werd hun ontsnappingsroute afgesneden. Commodore Wilfred Henderson wilde zich met zijn manschappen niet krijgsgevangen laten nemen en besloot met zijn drie bataljons de Nederlandse grens over te steken. In Nederland werden ze, overeenkomstig de internationale rechtsregels geïnterneerd in Groningen op de plek die nu bekend is als “Engelse Kamp”.
Deze foto is te dateren in de eerste wereldoorlog tussen 1915 en 1918.

Het Paterswoldsemeer lag onder de rook van Groningen en Haren, (inmiddels ligt het tegen de stad Groningen aan) en vanaf 1900 kreeg het een steeds belangrijker dagrecreatieve functie. Van de Grote Markt in Groningen naar de Meerweg langs de zuidkant van het Paterswoldsemeer is de afstand zo’n acht kilometer. Vlak bij het meer lag het Familiehotel met een eigen paviljoen aan het water. Groninger industriëlen als ondermeer J.E. Scholten woonden en recreëerden er. De Paalkoepel (1908) en het Clubgebouw (1917) getuigen nog van zijn betrokkenheid. Direct langs het meer lopen twee doorgaande wegen. Groningen en Haren-Paterswolde, de Meerweg. Deze laatste was ook ontsproten aan het brein van J.E. Scholten en na de aanleg heette deze eerst Kunstweg later ook: Verbindings- en Harenderweg.
Bij de Twee Provinciën kwam een speeltuin. Er was een scala aan rondvaartboten. Eerst zeilend, daarna gemotoriseerd. Tot ongeveer 1960 was het Paterswoldsemeer erg geliefd voor dagtochten en uitjes. Veel ansichten en foto’s getuigen daarvan. Een aantal zijn van voor 1905. Vaak staan er ronde scheepjes op afgebeeld.

Ansicht 1902
Ansicht 1906 coll. De Vos

De periode van de opkomst van recreatie trok ook een aantal Ploegschilders aan. Zij vertoefden op en bij het meer en werkten er. In de Schipsloot net aan de overkant van de weg tegenover Visser heeft het atelierschip “Ossekop” van Klaas van Dijk gelegen. George Martens kwam er met zijn “Alida”, Johan Dijkstra voer er met zijn Staverse jol “Fenris” maar ook Ben Walrecht en Jan van der Baan bezochten met hun boten het meer en gebruikten het als inspiratiebron

Ansicht 1959 rechts bovenaan het atelierschip “Ossekop” van Klaas van Dijk. Centraal op de foto de botenhuizen van Visser. Gerestaureerd staan ze er nog steeds. Links boven het huis van botenbouwer / verhuurder Helder. Coll. Martens
George Martens schilderend. Zijn Alida als onderwerp aan een steiger. Datum en fotograaf onbekend. Coll. Martens

Mensen die bij George Martens in het kleine ruim van zijn “Alida” kwamen vonden daar vaak rijen schilderijen. Blijkbaar zoveel dat dit nog gememoreerd wordt.

Hoofdstuk 1.2 Waterfeesten en de ronde jachten

Op basis van de opmaak van deze ansicht is de foto te dateren voor 1905. De ansicht is ingekleurd en geretoucheerd. Het grote jacht in het midden zou de “ Eeltje” kunnen zijn. Dat hij in 1908 verzonden is, is een bijkomstigheid. Scan GTC

In het watersporttijdschrift “Ons Element” uit 1921 begint voorzitter H.H. Niemeijer in zijn terugblik op 10 jaar DTP als volgt: “ Het Paterswolder Meer is pas in de 20e eeuw voor de watersport ontdekt. Toen ik in 1905 naar Paterswolde verhuisde waren er een viertal tjotters, waarvan drie verhuurd werden om de bezoekers van de hotels eens op het water te brengen en één in particulier bezit was”.
Na 1905 is er dus veel gebeurd op en bij het Paterswoldsemeer. Vrijwel alle foto’s van dit meer zijn van latere datum. Hoeveel boten er werkelijk waren is niet meer na te gaan maar in 1911 waren het er meer dan zes jaar eerder. Met de komst van de Brunica en Paterswolde I werd de periode van nieuwbouw en ontwikkeling van scherpe jachten door Visser ingeluid.

De Waterfeesten en de deelnemende schepen in 1910, 1911, 1912 en 1914

In het “programma van het Waterfeest” van 18 juni 1911 is een zeilwedstrijd opgenomen die in drie klassen gevaren wordt: I, II, en III. “De wedstrijden worden gezeild met medewerking en onder leiding van bestuurders der Sneeker Zeilvereeniging”. DTP bestaat dan nog niet en wedstrijdervaring is er op het Paterswoldsemeer blijkbaar nog niet.

Klasse INaam Schip / DeelnemerStuurman (stm.)Resultaat / Tijd (fi)
 Prinses Julianastm. D. Hesselinkf(ries)j(acht)
 Eeltjestm. H. H. Niemeijerwrsch fi
 Zwaluwstm. Martensfi
 Luctorstm. Ten Bruggencatefi
 Meeuwstm. E. Botje 
 Mariastm. P. J. Ravenfi
    
Klasse IIPoseidonstm. M. Bakkerfi
 Zeeleeuwinstm. Th. Niemeijerfi
 Neerlandiastm. A. B. Somers(cherp)j
 Doriestm. H. R. Bruce 
 Snoekstm. Chr. Tjeenk Willink
stm. J. Halbertsma
 

Bleriotstm. H. Hindriks 
En volgens de lijst in
Klasse IIIVoilàstm. Vrolijk 
 Lidi Fekkarstm. Olie 

De wedstrijd staat nog open voor nieuwe inschrijvingen. “Ieder deelnemend vaartuig heeft zijn nummervlag aan weerszijden van het zeil onder de gaffel aan te brengen. De vlaggen worden zondagmorgen om 11 uur aan de koepel uitgereikt tegen betaling van 1 gulden, welk bedrag bij inlevering wordt gerestitueerd. Slepen, roeien, boomen, duwen etc. is verboden, alleen zeilen is geoorloofd”.

De Lidi Fekkar (ook Sidi Fekkar) en de Voila waren gast van het Sneekermeer, speciaal vervoerd naar het Paterswoldsemeer ter gelegenheid van de Waterfeesten in 1911. (Golfslag 1935 blz. 155). H.H. Niemeijer schreef in het hiervoor ook al geciteerde “Ons Element jaargang 1921” een stuk met titel “De zeilvereniging “De Twee Provinciën” waarin hij terug kijkt op 10 jaar DTP en de waterfeesten van 1911 en eerder.

Waterfeest 1910 “ tjotter met twintig man aan boord” dit is de “Eeltje”. foto Kramer coll. Levert

.... In 1910.... De zeilwedstrijd met 2 of 3 ingeschreven tjotters was een reusachtig fiasco. Geen wind, de winnende tjotter met een twintigtal invités afgeladen, boomde echter het snelst een gedeelte van de denkbeeldige baan.....

.... 1911 weer een watersportfeest, maar dan een betere zeilwedstrijd. De heer Scholten kende de heer Hibma van de Zeilvereniging Sneek en vroeg deze wedstrijd eens op poten te zetten ....
De clausule dat er niet geboomd mocht worden lijkt zijn oorsprong te hebben in het windstille weer van de waterfeesten in 1910.

Zo op het eerste gezicht is het in 1911 een willekeurige lijst met scheepsnamen en stuurlieden. Onder de laatste staan namen die nog enig houvast geven. Bij de scheepsnamen ligt dat moeilijker. Wat voor type schepen het zijn is al helemaal niet duidelijk. H(endrik)H(erman)Niemeijer was tabaksfabrikant in Groningen en werd iets later eerste voorzitter van Zeilvereniging “De Twee Provinciën” (DTP). Martens is Gijsbert Martens kunstschilder. D. Hesselink die als stuurman van de Juliana vermeld staat is zeer waarschijnlijk ook de schrijver van het artikel “Het Paterswoldsche meer” in het tijdschrift “Mooi Groningen” bloeimaand 1916 geïllustreerd met foto’s van Kramer.

De namen Meeuw en Snoek komen in het jachtregister van 1924/25 voor als schepen van Visser, maar niet duidelijk blijkt dat dit dezelfden zijn als op de lijst van 1911. Er bestond namelijk een traditie van hergebruik van namen.

Dat er het nodige broeide bij het Paterswoldsemeer is duidelijk. Uit het eerder aangehaalde stuk van Niemeijer nog een citaat: “....Een circulaire aan de meest bekende huurders der tjotters en eigenaar werd rondgezonden en op 3 juli 1911 kwam het voorlopig comité met de statuten op een vergadering. Alleen het comité was aanwezig”.

Zeilvereniging de Twee Provinciën was een feit. Ondanks of dankzij het beperkte aantal aanwezigen.

In 1947 blikt J.G.Mulder in het verenigingsblad van DTP terug op de beginjaren van de zeilvereniging. Hij is toen in het verenigingsarchief gedoken.
Op 24 september 1911 organiseert de dan jonge vereniging een wedstrijd voor tjotters. Een aankondiging hiervan stond in het Nieuwsblad van het Noorden. De wedstrijd werd gezeild in twee wedstrijdklassen I en II, de deelnemers waren de volgende:

KlasseNaam SchipStuurman/StuurvrouwWinnaarTijd
Klasse IPrinses Julianastm. B. SlootsNee-

Eeltjestm. P. RavenNee-

Zwaluwstm. D. HesselinkNee-

Meeuwstm. Mr. T. MaasJa1 uur en 36 minuten

De laatste was winnaar in de klasse met een gezeilde tijd van 1 uur en 36 minuten.

     
Klasse IIDolfijnstm. G. HeukersNee-

Poseidonstm. Th. NiemeijerNee-

Zeeleeuwinstm. H. BruceNee-

Snoekstm. P.H. PenonJa

1 uur en 30 minuten

De Snoek was in deze klasse winnaar met een gezeilde tijd van 1 uur en 30 minuten.

tjotter Dolfijn van Heukers foto 1911 coll.Bergsma

Op zondag 14 juli 1912 werd er opnieuw een waterfeest georganiseerd. De zeilwedstrijd voor “leden en sportlievende leden der Zeilvereniging de Twee Provinciën”, ’s middags tussen 14.00 en 16.00 uur. Er werd een driehoeksbaan gevaren waarbij een boei voor de Paalkoepel van J.E. Scholten lag. De informatie over de schepen is meer expliciet.

KlasseBootnaamEigenaarTijd (of Handicap)
Klasse I, de kleine tjotters (onder 6 mtr.)
 LauraT. Halbertsma Doornbos2.7 (handicap)
 SnoekP.H. Penon2.15
 PoseidonF.J. Bakker2.25
 ZeeleeuwinP. Raven2.23
 VischsnikJ.v. Aken de Waard2.05
 DolfijnG. Heukers2.12
    
Klasse II, de grote tjotters (6 mtr. en meer)
 ZwaluwD. Hesselink2.16
 MeeuwB. Wigersma2.10
 JulianaG. Martens2.19
 Vl. HollanderP. ten Bruggen Cate2.19
 MariaP. Knottenbelt2.4

In het gedrukte programma, dat ik heb mogen inzien, heeft iemand met de hand de tijdcorrectiefactoren geschreven. Waar deze op gebaseerd zijn is onduidelijk, maar het geeft wel aan welke schepen sneller geacht werden dan anderen en welke niet. Ook kan er uit afgeleid worden dat de Zeeleeuwin een lengtemaat over de stevens had korter dan 6 meter.
De Vliegende Hollander zeilde in 1912 op het Paterswoldsemeer onder de naam die ze van Albert Helder gekregen had. Bij de klasse indeling in grote en kleine tjotters, moet de kanttekening gemaakt worden dat er zowel tjotters, boatsjes, maar ook Friese jachten meevoeren.

Een boatsje met sprietzeil (15) in de zelfde wedstrijd tegen het Friese jacht Maria (11) vermoedelijk 1911 op het Paterswoldsemeer tijdens de Waterfeesten. Coll. Bergsma

De deelnemerslijst van 4 juli 1914 van de zeilwedstrijd, nu georganiseerd door de Vereeniging Watersport en de zeilvereniging Twee Provinciën, laat een zelfde indeling zien met minder randinformatie, maar wel met een aantal inmiddels bekende schepen.

KlasseNr.Naam Schip

Eigenaar/Kapitein

Klasse I1.SnoekP.H. Penon

2.DolfijnG. Heukers

3.JohannaMr. T. Maas

4.NeptunesJ. Hudig

5.Anna SophiaG. Bleeker

6.SelmaF.J. Kniphorst

7.Laura

J. van Aken de Waard


8.PoseidonJ. Visser
Klasse II9.LuctorJ.H. Dapper

10.MeeuwB. Visser

11.MariaB. Arends

12.JulianaA. Visser

13.ZwaluwB. Wigersma

De “Laura” is van foto’s bekend en naar huidig inzicht is zij als tjotter te typeren.
In de beginjaren van de twintigste eeuw werd het begrip tjotter als verzamelnaam gebruikt. Na de oprichting van het Stamboek van Ronde- en Platbodemjachten werden de open Friese ronde jachten in twee groepen verdeeld: de kleinere tjotters en de grotere Friese jachten. Het al of niet aanwezig zijn van een berghout is het in het verschil. Dit berghout is bepalend in de constructie van het type schip.
Jacob Helder kocht in 1900 bij de werf van Holtrop van der Zee in Joure het Friesche Jacht “Eeltje”. Het schip was in 1895 gebouwd door Eeltje Holtrop van der Zee en werd genoemd naar zijn kleinzoon Eeltje Romkema. Het schip is door Jacob Helder gekocht om met betalende gasten rondvaarten te maken. Een vast aanbod van gasten kreeg hij via zijn buurman; het Familiehotel. In het nog altijd bestaande werfboek van Van der Zee staat “1895 Jagd gemaakt voor zelf lang 24 voet wijd in het vlak 7 voet 4 duim”. (Tresoar Leeuwarden).

Citaat Huitema:
“Het schip was zoals gezegd “voor zelf”, dus voor eigen risico gebouwd en Jacob Helder zou geen goed koopman geweest zijn als hij daarvan niet probeerde te profiteren. Eeltjebaas vroeg 1000 gulden, maar Helder had maar 900 gulden bij zich. Je kunt je zo voorstellen dat er heel wat keren een klap in een stevige knuist werd gegeven alvorens men het er over eens werd dat Helder het schip tegen betaling van die 900 gulden mocht meenemen en “dan zou de ontbrekende 100 gulden later wel in orde komen”. Helder doopte de “Eeltje” om tot “Vliegende Hollander”. In 1908 verkoopt Helder dit schip aan de heer Jongejan in Steenwijk”.
Aan de waarheid van deze laatste twee zinnen ben ik gaan twijfelen.

Waarschijnlijk houdt het schip echter tot 1917 haar ligplaats op het Paterswoldsemeer. Of de “Eeltje” in de bovenstaande lijst uit 1911 dan ook dit schip is? Er bestaan ansichten met zowel de “Poseidon”, als ook de “Vliegende Hollander” op het Paterswoldsemeer, genomen door foto Kramer met bijschrift 1915. Ik ga er vanuit dat de “Eeltje” op de lijst, de huidige “Argo” is. Op de onderstaande ansicht staat het schip nog afgebeeld.

Links zeilend: Maria. Midden zeilend: Poseidon. Tegen de wal: Vliegende Hollander (benoeming Jaap Helder). De oorspronkelijke foto is in 1915 door foto Kramer gemaakt (Scan ansicht GTC)

Eeltje van der Zee was misschien wel de meest getalenteerde scheepsbouwer uit Friesland ooit. Vooral de tjotters, de boeiers en de Friese jachten waren zo verfijnd, dat ze bijna eerder een vorm van een kunstuiting waren dan een uiting van een ambacht. Ze waren mooi en zeilden daarnaast ook nog eens erg goed.
Jan Visser heeft met de “Vliegende Hollander” als voorbeeld een aantal Friese Jachten gebouwd voor zowel de Paterswoldse verhuurvloot als ook voor een particuliere opdracht-gever. Wat schoonheid en zeilkwaliteiten aangaat, kunnen de nog varende door Visser gebouwde Friese jachten wedijveren met de Van der Zee schepen. In de 2e wereldoorlog is er een slachting geweest onder de pleziervaartuigen in Nederland. Voor een deel werden ze gevorderd door de Duitsers, voor een deel kwamen ze om doordat ze niet het onderhoud kregen dat ze behoefden. Van de onderhoudsgevoelige eikenhouten tjotters, boeiers en Friese jachten bleken na de oorlog veel verdwenen of onherstelbaar beschadigd te zijn.
Het restant Friese ronde vaartuigen dat overgebleven was, was zo klein geworden en verkeerde in zo’n slechte staat, dat er een aantal mensen opstond om de Stichting Stamboek Ronde- en Platbodemjachten op te richten. Primair doel was en is het behoud van deze historische schepen. Een tweede doel was en is het documenteren van informatie over individuele schepen die in het Stamboek zijn opgenomen. Vooral in de beginjaren heeft het documenteren nogal eens tot verwarring geleid. Vaker voorkomende namen en uiterlijke gelijkenis waren er de oorzaak van. Zo is het van oorsprong in Paterswolde gebouwde jacht “Stânfries”, lang gehouden voor de door Van der Zee gebouwde “Hou Moed”.
Later onderzoek heeft veel correcties opgeleverd.
Er is door de heer Mr. Dr. T. Huitema, oud voorzitter van de “Stichting Stamboek Ronde- en Platbodemjachten” onderzoek gedaan naar de door Visser gebouwde schepen. Later is dit onderwerp uitgediept door Dr. Ir. J. Vermeer. Beiden hebben hierover gepubliceerd. Beiden hebben met behulp van Wiep Visser een aantal Friese jachten kunnen opsporen, herkennen en herleiden.
Mede dankzij hun studies weten we, dat een aantal nog altijd varende Friese jachten hun oorsprong in Paterswolde hebben. Ze zijn herkenbaar. Ze zijn elegant, en in hun vorm en uitvoering kun je zien dat Van der Zee als inspirator heeft gediend. Sommigen varen nog altijd onder hun oorspronkelijke naam. De “Vliegende Hollander” vaart inmiddels al decennia lang rond als “Argo”.
Van de schepen op de deelnemerslijsten kan van een viertal met zekerheid gezegd worden dat ze nog altijd zeilen, te weten:

  • Prinses Juliana nu: Prinses Juliana
  • Zwaluw nu: Froukje
  • Poseidon nu: Poseidon
  • Vliegende Hollander nu: Argo

De Maria is in de 2e wereldoorlog gezonken en weggerot. Dankzij de heer R.C.E.G. Martens uit Groningen zijn verzamelwoede, bestaat de bedelbalk van dit schip nog altijd. Hij heeft het na de oorlog uit het wrak mogen slopen. Van zijn verzameling ansichten en foto’s mocht ik een aantal scans maken. Bijzonder is dat hij ooit samen met Jaap Helder, bij veel ansichten de namen van de schepen die erop staan afgebeeld heeft kunnen achterhalen.

Vlnr. .... ?, Neerlandia, Poseidon, Johanna

De Neerlandia zal ongetwijfeld het schip zijn van de wedstrijdlijst. Overduidelijk is dit geen tjotter of Fries jacht. De “Johanna” was een door Visser in Friesland aangekocht (1914) jacht. Uitsneden van de originele foto zijn te vinden bij de hoofdstukken over de Poseidon en de Johanna. (Scan Ansicht GTC)

Oude foto's en Ansichtkaarten

Opvallend op oude foto’s of ansichten van het Paterswoldsemeer, is het grote aantal Friese jachten. Tjotters zijn in de minderheid en boeiers worden niet afgebeeld. Er bestaat een ansicht met daarop zeilende boeiers en de tekst “groeten uit Paterswolde”, maar deze komt ook voor met een verwijzing naar Loosdrecht en Friesland. Op jongere ansichten hebben de scherpe jachten, de 7.10m en de motorrondvaartboten de overhand.

Hoofdstuk 2 Het Friese jacht

Daar waar in het verleden alle open ronde jachten “tjotter” werden genoemd en alle wedstrijden op het Paterswoldsemeer met ronde jachten als “tjotterwedstrijden” genoteerd staan, moet een kanttekening worden geplaatst.
Na het ontstaan van het Stamboek Ronde- en Platbodemjachten is er een definitief een splitsing gemaakt in het begrip “tjotter”. Een tjotter is een open rond jacht zonder berghout. Een Fries jacht is een open rond jacht met berghout. Vanaf ongeveer 1920 kom je het begrip “Fries jacht” incidenteel tegen in watersport tijdschriften zoals Ons Element en Watersport. De ronde jachten die door Jan Visser tussen 1902 en 1917 zijn gebouwd zijn naar huidige maatstaven Friese jachten. Om de oorspronkelijke bronnen geen geweld aan te doen kan het voorkomen dat beide benamingen gebruikt worden
Een Fries jacht is een open zeilboot en hoort bij de familie van de (Friese) ronde jachten samen met de tjotters en boeiers, scheepstypes die hun oorsprong in Friesland hebben. Op een groot aantal werven werden ze op het oog gebouwd. Er zijn er niet twee gelijk. Het bouwmateriaal was eikenhout. Vanwege de beschikbaarheid van het hout, de wensen van de opdrachtgever en het inzicht van de bouwer zijn de afmetingen divers. De hand van de bouwer is er in terug vinden. Een schip van Van der Zee uit Joure is onmiddellijk te herkennen. Een schip gebouwd door Lantinga uit IJlst heeft duidelijk andere, robuustere trekken. De lengte over de stevens ligt ruwweg tussen de 5 meter en 7,5 meter. Boeiers zijn meestal groter. Een klein Fries jacht is onverwacht ruim. Een door Visser in Paterswolde gebouwd jacht komt qua, vorm en versieringsniveau, erg dicht in de buurt van een jacht gebouwd door Van der Zee. Slechts een heel beperkt aantal ronde jachten is buiten Friesland gebouwd. De werf van Visser in Paterswolde was in dit opzicht een uitzondering.

Dia GtC 1979. Het kleinste Friese jacht met een lengte van 4.56 meter. Gebouwd door Lantinga uit IJlst in 1902. Duidelijk te herkennen: het berghout, het vergulde snijwerk, het bakboord kluisbord met beretand, gepoetst koperwerk en de vergulde leeuw

Een Fries jacht van 7 meter is groot. Wanneer je wilt kun je er met een grote groep mensen tegelijk mee zeilen. Met de “Argo” is dit mogelijk. Het is niet vreemd dat ze gebruikt werd als “rondvaartboot” op het Paterswoldsemeer. Ook is het in dit licht gezien niet vreemd dat de twee grootste nog bestaande oude Friese jachten, de Prinses Juliana en de Stânfries, hier gebouwd zijn. Ze moesten groot genoeg zijn om met groepen mensen te kunnen varen. De voor de pleziervaart gebouwde ronde jachten van Van der Zee en Visser werden uitbundig versierd met geschilderd of verguld snijwerk. Zowel aan de binnen- als aan de buitenkant. In Friesland waren ze meestal in eigendom van particuliere eigenaren, en werden ze voor het pleziervaren gebruikt. Lantinga uit IJlst was veel soberder met zijn versieringen.
Dat de ronde jachten al voor de 2e Wereld Oorlog van het Paterswoldsemeer waren verdwenen is niet vreemd. Ze werden als ouderwets gekwalificeerd en er waren goede modernere alternatieven in de vorm van de 7.10m. Makkelijker te zeilen en een schipper hoefde niet altijd mee. Uiteindelijk kwam de 30m2 kwam hieruit voort.
Bij de eerste generatie “scherpe” huurschepen van het Paterswoldsemeer zoals de Voorwaarts, de Stella en de Geertina, waren de zeilen nog verticaal gesneden, had de mast nog een uitwip, en zat er nog snijwerk op de romp.

Froukje (ex. Zwaluw) ca. 1980 duidelijk zichtbaar het vergulde lofwerk op het boeisel de vergulde ster op het kluisbord en daar tussen in de uitgesneden beretand. De zwarte rand met witte biezen onder en boven is het berghout. (foto GTC).

Een Fries jacht heeft een berghout en vaak een boeierroer met daarop vaak een leeuw als versiering. Het heeft oorspronkelijk geen kajuit. Het berghout is een zware stootrand die bepalend is voor de zeeg van het schip. Het maakt een wezenlijk onderdeel uit van de constructie van het schip. Bij een Fries jacht vallen de zwaarden verder naar binnen dan bij een boeier. Bij een boeier moet over het gangboord langs de kajuit gelopen kunnen worden. Bij een open Fries jacht hoeft dat niet. Je kunt door de kuip naar de mast en voordek.

In de Stamboek monografieën van Mr. Dr. T. Huitema : “Ronde jachten van Visser-Paterswolde” en “Het Friese jacht Argo” en van Dr. Ir. J. Vermeer: “Kenmerken van de Friese jachten gebouwd door Jan Visser - Paterswolde” noemen de beide heren acht Friese jachten die gebouwd zijn door Jan Visser in Paterswolde. Of de gegeven bouwjaren van de Zeeleeuwin, Maria en Luctor kloppen zal altijd wel onduidelijk blijven. Wat ook opvalt is dat volgens de volgende lijst van 1908 tot 1911 jaarlijks een rond jacht gebouwd is. In de jaren ervoor en erna was de bouw van ronde jachten meer gespreid.

JaarNaamOpmerkingen
1902Zeeleeuwin(verdwenen)
1906Maria(weggerot, gesloopt)
1908Luctor(verdwenen)
1909Prinses Juliana 
1910Poseidon 
1911Zwaluw 
1915-1917Stânfries(door Jan Visser gebouwd bij en met Albert Helder)
1917Nelly(verdwenen onder voorbehoud)

Verder een vijftal schepen die door de heren Visser en Helder aangekocht zijn. In volgorde: tjotter Laura, de 6 meter lange Neptunus, de wit geschilderde Selma, de Eeltje en de Johanna. Ze werden gebruikt voor de verhuur en het varen met groepen. De Neptunus heb ik op foto’s (nog) niet kunnen duiden. De Selma heb ik op één foto terug gevonden. Te ver weg en slechts gedeeltelijk te zien. Te weinig om iets inhoudelijks over haar te kunnen zeggen.

Helemaal links verscholen achter een andere zeilboot de wit geschilderde Selma van Visser. Foto Kramer 27 augustus 1922. Coll. Levert

De Eeltje, de huidige Argo staat op ansichten van het Paterswoldsemeer een aantal keren afgebeeld evenals de Johanna. Deze laatste had een witte roerkop. Ze moet niet verward worden met de Medusa I, die ook een witte roerkop had, maar veel kleiner was.
Daar waar Huitema vooral bronnen- en archiefonderzoek heeft gedaan, heeft Vermeer vooral opmetingen aan de verschillende schepen gedaan en zijn verzamelde gegevens met elkaar vergeleken. Met de getallen, verhoudingen en verzamelde informatie die dit opleverde heeft laatst genoemde de richting kunnen duiden waar de oorsprong van de “Froukje” gezocht moest worden. Naast de opmetingen die hij heeft gedaan heeft hij een aantal ervan uitgewerkt in lijnen- en aanzichttekeningen en zeilplannen. Hiermee heeft hij de vorm van veel historische schepen vastgelegd en toegankelijk gemaakt.
Een beschrijving van deze schepen voor zover ze belangrijk zijn voor het Paterswoldsemeer geef ik hierna. Ik noem ze zo mogelijk met hun huidige naam en zeilnummer. Vaak is de informatie uitgebreider, anders en meer specifiek dan die van Mr.Dr. T. Huitema en Dr.Ir. J. Vermeer.

Hoofdstuk 2.1 Argo (1 OD)

Friese jachten op het Paterswoldsemeer:

Bouwjaar 1895
Bouwer Eeltje Holtrop van der Zee te Joure
Afmetingen 6.80m x 2.90m
Zeiloppervlak 41m2
Ex. Eeltje, ex Vliegende Hollander, ex Kikker III (Martens en Helder)

De 'Argo' is met plaquettenummer 10 opgenomen in de Schepenlijst van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemlijsten

Foto GtC 2011 Gemarmerde achterbank van de Argo.

In 1901 heeft Albert Helder de “Eeltje” van zijn vader Jacob overgenomen. Ze heette toen nog steeds “Eeltje”. In het programma van de Waterfeesten in 1911 staat ze met deze naam als deelneemster. Pas vanaf het Waterfeest in 1912 ben ik de naam “Vliegende Hollander” tegengekomen.
Aannemelijk is, volgens Huitema, dat in 1908 de heer Jongejan eigenaar geworden. Hij baseert deze gedachte op wedstrijd verslagen uit Grouw en Sneek waarin de 1OD (Kikker III) voorkomt. De “Argo” vaart in 2010 nog altijd onder dit nummer. Logischerwijs mag dan ook verondersteld worden, dat de 1OD van toen hetzelfde schip is als de 1OD van nu. Bekend gegeven is dat er niet altijd eenduidig met de uitgifte van deze zeilnummers is omgesprongen van de Lemmeraak Orion is bekend dat ze onder de zeilnummers 2OC en 3OC heeft gevaren tegenwoordig vaart ze onder het nummer 2VC. Ook wijzigingen in klasse bepalingen kunnen hier invloed op hebben gehad.
Geografisch is het niet logisch dat de heer Jongejan uit Steenwijk en later Amsterdam het schip op het Paterswoldsemeer had liggen. Helemaal niet wanneer je de infrastructuur van die jaren in aanmerking neemt.
Vanaf 1917 is de heer Jongejan eigenaar van de boeier Rana (1OC). Als hij eigenaar van de Argo is geweest, dan is het te verwachten dat hij na de aanschaf van de Rana zijn Argo verkoopt. Dit ligt in de lijn met de eigenaars wisseling in 1917/1918 zoals Huitema die beschrijft.

Foto uit “Ons Element” 1921 in Friesland. De Argo met zeilnummer 1OD, midden Nut en Nocht, rechts Frisia.

Nu zijn er echter een aantal bewijzen dat de Vliegende Hollander tussen 1908 en 1917 nog altijd op het Paterswoldsemeer voer en eigendom was van Helder. Het ene bewijs is harder dan het andere, maar het moet vermeld worden. Er is een deelnemerslijst van de Waterfeesten uit 1912 op het Paterswoldsemeer waarop de Vliegende Hollander vermeld staat. Ze zeilt dan mee in de klasse van de grote tjotters. Er is een door J.G. Mulder gekopieerd verslag van de wedstrijd op 7 juli 1913 waarin Albert Helder met de “Vliegende Hollander” de premie in ontvangst neemt. Er kon nog net met vol tuig gezeild worden.
Er zijn een tweetal ansichtkaarten met de Maria en de Poseidon zeilend en de Vliegende Hollander tegen de wal liggend achter het Familiehotel. De originele foto ervan is gemaakt in 1915 door foto Kramer uit Groningen.

(scan anicht GTC) Foto Kramer 1915.

Met voorgaande foto als bewijs, betekent het dat ze na de “verkoop” in 1908 nog wel op het Paterswoldsemeer is blijven varen. Bovenstaande foto suggereert zelfs dat ze nog onderdeel uitmaakt van de huur vloot van Helder. Immers Helder heeft decennia lang vanaf het Familiehotel gevaren en had er altijd één of meerdere schepen zeilklaar liggen. Er is een notitie van Jaap Helder (1907) waarin hij schrijft dat het schip door zijn vader in 1918 verkocht is naar Leeuwarden
In de verzameling spullen die ik in mocht zien bij de familie Helder vond ik de volgende foto, met aan de achterzijde het volgende bijschrift opgeschreven in 1983 door Jaap Helder (1907).

Over de jaartallen die genoemd worden, kan gediscussieerd worden, maar de opmerking dat A. Helder het schip in 1918 naar Leeuwarden verkocht heeft, komt overeen met hetgeen er van het schip bekend is. Of de heer Jongejan uit Steenwijk dan ook werkelijk eigenaar geweest is? Is er een verwisseling met een ander schip geweest? Of heeft Jongejan het schip slechts heel kort gehad? Heeft de heer Siebesma haar in 1918 gekocht van Albert Helder sr? Een mondelinge overlevering binnen de familie Helder geeft zelfs nog het bedrag waarvoor ze toen verkocht is. Zevenhonderd gulden. Dit laatste wordt weer bevestigd door het bijschrift bij de volgende foto:

De “Vliegende Hollander” op het Paterswoldsemeer. coll./ Bergsma.

Bij deze foto het volgende bijschrift:
“Fries jacht eerst “Eeltje”, “Vliegende Hollander” (Helder), verkocht voor fl.700,- naar A’dam “Kikker III” Toen naar Grouw als “Argo” (Zetzema) vaart nu nog in Grouw”.

En er is nog een beschrijving in “Ons Element” uit 1921: .....“ Weet ge wel, dat de bekende “Argo”, de vroegere “Kikker III” een kleine 20 jaar in Paterswolde als huurboot heeft gevaren en nu nog een der mooiste ronde schepen is van de Friesche vloot” Een kleine Twintig jaar

Afgaande op het bovenstaande is de “Eeltje” pas in 1912 “Vliegende Hollander” gaan heten en heeft ze met zekerheid tot 1916 op het Paterswoldsemeer gevaren.
Twee mogelijkheden voor deze naamwijziging op dat moment kunnen zijn:

  • Een vage verwijzing over een publicatie van de eerste voorzitter van zeilvereniging DTP, H.H. Niemeijer, tabaksfabrikant uit Groningen, die het verhaal over de Vliegende Hollander ooit nieuw leven ingeblazen had is misschien aanwijzing voor deze naamverandering.
  • Een andere verklaring kan de vlucht die Anthony Fokker op 31 augustus 1911 rond de St. Bavo in Haarlem maakte zijn. Op vliegweken die in 1910 en 1911 in Helpman (tussen Groningen en het Paterswoldsemeer) gehouden werden vlogen Belgische piloten. Anthony Fokker was de eerste “Hollander” die dit in 1911 deed. Een bijnaam van hem was “Vliegende Hollander”. Een combinatie van beide gedachtes zou ook mogelijk kunnen zijn.

Albert Helder jr. sloot een naamwijziging niet op voorhand uit. Later is dit bij de Firma Helder nog wel eens gebeurd.De eigenaarsrelatie van de heer Jongejan met het schip is blijkbaar veel korter geweest dan eerder verondersteld. Was de heer Jongejan een huurder die er in Friesland er wedstrijden mee zeilde en haar dan inschreef onder de naam Kikker III?, immers alle Paterswoldse jachten van Visser en Helder konden individueel gehuurd worden voor het zeilen van wedstrijden.

Op de voorgrond de Froukje (gebouwd door Visser in 1911) gevolgd door haar voorbeeld Argo. foto Robin van Son 2006.

De Argo is in 1955 in opdracht van de Stichting Stamboek van Ronde en Platbodemjachten als eerste jacht opgemeten en getekend door de heer Stelwagen. Hiermee gaf het Stamboek als eerste opdracht de maten en gegevens te documenteren van een historisch schip. Het primaire doel was het op deze manier vast leggen van vorm en afmetingen van het schip voor het nageslacht. Door haar schoonheid was het niet vreemd dat de keuze hiervoor toen op haar viel. 
Op de eerste stamboekreünie in 1955 in Grouw was de Argo vlootaanvoerder van alle aanwezige ronde en platbodemjachten.
In tegenstelling tot veel andere ronde jachten heeft dit schip een erg V-vormige spantdoorsnede (ca.20º).
Mede door het vele mooie vergulde snijwerk en (gepoetst) messing sierwerk is ze een imponerende verschijning op het water. Dit jacht en haar snijwerk hebben model gestaan voor vele andere ronde jachten.
De “Eeltje” vaart nog altijd rond als een erg goed onderhouden en mooi Fries jacht. Ze heet al bijna een eeuw “Argo”. Het schip geniet haar leven lang al bekendheid. Ze is veel gefotografeerd en is uitgebreid beschreven. Dat ze vaak verhuurd geweest is voor zeiltochten zal aan deze bekendheid vast en zeker een bijdrage hebben geleverd. Ze is misschien wel hét voorbeeld van een Fries jacht samen met de Mercurius (1868) en de Frisia (1876). Alle drie gebouwd op de werf van Eeltje Holtrop van der Zee in Joure.
Jarenlang had de Argo in Grouw haar thuishaven en kon ze tussen 1936 en 1955 weer gehuurd worden voor zeiltochtjes. Toen bij Hotel Oostergoo. Getuige de volgende foto.

Ansicht 1964

De Argo is opgenomen in het Nederlandsch Jachtregister 1924/25.
De heer Huitema schrijft in zijn monografie het volgende: “ Na een jaar of tien bleek echter dat de Vliegende Hollander met een niet te best vlak sukkelde. Over de reparatie daarvan wist de jongste zoon van de oude Wiendelt Visser zich een fraai voorval te herinneren. Voor de vervanging van het vlak werd namelijk gebruik gemaakt van hout van een eikenboom die midden tussen een veld van paddenstoelen had gestaan. De houtleverancier had nergens over gesproken en dus werd het hout zonder meer verwerkt. Maar wat gebeurde? Ongeveer een jaar later stond het hele vlak vol paddenstoelen van de sporen die zich in het hout bevonden! Men was echter zuinig en moest op de kleintjes letten en Hendrik Visser vertelde dat daarom maar een gedeelte van het ‘paddenstoelenvlak’ werd vervangen. Dit curieuze verhaal vond tot ieders verbazing z’n bevestiging in de winter van 1981/82. Toen werden in Grouw door Albert Wester een tweetal boegen vervangen van de stevenbalk tot onder de mastbalk. Dat bleek namelijk nodig omdat de naad tussen de twee gangen met geen mogelijkheid dicht te krijgen was vanwege paddenstoelen!”

Foto GtC 28 mei 2011. De Argo 1OD en de Froukje 85RD tijdens de bijeenkomst op de Tjonger ter gelegenheid van 100 jaar Froukje.