
Eerste blad tekst
“Het bestuur van Oostergoo wordt geacht alwetend te zijn en onfeilbaar ……..?
MAAR DAT WIST U REEDS!"
~ slotzin van het vorige jubileumboek ~
Logo Oostergoo

Inhoudsopgave

Eerbetoon aan Herman G. van Slooten
Inleiding 175 jaar Oostergoo 1848 - 2023
Hoofdstuk 1 Oostergoo tot 1973
Hoofdstuk 2 Oostergoo, uit het Archief (voor 1973)
Hoofdstuk 3 19e eeuw Z.K.H. Prins Hendrik en Oostergoo
Hoofdstuk 4 1855 Kweekscholen voor Zeevaart en Oostergoo
Hoofdstuk 5 1900 Oostergo het gewest, het logement en Oostergoo
Hoofdstuk 6 1908 Het Vaandel en Oostergoo
Hoofdstuk 7 De Vlaggen van Oostergoo
Hoofdstuk 8 1915 Het wedstrijdzeilen, de/het Watersport(ver)bond(en) en Oostergoo
Hoofdstuk 9 1923 7.10m en Oostergoo
Hoofdstuk 10 1924 Het Nederlandsch Jachtregister 1924 en Oostergoo
Hoofdstuk 11 1948 Z.K.H. Prins Bernhard en het 100 jarig jubileum
Hoofdstuk 12 1948 De Mastwortel en Oostergoo
Hoofdstuk 13 1950 Friesland Trading Company LTD Hong Kong
Hoofdstuk 14 1953 Reünie voor Ronde jachten en Oostergoo
Hoofdstuk 15 1953 1954 Friso, de boeiercommissie en Oostergoo
Hoofdstuk 16 1955 Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten en Oostergoo
Hoofdstuk 17 1957 R. Buisman en Oostergoo
Hoofdstuk 18 Oostergoo, uit het Archief, (na 1973)
Hoofdstuk 20 2019 Th.A.Velsink en Oostergoo
Hoofdstuk 21 2023 Oostergoo nu
Hoofdstuk 22 Excuusbrieven en Oostergoo
Eerbetoon aan Herman G. van Slooten
Eerbetoon aan Herman G. van Slooten
Herman G. van Slooten, secretaris van Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo van 1949-1979.
Herman van Slooten heeft ongeveer vijftig jaar geleden en als eerste de geschiedenis van Oostergoo beschreven, vastgelegd en van kanttekeningen voorzien. Zijn werk toen heeft bijgedragen dit jubileumboek nu op deze manier te kunnen vormgeven.
Bij zijn afscheid als secretaris heeft hij onderstaande kaart gemaakt. Deze spreekt voor zich.
Colofon
175 jaar Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo 1848-2023
Tekst: Gerard ten Cate
Opmaak: Jan Eissens
Omslag: Thijs ten Cate
Tekst correcties: M.D. ten Cate-Vegter, Lies Schuitemaker, Rita Eissens, Tjalling van der Goot
De auteur heeft geprobeerd voor deze publicatie alle rechthebbenden van de foto’s te achterhalen. Mocht u desondanks een foto tegenkomen waarvan u rechthebbende bent en waarvoor u geen toestemming voor publicatie heeft gegeven, neemt u dan contact op met het secretariaat van de KZV Oostergoo. De contactgegevens zijn vermeld op de website https://www.kzvoostergoo.nl/.
Realisatie met behulp van iWink Reporting: realiseren & publiceren, direct als website en PDF, bureau iWink Groningen
Een uitgave op de Boekenplank SSRP, Druk Reclameland BV Westerbroek
Digitaal beschikbaar op https://boekenplank.ssrp.nl
Het wedstrijdverslagenboek, dat begint in 1848 en doorloopt tot ver in de 20e eeuw, is ter gelegenheid van dit jubileum ook gedigitaliseerd en beschikbaar op de Boekenplank.
Uitgave: Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo 2023
Het Jubileumboek 175 jaar Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo 1848-2023 in het Geheugen van de SSRP
In h et Geheugen van de SSRP worden publicaties digitaal gepresenteerd als website en van deze publicaties kan in enkele gevallen een gedrukt exemplaar besteld worden. Het drukken van deze boeken wordt extern, door een gerenommeerde drukkerij, verzorgd.
Het Jubileumboek 175 jaar Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo 1848-2023 is een publicatie, die volledig digitaal bekeken kan worden op de telefoon, tablet of laptop (pc). Daarnaast bestaat de mogelijkheid om via de website van KZV Oostergoo een gedrukt exemplaar te bestellen.
Alle rechten voorbehouden
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Tijdlijn Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo
27 april 1848
- 1e Gedocumenteerde zeilwedstrijd op het Bergumermeer bij Schuilenburg

28 april 1848
- Oprichting Zeilvereeniging Oostergoo
- Algemene ledenvergadering bij “De Drie Gekroonde Baarzen”
- Voorzitter mr. J.J.Bolman (1848-1859)
- Ontwerp Vereenigingsvlag

14 juli 1849
- 1e Officiële (met toestemming van de Grietman van Tietjerksteradeel) zeilwedstrijd op het Bergumermeer bij Schuilenburg

1849
- Ontwerp Insigne

1852
- Beschermheer Z.K.H. Prins Hendrik der Nederlanden
- Z.K.H. Prins Hendrik naast beschermheer ook erelid

1859
- Voorzitter G.G. Simon (1859-1867)
1865
- Zeilwedstrijd bij Oude Schouw in bijzijn van Z.K.H. Prins Hendrik
- 1e gedocumenteerde foto in archief van Zeilvereeniging Oostergoo

1867
- Voorzitter Jhr. Mr. F.J.J. van Eysinga (1867-1875)

1868
- Mede oprichter van de Koninklijke Nederlandsche Vereeniging voor Zeewezen en Scheepvaart (1868-1897)
- Opening spoorstation Grou-Irnsum

1872
- 1e vermelding van Logement Oostergoo

1875
- Voorzitter Mr. J.Witteveen (1875-1880)
1880
- Voorzitter Jhr.Mr. C. van Eysinga (1880-1897)
1888
- Beschermheer Jhr. Mr. F.J.J. van Eysinga
9 augustus 1889
- Bezwaarschrift tegen inpolderen Pikmeer en Wijde Ee bij Tweede Kamer
1897
- Voorzitter D. Tigler Wybrandi (1897-1900)
1898
- 50-jarig jubileum

1899
- Laatste Algemene ledenvergadering bij “De Drie Gekroonde Baarzen”

1900
- 1e Algemene Ledenvergadering bij Hotel Oostergoo
- Voorzitter C.F.F. Rinia van Nauta (1900-1911)
- Bestuurskamer bij Hotel Oostergoo

1906
- Geen Algemene Ledenvergadering (slechts incompleet bestuur en één lid aanwezig)

1908
- 60-jarig jubileum
- Vaandel aangeboden door de bewoners van Grou

1910
- Laatste wedstrijd met vracht- en beurtschepen

1911
- Voorzitter P.G. Halbertsma (1911-1925)
1915
- Mede vormgever bij Congres voor Watersport
- Beschrijven kenmerken ronde jachten en schouwen

1923
- 75-jarig Jubileum met jubileumwedstrijd voor vracht- en beurtschepen
- Zeilvereeniging Oostergoo wordt Koninklijk
- Documentaire “1923 Heel Grouw op de film, 75 jarig jubileum Oostergoo”
- Medeoprichter Noord Nederlandsche Watersportbond
- 7.10m klasse / NNWB-schouw / NNWB-tjotter

1925
- Voorzitter R. Buisman (1925-1957)

1928
- 80-jarig Jubileum met jubileumwedstrijd voor vracht- en beurtschepen
1929
- Oprichting S.K.G. (Skûtsje Kommisje Grou)

1940
- Beschermheer Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden

1940-1944
- Vereeniging blijft vasthouden aan haar tradities
- Men blijft het Wilhelmus zingen
- Traditionele dronk op het Koninklijk Huis blijft

1948
- 100-jarig jubileum Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo
- Z.K.H. Prins Bernhard bezoekt jubileum met watervliegtuig
- Vlootschouw met Ronde jachten uit Friesland
- Documentaire "Honderd jarig bestaan Kon. Zeil ver. Oostergoo"

1952
- Buddha ontvangen van Mr. W.H. Chan
- C.J.W. van Waning breekt in tijdens Rondvraag
- Zilveren mastwortel verzeild als prijs bij de GWS-schouwen
1953
- 105-jarig Jubileum Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo
- Reünie voor Ronde jachten uit heel Nederland
- Boeier Jean Bart is deelnemer en is te koop
- Gedraaide mastwortel als aandenken deelnemers
- Admiraalzeilen tijdens vlootschouw
- Aankoop boeier Jean Bart als Statenjacht Friso

1954
- Overdracht boeier Friso aan Gedeputeerde Staten van Friesland
- Documentaire “De overdracht van het Friese Statenjacht, 22 mei 1954”

1955
- Medeoprichter van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten
- Overdracht boeier Friso aan Gedeputeerde Staten van Friesland

1957
- Voorzitter H.B. Halbertsma (1957-1963)
- Ere-voorzitter R. Buisman
1958
- 110-jarig Jubileum
1960
- 1e Lustrum Reünie SSRP
- Aandenken Vlaggenstokknop

1963
- Voorzitter T.Y. Kingma Boltjes (1963-1980)
1964
- Flits-weekend

1969
- OK-jollen evenement

1973
- 125-jarig Jubileum
- Jubileumboek Koninklijke Zeilvereniging Oostergoo (1848-1973)

1975
- Europe-klasse evenement

1977
- Valken-klasse evenement 40 jaar Valk

1980
- Voorzitter Mr. G.F.Hepkema (1980-1984)
1983
- 135-jarig Jubileum KZV Oostergoo
- 100-jarige sierboatsje Aurelia Admiraalschip

1984
- Voorzitter drs. Th.A. Velsink (1984-2019)
1988
- Aanbieden beeldje door Mw. Krabbendam
- W.H. de Vos prijs SSRP ontvangen, samen met de andere oprichtende partijen

1994
- 100-jaar Friso / 40 jaar Statenjacht

1998
- 150-jarig Jubileum
- Friesche competitie (Ronde jachten)

2005
- SSRP 50 jaar met Lustrumreünie in Grou
- 1e Oostergoo-penning aan SSRP
- 2e Oostergoo-penning aan Sytse ten Hoeve

2006
- 3e Oostergoo-penning aan Wim de Bruijn
2007
- 4e Oostergoo-penning aan Anne Tjerkstra
2009
- 5e Oostergoo-penning aan Rienkje van Boekel - van der Mei
2010
- 6e Oostergoo-penning aan Pier Piersma
- 7e Oostergoo-penning aan Hotel Oostergoo
2013
- 8e Oostergoo-penning aan Hugo Snoecke
2018
- 9e Oostergoo-penning aan de Stichting Friese Tjottervloot
2019
- Voorzitter B. Staal
- Ere-voorzitter Th.A. Velsink
- 10e Oostergoo-penning aan Provinsje Fryslân / Statenjacht Friso
- Van Waningprijs ontvangen van de SSRP

2022
- 11e Oostergoo-penning aan Meindert Seffinga
2023
- 175-jarig Jubileum Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo
- Jubileumboek 175 jaar Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo

Voorwoord

Waarde lezer,
Oostergoo is een verhaal dat nooit eindigt zolang de wind over Fryslân waait !
Zo klonken de hier gecombineerde titels van eerdere geschriften over de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo.
“Sa is it en net oars”, het is zoals het is, want Oostergoo staat na 175 jaar voor in ons geheugen en in de toekomst gegrift. Voor u ligt het Jubileumboek Oostergoo ter gelegenheid van het 175-jarig bestaan van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo. Een buitengewoon lezenswaardig document over het ontstaan en de geschiedenis van Oostergoo, samengesteld door ons lid Gerard ten Cate. Zoals de auteur zelf zegt, “geschreven voor onze eigen leden maar de tekst is zodanig vormgegeven dat het ongestraft door derden gezien kan worden”.
Het staat wel vast dat reeds in de 17e eeuw in Fryslân onderlinge zeilwedstrijden zijn gehouden, “hardzeilen”! Vracht- en beurtschepen, terugkerend van de weekmarkten, gingen de latere recreant voor. De basis voor zeilen als wedstrijdsport was gelegd. In Sneek begon in 1814 een onafgebroken reeks van zeilwedstrijden op de woensdag na de eerste zaterdag in augustus, tot op de dag van vandaag Hardzeildag. Andere dorpen volgden.
Niet zonder reden werd dan ook in 1848 de eerste zeilvereniging in ons land, en dus de oudste, opgericht en met de wel klinkende naam Oostergoo. Een pure zeilvereniging want de oprichters moeten gedacht hebben dat men met goed roeien over het algemeen hard achteruit gaat. De Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo werd een feit. Niet meer uit te wissen en tot op de dag van vandaag gelardeerd met dierbare tradities.
Allengs kwam het behoud van het varend Friesch erfgoed op de voorgrond. Boeiers, Friese Jachten en Tjotters bleven dankzij de zorg dragende, soms nieuwe, eigenaren behouden en nieuwe exemplaren ondergingen een succesvolle tewaterlating. Met het fiere Statenjacht de Friso aan de kop van de vloot wordt tot op de dag van vandaag en in de toekomst blijk gegeven van het levendig bestaan van onze vereeniging. De vele tradities sieren dit bestaan. Zo mag vooral ook elk jaar weer blijken op onze jaarlijkse Algemene Ledenvergadering. Na de ontvangst wacht ons telken male weer een vruchtbare vergadering die ons voert naar een van de hoogtepunten van de dag, de gezamenlijke vaartocht, waarop tevreden wordt teruggekeken tot laat in de avond.
Geen Oostergoo lid zal herinnering hebben aan dagen waarop de zon niet scheen en de wind niet prachtig doorstond, alsof de weergoden niet beter weten. Bollende zeilen, witte snorren voor de boeg, Heeren aan het roer en in touw, een ware lust voor het oog. Mooier wordt het niet, maar blijft het wel!
Een Vereeniging die een jubileumboek meer dan waard is met daarin opgetekend een kleurrijke geschiedenis en mooie anekdotes, een sieraad voor de boekenplank. Grote dank gaat uit naar ons lid Gerard ten Cate. Ik wens u veel leesplezier !
Boele Staal
Voorzitter van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo
Inleiding

175 jaar Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo 28 april 1848 - 2023
(“vereeniging” geschreven volgens de spelling zoals ten tijde van de oprichting met dubbel “e”)
Het oude wordt nooit oud (Theo Velsink, 2009)
Ontmoeten
Het ongelofelijke gebeurde. Twee jaar op rij, in 2020 en 2021 is er bij de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo geen jaarvergadering geweest. Het Covid-19 virus had de wereld in de greep. De Nederlandse overheid ging hier nog eens met een noodwet overheen. Samenkomen en vergaderen mocht niet meer.
Het goede nieuws in deze twee jaren was dat een aantal leden van onze vereniging elkaar toch op het water wilden ontmoeten. Geheel Corona-proof met hun schepen in Zuidwest Friesland. Er werden alternatieve wedstrijden gevaren. Het internet en de mobiele telefoon waren intermediair. Men hield een scheepslengte afstand.
Gelukkig, in 2022, een jaar voor het 175-jarig jubileum, is het Coronavirus op zijn retour. De overheden in Europa hebben de beperkingen, de reisverboden en de verboden op samenkomsten achter zich gelaten.
Dank zij het solitaire karakter van de zeilsport, konden er in 2021 en 2022 enkele keren door de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo reguliere zeilwedstrijden worden georganiseerd.
In het landschap waarin de zeilverenigingen komen en gaan, mag het bijzonder worden genoemd dat de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo al zo lang bestaat. Ettelijke verenigingen die in het midden van de 19e eeuw zijn opgericht bleken uiteindelijk geen bestaansrecht te hebben. Onze vereniging heeft dat wel. Er zijn jaren geweest dat het ledental beperkt was en dat opheffing als een donderbui in de lucht hing, maar de lucht klaarde op. Naast heel veel tradities, is het gebruikelijk om de vereniging maar een beperkte omvang te laten hebben.
Toen ik de vraag kreeg het jubileumboek bij het 175-jarig jubileum in 2023 te schrijven, heb ik deze eervolle vraag natuurlijk bevestigend beantwoord. Vanzelfsprekend stelde ik mezelf de vraag hoe te beginnen. Op de avond dat mij de vraag gesteld werd ben ik allereerst begonnen om maar weer eens in mijn verzameling oude ansichten te kijken welke aanknopingspunten ik daar in kon vinden, heb ik voor de zoveelste keer het jubileumboek “Koninklijke Zeilvereniging “Oostergoo” 1848-1973” (met één “e”), geschreven door H.G. van Slooten, gelezen en heb ik het Nederlandsch Jachtregister 1924 - 1925 nageplozen. Hierin immers staat bij ieder vermeld schip wie eigenaar was, waar het een ligplaats had en bij welke vereniging de eigenaar lid was. Alles keurig opgesteld in kolommen. In de laatste daarvan wordt de zeilvereeniging genoemd.
Opvallend is het om te constateren dat juist buitenstaanders foto’s en films van de festiviteiten van Oostergoo maakten. Blijkbaar sprong het decorum en de presentatie van de leden met hun ronde jachten in het oog. Dit staat haaks op de gewoonte om binnen de vereeniging om geen foto’s te maken. Geheel tegen dit voorschrift in heb ik wel een paar keer foto’s aansluitend aan jaarvergaderingen gemaakt tijdens de zeiltocht. Foto’s die ik genomen heb van ronde jachten die ik op andere evenementen niet tegen kwam. Uitdrukkelijk zijn deze foto’s niet genomen om leden te fotograferen.
Waarschijnlijk was de eerste foto, die binnen de Vereeniging een plek kreeg er één van Prins Hendrik de Zeevaarder in 1865. Tijdens zijn deelname aan de zeilwedstrijd op 31 juli 1865 gehouden bij Oude Schouw, kreeg de directie van Oostergoo een “photographisch portret” van de Prins in het kostuum van luitenant-admiraal. (Algemeen Handelsblad 1-8-1865) aangeboden. De oudste foto in het Oostergoo-archief in 2023 stamt uit 1908.
Helaas moet ik op deze plek een teleurstellende opmerking plaatsen. In het Oostergoo-archief zijn bijna geen foto’s bewaard. Wanneer het er honderd zijn, dan is dat veel. Het merendeel hiervan heeft dan ook nog eens te maken met de overdracht van de boeier Friso in 1954.
Het Nederlandsch Jachtregister 1924 -1925 krijgt een speciale plek in dit jubileumboek. Hoewel het ogenschijnlijk niet direct iets met de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo te maken heeft, geeft het wel historische informatie. Het bijzondere is dat in 2023 nog altijd een zestal dezelfde schepen bij Oostergoo vaart als in 1924.
Dat gaande de tijd, Grou* een steeds prominentere plaats voor onze zeilvereeniging gekregen heeft, weten we. Bij de oprichting in 1848 was dit zeker niet vanzelfsprekend. Grou lag centraal in “Frieslands lage midden”. Omgeven door water en zeker niet makkelijk bereikbaar over land. Burgum, de Burgumerdam en Oude Schouw lagen wat dat betreft geografisch gunstiger. Het wedstrijdwater lag daar wat meer op afstand. Pas na de opening van de spoorlijn Heerenveen-Leeuwarden in 1868, werd Grou over land beter bereikbaar.
In latere jaren, vanaf 1869, werd in de Leeuwarder Courant en via plakkaten telkens bij de aankondigingen van de festiviteiten van Oostergoo melding gemaakt van deze vorm van bereikbaarheid. Toen in 1872 Sjoerd van Stralen het etablissement van zijn vader Jan van Stralen voortzette noemde hij dit “Logement Oostergoo” (Leeuwarder Courant, 28 juli 1872). Was toen de Zeilvereeniging Oostergoo in aanzet de naamgever van dit logement?
* Het Oostergoo-archief is vanaf 1848 in het Nederlands geschreven. Soms kom je een enkel Fries woord tegen. Geografische namen kom je tegen in zowel het Nederlands als het Fries, maar de nadruk ligt bij het Nederlands. Ik heb er voor gekozen in dit boek de Nederlandse schrijfwijze te gebruiken. Hiermee sluit ik aan bij de sfeer die het archief ademt. Voor Grou maak ik een uitzondering. Deze plaatsnaam wordt zo vaak genoemd dat ik er voor gekozen hiervoor heb de meest recente officiële schrijfwijze te gebruiken. De spelling wordt vooral bepaald door de tijd waarin het wordt gebruikt. Zo ben ik in het archief nergens de nu officiële naam Fryslân tegengekomen. Het aloude “Friesland” wel. In tegenstelling tot de notulen die in het Nederlands geschreven zijn, heb ik begrepen dat er binnen het bestuur in het Fries vergaderd werd. Vergeef me inconsequenties wanneer deze ergens in de tekst voorkomen.
We mogen niet vergeten dat Watersportvereniging Frisia uit 1860 en sinds 1960 Koninklijke Watersportvereniging Frisia statutair in Grou oudere “rechten” heeft dan de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo. De nodige Oostergoo leden waren, omdat ze directe banden met Grou hadden, eveneens lid van Frisia. De Zeilvereeniging Oostergoo was statutair een Leeuwarder vereniging en de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo is dat nog altijd.
Sinds 1899 heeft de Zeilveereniging, sinds 1923 de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo, hotel Oostergoo in Grou als uitvalsbasis. Onze vereniging heeft er een eigen bestuurskamer. Een zeilvereniging met stevige wortels in het verleden. Oud voorzitter en erevoorzitter Theo Velsink verwees hiernaar in zijn jaarredes.
“Oostergoo is voor de leden een soort toevluchtsoord ….., Door de juiste interpretatie van het verleden is Oostergoo een profeet voor de toekomst ….., Voor Oostergoo leden ligt dit alles veel simpeler, zij hoeven de waarheid niet meer te zoeken want zij is al gevonden; de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo ….., Oostergoo is de duurzaamste vereniging die er bestaat, gezien het gebruik van het oude hout, dat zo door onze vereniging wordt gekoesterd; een milieuprijs waard. En bedenk: het oude wordt nooit oud. Oud wordt alleen het nieuwe. Het oude hout deinend op de golven van het oneindig vloeibare, de onoverwinnelijke Friese meren”.
Het zal duidelijk zijn dat de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo niet een zeilvereniging is die “slechts” zeilwedstrijden organiseert. Natuurlijk organiseert ze zeilwedstrijden. Wedstrijden waarbij jaar op jaar wedstrijd gezeild wordt in boeiers en andere ronde jachten maar evenzeer in scherpe jachten. In 1948 wordt er in Hepkema’s Courant, de Hepkema, geschreven dat Oostergoo de enige vereniging is waar boeiers nog de strijd aanbinden. Niet vreemd natuurlijk, wanneer bestuursleden tegelijkertijd en op rij zelf zeilden met boeiers en (Friese) jachten. Maar, per saldo waren dat er dan meestal maar drie, de Albatros, de Constanter en de Mercurius. In 2023 worden de ronde jachten binnen het bestuur nog altijd vertegenwoordigd. Niet vreemd dat de leden met een rond jacht uitgenodigd worden ieder jaar met hun schip tijdens de jaarvergadering aanwezig te zijn en mee te zeilen tijdens de jaarlijkse zeiltocht bij Grou.
In 1915 heeft de Zeilvereeniging Oostergoo in de personen van haar secretaris R. Buisman en voorzitter P.G. Halbertsma mede aan de basis gestaan van wat tegenwoordig het Watersportverbond heet. Ze heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de 7.10m klasse en uiteindelijk de 30m2. Ze heeft er mede voor gezorgd dat de provincie Friesland haar Statenjacht kreeg. En samen met een aantal andere watersportverenigingen en musea zorgde “Oostergoo” voor de totstandkoming van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten.
En, weet u wat een mastwortel is? Ik heb er een heel hoofdstuk over geschreven. Oostergoo heeft het geherintroduceerd.
De Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo heeft op de nodige plekken, door de jaren heen, een stempel gedrukt op de zeilsport in Nederland. Soms deed ze dit zelfstandig als vereniging, vaak samen met andere partijen. Het bestuur, soms individuele bestuursleden, wist of wisten zich altijd zo te presenteren dat er wel geluisterd moest worden. Er werd geluisterd.
Oud secretaris H.G. van Slooten schreef het al als laatste regel in zijn jubileumboek bij het 125-jarig bestaan: “Het bestuur van Oostergoo wordt geacht alwetend te zijn en onfeilbaar ……..? MAAR DAT WIST U REEDS!”
Hoofdstuk 1
Oostergoo toen (tot 1973)

Als Inleiding van dit hoofdstuk begin ik met een transcriptie van een brief die de heer S.S. Terpstra, uitbater van het etablissement “De Drie Gekroonde Baarzen”, schreef aan het bestuur van de Zeilvereeniging Oostergoo in 1876.
Bergum 19 mei 1876
Edel …. Heer!
Wij kunnen de vergadering wel op de 3 Junij hebben, maar daar de visserij den 1 junij open is, zal het zeer moeilijk zijn om dan baars te krijgen, maar ik zal alles aanwenden wat mogelijk is om baars te krijgen. Maar als er geen mogelijkheid bestaat om te krijgen mij niet te kwade zal duiden want als het weer niet haastig veranderd komt er de hele zomer geen baars, maar ik hoop het zal spoedig veranderen, later geen berigt ontvangende rekenen wij op den 3 Junij, en ik zal mijn uiterste best doen om baars te krijgen,
Uw Dienaar
S.S. Terpstra
Soms zijn er dingen die het bestuur van onze zeilvereniging niet in de hand heeft.
De Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo hangt aan traditie, koestert het verleden, de historie. Zeilden hun oprichters al met Ronde jachten, nog altijd vormen deze schepen de kern van de vloot. Oostergoo heeft zich echter wel degelijk aangepast aan de tijd.
Het archief van Oostergoo is sinds de oprichting in 1848 bewaard gebleven. Bijzonder in de geschiedenis van de Nederlandse watersportverenigingen. Veel verenigingen zijn evenals hun archieven verdwenen. Het Oostergoo-archief is een tijdcapsule geworden.
Het notulenboek dat in 1848 begint bestaat nog, de losse kwitanties zijn er nog, de boekhouding is terug te lezen, inkomende en uitgaande post is bewaard gebleven. Het Oostergoo-archief geeft een bijzondere inkijk in het leven en het zeilersbestaan vanaf het midden van de 19e eeuw.Algemeen bekend en hiervoor al genoemd is dat de Zeilvereeniging Oostergoo eerst, tot 1899, altijd haar Algemene Ledenvergadering hield in de “Drie Gekroonde Baarzen” op de Bergumerdam. Misschien niet direct een locatie die je zou verwachten, maar tegelijkertijd logisch. Het lag aan de vaarweg Groningen-Leeuwarden, dichtbij het Bergumermeer en dichtbij de straatweg Groningen-Leeuwarden. Ongetwijfeld had het etablissement van de heer Terpstra, later de weduwe Terpstra, een goede naam. Een reden om voor De Drie Gekroonde Baarzen te kiezen.
Volgens overlevering heeft Lodewijk Napoleon er nog gelogeerd. Maar bedenk vooral dat de geografie van Friesland erg van invloed geweest is op het bestaan en de ontwikkeling van onze zeilvereniging. Het Friesland van nu zien we vooral als één watersport gebied. Vroeger was het duidelijk opgedeeld. Het noordoostelijke deel waar Grou toe gerekend moet worden, een middendeel met het Sneekermeer als centrum en het westen en zuidwesten met Heeg en Gaastmeer als centra. Het Prinses Margrietkanaal bestaat al lang, maar feitelijk is het slechts van recente datum uit het midden van de twintigste eeuw. Wanneer je van Grou naar Sneek wilde varen moest je langs hotel Oostergoo naar Irnsum en vervolgens via Oude Schouw en Akkrum richting Sneek.

Hoewel ik het me bewust was, was ik toch verbaasd te ontdekken dat de bekende Workumer tjotterzeiler Jan Haagsma voor het eerst in 1948 acte de précense gaf in Grou. Bijna vijftig jaar eerder kom je zijn naam al tegen in wedstrijdverslagen van de Hardzeildag op Sneek, maar Grou was te ver van huis. Van de familie Haagsma weten we dat zij ’s morgens, voor dag en dauw, vanuit Workum vertrokken en dan aansluiting probeerden te vinden bij een sleep op het Heegermeer richting Sneek. De vrachtboot Staveren - Sneek pikte Jan Haagsma dan op de “Lange Hoek” op. Hun tjotter was niet gemotoriseerd. Ze waren dan al zeilend, bomend of jagend de Yntemasloot over gekomen.
Dat Grou pas in 1868 goed over land bereikbaar werd, is te lezen in het archief toen de spoorlijn Heerenveen-Leeuwarden in gebruik genomen werd. Je kunt daarover correspondentie terug vinden waarin het bestuur aan de Spoorwegen of de toenmalige minister van Verkeer vroeg de trein extra op het station Grou-Irnsum te laten stoppen. Dit verzoek werd bij herhaling gehonoreerd. Bij de vooraankondigingen van de wedstrijden werd deze tussenstop van de trein vermeld. Bezoekers van de door Oostergoo georganiseerde zeilfeesten konden dan nog met de trein huiswaarts keren naar Leeuwarden.
Dit hoofdstuk begon ik met de titel “Oostergoo tot 1973”. Ik wil u meenemen door het archief. Om daaruit de nodige interessante informatie te halen. Veel is saaie kost, maar evenveel is zo leuk dat ik u er wel kennis van moet laten nemen. Verderop volgt een hoofdstuk Oostergoo nu.
In een drietal archief dozen zijn kwitanties vanaf 1848 opgeborgen. Vaak per jaar in een envelop, maar van een aantal jaren zijn ze strak opgerold met een banderol of met een touwtje er om heen. De enveloppen die ik makkelijk kon openen heb ik alle bekeken. De anderen heb ik vanwege hun kwetsbaarheid gelaten zoals ze waren en zijn. De kwitanties laten een reis door de tijd zien. In 1848 zijn alle bonnetjes met de hand geschreven, niet allemaal even duidelijk. Ze beschrijven de aanschaf van een vlag, het betalen van consumpties en het betalen van prijzen. Op een achterkant van een bonnetje is te lezen dat er vier kisten wijn zijn ingekocht. Een blad met inkomsten en uitgaven maakt de envelop uit 1848 compleet. Het ontstaan van onze zeilvereniging is gedocumenteerd. Een aantal leden betaalt vanaf 1855 een extra bedrag voor iets dat we nu een studiefonds zouden noemen, conform artikel 1 van het reglement.
1848 is een belangrijk jaar. Onze Koning Willem II achtte het raadzaam om Thorbecke het mandaat te geven voor het vormgeven van een grondwet zoals we die nu nog kennen. In die tijdgeest is de Zeilvereeniging Oostergoo opgericht. Hoewel geen oprichter, moet de naam van Prins Hendrik de Zeevaarder hierbij genoemd worden. Hij was de derde zoon, geboren op 13 juni 1820 in het paleis Soestdijk, van Prins Willem, de latere Koning Willem II en Anna Paulowna, Groot Hertogin van Rusland. De Prins propageerde het oprichten van zeil- en roeiverenigingen, stimuleerde maritieme opleidingen en technische ontwikkelingen in de scheepvaart en nam hierin het voortouw.
De oprichters van de Zeilvereeniging Oostergoo behoorden tot de Friese adel en het patriciaat. Zij hebben de oproep van Prins Hendrik de Zeevaarder gehoord, opgepikt en in de zeilvereniging vorm gegeven.
Z.K.H. Prins Hendrik vond het in 1865 belangrijk om blijk te geven van zijn betrokkenheid bij de Zeilvereeniging Oostergoo. Illustratief is bij voorbeeld de volgende transcriptie van een krantenartikel uit 1865. Het belang en de betrokkenheid van genoemde personen en vereniging spreken voor zich.
Harlinger Dagblad, 2 augustus 1865
Z.K.H. Prins Hendrik der Nederlanden arriveerde hier LL. Vrijdag met de stoomboot Commissaris des Konings Jonkheer van Panhuijs, op Hoogstdeszelfs doorreize naar Leeuwarden. Door Z.E. den Commissaris des Konings, in dit gewest, den heer Burgemeester dezer gemeente, de President der Zeilvereeniging Oostergoo en de Directie de Zuiderzee Stoomboot-Maatschappij verwelkomd en begroet, begaf Z.K.H. zich naar de woning van den heer Burgemeester, vertoefde daar ongeveer een uur en vervolgde toen de reis per spoortrein naar Leeuwarden.
Nadat Z.K.H. Zaterdag aan de Oude Schouw den Zeilwedstrijd van de vereeniging Oostergoo met veel genoegen had bijgewoond, keerde Hoogstdeszelve hier Zondag morgen terug, om met de stoomboot Stad Leeuwarden de terugreis naar Holland aan te nemen, ook nu uitgeleid door Z.E. de Commissaris des Konings en onzen Burgemeester.
Even als Vrijdag waren de haven en vele schepen met vlaggen voorzien en eene menigte menschen op de been, om den Prins te zien wiens minzaamheid steeds zulk eenen aangenamen indruk achterlaat.
Later in 1869 richtten Prins Hendrik met anderen, waaronder de Zeilvereeniging Oostergoo de “Nederlandsche Vereeniging voor Zeewezen en Scheepvaart” op. Niet vreemd dat Jhr.mr. F.J.J. van Eijsinga (op dat moment mede oprichter en voorzitter van Zeilvereeniging Oostergoo) samen met Prins Hendrik en anderen hiervan het bestuur vormden. Heel snel kreeg deze vereeniging het predicaat Koninklijk.
De “Koninklijke Nederlandsche Vereeniging voor Zeewezen en Scheepvaart” heeft niet heel lang bestaan. In de statuten is opgenomen dat de vereeniging opgericht is voor een periode van negen en twintig jaren, aan te vangen met den dag waarop het Koninklijkbesluit harer erkenning als rechtspersoon in werking treedt (20 april 1869). Daarna eindigde haar bestaan. Ze had een eigen vlag. Met goudopdruk is deze te vinden in het genoemde statutenboekje.

Vlag van de Koninklijke Nederlandsche Vereeniging voor Zeewezen en Scheepvaart (archief Oostergoo). Of de kleur van het diagonale kruis bij het ontwerp Oranje of Rood was is niet terug te lezen.
De Zeilvereeniging Oostergoo, een maatschappelijk betrokken zeilvereniging. In chronologische volgorde de onderwerpen waar onze vereeniging haar stem heeft laten gelden:
- 1848 tot 1922 een studiefonds voor opleidingen in de Zeevaart;
- 1868 tot 1897 mede oprichter van Nederlandsche Vereeniging voor Zeewezen en Scheepvaart;
- 1889 bezwaarschrift aan Tweede Kamer in verband met dempen Pikmeer en Wijde Ee;
- 1915 mede-vormgever Congres voor de Watersport dat in 1923 resulteerde in het VNWV ( Verbonden Nederlandsche Watersport Vereenigingen);
- 1923 mede oprichter NNWB (Noord Nederlands Watersport Verbond);
- 1928 wedstrijd beurtschepen herintroduceren (later in 1929 voortgezet door de Skûtsje Kommisje Grou);
- 1953 organisator van de eerste reünie voor Friese Ronde jachten;
- 1953-1954 mede organisator en aanbieder van de boeier Friso aan de Provincie Fryslân;
- 1955 mede oprichter van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten;
- 1988 aanbieder van het beeldje op de kade voor Hotel Oostergoo aan de (toenmalige) gemeente Boarnsterhim;
- 2005 1e Oostergoo-penning, uitgereikt aan de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten.
Hoofdstuk 2 Oostergoo, uit het Archief (voor 1973)

Enkele gevonden notities
In mei 2022 nam ik deel aan een vergadering. Twee deelnemers waren oudere Oostergoo leden die hun sporen in de samenleving al lang verdiend hebben. Toen ik vertelde dit jubileumboek te gaan schrijven en hun vroeg naar anekdotes, werd het stil, begonnen hun ogen te glimmen, kwam er een lach op hun gezicht. Hun antwoord bleef uit. Nou ja, zoals te verwachten kwam er wel degelijk een antwoord. Over de formulering moest even worden nagedacht.
Er kwam een wedervraag: “Bedoel je, de anekdotes waarbij een lid zich zo vergrepen had aan de alcoholische geneugten dat hij tijdens het eten met zijn hoofd in een bord soep viel?” Nou, ik kan u vertellen dat ik geen enkel verhaal ben tegen gekomen waarbij dit het geval was.
Wanneer je in historische kranten naar zeilwedstrijden van Oostergoo zoekt, dan vind je beperkt redactionele artikelen en vooraankondigingen. Over de Algemene Ledenvergaderingen vind je niets. Uit het archief van Oostergoo blijkt dat de Algemene Ledenvergadering en de zeilwedstrijden twee verschillende zaken waren. Op de jaarvergadering werd vaak besloten wanneer en waar er later in het seizoen zeilwedstrijden georganiseerd werden. De burgemeester moest hiervoor toestemming geven. De zeilwedstrijden daarentegen waren vaak publiekstrekkers, dorpsfeesten, waarbij zelfs tribunes voor de toeschouwers werden gebouwd. Inmiddels al jaren lang liggen de data van activiteiten ruim van te voren vast opdat iedereen deze in zijn agenda kan zetten.

In dit jubileumboek worden stukken uit het Oostergoo-archief ruim aangehaald of geciteerd. Zoveel mogelijk in chronologische volgorde, een aantal zaken die mij in het archief opvielen. Er is zolang het archief bestaat weinig uit gepubliceerd. Vooral uit de hoek van de traditioneel Friese schepen werden er in het verleden vaak vragen gesteld of er in het archief scheepsnamen, namen van eigenaren en wedstrijdverslagen, deelnemerslijsten, foto’s te vinden zouden zijn. Ik moet u teleurstellen, deze informatie vind je hierin nauwelijks. Tegelijkertijd kan ik al deze vragenstellers blij maken: er is een wedstrijdverslagenboek dat begint in 1848 en doorloopt tot ver in de 20e eeuw. Het is ter gelegenheid van dit jubileum gedigitaliseerd. Bedenk wel dat dit voornamelijk verslagen zijn. Het geeft een goed overzicht door de jaren heen. Pas vanaf de tweede helft van de 20e eeuw zijn er deelnemerslijsten bewaard. Het betreft dan vooral wedstrijden die gevaren zijn in de Nederlandse open wedstrijdboten, eenheidsklassen die na 1928 ontstonden. Voor vorsers die zich ooit, ergens in de toekomst, in die wedstrijden willen verdiepen: alle wedstrijdverslagen van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo zijn in het archief bewaard.
Voor het 125-jarig jubileum heeft Herman van Slooten het archief wel geopend en het op zijn eigen wijze beschreven. Hij heeft zijn zoektocht vormgegeven in het zeer lezenswaardige boek “Koninklijke Zeilvereniging “Oostergoo” 1848-1973”. Een boekwerk dat bij veel Oostergoo leden in huis, of aan boord, onder handbereik ligt.
Herman van Slooten 30 jaar secretaris van de vereeniging en publiceerde veel over Friesland en individuele ronde jachten. Bij herhaling vindt u in die gevallen een verwijzing naar het archief van de Zeilvereeniging Oostergoo.
De boekhouding, het secretariaats-gedeelte, de oprichting van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten, de overdracht van de boeier 'Friso', alles is chronologisch gearchiveerd. Maar om nu te zeggen dat zoeken op een persoons- of scheepsnaam makkelijk gaat? Het antwoord is: “Nee”!
Jubileumjaren
In 1873 werd het 25-jarig jubileum gevierd, het 50-jarig jubileum in 1898, het 60-jarig jubileum in 1908, het 75-jarig jubileum in 1923, het 100-jarig jubileum in 1948, het 110-jarig jubileum in 1958, het 125-jarig jubileum in 1973, het 150-jarig jubileum in 1998 en nu het 175-jarig jubileum in 2023. Wist u dat er pas in 1973 een jubileumboek werd geschreven?
Eén anekdote die de heer Van Slooten in zijn jubileumboek uit 1973 heeft vastgelegd mag niet ongeciteerd blijven:
“dat Buisman bij het diner ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan, toen bij hoge uitzondering de dames aanwezig waren, zeide: ‘dit bevalt ons zo goed, ik stel voor de dames bij het volgende 100-jarig feest weer uit te nodigen’!”
Het 200-jarig jubileum moet over vijfentwintig jaar, in 2048, gevierd worden. Het bestuur dan zal ongetwijfeld gevolg geven aan het voorstel dat voorzitter Buisman bij het honderdjarig bestaan deed. Maar ook bij tussenliggende jubilea werden telkens de partners uitgenodigd. De besturen hielden zich niet aan Roelof Buisman zijn dictie.
Bij de zeilwedstrijden en zeilfeesten werden de heren leden vaak slechts toegang verleend wanneer zij één of soms zelfs twee dames meenamen. Voor de planning en organisatie moesten dan van te voren dameskaarten worden gereserveerd.
In het archief vielen mij de volgende zaken in chronologische volgorde op:

1849
Deze kent U. Het is het insigne dat we allen dragen tijdens de ledenvergadering. Wie er de bedenker van is weten we niet. Het staat als klad getekend op de achterzijde van een brief uit 1849 (archief Oostergoo). Er lijkt op geen enkele manier een verband te zijn tussen de tekening en de brief. Nergens vond ik een verwijzing naar het moment dat het geïntroduceerd werd. Wel vond ik een notitie: “Juli 1850, 20 Ankertjes à .90 Hfl 18,00”.
1894 Een brief
Wartena 2 juli 1894
Weledele heer!
Door den penningmeester der IJs – en Zeilvereniging “Wartena” is ons de uitnodiging overgebracht om bij het feest van Oostergoo de 11 Aug as. muziek te willen maken. Dat verzoek beschouwen we als zeer vereerend voor ons, maar vergun me, U op iets te wijzen. Misschien is het overbodig,, omdat het wel door het bestuur van Oostergoo zal zijn bedacht, maar toch moet het volgende mij van het hart: De wedstrijden , uitgeschreven door Oostergoo, werden tot heden opgeluisterd door muziek van de staf en daarmede mag wat wij leveren, niet worden vergeleken. Wij allen, 14 in getal, zijn slechts dilletanten, leerlingen in de kunst, die pas eene schrede op hare baan hebben gezet.
Is dit door U bedachten wordt het niet als een bezwaar gerekend, dan geven we met groot genoegen aan uwe vleiende uitnodiging gehoor en willen op 11 Aug onze beste krachten inspannen.
En wat de voorwaarden betreft, och, die zouden we gaarne aan uwe vereeniging overlaten. Wij weten er volstrekt niets van, waarmee zulke uitvoeringen gewoonlijk worden betaald en zouden dus wel een dwaas voorstel kunnen doen.
Ook hierin zijn we leerlingen. Ondertussen geloof ik wel, dat we niet veeleischend zijn.
Mag ik u beleefd verzoeken ons zoo mogelijk binnenkort, uw antwoord te doen geworden?
Met de meeste hoogachting Uw Dw. Dr. E. Zwart
Directeur van het fanfarecorps “Concordia” te Wartena
Van de heer N.M. Lebret aan secretaris Buisman naar aanleiding van het 75-jarig jubileum
9 juni 1923
Zeer Geachte heer Buisman, Wij hadden de vorige week niet verder gelegenheid af te spreken over Uw idee om met de Hoû-Moed te zeilen, ik heb er nog eens over nagedacht en ben tot de conclusie gekomen, dat ik toch maar blijven zal bij mijn plan om de Hoû-Moed niet meer te laten wedstrijden, ik heb er geen aardigheid meer aan, in hoofdzaak omdat het zoo weinig amateurswerk is geworden, één amateur met een stuk of vier, soms meer, beroepsschippers! En dan brengt mijn leeftijd ook mee, dat ik de inspanning van een wedstrijd begin te voelen, dat is niet meer dan een bijkomende omstandigheid, maar het is een niet te loochenen feit, waarbij ik mij moet neerleggen.
Ik hoop de andere Heeren te zien zeilen met alle energie en met volle zeilen en krachten, maar ik zal de Hoû-Moed maar aan den wal laten.
De kwitantie heb ik in dank ontvangen.
Met beleefde groeten blijf ik gaarne vriendschappelijk en Hoogachtend, N.M. Lebret
Naar aanleiding van het 75-jarig jubileum in 1923 schreef de heer W. Jongejan de volgende brief aan secretaris Buisman
20 juni 1923
Geachte heer Buisman, Uw schrijven van 16 dezer kwam eerst gisteravond in mijn bezit. Ik haast mij het dadelijk te beantwoorden. Tot mijn spijt kan ik de wedstrijden van Oostergoo niet bijwonen. Ik heb mij juist verloofd met mej. E. Kuiper van Harpen. 30 juni houden wij ontvangstdag en 1 juli moet ik met de Hoop acht naar de wedstrijden van Laga.
Naar aanleiding van mijn engagement bied ik de Rana te koop met volledige inventaris. Alles prima in orde zonder enig gebrek. Twee masten, twee gieken, zes fokken, twee grootzeilen en alles naar verhouding. Uiterste prijs F.3000,-- Levering direct. Misschien weet gij een liefhebber. Er zou met Uwe wedstrijden reeds mede te zeilen zijn.
Met vriendelijke groeten, W. Jongejan
In de jubileummap 1923, de Zeilvereeniging werd Koninklijk, vind je meerdere brieven en kaarten met felicitaties
Wat opvalt is dat veel zeilverenigingen hun felicitaties vergezeld doen gaan met het aanbieden van een prijs te verzeilen in een wedstrijdklasse. Alle nader in te vullen. Heel bijzonder is een handgeschreven map met veel, alle? inwonende Grouster gezinnen die de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo feliciteren. Er staan zo’n 600 namen op de lijst. Bijna alle zijn namen van mannelijke inwoners die blijkbaar hun gezinnen vertegenwoordigen. In enkele gevallen wordt de weduwe genoemd, gevolgd door een mannennaam. Volledig met de hand geschreven, heel leesbaar en ogenschijnlijk foutloos.
Hieronder een tweetal afbeeldingen die er een indruk van geven.

Als blijk fen Heechachting en Waerdearing biede hjirnei folgjende Grousters en Ald-Grousters oan de Keningklike Forieninge “Oostergoo by it bitinken fen hjar 75 jierrich bistean in oantinken oan tagelik ut tankbrens, dat sa faek de moaije Syldersfeesten to Grou hald en binne.” 1848 – 1923. (archief Oostergoo)
1930 Naar aanleiding van een briefkaart in het archief die wat vragen opriep:

Op dit schilderij zijn centraal drie schepen uit de 7.10m klasse te zien met torentuig, zeilend in de ingang van de Tynje komend vanaf het Pikmeer. Deze torentuigen pasten in de sfeer van het experimenteren dat bij deze klasse veelvuldig gebeurde. Het experiment met de torentuigen duurde kort en kreeg geen vervolg. Heel spoedig werden deze tuigen weer vervangen door gaffeltuigen. Indrukwekkend was het wel en zoals blijkt was het inspirerend voor de schilder.
Dit schilderij kwam ik op het spoor door een toevalligheid. In het Oostergoo-archief kwam ik een briefkaart tegen, geschreven door de heer Everts uit Wildervank. Hij vroeg informatie over deelname aan de wedstrijden in 1930. Hij wilde deelnemen. In welke klasse bleef onduidelijk. De briefkaart viel me op omdat de afzender woonde tegenover het adres waarop mijn echtgenote haar ouderlijk huis stond. Bij de Evertsbrug. Een nog grotere toevalligheid was dat ik Olav Everts bij ons in het dorp tegen kwam. Ik kende hem niet, maar iemand die hem vergezelde kende ik wel. We werden aan elkaar voorgesteld en het gesprek kwam op de briefkaart. De afzender bleek de vader van Olav Everts te zijn geweest. Ik moest maar even langs komen, Olav Everts had nog een schilderij ……. misschien herkende ik iets. Oostergoo, Grou.
Dat Olav Everts in Nederland was, was net zo bijzonder. Hij woont in Adelaide, Australië en is op het moment dat ik dit schrijf ongeveer tachtig jaar oud en maar heel beperkt in Nederland. Het schilderij hangt hij altijd in zijn vakantiehuis op wanneer hij daar is. Bij afwezigheid wordt het weer opgeborgen. Hij heeft het uit de nalatenschap van zijn vader die het waarschijnlijk in 1930 heeft gekocht toen hij deelnam aan de wedstrijden van Oostergoo.
In het wedstrijdverslagenboek wordt als datum voor deze wedstrijden zondag 6 juli 1930 gegeven. …. Schitterend weer, goede inschrijvingen, een mooie zeilbries,”Oostergoo’s ” dag moest onder die omstandigheden goed zijn. Zeer velen woonden dan ook de wedstrijden bij ....
1931 notulenboek 1895 - 1964: …….Rondvraag levert niets op, dus wordt spoedig gesloten. Na sluiting wordt door de leden gaarne gebruik gemaakt van de uitnodiging van de penningmeester om dien middag met het oog op het vocht buiten door te brengen aan boord van de Greta met ijskast , waar de middag verder sportief werd doorgebracht …….
1943 notulenboek 1895-1964: …… De traditie werd op alle manieren hoog gehouden, wat kennelijk de leden uit het hart gegrepen was…… (lees: het Wilhelmus is tijdens de oorlog steeds gezongen).
1948 notulenboek 1895-1964, 100e Jaarvergadering 5 juni: ….. De voorzitter herdenkt in een kort woord het 100-jarig bestaan, speciaal het feit, dat ook gedurende de bezetting het Wilhelmus steeds op onze jaarvergadering heeft weerklonken …….
1950 Brief, 25 augustus:
Beste Roelof,
Ik meen goed te doen er even op attent te maken, dat wij op het ogenblik bij “Oostergoo” een tekort hebben van Hfl. 64,65. Bij gelegenheid moeten wij er toch maar eens over praten, of daar niet wat aan gedaan moet worden.
HB Halbertsma
(met potlood: Volgend jaar afdoen)
1951 Brief, 10 mei:
Beste meneer Halbertsma,
De Jaarvergadering van Oostergoo begint weer te naderen. In overleg met de heer Buisman is deze vastgesteld op 2 juni aanstaande. Ik zal de convocatie klaarmaken. U bent dit jaar aan de beurt van aftreden, maar ik veronderstel, dat U dit zware werk wel zult willen continueren! …….
1952 Brief, 6 juni
Den WelEd. Zeergel. Heer Dr. O. Schreuder, Leeuwarden
Edele Heer,
Het Bestuur van de Koninklijke Zeilveereniging Oostergoo betreurt het zeer, dat U op het moment, waarop dit pakje U wordt overhandigd, niet aanwezig kunt zijn in de jaarvergadering van onze vereeniging.
Ons is namelijk medegedeeld, dat U 25 jaar lang U bereid hebt verklaard als nummer twee op de voordracht voor lid van het Bestuur te fungeren. Wij willen dit moment niet onopgemerkt laten voorbijgaan. Voor dit bewijs van medeleven met onze vereeniging zeggen wij U hartelijk dank. Het is voor ons een vreugde, dat zoveel leden de sfeer van “Oostergoo” goed begrijpen.
Als herinnering aan deze dag doen wij U hierbij een kistje sigaren toekomen, terwijl wij U verzoeken het volgende jaar, wanneer U bij het jaarlijksche diner aanwezig kunt zijn, één van de eereplaatsen aan de hoofdtafel in te nemen.
Met de meeste Hoogachting, Namens de Kon.Zeilver. Oostergoo
Antwoordbrief 8 juni:
Aan de Kon. Zeilver. “Oostergoo” te Leeuwarden en Grouw.
Mijne Heeren,
Zéér getroffen door Uw bewijs van erkentelijkheid in den vorm van een kist sigaren met begeleidend schrijven, kom ik U daarvoor bij dezen mijn oprechten dank betuigen.
Zelden heb ik echter voor een zòò geringe prestatie, die mij bovendien, gezien de groote sympathie, die ik voor Oostergoo koester, steeds een genoegen is geweest, een dergelijke uitbundige blijk van erkentelijkheid ontvangen, hoewel ik wat dat betreft in mijn medische loopbaan wel eenige ervaring heb.
In de hoop, dat, ondanks mijn gedwongen afwezigheid, Uw jaarlijksche ledenvergadering met openingstocht gezellig als steeds mag zijn verloopen en het jongste lid het er goed zal hebben afgebracht, met mijn beste wenschen voor de groei en bloei van Oostergoo,
Hoogachtend, O. Schreuder
1954 Brief: Er is een tekort van 200 gulden over het jaar 1953. De te verwachten inkomsten zullen positief zijn, maar de verwachting is dat dit positieve saldo ongeveer 20 gulden zal zijn. Hierbij is nog geen rekening gehouden met een jaarlijkse bijdrage van een gewaardeerd lid die jaarlijks 850 gulden doneert. Summa Summarum zullen wij er in het vervolg wel komen.
1955 Ledenvergadering 4 juni 1955: De penningmeester deelt mede dat er een tiental nieuwe leden is toegetreden, een bewijs voor de levenskracht van onze vereeniging , al zou de penningmeester wel wensen dat het ledental verdubbeld werd om daardoor niet in de financiële zorgen te geraken. De voorzitter merkte echter snedig op, dat het aantal niet maar de kwaliteit der leden wel bepalend is voor de vereeniging, iets waar de vergadering het volkomen mee eens is.
En de volgende:
In een brief: Ik kan er in meegaan om deze mijnheer op zijn verjaardag een telegram te sturen, maar het gaat nogal ver, dunkt mij. Hij heeft voor deze 70 jaar ook evenveel tijd nodig gehad als een ander.
1958 Ledenvergadering 7 juni 1958: Er ligt een voorstel om de contributie te verhogen van 5 naar 10 gulden er wordt gekozen voor een compromis van 7,50 gulden.
1961 Het lid Tuininga heeft zich afgemeld voor de ledenvergadering in verband met ziekte
Helaas, helaas,
De griep is me de baas
Griep wil niet verdwijnen
Dus ik kan niet verschijnen
In Oostergoo vereend,
Door met jullie te varen
Door Pikmeer baren
Ik zal de prijs missen moeten
Hartelijke zeilersgroeten
Van een grieperig man
Jullie Jan
1970 overlevering
Oostergoo heeft geen bijdrage geleverd bij het tot stand komen van de Marrekrite die dateert van 1957. Destijds een initiatief van provincie en gemeenten tegen - kortweg - oeverbeschadiging. In de jaren '70 is voor het eerst door de Marrekrite een Himmeldei (schoonmaakdag) georganiseerd. In Grou werden de leden van de diverse watersport- en zeilverenigingen geacht mee te helpen om rommel van de oevers te verwijderen. Oostergooleden deden echter niet mee. Het verhaal gaat dat door toenmalig bestuurslid Herman van Slooten tegen de organisatoren is uitgeroepen: 'U denkt toch niet dat ik onze leden langs de oevers kan sturen?'. 'Haal na afloop maar een borrel op onze kosten in het Theehuis'. Dat laatste is gebeurd. En hoe! Naar verluidt heeft de penningmeester van Oostergoo nog jaren de financiële wonden moeten likken van die uit de hand gelopen borrel.
1972 Jaarverslagenboek 1965 – 1991
....... De jaarvergadering was gesteld op de traditionele eerste zaterdag in juni. Aan de vooravond daarvan begaf ons mede-lid Jan Posthuma met zijn vrouw zich op weg van Wartena naar Grouw in zijn Doerak. In het kanaal dicht bij de Kruiswaters werd hij helaas overvaren door een leeg vrachtschip komend uit de richting van Fonejacht, waardoor de Doerak zonk en Jan helaas geen kans meer zag onder het dichte tentzeil vandaan te komen en daarbij verdronk. Zijn vrouw werd door een wonder door het gebroken voorruit naar buiten gezogen en gered.
Ons mede-lid Wim Rademaker bij wiens zomerverblijf dit ongeval plaats vond, was spoedig ter plaatse doch kon weinig verrichten. Provinciale Waterstaat en de Waterpolitie hebben de “Lina-Martijn” later gelicht. Te vergeefs wachtte uw secretaris die avond op de komst van zijn vriend en zijn ongerustheid werd omgezet in een droeve zekerheid, toen Pieter Halbertsma hem het verpletterende nieuws bracht. Direct vond er overleg tussen de bestuursleden plaats, waarbij men unaniem van mening was, dat de feestelijkheden van de volgende dag dienden te worden geannuleerd. Het is de eerste keer in de geschiedenis van onze vereeniging, dat een lid op een dergelijke droeve wijze zijn dood vindt. Het was dan ook geen opgewekte jaarvergadering …..
Hoofdstuk 3
19ᵉ eeuw Z.K.H. Prins Hendrik en Oostergoo

Een groot deel van het archief van de Zeilvereeniging Oostergoo ademt de 19e eeuw. Verslagenboeken die beginnen in 1848 en die vervolgens gewoon jaar op jaar volgeschreven werden tot het laatste blad ergens in de twintigste eeuw om vervolgens in een nieuw boek te worden voortgezet. Kwitanties zijn aanvankelijk met de hand geschreven. Later in de tijd zie je voorzichtig drukwerk verschijnen.
19ᵉ eeuw
In dit hoofdstuk waarin Prins Hendrik de Zeevaarder een belangrijke rol speelt past het om iets meer over de 19e eeuw te schrijven. Een bewogen eeuw, met daarin de industriële revolutie, maar evenzeer economische recessies, crises en oorlogen. De slavernij moest nog worden afgeschaft, dat gebeurde pas in 1873.
Vanzelfsprekend herken je de landkaart van Nederland uit 1800 als Nederland. Iedereen weet dat de wegen en waterwegen anders liepen en waren dan tegenwoordig. Hoe die liepen zijn we vaak vergeten. De infrastructuur en het transport van toen paste bij die eeuw. We weten dat Nederland bestuurlijk anders in elkaar stak dan nu het geval is, maar ook dat paste in de tijd.
Gaf de “Grietman” van Tietjerksteradeel in 1849 nog toestemming voor de zeilwedstrijd, in 1853 werd de “Grietman” burgemeester genoemd.
Bij het napluizen van het Oostergoo-archief heb ik geprobeerd een en ander in het perspectief van de 19e eeuw te zetten. Alleen te schrijven over “de” Zeilvereeniging vond ik te beperkt. Aan de oprichters van onze vereeniging besteed ik weinig aandacht. In dit hoofdstuk ga ik kort in op Prins Hendrik, die hiervoor al een aantal keren genoemd is. Daarnaast heb ik een beknopte beschrijving over Jhr.mr. F.J.J. van Eysinga, medeoprichter van de Zeilvereeniging Oostergoo geschreven.
Heel in het kort. De 19e eeuw begon met de Franse tijd. Nederland stond onder Frans gezag. De Burgerlijke Stand ontstond, Nederland werd opgemeten, goede topografische kaarten van Nederland werden gemaakt, het metrische stelsel werd ingevoerd, het Kadaster kreeg vorm, een moderne grondwet werd ingevoerd. Er kwam vrijheid van meningsuiting, vrijheid van vergadering enz….. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was opgehouden te bestaan en werd het Koninkrijk Holland. Toen in 1815 Napoleon Bonaparte zijn zelfverklaarde keizerrijk ten onder ging bij de Slag bij Waterloo, keerden de erfopvolgers van de stadhouders terug naar Nederland. Koning Willem de Eerste trad aan. Bij terugkeer in Nederland schijnt hij gesproken te hebben: "Ons gemeene Vaderland is gered: De oude tyden zullen weldra herleeven." Woorden die haaks staan op de ingeslagen weg van de Fransen en van zijn zoon, de latere Koning Willem II.
Toen zijn zoon Willem de Tweede (1792-1849) in 1840 Koning werd, kreeg deze in zijn regeerperiode te maken met revolutie. Revolutie weliswaar in de omringende landen, maar toch. Koningen werden afgezet en er was gemor in Nederland. Hij vreesde voor zijn troon. Hij was het die naar eigen zeggen vertelde: “In één nacht van conservatief verworden te zijn tot liberaal”. Hij vroeg Thorbecke de grondwet te herschrijven. Hoewel het recht van vereniging en vergadering voor alle Nederlanders gold, dus ook voor vrouwen, kwam er pas werkelijk meer gelijkheid na 1919 toen het vrouwenkiesrecht werd ingevoerd (de wet van Marchant). Het is zoals het is, Oostergoo met haar oprichting in april 1848 is ouder dan de Grondwet van Thorbecke die pas in november 1848 aangenomen werd en stamt van voor de wet op vereniging uit 1855.
De derde zoon van Willem II, Willem Frederik Hendrik, werd geboren in 1820. Deze werd later Prins Hendrik de Zeevaarder genoemd, Prins der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau.

Prins Hendrik de Zeevaarder (13 juni 1820 - 13 januari 1879)
In 1848, het jaar van oprichting van de Zeilvereeniging Oostergoo, was Prins Hendrik achtentwintig jaar oud. Op dat moment was hij al 18 jaar betrokken bij maritiem Nederland. Als 10-jarige was hij op de Adelborsten-opleiding van de Koninklijke Marine geplaatst, als 13-jarige maakte hij zijn eerste zeereis, als 20-jarige was hij in 1840 Kapitein ter Zee.
(rechts) Prins Hendrik gefotografeerd in 1865 in Marine-uniform Luitenant-Admiraal (herkomst Koninklijke Verzamelingen, Den Haag objectnummer FO-0000436)
Prins Hendrik was 26 jaar oud toen hij in 1846 de Koninklijke Nederlandsche Yachtclub oprichtte. In dit zelfde jaar wordt van hem verteld dat hij in een storm een eskader de haven van La Valetta (Malta) binnen wist te loodsen. Hij was toen eskadercommandant. Op 1 januari 1848 werd Prins Hendrik Schout bij Nacht. Het varen, leiding geven en organiseren moet voor hem wel een aangeboren talent geweest zijn.
Met de Prins werd frequent contact onderhouden. Voor iedere activiteit werd hij schriftelijk benaderd. Hij werd op de hoogte gehouden van de activiteiten van onze zeilvereeniging. Brieven die hij altijd schriftelijk beantwoordde. In geval van condoleances werden de brieven persoonlijker en uitgebreider.
Hij was eveneens de stuwende kracht achter de oprichting van de Koninklijke Vereniging voor Zeewezen en Scheepvaart in 1869. Hij stimuleerde het oprichten van zeilverenigingen waarbij het achterliggende doel was de belangstelling voor Zeewezen en Scheepvaart te stimuleren en op te stuwen in de vaart der volkeren. Ten dienste van dit gedachtengoed werden zeilwedstrijden georganiseerd.
De Zeilvereeniging Oostergoo (1848) en dicht bij huis de Zeilvereeniging Workum (1851), hadden bij hun oprichting als eerste doelstelling het sociale doel om opleidingen voor de zeevaart te faciliteren …… het bevorderen, aanmoedigen en ondersteunen van al wat van nut kan zijn voor de scheepvaart en het zeewezen en hetgeen daarmee in betrekking staat…..(Oostergoo) ….. jonge lieden voor de zeedienst op te kweeken ……(Workum).
Prins Hendrik, bracht het uiteindelijk tot admiraal van de Koninklijke Marine, al kreeg hij deze bevordering pas op zijn sterfbed, een dag voor zijn overlijden. Toen hij in 1879 stierf was hij 59 jaar oud. Maar, wanneer je tegenover Prins Hendrik, Jhr. mr. F.J.J. van Eysinga, de medeoprichter van Zeilvereeniging Oostergoo zet, de heren kenden elkaar, dan krijg je een iets ander maar soortgelijk verhaal. Beiden streefden elk op hun manier een zelfde doel na: Nederland op een hoger plan brengen. Tijdgenoten en blijkbaar geestverwanten. Twee heren op sleutelposities in de samenleving van de 19e eeuw. De Prins nam op zijn 26e levensjaar het initiatief om de Koninklijke Nederlandse Yachtclub op te richten, Frans van Eysinga was 29 toen hij zich sterk maakte om de Zeilvereeniging Oostergoo op te richten.
Jhr. mr. F.J.J. van Eysinga (31 december 1818 - 16 april 1901)
Frans van Eysinga was in 1848 medeoprichter, van 1848 - 1860 commissaris, van 1867 - 1875, voorzitter, werd in 1875 erelid en in 1888 Beschermheer van de Zeilvereeniging Oostergoo. Vijf kwaliteiten die gecombineerd alleen aan hem toegedicht kunnen worden. Een biografie van een heel andere orde is te vinden in het tijdschrift “De Vrije Fries, deel 34, ”Parlementaire Herinneringen- en Memoriaal” geschreven door Prof. Jhr. mr. W.J.M. van Eysinga. Hij was de kleinzoon van F.J.J. Hij had toegang tot de dagboeken die Jhr. mr. F.J.J. van Eysinga heeft bijgehouden.
In zijn werk was de infrastructuur in Nederland, Noord-Nederland in het bijzonder, één van zijn stokpaardjes. Het reizen van Leeuwarden naar Den Haag, en omgekeerd, kostte in de 19e eeuw veel tijd, soms erg veel tijd, misschien was dit een drijfveer voor hem. In het artikel in de Vrije Fries wordt het overbruggen van de afstand tussen Den Haag en Leeuwarden beschreven.
Het artikel in de Vrije Fries
…… Zaturdag 29 december 1860, per eerste trein naar Utrecht, daarna verder tot Arnhem, koud en veel sneeuw – de brug te Zutphen gedeeltelijk onbruikbaar dus per pont – in herberg over de brug – s’Nachts 2 ure te Zwolle – den volgende dag aldaar gewacht tot 4 ure voor dat de dilligence vertrok, in 5 uren tot Meppel – fataal weder – om 9 uur van Meppel – bij Walinga s’nachts ten 4 ure de diligence nog door de sneeuw gewerkt- bij Schooter brug was dit echter onmogelijk, als toen anderhalf uur ongeveer daar gestaan voordat er beweging kwam, alstoen de polderdijk gewandeld naar Schoot - vandaar heeft Hepkema getracht mij met den proponent Gunning te brengen naar het Heerenveen alwaar wij evenwel loopende zijn gearriveerd - aldaar mijn verjaardag gevierd, goed gehad, ter kerke geweest enz. - den volgenden dag was er evenmin gelegenheid noch voor rijtuigen noch zelfs voor voetgangers en met den harden sneeuwstorm was er geene reden om beterschap in dezen te verwachten - vandaar dat ik een paar flinke kerels zag te bekomen - en met dezen ving ik des voormiddags tien ure de reis naar Leeuwarden aan, mij niet stoorende aan alhetgeen men daartegen inbragt. Tot Akkrum konden wij nog hier en daar gebruik maken van de schaatsen, vanaf daar alles te voet regt uit en aan - de straatweg was onbruikbaar en op sommige plaatsen tot de hoogte van een huis dichtgesneeuwd. s’Ávonds voor vijf ure kwam ik frisch en wel thuis, en vond het gezelschap nog aan tafel……..
In 1865 kon er tot Zwolle met de trein gereisd worden en vanaf 1868 was Leeuwarden met de trein bereikbaar.
Pas in 1885 toen er via Stavoren-Enkhuizen gereisd kon worden werd de reistijd Leeuwarden-Den Haag wezenlijk korter.
Frans van Eysinga was bij de oprichting van de Zeilvereeniging Oostergoo lid van de Provinciale Staten van Friesland. Een CV die hem niet snel daarna een reeks bestuurlijke functies in ’s Gravenhage bezorgde. Een paar van de functies die hij bekleedde waren Eerste Kamerlid, voorzitter van de Eerste Kamer en Minister van Staat. In meerdere publicaties wordt uitgebreid ingegaan op zijn maatschappelijke carrière in bestuurlijk en justitieel ’s Gravenhage en Leeuwarden. De Zeilvereeniging Oostergoo wordt daarin nauwelijks genoemd.
Jhr. mr. F(rans).J.J. Van Eysinga is gefotografeerd aan zijn bureau in Het Eysingahuis te Leeuwarden. Boven het bureau het bekende schilderij met links de boeier Stavo en rechts de boeier Stânfries, zeilend voor het Logement Oostergoo in Grou. Het schilderij, een pastel, staat afgebeeld in het jubileumboek van 1973. Op deze foto is het te zien op de plek waar het langere tijd gehangen heeft.
Het promotieonderzoek van Prof. dr. Yme Kuiper begint met een lange biografie over Jhr. mr. F.J.J. van Eysinga en is met deze foto vastgelegd in het boek “Adel in Friesland 1780-1880”.
Het archief van onze zeilvereeniging laat een heel ander beeld van Jhr. mr. F.J.J.van Eysinga zien. Er zijn brieven van zijn hand, hij was betrokken en aanwezig bij wedstrijden met zijn boeier Stavo. In 1865 voer Prins Hendrik als gast op Oude Schouw met de Stavo mee. Hij nam zelfs nog het roer. In 1892 waren Koningin-moeder Emma en Prinses Wilhelmina op het Sneekermeer te gast aan boord van de Stavo tijdens de Koninginnenwedstrijden georganiseerd door de Zeilvereeniging Oostergoo en Zeilvereniging Sneek.

Hoofdstuk 4
1855 Kweekscholen voor Zeevaart in Groningen en Leiden en Oostergoo

Kweekschool voor Zeevaart te Leiden 1855 - 1914
Kweekschool voor Zeevaart te Groningen 1858-1870* (*naar R. Kagie)

Vanaf de oprichting van Zeilvereeniging Oostergoo bestond er een netwerk waarbinnen Prins Hendrik (de Zeevaarder) een prominente en verbindende rol speelde. Vanuit zijn maatschappelijke positie probeerde hij anderen enthousiast te krijgen om maritiem Nederland in de breedste zin van het woord op een hoger plan te brengen. Vanaf het eerste moment van het bestaan van onze zeilvereeniging waren er leden (Contribuerenden tot het Fonds ter opleiding van Jongelieden voor de Zeevaart te Leiden en Groningen) die een extra bijdrage inlegden voor opleidingen in de zeevaart. Deze bijdrage was vrijwillig en varieerde per lid.
Jonge mannen tussen 13½- en 16-jarige leeftijd konden een beroep doen op Zeilvereeniging Oostergoo om een opleiding aan de Kweekschool voor Zeevaart mede te financieren. In het Oostergoo-archief kom je tot 1922 bij herhaling verzoeken en verslaglegging tegen. Soms op persoonlijke titel, soms met begeleidende brieven en bewijzen van goed gedrag afgegeven door burgemeesters of anderen die een maatschappelijk aansprekende functie hebben. Om in aanmerking te komen voor deze vorm van financiering werd er onderzoek gedaan naar de gezondheid en geestelijke vermogens van de kandidaten. De verslagen zijn vaak heel persoonlijk.
Op een inlegvel van de Marine staan voorwaarden voor in dienstneming. Het begint met: Jongen: leeftijd van 13½ tot 16 jaar; lezen en een weinig schrijven en rekenen; proeftijd eene maand waarna de gelegenheid wordt gegeven zich definitief te verbinden voor elf jaren, welke tijd ingaat met het 16e levensjaar, (hiervan 8 jaar actief en 3 jaar in reserve dienen.) Opleiding aan de Kweekschool voor Zeevaart te Leiden. Alle ingeschrevenen komen uit Friesland. De kandidaten volgden hun opleidingen in Groningen of Leiden. Op veel plekken in het Oostergoo-archief zijn verwijzingen naar de Kweekscholen voor Zeevaart zowel in Leiden als in Groningen. De eerste plek waar je de Kweekscholen tegenkomt zijn de contributielijsten van de leden van onze vereeniging. Hierin valt te lezen dat jaarlijks een wisselend aantal leden een extra bijdrage betaalde voor het studiefonds voor Zeevaart. Dit is overeenkomstig artikel 1 in het Reglement voor Zeilvereeniging Oostergoo, dat luidt: “Het doel der Zeilvereeniging Oostergoo is het bevorderen, aanmoedigen en ondersteunen van al wat van nut kan zijn voor de scheepvaart en het zeewezen en hetgeen daarmede in betrekking staat”. Gevolgd door Artikel 2, 2e deel: “is de Vereeniging als Subcommissie der Kweekschool voor zeevaart te Leiden werkzaam, en verleent zij als zoodanig aan daarvoor geschikte jongelingen ondersteuning, teneinde voor de zeevaart te worden opgeleid”. In 1865 had Zeilvereeniging Oostergoo 112 leden, 20 hiervan betaalden een bijdrage voor de Subcommissie Oostergoo, het fonds ter opleiding van jongelieden voor de Zeevaart. De vrijwillige bijdragen varieerden van één tot tien gulden boven op de contributie van vijf gulden.
Bij de inkomende post zijn er brieven van de Kweekschool voor Zeevaart uit Leiden. Veel voorzien van een soort reliëfstempel waaruit de herkomst van de brief blijkt. Er zijn brieven waarin burgemeesters, commissarissen van politie of predikanten aan de Directie van Oostergoo verzoeken te bemiddelen in het toe laten van leerlingen (kwekelingen) en in verband daarmee een financiële bijdrage te leveren. Er zijn brieven waaruit blijkt dat mensen aangenomen of afgewezen worden. Er is een uitgebreid register met “Aanvragen tot opname in de Kweekschool voor Zeevaart te Leiden”. De eerste inschrijving hierin is van 24 juni 1879. Het betreft Sjoerd Westra uit Dokkum. De laatste inschrijving, nr. 462, is van 31 mei 1918 en is van Feike Bijlsma uit Tjerkwerd. Beiden werden goedgekeurd. Kennelijk is dit register niet sluitend bijgehouden. In de notulen van de jaarvergadering van 1922 wordt voor het laatst melding gemaakt van een kandidaat die goedgekeurd werd voor de Kweekschool voor Zeevaart in Leiden. Het Register is van veel latere datum dan de oprichting van de vereeniging. In het Oostergoo archief bevindt zich een map met ingekomen brieven die geschreven zijn tussen 1848 en 1861. In 1857 wordt een verzoek voor de dan 16-jarige Pieter van Belkum van Ameland ontvangen. Hij ontvangt vijftig gulden en bedankt hier persoonlijk voor. Nadat in 1858 een brief wordt ontvangen van de Kweekschool voor Zeevaart van Groningen te Dokkum (dit laatste klopt), wordt deze archiefmap verder grotendeels gevuld met correspondentie van de Kweekscholen voor Zeevaart uit Groningen en Leiden. Soms is er sprake van uitwisseling van een kwekeling uit Groningen naar Leiden of omgekeerd. In één beschreven geval krijgt een kwekeling uit Leiden een functie aangeboden in Delfzijl op een koopvaardij schip. Andere leerlingen krijgen veelal een functie bij de Koninklijke Marine.
Lang niet iedereen die zich aanmeldde werd aangenomen. Een greep uit de redenen waarom niet: te klein, gebrek aan linker oog, kleurenblind, zakbreuk, bijziendheid, liesbreuk, scheve heup, testis bevonden zich nog in het lieskanaal, terug gezonden wegens onwil, bleek 16 jaar en 3 maanden, gebrek kennis lezen en schrijven, heeft doctors briefje onder zich gehouden, werd alhier geplaatst om ambacht te leren.
Wanneer de persoon in kwestie wel aangenomen werd, geeft het register vaak “goedgekeurd” aan. Soms met vermelding van de vergoeding die er, blijkbaar standaard, gegeven werd: spaarbank Hfl. 18.80, reisgeld, zeelaarzen en administratiekosten.
In het register liggen een paar losse brieven en briefkaarten: van één ervan geef ik hierna een transcriptie. Het geeft aan in welke sfeer één en ander zich afspeelde:
Lippenhuizen, 24 Januari ‘18.
Aan de Weledele Heer Mr. J.A. Lucardie Leeuwarden.
Weldele heer!
Een stiefzoontje van mij is van plan zich te begeven naar de Kweekschool voor Zeevaart te Leiden. Nu zou ik van UEd. in uwe kwaliteit als lid der subcommissie voor bedoelde school gaarne vernemen of hij te Leeuwarden voorlopig geneeskundig kan worden onderzocht, en of bij dat onderzoek ook eerst de nodige bescheiden moeten worden overlegd, en op welk uur ongeveer wij te Leeuwarden moeten zijn.
Achtend J.Duiven
De persoon in kwestie was Otte Bijker met inschrijfnummer 461 uit het register. Hij werd goedgekeurd. Dit speelde in 1918. Het onderwijsregime toen lijkt al op de gang van zaken zoals we die nu nog steeds kennen. Hoe anders was dit voor 1879. Een brief van de school uit Leiden uit december van datzelfde jaar begint als volgt: ……… Mijne Heren! Het is ons een waar genoegen U te kunnen mededelen dat de nieuwe bepalingen betreffende de rechtspleging bij de Zeemacht in werking zijn getreden en van dit ogenblik af de lijfstraffen gelukkig tot de geschiedenis zullen behooren ………
Zeilvereeniging Oostergoo onderhield middels een subcommissie banden met de Kweekscholen voor Zeevaart. Een stukje geschiedenis van deze school, en de betrokkenheid van Oostergoo ermee, wil ik hierna uit de doeken doen. Hiervoor grijp ik terug op het boek “De Jantjes van Leiden” geschreven door Rudie Kagie in 2017. Het boek staat vermeld in de bronnenlijst.
Op de avond van 26 juni 1855 organiseerde ds. Abraham Rutgers van der Loeff een bijeenkomst in zijn werkkamer aan de Oude Singel te Leiden. Naast hem waren Marie Adrien Kluit (Maatschappij van Weldadigheid) en Frederik Sandifort (diaken bij de Waalse gemeente) aanwezig. De laatste twee hadden een verleden bij Koninklijke Marine en waren elk afgezwaaid als Eerste Luitenant ter Zee. Alle drie leefden in Leiden en zagen problemen in de toenmalige Leidse achterstandswijken. Van de twee lagere scholen in Leiden, moest er een sluiten vanwege een gebrek aan leerlingen. Ds. Rutgers van der Loeff meende een oplossing te zien wanneer er in Leiden een soort basis opleiding zou komen voor de zeevaart. Hoe het idee ook gekwalificeerd wordt, maatschappelijk, charitatief of anders.
Dit maakte deel uit van een 19e eeuwse stroming om kanslozen een betere positie te verschaffen. Hetzelfde zag je bij de Maatschappij van Weldadigheid in Frederiksoord, maar ook Prins Hendrik de Zeevaarder probeerde op zijn manier de samenleving positief te stimuleren. Dat zijn vader, Willem II, Thorbecke de opdracht gaf de huidige Grondwet te schrijven past in dit kader.
De Koopvaardij had geen belangstelling voor een dergelijke school in Leiden. De Koninklijke Marine wel. De school bestond tussen december 1855 en 1913. Pas in 1973 nam de Koninklijke Marine definitief afscheid van deze locatie in Leiden. Van een opleidingscentrum ten dienste van de Koninklijke Marine werd het een opleidingscentrum van de Marine. De opleiding werd tot 1922 financieel ondersteund door subcommissies in Nederland die voor financiële bijdragen zorgden.

Naast het Notulenboek bevindt zich in het Oostergoo-archief een map met jaarverslagen van de Kweekscholen in Leiden en Groningen. Dat de Kweekschool in Groningen slechts kort bestaan heeft blijkt al uit de kop van dit hoofdstuk. De oorsprong van de Kweekschool in Groningen is een andere dan die van Leiden. In 1854 bestond al een opleiding geïnitieerd door het Zeemanscollege de Groninger Eendracht, het bijbehorende reglement ligt in het archief evenals een ongebruikt “monsterboekje”. De jaarverslagen beschrijven de periode 1858 – 1865. In de Groninger Archieven is over de Groninger kweekschool nauwelijks iets terug te vinden. Wel ligt daar het zogenaamde Minerva-archief. Hierin zijn vijf archiefnummers die een verwijzing vormen. En, er bestaat een stereofoto waar de omgeving van de Kweekschool voor Zeevaart te Groningen gemaakt is. De Zeevaartschool, HTS (eerder MTS) en de kunstacademie Minerva in Groningen vonden jarenlang plek onder één dak. Dit zal de reden zijn dat archiefdelen van de Kweekschool voor Zeevaart in dit archief terecht gekomen zijn. Wat het einde van de Kweekschool in Groningen veroorzaakt heeft is onduidelijk. Erg waarschijnlijk is dat deze opleiding is opgegaan in wat later de Zeevaartschool is gaan heten. Deze had duidelijk een burgerlijke toon en geen militaire.
De Groninger verslagen vermelden dat de subcommissies uit Groningen en Friesland samenwerkten. De Algemene Vereniging tegen Pauperisme, Old Burger Weeshuis (Leeuwarden), St. Anthony Gasthuis (Leeuwarden), Vereniging Plaatselijk Nut Hoogezand, Vereniging Zeemanshoop Winschoten en Het Nut van ’t Algemeen zijn namen die bij herhaling genoemd worden. Zeilvereeniging Oostergoo is in deze opsomming een andere. Ze bundelden hun krachten.
Dat de Kweekscholen voor Zeevaart door het bestuur van Zeilvereeniging Oostergoo serieus genomen werden, blijkt overduidelijk uit het archief. Er wordt op 20 mei 1859 een circulaire onder de leden rondgestuurd compleet met een kwitantie, waarop aangegeven kan worden hoeveel een individueel lid wil doneren.

Over de periode 1 maart 1859 tot ultimo Februari 1860, wordt een gedrukt financieel verslag gemaakt dat rondgestuurd is onder de leden.
Verslag van de Directie de Zeilvereeniging OOSTERGOO in hare qualiteit als Sub-Commissie der Kweekscholen voor Zeevaart te Groningen en te Leyden, over het dienstjaar loopende van af 1 Maart 1859 tot ultimo Februarij 1860.
De ontvangst over gemeld jaar bedraagt: Vrijwillge giften van Leden en Donateurs
| De ontvangst over gemeld jaar bedraagt: Vrijwillge giften van Leden en Donateurs | Hfl 207,50 | |
| Restitutie voor uitrusting enz. van jongelieden, niet geheel ten laste van het Fonds komende | Hfl 33,50 | |
| ----------- | ||
| Totaal | Hfl 241,-- | |
| De Uitgaaf bedraagt: | ||
| Aan de Kweekschool te Leyden voor verplegingskosten enz. | Hfl 220,65 | |
| Aan de Kweekschool te Groningen, als boven | Hfl 124,50 | |
| Restitutie voor uitrusting enz. van jongelieden, niet geheel ten laste van het Fonds komende | ||
| ----------- | ||
| Totaal | Hfl 345,35 | |
| Zodat uit de Kas der Zeilvereeniging moet worden gesuppleerd | Hfl 104,35 |
Aan de Kweekschool te Groningen zijn dit jaar twee jongelingen geplaatst, namelijk: Frederik Pieter de Vries van Dronrijp en Jan Gerrits van der Ferf van Kollum. Beide zijn echter later afgekeurd, doch aan de ijverige bemoeijingen van het Bestuur is het mogen gelukken hun eene zeer geschikte plaatsing ter koopvaardij te bezorgen, zoodat aan deze jongelingen, van wier goed gedrag men de beste verwachtingen koestert, in de gevolgen een ruim bestaan is verschaft.Naar Leyden werden in den loop des jaars de navolgende jongelieden ter opleiding bezorgd: S.G. Popma van Beetsterzwaag, H.J. de Vries van Dragten, H. Vlieger van Hindeloopen, D. de Vries van Hindeloopen en J.Y. Blom van Hindeloopen.
Van deze kweekelingen zijn reeds vier in ’s Rijks zeedienst geplaatst, terwijl de vijfde J.Y. Blom, wegens een gebek aan het regteroog, afgekeurd en naar zijne woonplaats is terug gezonden.
De berigten omtrent het gedrag en den ijver der geplaatste jongelingen waren steeds zeer gunstig en er bestaat dus alle hoop dat ook hun een duurzaam bestaan is verzekerd.
Al deze knapen behooren tot den behoeftigen stand en zijn grootendeels kweekelingen van Diaconien of weeshuizen, wier toekomst donker en zeer wisselvallig was. Neemt men nu in aanmerking dat met geringe middelen aan hen een eerlijk en eervol bestaan is gewaarborgd, dan mag men gerust het eerste jaar der vestiging van deze Sub-Commissie tot de gunstig geslaagden rekenen, en daarom zal ook zeker het dringend verzoek der Sub-Commissie om Haar door nieuwe bijdragen in staat te stellen haren werkkring uit te breiden, niet vruchteloos zijn.
Met dat verzoek voorstaand kort overzicht sluitende, is het ons eene aangename taak hulde te betuigen aan de Commissien van Oppertoezicht over de Kweekscholen te Groningen en Leijden, voor de bereidwilligheid en hulpvaardigheid steeds aan onze Sub-Commissie betoond en de liefderijke verpleging aan onze kweekelingen te beurt gevallen.
Het Bestuur der Zeilvereening Oostergoo,
G.D. Simon, President. Jonkh.Mr. F.J.J. van Eijsinga en H.L. Baron van Heemstra, Commissarissen.D.H. Andreæ, Penningmeester.,H.J. Westenberg, Secretaris.
Nb. De Zeilvereeniging Oostergoo stond hierin niet alleen. In het Oostergoo-archief bevinden zich de statuten en een jaarverslag van 1849 van het Matrozen-Instituut van de Nederlandsche Zeil- en Roei-Vereeniging. Hieruit valt een soortgelijke maatschappelijke betrokkenheid te lezen.

Hoofdstuk 5
1900 Oostergo het gewest, het logement en Oostergoo


Geografie, het gewest
Bovenstaande kaart geeft een goede indruk van Friesland in de beginjaren van het bestaan van de Zeilvereeniging Oostergoo. Friesland valt dan, in de tweede helft van de 19e eeuw, in drie gebiedsdelen te splitsen: Oostergo, Westergo en de Zevenwouden. Van een juridische status die deze gebieden ooit hadden was toen al geen sprake meer. In de 21e eeuw ziet deze kaart er volstrekt anders uit. Er hebben gemeentelijke herindelingen plaatsgevonden. De gemeente Idaarderadeel waarin Grou een dorp was bestaat niet meer en valt nu onder de gemeente Leeuwarden. Oostergo als geografische aanduiding voor Noordoost-Friesland is een gegeven van een eerdere datum. Het stamt uit de Middeleeuwen.
Toen in 1848 de Zeilvereeniging Oostergoo, met twee OO’s aan het eind, werd opgericht, woonden de oprichters in het noordoostelijke deel van Friesland, Oostergo (met één O), zoals op de kaart te zien is. In algemene zin leefden en woonden zij in Leeuwarden en bezaten buitenhuizen in het gebied Oostergo. Zij voelden blijkbaar een zo sterke emotionele band met hun leefomgeving, dat zij de zeilveereniging vernoemden naar het gebied waar hun wortels lagen. Het was de eerste en daarmee nog altijd de oudste zeilvereeniging in Friesland. In 1848 werd de Zeilvereeniging Oostergoo een feit.
Hiervoor noemde ik dat er gemeentes opgeheven zijn, maar er zijn in geografische zin meer verschillen. Verschillen die we uit het oog verloren zijn. Wanneer we nu met de boot door Friesland varen hebben we te maken met één waterpeil. Niet gehinderd door sluizen kun je nu bijna heel Friesland door varen. Vroeger was Friesland opgedeeld in meerdere boezempeilen. Waterpeilen die in extreme situaties nog altijd weer ingesteld kunnen worden. Dat de sluizen in het Prinses Margrietkanaal bij Terherne, de kering bij de Heerenzijl, de sluis bij Goïngarijp en de sluis bij Broek nog altijd bestaan is niet zonder reden. Ze kunnen zo weer gesloten worden, er kan zo weer geschut worden. De sluis bij Earnewâld is verdwenen. De waterkeringen bij de Modderige Bol liggen nog altijd gebruiksklaar. Het Prinses Margrietkanaal is pas in de vijftiger jaren van de twintigste eeuw over de volle lengte in gebruik genomen. De hoofdvaarroute van Groningen naar Lemmer liep bij Grou via De Meer, langs hotel Oostergoo , langs Halbertsma’s fabrieken naar Jirnsum om vervolgens via Oude Schouw te lopen. De naam van het vaarwater bij Jirnsum, het Rak van Ongemak, zegt veel.
Bedenk vervolgens dat bij bruggen en sluizen geld voor de bediening en als tol betaald moest worden, dan zal duidelijk zijn dat Friesland anders bevaarbaar was dan tegenwoordig. In het Oostergoo-archief zit de nodige correspondentie waaruit blijkt dat het deelnemen aan een zeilwedstrijd bij Grou niet vanzelfsprekend was. Er werd schriftelijk bij gemeentes en provincie gevraagd om extra openingen van bruggen en sluizen. Zij op hun beurt werkten dan meestal mee. Al werd er ook wel eens anders besloten. Dat dit dan weer reacties van de bestuurders van Oostergoo opleverde zal duidelijk zijn. Naar mijn indruk werd er uiteindelijk altijd positief op hun verzoek gereageerd.
Het wedstrijdverslagenboek, dat vanaf 1848 bijgehouden werd, laat maar heel weinig deelnemers zien die buiten Oostergo hun domicilie hadden.
Daar waar het wedstrijden van Oostergoo betrof, worden bij herhaling de sluis Irnsumerzijl, de sluis Nesserzijl, de Scharsterbrug, de beide bruggen te Nes bij Akkrum en de sluis bij Terhorne als obstakel genoemd. Om deelnemers voor wedstrijden van andere meren aan te trekken, moesten deze kunstwerken extra bediend worden. Zeilers uit Sneek, Akkrum en Langweer konden dan in Grou meezeilen.
Als voorbeeld en bewijs citeer ik de volgende briefkaart van de voorzitter van de Sneeker Zeil Club aan zijn collega voorzitter van Oostergoo:
Sneek 26 juni 1924
Den Heer R. Buisman Leeuwarden
Mijnheer,
Namens het bestuur der SZC zou ik Ued. Willen verzoeken of U bij de Commissaris der Koningin ook gedaan kunt krijgen, dat op Zondag 6 Juli de ketting* voor de Terhornster sluizen iets vroeger verwijderd mag worden. Gaarne om 10 uur daar de schepen die aan de wedstrijd willen meedoen en onze sleepboot anders onmogelijk voor de aanvang van de wedstrijd in Grouw aanwezig kunnen zijn. Gaarne antwoord van Ued terug,
Hoogachtend, Ueddnd, H. van der Zee voorzitter SZC
(* met de ketting werd het vaarwater voor tolheffing afgesloten)
De vaartocht van Sneek naar Grou was er één met hindernissen. Maar evenzeer gold dit in omgekeerde zin wanneer men ergens anders in de provincie vanuit Grou (of feitelijk Leeuwarden) aan een wedstrijd wilde deelnemen. Er was relatief weinig deelname “over ver” bij wedstrijden.
Slechts in één geval heb ik terug gevonden dat een zeiler uit Grou naar Workum ging zeilen. De afstand was te groot, en de te varen route te complex. Wanneer er ook nog eens sleepgeld betaald moest worden, dan was het deelnemen aan een wedstrijd zover van huis kostbaar. Palinghandelaar Visser uit Gaastmeer is de enige waarvan ik een bevestiging van deelname in Grou terug gevonden heb. Hij had blijkbaar de mogelijkheid zich qua tijd met een boeier van Westergo naar Oostergo te verplaatsen.
Ergens vond ik een advertentie waarin een sleepdienst aangeboden werd van Heeg naar het Sneekermeer. De route liep via IJlst, Sneek en Houkesloot naar het Sneekermeer. De loop van de vaarroutes en hoofdvaarwegen in Friesland was een andere dan tegenwoordig.
Grou met de wateren er om heen vormden een gebied op zich. Pas toen de spoorlijn Heerenveen-Leeuwarden in 1868 in gebruik genomen werd, werd Grou beter toegankelijk, bereikbaarder. Werd Grou uiteindelijk het Grou dat we nu kennen. De twee zeilverenigingen die Grou als uitvalbasis hadden, Oostergoo en Frisia, hebben in de negentiende eeuw een belangrijke bijdrage geleverd met hun zeilwedstrijden om Grou op de kaart te zetten. Het waren volksfeesten.
De etablissementen De Drie Gekroonde Baarzen, Oude Schouw en Oostergoo waren niet zomaar locaties in het landschap. Ze stonden vooral op economisch gunstige plekken.
Hieronder een transcriptie van een brief, die vooral de maatschappelijke betrokkenheid van toen nog de Zeilvereeniging Oostergoo laat zien. Het geeft een beeld van hoe de politiek manoeuvreerde in 1889. Een eindoordeel en de interpretatie ervan laat ik aan U.
Aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Geeft met den verschuldigden eerbied te kennen: Het Bestuur der Zeilvereeniging Oostergoo: dat het vernomen heeft, dat bij contract door de Regeering het Pikmeer en de Ee nabij het dorp Grouw in Friesland, met uitzondering van eenige vaargeulen, aan de Naamloze Vennootschap “de Leeuwarder Waterleiding-Maatschappij”, gevestigd te Leeuwarden, zijn verkocht behoudens bekrachtiging bij de wet; dat de Zeilvereeniging Oostergoo,opgericht in het jaar 1848, zich ten doel stelt het bevorderen, aanmoedigen en ondersteunen van al wat van nut kan zijn voor de scheepvaart;
dat adressant van oordeel is, dat de overdracht van bovengenoemde meren (de Pikmeer en de Ee) schade zal berokkenen aan handel, scheepvaart en visscherij, daar immers, wanneer de koopster overgaat de meren- behalve de vaargeulen- af te sluiten, de nu bij uitstek zoo geschikte vaarwaters bij tegenwind veel moeijelijker te bevaren zijn dan thans het geval is en de visschers hun bedrijf niet zullen kunnen uitoefenen;
dat alzoo door die overdracht aan scheepvaart en visscherij in het algemeen afbreuk wordt gedaan en dientengevolge finantiële schade wordt berokkend;
dat de vereeniging Oostergoo telkenjare in Juli of Augustus op bovengenoemde meren zeilwedstrijden geeft, welke wedstrijden altijd door zeer veel toeschouwers van heinde en ver met belangstelling worden gevolgd, omdat in Friesland de zeilwedstrijd is een waar volksfeest;
dat de vereeniging Oostergoo bij afsluiting van bovengenoemde meren niet in de gelegenheid zal zijn verder de volksfeesten te geven, omdat deze meren de eenige zijn waar van uit Leeuwarden -de zetel der vereeniging- dergelijke feesten kunnen worden georganiseerd;
dat requestrant zich overigens in hoofdzaak refereert aan het adres en de daarin opgenomen motieven door enige ingezetenen van Grouw aan Uwe Kamer ingediend;
dat requestrant ten slotte nog moet opmerken, dat tegenover alle genoemde bezwaren geen belangen door de overdracht der meren worden behartigd, daar immers zonder die overdracht voor de belangen der Leeuwarder Waterleiding-Maatschappij evengoed kan worden gewaakt;
dat bovendien zeer zeker door die overdracht een monopolie wordt gevestigd, wat naar adressant’s meening voor de algemeene gang van zaken en ontwikkeling niet anders dan nadeelig kan werken.
Reden waarom het Bestuur de Zeilvereeniging Oostergoo zich wendt tot Uwe Kamer, met het eerbiedig verzoek, dat het Haar moge behagen het aanhangig wetsontwerp betrekkelijk de ratificatie van bovenbedoeld contract als strijdig met het algemeen belang te verwerpen.
Quo facto etc.!
Leeuwarden, 9 Augustus 1889.
Namens het Bestuur voornoemd,
C. van Eijsinga, Voorzitter C.A. Römer, Secretaris
Wanneer u mocht denken dat dit het enige bezwaarschrift van Oostergoo tegen een overheidsbesluit is geweest, dan hebt u het mis. Onze vereeniging heeft veel vaker bezwaar aangetekend tegen ontwikkelingen die in Friesland de waterrecreatie “in het vaarwater” zaten. De bouw van een energie centrale in het Bergumermeer, een stad in het Tjeukemeer, maar ook de aanleg van eilanden in het Heegermeer waren in 1986 en 1969 reden om bezwaar tegen aan te tekenen. De eilanden zijn er gekomen. De elektriciteitscentrale evenzeer, maar wel op een andere plek dan eerder gepland. Het stadsplan is bij een plan gebleven.
Hotel Oostergoo
Hotel Oostergoo hoort een plek te hebben in dit jubileumboek. Dit hotel en de Zeilvereeniging Oostergoo zijn sinds 1900 bijna onlosmakelijk met elkaar verbonden. Jaarlijks komen de leden voor de Algemene Ledenvergadering in het hotel bijeen en de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo heeft er haar bestuurskamer. Het heet “Hotel Oostergoo”. De oudste vermelding met de naam “Oostergoo” ervan vond ik in 1872. Sjoerd van Stralen neemt na het overlijden van zijn vader Joost van Stralen het etablissement over en noemt het “Logement Oostergoo”. Het huidige “Hotel Oostergoo”. Daarvoor werd het “Logement Water- en Veldzicht” genoemd (advertentie LC. 1859)



Twee kwitanties uit het Oostergoo-archief.
Boven van Logement Oostergoo uit 1874. Sjoerd van Stralen Jz. had naast zijn inkomsten als uitbater van het logement inkomsten als “Verwer”,.
Rechts een kwitantie van Hotel Oostergoo uit 1914. Onder het wapen staat de mededeling Benzine-depôt A.N.W.B. In het hoofdstuk over de 7.10m is deze benzine pomp op een foto te zien.
Iedereen die in Grou komt kent de locatie van Hotel Oostergoo en weet hoe het aan het water gesitueerd is. Door de jaren heen is hotel Oostergoo steeds groter geworden.
Wanneer je op de steiger voor het hotel staat, dan is het meest rechtse deel het oudste. Wanneer je in dat gedeelte naar binnen stapt, zie je dat de oude, lage zolderbalken en de oude open haard nog aanwezig zijn. Dit stamt uit 1858. Langzamerhand, door de jaren heen, breidde het hotel zich uit richting de Waachshaven. In 1852 was dit echt een haven(tje), tegenwoordig is het, gezien vanaf de steiger, de straat links van het hotel. Eerder stonden tussen het oorspronkelijke “logement” en de Waachshaven nog een paar huizen.
Het moet wel haast zo zijn dat Sjoerd van Stralen de naam “Oostergoo” met dubbel “oo” heeft overgenomen van de Zeilvereeniging Oostergoo. Ergens anders ben ik deze spellingswijze nergens tegengekomen. Vanaf 1869, met uitzondering van 1870 toen er geen wedstrijd gezeild werd, was Grou de plek waar de Zeilvereeniging Oostergoo haar wedstrijden hield. Hoe de relatie tussen de zeilvereeniging en de familie van Stralen ooit begonnen is zullen we vast niet meer gewaar worden. Dat het etablissement wel heel gunstig lag om met een boot af te meren is duidelijk. Verder blijkt uit het archief van de Zeilvereeniging Oostergoo dat men zich door de jaren heen voor de zeilwedstrijden op kon geven bij de verschillende uitbaters van het logement. Deze bewaarde op zijn beurt ook nog eens de vlaggen van de vereeniging en zorgde voor het uitzetten van de wedstrijdbanen.
De huizen die ooit naast het logement Oostergoo gestaan hebben, en later opgeslokt werden door het hotel Oostergoo, speelden in de geschiedenis van onze vereeniging een rol. Een beperkte rol, maar toch vermeldenswaard. In een ervan zag Roelof Buisman (1874) het levenslicht en in het huis ernaast werd Hidde.B. Halbertsma (1888) geboren. Twee voorzitters van Oostergoo. Over de geboorteplek van Roelof Buisman schrijft Bouke Lageveen in zijn boekje over de geschiedenis van hotel Oostergoo. In de notulen van de vereeniging wordt na een verbouwing gememoreerd dat voorzitter Halbertsma op de plek van de bestuurskamer geboren was, al lijkt deze opmerking met enige dichterlijke vrijheid te zijn opgeschreven.
Dat het geboortehuis van Roelof Buisman wordt genoemd heeft een reden. Over zijn vader en anderen is door K.J. Vrijling een prachtige anekdote opgetekend. Ik neem de vrijheid het hier over te nemen
K.J.Vrijling, “Dit was Idaarderadeel” (1983):
Feike Dokter kocht in 1885 de herberg Het Logement van Anne van Stralen; diens vader Jan van Stralen had het in 1858 op de Boarnsterhoek (zo heette destijds dat stukje kade) laten bouwen. Het is heel wel mogelijk dat Dokter reeds voor 1885 pachter was van Het logement. Maar helemaal zeker is dat niet. Hij kan er ook kelner geweest zijn, bv. ’s avonds en zondags. Dokter was schoenmaker en zijn schoenmakerij stond naast Het Logement, op de plaats waar nu de open haard van Hotel Oostergoo is. Hij kan dus het ene met het andere gecombineerd hebben. Hoe het ook zij, Feike Dokter schijnt niet van plan te zijn geweest de herberg te kopen, want daarvoor had hij als schoenmaker geen geld. Dat het toch gebeurde had, volgens het verhaal dat daarover de ronde deed, de volgende oorzaak.
In het logement kwam elke zaterdagavond de sociëteit “De Hoek” bijeen, een gezelschap van notabelen, waar ook Buisman, de vader van de befaamde Leeuwarder boterkoopman Roelof Buisman, toe behoorde. Er werd gekaart, gebiljart, gegeten en geborreld, het waren gezellige avonden die de heren van “de Soos” in Het logement doorbrachten.
Het is hoogstwaarschijnlijk dat zij door Feike Dokter werden bediend en dat hij het zeer tot hun tevredenheid deed. Toen nl. Anne van Stralen van Het Logement af wilde, zeiden de sociëteitsleden tegen Dokter dat hij het moest kopen. Maar Dokter zei dat hij dat niet kon omdat hij er geen geld voor had.
Dat is helemaal geen bezwaar, was het antwoord, dan kopen wij het wel voor je en jij betaalt ons de koopsom af door ons elke zaterdagavond gratis slokjes te schenken en eten te geven. Je schrijft al onze verteringen maar netjes op en als wij daarmee aan het bedrag toe zijn dat we voor Het Logement hebben betaald, dan moet je maar “Ho” roepen. We gaan dan weer betalen voor wat we eten en drinken.
Feike Dokter heeft het voorstel aangenomen en de heren van de sociëteit De Hoek hebben vele zaterdagavonden gratis kunnen borrelen en eten. Maar er kwam een avond waarop de boekhouding van Dokter uitwees dat hij zijn schuld vereffend had. Op een gegeven moment klonk dan ook zijn waarschuwend woord door de gelagkamer: “Heren, dit is het laatste gratis rondje, wij staan gelijk, het volgende moet U zelf weer betalen”.
Eén van de sociëteitsleden, een zuinig man, riep toen spijtig: “Dat vind ik wel heel gauw; jij moet verdomde goed geschreven!”. Mar Feike Dokter kaatste terug: “Dat heb ik ook, maar dat komt omdat jij zo verrekte veel gratis hebt gezopen!”.
Dokter was eigenaar geworden van Het Logement; hij heeft het later uitgebreid door er ook zijn schoenmakerij bij te betrekken. De leden van de sociëteit bleef hij zeer dankbaar voor de medewerking die hij had gekregen en voor hun klandizie die hij bleef behouden.
De sociëteit heeft ongeveer tachtig jaar bestaan. Vele leden waren lid van de Zeilvereeniging Oostergoo. Het bestuur van de vereeniging hield er (nog steeds) zijn vergaderingen, vele leden kwamen er eten en zijn roemruchte voorzitter Roelof Buisman, die in 1874 op de Boarnsterhoek was geboren, behoorde met zijn familie tot de eerste logeergasten van Feike Dokter……
Het aantal keren dat Roelof Buisman over de drempel van Hotel Oostergoo is gestapt is ontelbaar. In welke hoedanigheid weten we evenmin. Hij vertegenwoordigde niet alleen zijn bedrijf maar ook een ontelbaar aantal verenigingen en stichtingen. Ongetwijfeld kwam hij er “zelfs” als privé persoon. Een bijzonder bewijs hiervan vond ik in het gastenboek van de familie Braam. Hierin is een gedicht van de hand van Roelof Buisman te vinden:
Jou my it wetter, it sodzige lân
Fier ha’k it leaver as heide en sân
Jou my de fûgels, de ein en de slob
Jou my de skries, de tjirk en de kob
Sjoch se dêr boartsjen op ’t mêd en op ’t wiid
Hark nei har wylde, har sketterjend liet
Jou my de loften, de swietrook fan ’t gea
Neat giet der boppe ús lege gea
Jou elts syn langstme nei eigen lânsdou
Jou my mar de wrâld om it oerâlde Grou
En de vertaling die minder zingt, minder poëtisch is:
Geef mij het water, het moerassige land
Dat heb ik verreweg liever dan heide en zand
Geef mij de vogels, de eend en de slob
Geef mij de grutto, de tureluur en de zeemeeuw
Kijk ze daar spelen op het veld en op de open vlakte
Luister naar hun wilde, hun oorverdovend lied
Geef mij de luchten, de aangename geur van het land
Niets gaat er boven ons lage landschap
Gun iedereen het verlangen naar een eigen landstreek
Geef mij de wereld rondom het oeroude Grou
De geschiedenis van Hotel Oostergoo is uitgebreid beschreven in het boekje “Oostergoo Hotel Restaurant sinds 1858” dat ter gelegenheid van zijn 150-jarig bestaan in 2008 werd uitgegeven door Hotel Restaurant Oostergoo. Bouke Lageveen is er de schrijver van.
De verschillende hoteliers van het Logement Oostergoo en Hotel Oostergoo zijn:
| 1858-1885 | De generaties Van Stralen |
| 1885-1929 | De generaties Dokter |
| 1930-1968 (1979) | De familie Braam |
| 1968-1979 | Dick Slof en Gé Kerkhof |
| 1980-1993 | Hans van der Zee en Tjimmie Pieters |
| 1993-1999 | Tom Scherjon en Greetje Scherjon - Pellen |
| 1999-2023 | Marcel Oost en Annemarie Oost – Rietkerk |
| 2023- | Martine en Willem Karel Hirschfeld (Pim Kriege krijgt de dagelijkse leiding) |
Allen onderhielden een relatie met de Zeilvereeniging Oostergoo.

Op 26 januari 2023 mocht ik Marcel Oost (1969) interviewen. Hij is dan samen met zijn echtgenote Annemarie Oost-Rietkerk (1972) eigenaar van Hotel Oostergoo. Inmiddels al bijna 25 jaar (en dat voor een Larens echtpaar dat niet wist waar Grou lag).
(rechts) Marcel en Annemarie Oost.
Hotel Oostergoo is lid van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo. Tijdens de jaarlijkse ledenvergadering is Marcel Oost dan zoals je van een lid mag verwachten gekleed volgens de dresscode. Slechts één keer heeft hij meegevaren tijdens de vaartocht na afloop van de ledenvergadering. Al die andere keren bleef hij aan de wal om lopende zaken in het hotel te regelen.
Het aantal leden dat op de ledenvergadering aanwezig is, is in de loop der jaren groter geworden. Reden voor Marcel Oost om de maaltijd na de vaartocht anders te organiseren opdat alle aanwezige leden bijna tegelijkertijd hun maaltijd geserveerd te kunnen krijgen. De leden merken niets van deze door de medewerkers van Hotel Oostergoo geleverde prestatie. Wat wel zichtbaar is, is de organisatie van het bakken van de eieren die voorafgaand aan de Algemene Ledenvergadering geserveerd worden.
Hoofdstuk 6
1908 Het Vaandel en Oostergoo

Het oude vaandel stamt uit 1908 en de herkomst valt te lezen in het Wedstrijdverslagenboek. Nu kan ik heel kort zijn en schrijven dat het in 1908 aangeboden is door de bewoners van Grou. Maar dan doe ik iedereen te kort. 1908 was een jubileumjaar met een grote “J”.
Zoals u elders in dit boek kunt lezen stond onze zeilvereeniging er in 1907 niet echt rooskleurig voor. Ongeveer veertig leden, en een jaarvergadering waar slechts één lid verscheen en het bestuur niet voltallig was ……. de zeilwedstrijden dat jaar waren wel een succes. Door toedoen van de secretaris Roelof Buisman werd 1908 een jaar om op terug te kijken.
Om het hele verslag toch enigszins te bekorten geef ik slechts de klassen waar in gevaren werd met het aantal deelnemers. Verdere details hierover moet u maar terug lezen in het Wedstrijdverslagenboek.
Lijst van deelnemende vaartuigen ter gelegenheid van Zeilwedstrijd op Zondag de 12 Juli 1908 ter viering van het 60-jarig bestaan van “Oostergoo”.
1e klasse Beurt- en Vrachtschepen (13 deelnemers), 2e klasse Boeyers (3 deelnemers), 3e klasse Jachten boven 5,75m (4 deelnemers), 4e klasse Jachten van 5.75m en daar beneden (4 deelnemers), 5e klasse Booten 4.80m (4 deelnemers), 6e klasse Middenzwaardjachten (3 deelnemers (1e in deze klasse had 34 minuten voorsprong op de 2e), 7e klasse Schouwen 6.65-1.80 (6 deelnemers), 8e klasse Schouwen 5.50-1.35 (7 deelnemers), 9e klasse Schouwen 5.25-1.46 (4 deelnemers), 10e klasse Schouwen 4.75-1.42 (8 deelnemers).
Op 11 en 12 Juli 1908 hadden de geannonceerde feesten plaats welke ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van “Oostergoo” gevierd werden.
Den 11e Juli waren ongeveer 25-30 gepavoiseerde schepen in de Kruiswaters te Wartena bijeen, toen ter 12 ure op de Directieboot den eerewijn werd aangeboden. De voorzitter heette de aanwezigen welkom en gaf in ’t kort de geschiedenis van Oostergoo weer, den wensch uitsprekend dat de vereeniging nog vele jaren van bloei moge beleven. Vervolgens werd de vereeniging gecomplimenteerd door afgevaardigden van de zusterverenigingen te Sneek, Grouw en Wartena terwijl namens de inwoners van Grouw aan “Oostergoo” een keurig vaandel werd aangeboden.
Om 2 uur had achter de directieboot, waarop de Stafmuziek van het 9e Regiment hare vroolijken tonen liet hooren, en achter een sleepboot de groote gepavoiseerde optocht (of laat ik zeggen zegetocht) naar Leeuwarden plaats.
Honderden verdrongen zich bij onze aankomst langs de grachten en toen de schepen allen aan de Willemskade gemeerd lagen bleek dat gedeelte van den feestdag volkomen geslaagd te zijn.
Ten 6 ure vereenigden de leden en gasten zich aan een maaltijd in het hotel de Doelen, waarbij het aan de noodige speeches niet ontbrak. Telegrammen met hulde betuigen aan H.M. de Koningin, H.M. de Koningin Moeder en Z.K.H. Prins Hendrik, die allen blijken van belangstelling in ons feest hadden gegeven door toezending van prachtige medailles, werden beantwoord met dankbetuigingen en gelukwenschen.
Na afloop van het diner had een concert in den Prinsentuin plaats, aangeboden door het gemeentebestuur van Leeuwarden, terwijl door de zorgen van de afdeling Leeuwarden van de vereeniging tot bevordering van vreemdelingenverkeer, de Tuin à giorno verlicht werd.

Den volgende dag werd de jaarlijksche wedstrijd onder begunstiging van prachtig weder gehouden. Alleen had het iets meer kunnen waaien. Vooral tegen het einde van den wedstrijd was er om goed te kunnen zeilen, te weinig wind. Dat nam niet weg dat het feest volkomen slaagde. Ouden van dagen herinnerden zich niet, ooit zooveel toeschouwers en schepen bij den wedstrijd te hebben gezien. Ten 5 ure had een geanimeerd diner bij Dokter plaats, waar +/- 50 leden met hunne dames en gasten aanzaten en waar zelfs in vreemde talen den lof van Oostergoo werd gezongen. Eene zeer druk bezochte prijsuitdeeling besloot deze twee onvergetelijke dagen en met een aanwinst van +/- 20 nieuwe leden mag Oostergoo haar komend diamanten feest met opgewektheid tegemoet zien.
Het oude vaandel is vervaardigd door enige Grouster dames. Een vaandel met ervaring. Een vaandel met cachet, een vaandel met extra decoraties in de vorm van linten penningen en medailles. In 1923 is boven de naam van de vereeniging alsnog het predikaat “Koninklijke” op het vaandel geborduurd. De stok waaraan het vaandel is opgehangen, is voorzien van twee zilveren knoppen, waarvan de originelen in 1967 per ongeluk aan de vuilnisman werden meegegeven en derhalve verloren zijn gegaan. Zij zijn daarna in een moderne uitvoering vervangen. Bovenop de draagstok van het vaandel prijkt een in zilver uitgevoerd zeilend Fries jacht, dat eveneens in 1967 door een nieuw exemplaar moest worden vervangen. Van de oorspronkelijke kleuren is na ruim honderd jaar gebruik weinig meer over. Vanwege haar kwetsbaarheid heeft de oude een plaats in een vitrine in de bestuurskamer gekregen toen er in 2013 een nieuwe gemaakt is. Ik heb er voor gekozen een foto van het nieuwe vaandel uit 2013 te gebruiken. Gewoon omdat de kleuren sprankelend zijn en zo mooi uitkomen.
Het nieuwe vaandel is gemaakt in opdracht van het bestuur. Met name Commissaris Rienk Wegener Sleeswijk heeft zich daar sterk voor gemaakt. De zilveren boeier (op de foto niet te zien) op de vaandelstok is geschonken door de provincie Friesland op instigatie van de toenmalige Commissaris van de Koning in Friesland John Jorritsma.
Hoe het oude vaandel gedragen werd is prachtig te zien in de documentaire die gemaakt is tijdens het jubileum van 1923 “1923 Heel Grouw op de film, 75 jarig jubileum Oostergoo” een Polygoonfilm die wordt bewaard in het Fries Audio- en Filmarchief.
Op 25 of 26 september 1950, de berichtgeving is er wat onduidelijk over, werd er een defilé afgenomen door H.K.H. Koningin Juliana en Prins Bernhard vanaf een podium voor het Paleis van Justitie in Leeuwarden.
De volgende anekdote hierover is opgeschreven door Herman van Slooten
……. ik kreeg bericht, wij zijn per slot een Leeuwarder sportvereniging, dat H.K.H. Prinses Juliana en Prins Bernhard, onze Beschermheer, naar Leeuwarden zouden komen en dat de gemeente een defilé had georganiseerd van alle sportverenigingen in de stad. Dit defilé zou worden afgenomen vanaf de trappen van het Paleis van Justitie op het Zaailand. Dit verzoek bracht ik naar voren en zei daarbij: “Daar behoeven we zeker niet aan mee te doen”. Dat was goed mis. “Natuurlijk doen we mee! We zijn niet alleen een Koninklijke vereeniging, maar de Prins is onze Beschermheer. Ik zal dat regelen. Zorg jij dat de anderen het weten en op tijd op de oude Veemarkt zijn, compleet met gouden band en lint” was zijn respons. Zo kon men op die merkwaardige vroege morgen de vijf bestuursleden in costuum met insignia wat onwennig zien staan te midden van sportieve jongelui. Wij werden geëscorteerd door onze Bode met ons vaandel. Langzaam zette de stoet zich in beweging en min of meer in en uit de pas liepen wij vijven achter ons vaandel richting Paleis van Justitie. Daar aangekomen liet Buisman het vaandel groeten en wij salueerden. Het was maar een kort moment. Daarna ging de stoet verder langs het Ruiterskwartier voor een mars door de stad. Toen wij bij de Harmonie waren aangekomen, commandeerde de voorzitter: “Uit de flank links” en wij gingen dat gebouw binnen en betraden de directiekamer, waar champagne klaar stond! Toen de glazen gevuld waren, bracht de voorzitter een toast uit op het Koninklijk Huis, daaraan toe voegende: “Wij hebben onze plicht gedaan, wij hebben onze opwachting gemaakt, het volk hoeft ons verder niet te zien”. Zo was Buisman!
(noot: Roelof Buisman was eveneens voorzitter van de Harmonie)
1948: bij een vaandel hoort ook een vaandeldrager.
Beste H,
Onze vaandrig Jan Stellingwerf is in de dienst van onze oude vereeniging versleten. Hoe kan het ook anders bij zoo’n oude club.
We moeten dus een nieuwe hebben. Wil je het eens met Jan bespreken. Wij moeten toch a.s. Zaterdag het vaandel op den bovenzaal van Oostergoo hebben. Wat dunkt je van de oude Vollema? Die zal nog wel 10 jaar mee kunnen. Denk er eens over.
Beste groet, Roelof
Vollema bedankte en daar kon het bestuur het mee doen.
En dan stuurt in 1966 het erelid Dr. Van der Meer de volgende brief aan het bestuur
Zeer gewaardeerde heren bestuurderen,
Onze traditionele “Optocht met muziek en banier door de plaats” op de hardzeildag, is niet meer de feestelijke vertoning van vroeger. Toen liepen de bestuursleden in vol ornaat achter het vaandel en zogen een jolige menigte mee zo dat echt van een optocht gesproken kon worden. Laatste jaren nu er ook ochtend wedstrijden zijn, kijken bestuur en zeilers niet meer om naar de optocht en is ook de belangstelling bij het publiek verdwenen.
Op 4 juli 1965 heb ik mij daarom schaamtevol opgesteld in mijn woning om van achter de raamgordijnen te loeren wat er door de Parkstraat ging. Achter ons vaandel liep de in stramme houding marcherende dorpsidioot en verder enkele slenterende kinderen.
Ik hoop dat u zult willen gaan overwegen om de “optocht met muziek en banier door de plaats” uit ons programma te schrappen.
Grou, maart 1966
Uw erelid W.B. van der Meer
Zover ik na kan gaan heeft het bestuur gevolg gegeven aan deze brief van het erelid, echter in het archief wordt een foto uit 1983 bewaard waarop te zien is dat het vaandel nog gebruikt wordt. De foto is gemaakt tijdens het 135-jarig jubileum. Wie de vaandeldrager is, is niet vastgelegd.

Hoofdstuk 7
De Vlaggen van Oostergoo

Leden van de Koninklijke Zeilveereniging Oostergoo zijn naar mijn indruk trouw in het gebruiken van de verenigingsvlag.
Tijdens mijn zoektocht naar de geschiedenis van onze zeilvereeniging was de verenigingsvlag vaak een punt van herkenning. Ansichten en schilderijen kun je aan de hand van de vlag determineren. Oorspronkelijk een vlag met drie rode en twee witte parallelle gelijke banen.
Nadat de vereeniging in 1923 koninklijk werd, werd een blauw veld met een gouden kroon toegevoegd. In het archief vind je veel facturen van vlaggen die in opdracht gemaakt of gerepareerd werden. In het Fries Scheepvaartmuseum wordt een aantal oude vlaggen van de Zeilvereeniging Oostergoo in bruikleen bewaard.
Vanzelfsprekend is er veel over “de vlag” en “het wapen” te vertellen, de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo heeft beide.
De oprichters van de Zeilvereeniging Oostergoo kozen er niet alleen voor de naam van het gebiedsdeel uit de provincie Friesland waarin zij woonden voor de naam van hun nieuwe zeilvereeniging te gebruiken, maar en passant gebruikten zij ook de drie horizontale rode en twee witte banen uit het wapenschild van het geografische en rechtstatelijke gebied Oostergo ,dat al sinds de middeleeuwen gebruikt werd. Art.3 van het Reglement luidt als volgt: “De vlag der Vereeniging bestaat uit de kleuren van het wapen van Oostergoo”. In het tijdschrift It Heitelân van april 1935 wordt er gemeld dat dit wapen al op een zegel uit 1361 voorkomt.
De oprichters knipoogden in 1848 naar het verleden zowel qua naamgeving als zichtbaarheid. Oostergoo met twee keer dubbel “OO” als onderscheid met het geografische Oostergo dat met één “o” aan het eind geschreven wordt.
Toen de Zeilvereeniging Oostergoo werd opgericht paste ze in het landschap van herenverenigingen, sociëteiten. Niet voor niets werd de kwitantie van de eerste vlag geadresseerd aan “het Zeilgezelschap Oostergoo”.

Mr. Rienk S. Wegener Sleeswijk (1941-2019) ………. Vlag en standaard van Oostergoo
Over het wapen van onze vereeniging , de verenigingsvlag en de vlaggen die gebruikt zijn heeft wijlen ons lid en Commissaris Rienk Wegener Sleeswijk in 1998 een beschouwing geschreven die in het tijdschrift Vexilla Nostra nr.224 in 2000 gepubliceerd is. Het inleidende deel van zijn verhaal laat ik hier om herhalingen te voorkomen achterwege. Het overige deel van de tekst volgt hierna onverkort.
Commissaris Rienk Wegener Sleeswijk schrijft:
Zoals hiervoor al even ter sprake gekomen, is de vlag van de vereeniging sinds 1848 een afgeleide van het wapen, te weten: vijf even hoge banen van rood en wit. Ook de standaard voor verenigingsleden bestond uit dezelfde vijf banen, maar was vroeger van een wat langwerpiger driehoekig model dan thans gebruikelijk.
Bij het Koninklijk besluit waarbij de vereeniging in 1923 het koninklijk predicaat verkreeg, is zoals gebruikelijk geen aanwijzing gegeven over de wapen- en vlagvoering van de vereeniging. Bij het bestuur leefde de veronderstelling dat de vereeniging als koninklijke zeilvereeniging gerechtigd zou zijn in haar vlag en standaard dezelfde tekenen van de nieuwe waardigheid te voeren als de KNZ&RV. In die overtuiging levend, liet het bestuur nieuwe vlaggen maken waarin zulks tot uitdrukking kwam.

Verkeerd ontworpen ledenvlag
Zo werd in 1923 trots de nieuwe vlag gepresenteerd met in de broektop een kanton van blauw, waarin een koningskroon boven een sierlijke schrijfletter W. Precies dus als in de bij Koninklijk besluit van 9 april 1852 aan de KNZ&RV toegekende, maar door die vereniging nooit in gebruik genomen, vlag "in een blauw veld de Koninklijke Kroon in goud en Ons naamcijfer".
(rechts) De verkeerd ontworpen ledenvlag uit 1923. De kroon en "W" mochten niet gecombineerd gebruikt worden. Hierna werd deze vervangen door de huidige vlag. Pas in 1928 kwam er van de Secretarie van de Koningin de melding, dat het gebruik van de “W” in de vlag ongeoorloofd was (archief Oostergoo).
Geenszins had het bestuur van Oostergoo zich echter gerealiseerd dat het gebruik van het koninklijk chiffre bij uitsluiting is voorbehouden aan door de vorst zelf aan te wijzen personen of instanties. Pijnlijk werd zij na enkele jaren daarop geattendeerd nadat het Hof weet kreeg van deze usurpatie. In dit geval was goede raad letterlijk duur, want de vereeniging zag zich genoodzaakt de verkeerd gemaakte vlaggen en standaards terug te nemen en nieuwe, juiste exemplaren te leveren. In de nieuwe correcte uitvoering was in de blauwe kanton alleen de koninklijke kroon geplaatst, uiteraard zonder het koninklijk naamcijfer. Ook in de verenigingsstandaard werd de koninklijke kroon geplaatst, zij het op een blauwe losange.

De huidige verenigingsvlag
Merkwaardigerwijze zag men in 1923 bij het aanpassen van de vanouds gebruikte vlagvoering en herstel van de bovengenoemde fout geen aanleiding de uitvoering van de vlaggen op eenduidige wijze in een bestuursbesluit vast te leggen. Dat heeft ertoe geleid dat de vlaggen van Oostergoo in de loop der decennia niet altijd op uniforme wijze werden vormgegeven, zodat een vrij grote variatie in de uitvoering van de verenigingsvlaggen het gevolg was.
Het jubileum in 1998 vormde ook hier de aanleiding tot uniforme vastlegging, zodat de vlagbeschrijving thans als volgt luidt: Hoogte : lengte = 2 :3; vijf even hoge banen van rood en wit, met in de broektop een blauwe kanton, ter hoogte van twee banen, in de verhouding hoogte : lengte = 2 : 3, waarin een koninklijke kroon, rood gemutst, witte parels en rode, blauwe en groene edelstenen in de hoofdband.
Ook de vormgeving van de verenigingsstandaard werd toen geüniformeerd en wordt als volgt beschreven: Driehoekig, hoogte : lengte = 2 :3; vijf even hoge banen van rood en wit, met op een kwart van de lengte een liggende blauwe ruit, met diagonalen van 1/3 van de hoogte en 1/3 van de lengte, waarin een koninklijke kroon als in de vlag.
De plaats van de Verenigingsvlag
In dit verband zij erop gewezen dat het in Friesland bepaald niet ongebruikelijk was om op jachten de verenigingsvlag van de stok op het roer te laten waaien. Diverse voorbeelden daarvan zijn op foto's in collecties te vinden.
Het hier gegeven voorbeeld toont de prachtige boeier Albatros varend door de Tynje bij Grou, met aan de helmstok de toenmalige eigenaar, Pieter Bokma, bekend van de gelijknamige jenever maar ook als één van de 'boeierheren' van Oostergoo. De foto is gemaakt aan het eind van de dertiger jaren van de 20e eeuw en de Oostergoo-vlag waait van de stok op het roer.

Ook de boeier Friso, het huidige Statenjacht van de provincie Fryslán, destijds eigendom van de Commissaris van de Koningin in Friesland, mr. P.A.V. Baron van Harinxma thoe Slooten, voer menigmaal met de Oostergoovlag van de vlaggenstok. De laatste keer dat de vlag van Oostergoo deze prominente plaats op dit schip mocht innemen, was in 1953. In dat jaar werd op de Zeilroede in de Lemmer de boeier Friso als beoogd Statenjacht van de provincie Fryslán - namens de toenmalige eigenaar de heer J.S. van Mesdag- overgedragen aan de zogeheten Boeiercommissie, die het jacht had gekocht. Met enig ceremonieel werd de clubvlag van de KNZ&RV op de vlaggenstok vervolgens verwisseld voor die van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo, waarna de triomftocht naar Grou kon beginnen.
Door het provinciaal bestuur is na het aanvaarden van de schenking van de Friso als Statenjacht over de vlagvoering op het schip advies gevraagd aan de heer G.A. Cox, destijds directeur van het Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum te Amsterdam. Deze oud-marineofficier heeft vervolgens een advies gegeven dat geen rekening hield met Friese tradities en in de eerste plaats uitging van buitengaatse marine usances.
Op zee was en is uiteraard herkenbaarheid van de nationaliteit een eerste vereiste. En zo kwam een advies tot stand waarin aan de vlaggenstok op het roer van het Statenjacht uitsluitend plaats was voor de nationale driekleur. Dat het Statenjacht alleen op Nederlandse binnenwateren zou varen, is daarbij kennelijk geen punt van overweging geweest.
Voor het door vele Friezen zo gewenste voeren van de Friese vlag aan de vlaggenstok op het roer was in die visie absoluut geen ruimte, laat staan dat van die plaats de verenigingsvlag van Oostergoo zou mogen wapperen. Als concessie was de Friese vlag toegestaan als geusje op de kluiverboom van het Statenjacht, terwijl de verenigingsvlag uitsluitend als standaard in de masttop werd getolereerd. Het provinciaal bestuur heeft dit advies omarmd en als regel doorgevoerd. Het Friese Statenjacht vaart daardoor thans altijd met een kluiverboom, niet om daarop een kluiver-zeil te bevestigen, doch uitsluitend om op het jacht althans enige plek te hebben waarop de Friese provincievlag gevoerd kan worden.

De wimpel en de bestuur standaards
Het 150-jarig bestaan (dertigste lustrum) van Oostergoo in 1998 was mede aanleiding om aan het vlaggenarsenaal van de vereeniging toe te voegen een lange wimpel alsmede standaards voor voorzitter, bestuursleden en ereleden.
De wimpel is een nieuw fenomeen binnen de vereeniging en uitgevoerd naar een ontwerp van schrijver dezes. De beschrijving van de wimpel luidt als volgt: Vijf even-brede banen van rood en wit, met een vierkante blauwe hijs waarin een koninklijke kroon als in de vlag.
Bestuur standaards werden ook reeds in vroeger jaren gevoerd, doch telkens in zeer verschillende vorm en uitvoering.
Achtereenvolgens luiden de beschrijvingen thans:
standaard voorzitter:
Hoogte : lengte = 2 :3, vijf even hoge banen van rood en wit, met op het midden een blauwe liggende ruit, met diagonalen van 1/2 hoogte en 1/2 lengte, waarin een koninklijke kroon als in de vlag;
standaard bestuursleden:
Als standaard voorzitter, doch 'gebroken' met een gele schijf van 3/4 baanhoogte op gelijke afstand van bovenkant, onderkant en broekzij-de op de bovenste en onderste baan op de bovenste en onderste baan;
standaard erelid:
Als standaard voorzitter, doch de vluchtzijde ingesneden over 1/3 lengte en de blauwe ruit op 1/3 lengte.

De keurmeestersvlag
Buiten de gebruikelijke verenigingsvlag en standaard was bij Oostergoo sedert de oprichting nog een bijzondere vlag in gebruik, te weten de zogeheten keurmeestersvlag. Deze vlag is terug te voeren op de periode dat er nog geen eenheidsklassen voor het wedstrijdzeilen bestonden.
Afbeelding rechts: Keurmeestersvlag zeilvereeniging Oostergoo, 19e eeuw, (foto:Freerk Bokma, Fries Scheepvaart museum)
De aan het hardzeilen deelnemende schepen waren aanvankelijk allemaal verschillend van vorm en maat. Ook verrekeningsmethoden met correctie- of voorgiftfactoren bestonden nog niet. Teneinde toch enige eenheid bij de wedstrijden te bewerkstelligen, werden de schepen naar lengte en soms ook naar breedte in klassen ingedeeld. Dit indelen van de individuele schepen in bepaalde klassen geschiedde door een commissie van keurmeesters. Bovendien fungeerde deze commissie van keurmeesters tijdens de wedstrijd als een soort wedstrijdleiding. Met een zogeheten keurmeestersscheepje koos de commissie een tactische plaats op het water om de wedstrijd te observeren. Op een pastel van J.C. Greive van de wedstrijd van de Zeilvereeniging Oostergoo te Grou in 1881 is te zien dat van het keurmeesterscheepje de keurmeestersvlag waait . Door de standaardisering van de jachten en systemen van voorgift, zijn de keurmeesters overbodig geworden; gelukkig is een keurmeestersvlag bewaard gebleven.


De prijsvlag
Hiervoor werd reeds genoemd dat het lange tijd gebruikelijk was een vlag als prijs uit te loven. Dit waren bij open wedstrijden dikwijls nationale vlaggen die men verder op het jacht kon gebruiken.
Afbeelding rechts: Prijsvlag zeilvereeniging Oostergoo voor winnaar 'Eysinga-cup' voor de klasse boeiers in 1915. (foto Freerk Bokma, Fries Scheepvaart museum)
Een andersoortige prijsvlag was die welke beschikbaar werd gesteld aan de winnaar van de (wissel)prijs voor één der klassen die meevoeren in wedstrijden, die uitsluitend openstonden voor verenigingsleden. Bij de Zeilvereeniging Oostergoo was dit in feite een gewone verenigingsvlag, zij het dat op de bovenste witte baan in bladgouden kapitalen was aangebracht. Aan de jaarlijkse winnaar van de 'Eysinga-cup' voor de boeiers werd een dergelijke vlag uitgereikt.
In 1915 werd deze wisselprijs gewonnen door A. Wegener Sleeswijk te Lemmer met de boeier Standfries. Later won P. Bokma te Leeuwarden met de boeier Albatros drie maal achtereen deze wisselprijs en dus definitief. De naam OOSTERGO(O) en het betreffende jaartal . De bedoeling daarvan was dat het zegevierende schip met die vlag, wapperend van de stok op het roer als triomfator in het dorp of de stad van herkomst terugkeerde. Voorts zou het schip gedurende het daaropvolgende zeilseizoen herkenbaar blijven als de winnaar van de zeilwedstrijd van Oostergoo. Na een jaar varen en derhalve na enige flinke regenbuien en stormen weekten de gouden letters er vanzelf af en bleef de verenigingsvlag zonder opschrift over.
Vlaggentraditie
De Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo heeft een rijke vlaggentraditie, die is gebaseerd op het wapen van het oude Friese district Oostergo. In de loop van het 150-jarig bestaan van de vereeniging heeft deze vlaggentraditie zich ontwikkeld tot het in 1998 vastgelegde geheel …….
Tot zover Commissaris Rienk Wegener Sleeswijk.
Overlevering 1 Mercurius

In de 70er en 80er jaren was Mr. Anne van der Werf, notaris te Sneek, regenboog zeiler geloof ik en ook Oostergoo lid voor zover ik weet, meestal de stuurman van het Fries jacht 'Mercurius'. Zijn linkerarm was ergens ter hoogte van de elleboog verdwenen en dientengevolge had hij een kunstarm. Voor de wedstrijd verdween de kunstarm met polshorloge en al in één van de banken en hij klemde de schoot tussen zijn stompje en ribbenkast. Meestal was de schoonzoon van de heer Kingma, Herman (achternaam vergeten), degene die de grootschoot bediende, onder commando van Mr. Anne van der Werf. Deze Herman, ook altijd in Oostergoo tenue, mocht verder niet al te veel zeggen aan boord en zich niet met de wedstrijd bemoeien. Mr. Anne van der Werf had onder de ronde jachten zeilers de bijnaam “Anne mei it hantsje”.
Ergens laat 70er begin 80er jaren werd de wedstrijd te Langweer gehouden, maar er was heel weinig tot geen wind; een drijfpartij. Wij dreven met De Twa Sisters op de Mercurius af, beiden het zeil over bakboord, maar de Mercurius kwam onder een hoek van ca 90 graden van stuurboordzijde op ons afdrijven. We zaten in dezelfde klasse. De heer Kingma stond op het voordek en nam de situatie in ogenschouw. Ik sprak hem voorzichtig aan en zei bedeesd “bakboord”, waarop de heer Kingma zich omdraait en tegen Herman van Slooten , die de fok bediende, zegt: “zeg tegen Anne dat De Twa Sisters er aan komt en die ligt over bakboord” De heer van Slooten richt zich tot van der Werf en zegt (op z’n Leeuwarders):” Anne, Tjeerd seit, daar komt De Twa Sisters aan en die ligt over bakboord”. “Daar ken ik niks aan doen, ik he geen roer” antwoord van der Werf op zijn Sneekers. Waarop van Slooten zich weer tot de heer Kingma richt en zegt: “Tjeerd, Anne seit daar ken ik niks aan doen, hij he geen roer” Waarop de heer Kingma dit tegen mijn vader herhaalt.
Dus wij dreven er maar achter langs, daar was uiteraard geen discussie over. En we dreven met enige boten door, ook enige scherpe jachten en we naderden tergend langzaam een boei. De heer Kingma stond nog steeds voorop en richtte zich weer tot van Slooten: “Herman, zeg tegen Anne dat we op een boei afdrijven. Van Slooten: “Anne, Tjeerd seit, we drijven op een boei af”. “Daar ken ik niks aan doen, ik he geen roer” antwoord van der Werf. Van Slooten: “Tjeerd, Anne seit, daar ken ik niks aan doen, ik he geen roer”.
Hierop loopt de heer Kingma helemaal naar voren, buigt zich over de rand en neemt de boei -die was ondertussen binnen handbereik gekomen- in zijn armen en loopt hiermee helemaal naar achter in het schip en legt de boei daar weer rustig in het water en spreekt de historische woorden: “Zie zo, die boei hebben we ook weer gerond”.
Hoofdstuk 8
1915 Het wedstrijdzeilen, de/het Watersport(ver)bond(en) en Oostergoo

Vanzelfsprekend speelt het wedstrijdzeilen vanaf de oprichting van de Vereeniging tot nu een belangrijke rol. Alle wedstrijdverslagen van 1848 - 1952 zijn opgetekend in het Wedstrijdverslagenboek. In de jaren daarna werden de wedstrijdverslagen compleet met deelnemerslijsten losbladig bewaard. Ter gelegenheid van het 175-jarig jubileum is het oude wedstrijdverslagenboek gedigitaliseerd.
In de kop van dit hoofdstuk haal ik 1915 aan als markeringspunt. Vanaf dat moment werd het wedstrijdzeilen landelijk min of meer in de breedte georganiseerd. Op 15 december 1915 werd het Congres voor Watersport gehouden. De Zeilvereeniging Oostergoo was hierbij betrokken. Voorzitter P.G. Halbertsma en secretaris R. Buisman waren namens de Zeilvereeniging Oostergoo afgevaardigd naar het Congres voor Watersport in Amsterdam. De heer Buisman schreef naar aanleiding van dat congres samen met de heren R. Hamstra, H. Kersken en W. Jongejan een eerste aanzet voor klassevoorschriften voor ronde en platbodemjachten.
Het volgende destillaat uit het uitgebreide verslag van het Congres in het tijdschrift De Watersport geeft een indruk over het ontstaan
In het begin van 1915 richtte de Zeilvereeniging Sneek een verzoek aan de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereeniging om afgevaardigden van alle Nederlandsche Vereenigingen op Watersportgebied bijeen te roepen tot het houden van een vergadering, waarop de vraag zou kunnen worden besproken of een Federatie van Watersportvereenigingen gewenscht was en tevens enkele gestelde vragen op het gebied van zeilwedstrijden zouden kunnen worden behandeld.
Congres voor Watersport op 15 december 1915 in Amsterdam
Dit verzoek leidde tot het “Congres voor Watersport” op 15 december 1915 in Amsterdam. Voor de afdeling zeilen werd gesproken over het grote verschil tussen schepen die tegen elkaar wedstrijdzeilden. Hierin zou meer structuur moeten komen.
Het ging over meetbrieven, over (wedstrijd)handicaps; over handicap-commissies, nationale klassen van scherpe jachten, en er moest een eenheidsklasse komen waarvan de naam al vaststond: de Regenboogklasse. Alle voorgestelde klassen kregen een lettervlag als startvlag toegewezen. De Regenboog kreeg de “Y”, de Ronde en Platbodemjachten kregen de “O”. Dit is de “O” die je bij enkele ronde jachten nog altijd in het zeil kunt zien. Een “O” gevolgd door nog een letter die verband houdt met de lengte van de waterlijn van het schip.
Vanaf 1916 werd er met losse zeilnummers wedstrijd gezeild, per jaar werden ze toegekend. Was iemand te laat met betalen, dan was hij zijn nummer en licentie kwijt. Er is een aantal schepen bekend dat met meerdere verschillende zeilnummers gevaren heeft. Gekoppeld aan het zeilnummer hoorde een wedstrijdmaat (WM) gebaseerd op de maten van een schip. Gegevens die eerder maar beperkt gedocumenteerd waren.
Twee Oostergoo-leden, de heren Buisman en Jongejan waren medeschrijvers van de subcommissie die het hoofd boog over “De indeeling der ronde- en platbodemjachten”. Ze werden vanuit “Het Congres” ondersteund door het “derde” Oostergoo-lid P.G. Halbertsma. De achterliggende gedachte was dat er alleen schepen in een wedstrijd uit mochten komen die aan een type voldeden. Een allereerste aanzet tot het beschrijven van kenmerken van ronde en platbodemschepen. In de bibliotheek van Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam is de “Indeling der ronde- en platbodemjachten” terug vinden onder inventarisnummer 1993.4488. Hierin is datgene te lezen wat in “De Watersport” niet geschreven is. De heren Buisman, Kersken, Jongejan en Hamstra geven hun visie. En hoe! De opdracht die de heren mee kregen hield blijkbaar in om kenmerken van boeiers, ronde jachten en schouwen te formuleren. Opdat in wedstrijden gelijkwaardige schepen tegen elkaar uit konden komen. De vier schrijvers zijn hierin nogal gereserveerd, omdat ze vinden dat andere types hiermee tekort worden gedaan. De keuze voor het beschrijven van ronde jachten en schouwen berustte op het gegeven dat in deze klassen wél wedstrijden werden uitgeschreven.
Visie van de heren Buisman, Kersken, Jongejan en Hamstra
De heer Buisman (Oostergoo-lid en eigenaar van het “jacht” Mercurius) beschrijft met zijn kennis en inzicht de volgende types: Boeiers, Jachten, Tjotters en Schouwen. Hij onderbouwt zijn relaas met een reeks van hoofdmaten die hij van een zestal boeiers heeft genomen en een elftal tjotters en jachten.
De heer Kersken noemt de commissie, tussen aanhalingstekens, een raad van arbitrage en benoemt dat er sprake is van types zuivere schepen en dat daar niet teveel van mag worden afgeweken. Een onzuiver type zou niet in een wedstrijd mogen uitkomen.
De heer Jongejan (Oostergoo-lid en eigenaar van het “jacht” Kikker III) gaat in op het beschrijven van meer gedetailleerde kenmerken waaraan een schip behoort te voldoen.
De heer Hamstra schrijft onder meer over een officiële scheepsmeter die een schip kan goed- of afkeuren. Hij vult de andere commissieleden verder aan met details die zij niet benoemd hebben. Hij geeft zijn visie op de aanwezigheid van berghouten op een schip: “Het verbieden van berghouten aan tjotters en schouwen schijnt mij absoluut verkeerd te zijn en wel om de volgende reden: Eerstens dient te worden nagegaan om welke reden een berghout wordt aangebracht, daar dit niet als versiering dient, integendeel. Een berghout beschermt het schip tegen schuren, schavieling enz.; waardoor het toch al van belang is, doch tevens geeft zij een open schip een langsscheeps verband, wat bij meerendeels zwaar getuigde open scheepjes van niet te onderschatten belang is……….” Kortom, een schip met een berghout is stijver dan eentje zonder.
Voor de voorgestelde klasse van tjotters en die van schouwen worden lijsten met criteria opgevoerd waaraan deze scheepjes zouden moeten voldoen voordat er zelfs maar een uitspraak over gedaan kan worden.
In de personen van de heren Buisman, Jongejan en Halbertsma op de achtergrond leverde Oostergoo een stevig aandeel in de ronde en platbodemdiscussie van het Congres voor Watersport in 1915. Wanneer je zou denken dat deze discussie in 2023 wel gevoerd zou zijn, dan heb je het mis. Binnen de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten zijn in de loop der jaren wel criteria geformuleerd, maar over kenmerken per type durft zij zich slechts heel beperkt uit te spreken.
Een discussiepunt destijds ging over het voeren van bijzeilen. De “Hollanders” waren voor, de “Friezen” tegen. Achterliggende gedachte van de Friezen was om de wedstrijdzeilsport goedkoop te houden. De Hollanders beargumenteerden dat het in Friesland gebruikelijk was om drie verschillende tuigen bij een schip te hebben. Het ene nog groter dan het andere.……….
Er werd gediscussieerd over het instellen van een tjotterklasse, een schouwenklasse ……… Er werd gediscussieerd over een nieuw watersporttijdschrift. Uiteindelijk werd de basis gelegd voor het Watersportverbond van nu, maar dat kwam pas heel veel later. (VNWV Verbonden Nederlandsche Watersport Vereenigingen 1923, het werd Koninklijk in 1928). Op 17 februari 1923 werd de Noord Nederlandse Watersport Bond (NNWB) opgericht als tegenhanger van het verbond uit Holland.
Noord Nederlandse Watersportbond (1923-2004)
Al in 1918 voldeed de tijdens het Congres voor Watersport (1915) ingestelde klasse-indeling niet meer. In de populaire W-klasse (scherpe open zeilboten van ongeveer 7m lengte) werden vanaf 1918 geen schepen meer toegelaten. De W-klasse dankte haar naam aan de startvlag W, maar werd in de volksmond ook wel Wilde-klasse genoemd omdat de onderlinge verschillen tussen de schepen groot waren. In 1922 werd de W-klasse geliquideerd, zij zou vervangen moeten worden door een nationale 7 meter klasse. Deze is nooit van de grond gekomen. Dit in tegenstelling tot de Noord-Nederlandse 7.10m klasse. Tegelijkertijd was de belangstelling voor het wedstrijdzeilen met de traditioneel Nederlandse ronde en platbodemjachten tanende. Deze schepen waren niet “hip” meer. Holland en Noord-Nederland leken elkaar watersportend niet meer te begrijpen. Er was “afstand” tussen de twee bonden.
In 1933 heeft de NNWB een handboekje uitgegeven. Het bevindt zich in het Oostergoo-archief. Een klein werkje met 38 pagina’s. Hierin is het Internationale Wedstrijdreglement met aangebrachte wijzigingen opgenomen, geformuleerd in 31 artikelen. Algemene en bijzondere bepalingen worden toegespitst op de Noord-Nederlandse klassen.
Zoals:
“Voor Boeiers, Jachten, Tjotters en Schouwen is de ballast vrij. Na ’t vallen van het 5 min. Schot mag wel ballast worden uitgeworpen, doch niet ingenomen ……..” ;
Bij alle klassen van de NNWB is hol rondhout verboden;
De tuigage voor Tjotters en Schouwen bestaat alleen uit zeil en stagfok. Voor Boeiers, Jachten, Kiel- en Midzwaardjachten is de tuigage vrij.
Bepalingen voor Tjotters 4.70m, grootste lengte 4.70m, grootste breedte 1.70m, zeiloppervlak 16m2, Zeilteken: zeilnummer met een horizontale streep eronder.
Bepalingen voor Schouwen met Sprietzeil, grootste lengte 4.75m, grootste breedte 1.42m, Zeiloppervlak 16m2, gemeten zeil en stagfok, Zeilnummer met horizontale streep en hoeken naar beneden.
Het lijkt alsof deze twee klassen rechtstreeks voort komen uit de formulering, zoals die opgesteld is in 1915 tijdens het Congres voor Watersport. Je ziet het dus terug komen bij de NNWB en niet bij het VNWV. Het heeft er, op zijn minst, de schijn van dat dit een door Oostergoo (Buisman) geformuleerde tekst is. Bij de 7.10m klasse stond deze horizontale streep boven het zeilnummer.
Vervolgens gaat het boekje verder met een hoofdstuk over de technische commissie, gevolgd door een hoofdstuk met het Reglement van de NNWB. Deze bond is gevestigd in Sneek en heeft tot doel het bevorderen van de watersport en het toerisme te water in alle vormen. Hij tracht zijn doel te bereiken door het opstellen en handhaven van wedstrijdreglementen, het instellen van wedstrijdklassen ……….
Wist u dat men in Holland zwarte zeilnummers gebruikte en in Noord-Nederland donkerrode?
De Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo staat als eerste vereeniging genoemd die is toegetreden tot de NNWB. In het Handboekje worden geen bestuurs- of commissieleden genoemd. Helaas blijkt er van de oprichting van de NNWB weinig informatie terug te vinden te zijn. Wel is duidelijk dat Oostergoo hierin een voortrekkersrol heeft gehad. Eerste voorzitter van de NNWB werd H.H. Niemeijer, de bekende tabaksfabrikant uit Groningen. Lid van DTP op het Paterswoldsemeer, 7.10m zeiler, en lid van Oostergoo.

Aankondigingen
De Zeilvereeniging Oostergoo organiseerde al op 27 april in 1848 haar eerste wedstrijd. Blijkbaar onderling en zonder toestemming. Het heeft er de schijn van een gelegenheidswedstrijd te zijn geweest. Hoe vaarreglementen en wedstrijdbepalingen waren beschreven en werden gehanteerd is niet duidelijk. Sterker nog, de wedstrijden hadden een erg lokaal karakter, waarbij onderling bepaald werd wat toelaatbaar was en wat niet.
In het Oostergoo-archief zitten naast de eigen aankondigingen van wedstrijden, minstens zoveel uitnodigingen om aan wedstrijden bij andere verenigingen deel te nemen.
Twee heel opvallende zijn van de Koninklijke Nederlandsche Yachtclub en de Zeilvereeniging Workum. Beide noem ik speciaal omdat ze niet meer bestaan. Over de eerste is op andere plekken al vaker geschreven. Over die van Workum is amper iets bekend. Ze is opgericht in 1851 en heeft bestaan tot ????, ze lijkt een stille dood gestorven te zijn. Zij organiseerde eerst wedstrijden op het Workumermeer. Toen dat in 1876 ingepolderd werd, verhuisde ze met haar wedstrijdactiviteiten naar het Gaastmeer. Prins Hendrik was er - net als bij Oostergoo - beschermheer. De huidige zeilvereniging uit Workum (1936) heeft niets te maken met de oude.
Om de wedstrijden aan te kondigen werden in lokale kranten advertenties geplaatst en werden posters gemaakt, die verspreid werden bij kroegen en collega-zeilverenigingen. In het Oostergoo-archief zijn diverse bewaard gebleven. Vaak gevouwen en gedrukt op heel dun papier. De kwetsbaarheid spat er van af.

Prijzen
Afhankelijk van de klasse werd meestal om luxe artikelen gezeild. Vaak om zilverwerk en porselein maar ook om kunstobjecten. In het Oostergoo-archief zijn de kwitanties hiervan in veelvoud terug te vinden. De klasse vracht- en beurtschepen zeilde bijna altijd om geldprijzen. Bij jubilea werden dikwijls prijzen door hoogwaardigheidsbekleders en zusterverenigingen aangeboden. Vaak waren dit medailles of penningen. Zo werden in 1948 onder andere medailles door Koningin Wilhelmina en Prins Bernhard aangeboden en uitgereikt.


Algemeen
In het archief vond ik een notitie van 27 april 1910 waarin het lid Halbertsma voorstelt om de bakboord/stuurboord regel in te voeren. Toen ik deze notitie aan de huidige Commissaris Pieter Halbertsma liet lezen, opperde hij het volgende: “Het zal toch niet waar zijn dat Oostergoo deze regel bedacht heeft?”. Helaas voor Oostergoo, maar deze regel kan niet aan onze zeilvereeniging worden toegedicht. Daarvoor had “Sneek” de regel al ingevoerd en dezelfde Halbertsma had bij zustervereniging Frisia hetzelfde voorgesteld. Bij Oostergoo was de BB/SB-regel tot 1908 dus niet algemeen gebruikelijk.
In het archief ligt wel een concept Wedstrijdreglement vermoedelijk van dinsdag 7 juni 1911. Tussen de initiatiefnemers wordt Oostergoo genoemd. In het voorgestelde artikel 7 staat: “Een schip dat bij den wind zeilt, over stuurboord liggende, moet wijken voor een schip dat bij den wind zeilt, over bakboord liggende.” Maar, zelfs in 1911 was deze regel niet nieuw. In 1865 verscheen het boekje Manoeuvres met Zeil- en Stoomschepen door de heer G.P.J. Mossel. Hierin valt, in andere bewoordingen, hetzelfde te lezen.
Pas in 1912 verscheen in Nederland het eerste tijdschrift volledig gericht op de watersport, “De Watersport”. Vanaf dat moment werd er frequent en structureel over het (wedstrijd)zeilen geschreven. Toen begon voorzichtig het democratiseringsproces in de watersport, kregen steeds meer Nederlanders een boot, werden woonarkjes en recreatiewoningen aan het water gebouwd en werd er meer gefotografeerd. Dit laatste noem ik bewust, omdat er in "De Watersport" verzucht werd dat er zo weinig geschikte “zeilfoto’s” beschikbaar waren. Pas in 1928, met de komst van de zestienkwadraat, kwam het democratiseringsproces in de watersport in een versnelling.
1911 (theoretisch zou 1915 eveneens in aanmerking kunnen komen)
Zeilvereeniging Oostergoo werkt samen met de zeilverenigingen uit Lemmer, Langweer, Akkrum, Sneek, Wartena, Paterswolde, Workum, Grou, Terherne, Eernewoude, Leeuwarden en Heerenveen. Ik noem ze allemaal om te laten zien hoe er samengewerkt werd en samenwerking werd gezocht. Ze noemen zich de Noord-Nederlandsche Zeilverenigingen.
Er worden 12 klassen opgevoerd die zij op de wedstrijd banen laten verschijnen. Vier klassen ronde jachten, drie klassen schouwen en vijf klassen scherpe schepen. Hiervan is alleen de twaalfvoetsjol nog algemeen bekend.
P.G. Halbertsma vertegenwoordigt Oostergoo. Er wordt gewerkt aan een wedstrijdreglement. Er zal behoefte aan geweest zijn.
1918 Uit het notulenboek
Bestuursvergadering op vrijdag 5 april 1918 in Amicitia. Aanwezig de heeren P.G. Halbertsma, mr. J.A. Lucardi, L.G. Lyckles en R. Buisman. Van de heer W.B. van der Meer is een schrijven ingekomen waarin hij bedankt als bestuurslid van Oostergoo omdat z.i. het bestuur in de wedstrijd van 1917 een uitspraak in een protest in de klasse boeiers heeft gedaan die onrechtvaardig was. Na bespreking wordt de juistheid van de opvatting van de heer Van der Meer erkend. Dit zal hem schriftelijk worden medegedeeld en de vraag worden gesteld zijn verzoek om ontslag in te trekken. De algemene opinie van het bestuur is dat in plaats van de uitslag in de klasse boeiers als officieel vastgesteld Njord 1, Constanter 2, Albatros 3, deze had moeten zijn Albatros 1 Njord en Constanter gediskwalificeerd.
Op 1 juni daarna zit de heer Van der Meer weer aan tafel.
1931
De Koninklijke Zeilvereeniging investeert in betonning: Eerst is er een kwitantie voor het verven van tonnen, Hfl. 5,-, daarna vervolgens een kwitantie voor de levering van 10 gegalvaniseerde boeien door Joh. Volkers in Sneek, groot Hfl. 242,-
1934
De Gemeente Idaarderadeel bepaalde in een verordening dat er tijdens wedstrijden niet meer aangelegd mag worden in de Tynje.
WO II
Dat de Duitse bezetter nogal ingreep in het maatschappelijke leven weten we. Veel van deze ingrepen kunnen we nazoeken, in 2023 is het voor velen van ons geen parate kennis meer. Wedstrijden moesten net als altijd gemeld worden bij de lokale overheden. Er moest toestemming voor gegeven worden. Dat was onder de Duitse bezetter niet anders. Wel anders was, dat er toestemming gegeven werd, maar met de expliciete vermelding dat er niet over politiek gesproken mocht worden. Natuurlijk hielden de leden en het bestuur zich aan deze opdracht.
In 1940, 1941, 1942 en 1943 werd er met grote opkomst wedstrijd gezeild. In 1944 niet. In 1944 valt te lezen dat de jaarvergadering zoals traditioneel werd gehouden. Op de Algemene Ledenvergadering in 1945 wordt publiekelijk gememoreerd en het wordt voor het nageslacht vastgelegd, dat tijdens de jaarvergaderingen tijdens de oorlogsjaren “alles” gewoon doorgang heeft gevonden. Ook het zingen van het Wilhelmus. Tradities zijn er om in ere te houden. In 1945 werden er op 1 juli voor het eerst na de oorlog weer wedstrijden georganiseerd.
Na WO II
De bloei van de zeilsport na de oorlog zie je in wedstrijden en evenementen voor de nieuwe wedstrijdklassen. Zo werd er in 1964 een Flitsweekend georganiseerd, werden in 1966 selectiewedstrijden georganiseerd voor de Wereldkampioenschappen in de OK-klasse, werd in 1975 een Europe klasse evenement georganiseerd en een Valkenweekend. De andere nationale klassen werden niet vergeten. Op de wedstrijdbanen van Oostergoo verschijnen de 16m2, 22m2, 30m2, Pampus en Regenboog. Het ene jaar meer, het andere jaar minder. Helaas is het zo dat de 22m2 steeds minder populair werd. Zelden komen deze schepen nog tegen elkaar uit. Commissaris van de Koningin Mr. H.P. Linthorst Homan, lid van Oostergoo, zeilde in deze klasse. In 1957 wees hij het bestuur erop dat het verzuimd had deze klasse in het programma op te nemen. De fout werd gecorrigeerd.
2022
Samen met de commissie R&P Dragten-Wijde Ee heeft Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo in 2022 voor de 50e keer het ronde en platbodem evenement georganiseerd. Een evenement “onder ons”. Een evenement, dat in 1994 zelfs het Amerikaanse tijdschrift Wooden Boat haalde. Benjam Mendlowitz maakte er foto’s, één ervan haalde de Wooden Boat Calendar.
Vracht- en beurtschepen

Naast de wedstrijden voor boeiers en jachten ook wedstrijden voor vracht- en beurtschepen (tot 1911)
In dit hoofdstuk over het wedstrijdzeilen heb ik aan twee klassen schepen nog geen aandacht besteed. Ze komen veelvuldig in het wedstrijdverslagenboek voor.
Tot en met 1910 worden er naast de wedstrijden voor boeiers en jachten wedstrijden voor vracht- en beurtschepen uitgeschreven. Niet ieder jaar, maar wel bijna jaarlijks. De eerste wedstrijd werd in 1849 georganiseerd op Schuilenburg aan de oostzijde van het Bergumermeer. Dit werd daar in 1853 nog eens herhaald. In de overige tussenliggende jaren werd tot 1855 bij Grou gezeild. De klasse “veerschepen” werd gaande de tijd de klasse “veer- en beurtschepen”. Telkens zeilde deze klasse als eerste klasse. In de verslagen wordt ze aangeduid als “Klasse I”, er was jaar op jaar voldoende belangstelling. In hoogtij jaren voeren er in Klasse I wel 15 schepen mee. Na 1910 stopt het wedstrijdzeilen met de veer- en beurtschepen bij Oostergoo. Deze klasse bestond uit kleine vrachtscheepjes, zoals het gereconstrueerde scheepje Aebelina. Globaal waren ze zo’n 12 x 3mtr. Duidelijk kleiner dan de skûtsjes waarmee anno nu bij de SKS en IFKS wedstrijden gezeild worden. Van 1857 tot 1869 worden de wedstrijden gezeild bij Oude Schouw. Daarna vanaf 1870 tot en met 1910 worden de wedstrijden “op” Grou gezeild.
Op de eerder getoonde poster met de roze diagonale strepen, staat een bijzondere opmerking: bij de klasse van de beurtschepen staat de vermelding dat Pekema uitgesloten is van deelname. In de notulen valt te lezen dat hij te vaak gewonnen had en dat andere deelnemers weigerden deel te nemen wanneer Pekema nogmaals deel zou nemen. De wedstrijden moeten spannend geweest zijn.
In de klasse Beurtschepen werd bij Oostergoo vaak om geldprijzen gevaren, variërend van hfl. 10,00 tot 40,00. Daarentegen was in 1854 de eerste prijs een zilveren tabakspot. Inleggeld was hfl. 1,50.


Van de vijf Friese jachten die we voor de wind zien zeilen, kennen we slechts de drie rechts op de foto. De Frisia en de Maria hun eigenaren voelden in latere jaren steeds minder behoefte deel te nemen aan de wedstrijden. Ondanks uitdrukkelijke verzoeken aan hun eigenaren gingen deze niet op de uitnodigingen in.
Uitslagen Zaterdag 30 juni 1928: Vracht- en beurtschepen
- L. Kool met “de Drie Gebroeders” te Nijega hfl. 80,-- benevens verguld zilveren medaille voor stuurman, aangeboden door het erelid Jhr.Mr.C. van Eysinga
- H. Tjerkstra met “Nieuwe Zorg” te Heidenschap hfl. 60,-- benevens zilveren medaille voor de stuurman, aangeboden door Baron van Pallandt van Neerijnen
- R. Zwaga met “de Twee Gebroeders” te Langweer hfl. 40,--
- S. Eekma met “Dankbaarheid” te Heidenschap hfl. 25,--
- J. Bergsma met “de Twee Gebroeders” te Boornbergum hfl. 15,--
- D. Blom met “Vier Gebroeders” te Hindelopen hfl. 10,--
L. Kool won daarbij de barometer, prijs aangeboden door een liefhebber voor het schip, dat de ton bij het Theehuis het eerst in de tweede ronde passeerde.
Heeft Oostergoo hiermee in 1928 (Notulenboek 1895-1964) de aanzet gegeven voor het weer tot leven roepen van wat we tegenwoordig Skûtsjesilen noemen? Het wedstrijdzeilen met beurtschepen was na 1910 zeker bij Oostergoo in de versukkeling geraakt. Heeft Oostergoo het wedstrijdzeilen in deze klasse schepen” in 1928 weer op de kaart gezet?
Dit laatste memoreert Y. van Slooten op de jaarvergadering van 1930 wanneer Roelof Buisman ter gelegenheid van zijn 25-jarig bestuurslidmaatschap in het zonnetje gezet wordt. (Tegen alle “mores” in levert de rondvraag een spreker op. De heer Y. van Slooten vraagt zeer bescheiden het woord, excuseert zich dat hij dit doet, maar het gewicht van dezen dag doet hem breken met het oude gebruik op de rondvraag te zwijgen).
De Skûtsje Kommisje Grou werd in 1929 opgericht.
In het jaarverslag van 1967 is vastgelegd dat het Drachtster Skûtsje een prijs van 1000 gulden heeft gekregen als het meest originele schip binnen de skûtsjevloot: “Het streven is te trachten deze schepen niet te laten worden tot wedstrijdmachines, welke meer op jachten dan op werkschepen lijken, doch zoveel mogelijk één en ander in de originele staat te behouden”. Inmiddels heeft de tijd ons geleerd dat de SKS- en IFKS-schepen werkschepen gebleven zijn. Werkschepen voor het wedstrijdwerk. Met alle aanpassingen en moderniseringen die daar bij horen.
Schouwen
De schouwen zijn er in verschillende klassen geweest. Groot en klein. Steeds met een behoorlijk aantal deelnemers. Met als belangrijke werf voor schouwen De Pôlle van Postma uit Grou. In het archief worden ze vaak en veel genoemd. Nu als klassen vrijwel vergeten en als type steeds meer aan het verdwijnen, maar wat zijn er bij Oostergoo veel wedstrijden mee gezeild. Op het scherpst van de snede.
Uit het archief is te herleiden dat de volgende klassen bestonden: 6.65x1.80m, 5.50x1.35m, 5.25x1.46m, 4.75x1.42m, de NNWB-schouw, de GWS-schouw en de sutelskou (schouw die gebruikt werd voor het uitventen van handelswaar).
Bedenk dan ook nog eens dat de grotere schouwen meerdere tuigen hadden, voor de verschillende weertypes, dan is het op foto’s wel eens moeilijk te zien met wat voor een schip je te maken hebt. Van Wester weten we dat hij eens dacht een nog bruikbaar tuig te hebben voor het Friese jacht Dolphijn. Een schip van bijna zeven meter. Het paste inderdaad perfect. Het was afkomstig van een schouw.
De Friese schouw, een scheepstype, dat het verdient nog eens uitgebreid onderzocht en beschreven te worden. Tot op de dag van vandaag varen de GWS-schouwen standaard mee als klasse in de juni- en juliwedstrijden van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo. Gelukkig is de klasse nog altijd populair in en om Grou. Laat dit zo blijven.
Wedstrijdzeilen anno 2023
Over het wedstrijdzeilen anno 2023 kan de Commissaris Wedstrijdzeilen zelf het beste vertellen. Van zijn hand is het slot van dit hoofdstuk.

Mr. T. van der Goot - Wedstrijdorganisatie in 2023
Wedstrijdorganisatie in 2023
Zoals u weet of inmiddels wel heeft kunnen lezen, organiseert de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo sinds jaar en dag wedstrijden voor ronde jachten in juni en voor scherpe jachten in juli. De invulling van de taak van het wedstrijdcomité is in de loop der jaren wel veranderd. Een paar voorbeelden.
Scherpe jachten
In de loop van de jaren is het aantal deelnemende schepen aan zeilwedstrijden fors teruggelopen, met name bij de scherpe jachten. Ter illustratie, in 1981 schreven meer dan 180 schepen over 15 klassen in terwijl in 1993 het bestuur de wedstrijden moest afgelasten omdat zich slechts 40 zeilers hadden ingeschreven. Niet alleen de animo is veranderd, ook de wijze waarop de wedstrijdcommissie de organisatie moet aanpakken is anders geworden.
Hoewel Oostergoo niet bij allen bekend staat om haar progressieve aard, is de functie van de Commissaris Wedstrijdzeilen in het bestuur in de loop der jaren noodgedwongen vooruitstrevender geworden. Daar waar in de jaren ’80 én daarvoor een enkele aankondiging van de wedstrijden in de Wedstrijdwijzer voldoende was voor een hoge opkomst, moet nu uit een ander vaatje worden getapt.
In de Leeuwarder Courant werd in april 1990 aandacht besteed aan dit probleem. “De animo voor het wedstrijdzeilen in het gebied van de Noord Nederlandse Watersport Bond (NNWB) loopt terug. (…) Om het aantal startende boten omhoog te stuwen, heeft Oostergoo wat nieuws bedacht.
Bestuurslid Jetze van der Goot uit Grou: “Wanneer je op het Pikmeer door pech of door eigen schuld een slechte start hebt, dan kun je een hoge klassering wel vergeten. Daar hebben we als KZV Oostergoo nu iets op gevonden. In het weekeinde (…) zullen in totaal zeven wedstrijden worden gezeild (…) en tellen de beste vijf mee voor het eindresultaat.”
Bij deze kortebaanwedstrijden lag de verste ton op de Wide Ie bij het sluisje naar de Modderige Bol. De proef heeft enkele jaren geduurd. Uiteindelijk bleek deze opzet voor met name de oudere zeilers teveel te vergen en is weer overgegaan op reguliere banen met vier races in een weekend. Opmerkelijk is wel dat nadien enkele andere zeil- en watersportverengingen de korte banen (veelal tijdelijk) hebben overgenomen.
De afgelopen twee decennia volstaat een enkele vermelding op de wedstrijdkalender van het Watersportverbond niet meer voor voldoende deelname. De Commissaris Wedstrijdzeilen legt al vroeg in het seizoen contacten met de vertegenwoordigers van diverse klasse-organisaties om de klassen te bewegen in het traditionele weekend begin juli naar Grou te komen. De laatste jaren starten de 30m2, 12voetsjollen, Larken, GWS-schouwen en Valken, soms aangevuld met Olympiajollen en 16m2. In samenwerking met WV De Meeuwen (in 2022 opgegaan in KWV Frisia) is in het begin van deze eeuw de organisatie van de Nationale Princenhoftocht opgepakt: op de zaterdag van het juli-weekend een wedstrijdtocht naar Earnewâld waar gezamenlijk geluncht wordt en ’s middags wordt teruggezeild. Enkele klassen (meestal de Valken en de GWS-schouwen) blijven op Grou voor de Open Wedstrijden. En na afloop van de wedstrijden op zaterdag biedt het bestuur aan alle deelnemers en verwanten een borrel aan op het Starteiland. Een doorslaand succes. Het is een andere wijze van wedstrijdorganisatie dan tientallen jaren terug. Maar het heeft effect. In 2022 schreven bijvoorbeeld 15 Larken en 22 12voetsjollen in. Door mond-op-mond reclame kwamen in de laatstgenoemde klasse zelfs deelnemers uit België, Turkije en de VS op het evenement af. Oostergoo goes international…
In 2004 en 2005 werden onder leiding van Oostergoo samen met de Grouster zusterverenigingen de NNWB-kampioenschappen voor zwaardboten georganiseerd. In 2012 vierde de nauw bij onze vereeniging betrokken 30m2-klasse haar 100-jarig bestaan met wedstrijden bij Oostergoo. Via de Stichting Zeilsport Grou - waarvan Oostergoo als oudste vereeniging standaard de voorzitter levert - is een Grouster Jaarzeilprijs in het leven geroepen met een overall-prijs voor de deelnemers aan alle wedstrijden op Grou. En sinds enkele jaren is de opgebloeide 22m2-klasse weer bij onze wedstrijden aanwezig.
Ronde jachten
Tot het einde van het millennium werden de wedstrijden voor ‘oud hout’ gehouden in een weekend in juni, meestal het weekend na de jaarvergadering. Eigenaren van de ronde jachten haakten soms af omdat dan twee weekenden achter elkaar - soms van ver - de jachten naar Grou moesten worden vervoerd. Vanaf begin jaren ’00 heeft het bestuur om die reden en na raadpleging van vertegenwoordigers van de eigenaren van ronde jachten besloten om de wedstrijden te houden op de zondag na de jaarvergadering. De schepen zijn er dan immers toch. Inderdaad is daardoor het deelnemersaantal gestegen.
Bij de ronde jachten is de tijdverrekeningsfactor (TVF) altijd voer voor discussie. Een geldige meetbrief is een vereiste, daarop wordt gecontroleerd. Toch heeft Oostergoo altijd uitgedragen zoveel mogelijk ronde jachten aan de start te willen zien. Om die reden mogen ook schepen zonder meetbrief meezeilen, zij het dat het schip wel moet zijn ingeschreven bij de SSRP en de TVF wordt berekend op basis van de hoogste TVF van de inschrijvende schepen in die klasse, te vermeerderen met 20%. Voor die schepen is deelnemen belangrijker dan winnen.
In 2007 beëindigde de WV Drachten-Veenhoop om vooral financiële redenen haar lidmaatschap van het Watersportverbond. Tot die tijd organiseerde deze vereniging in augustus op de Drachtster Wijde Ee wedstrijden voor ronde en platbodemjachten. Deze maakten bovendien sinds 1998 op initiatief van Oostergoo - samen met de wedstrijden van Oostergoo en die van de Friese Reünie op Heeg - deel uit van de Friesche Competitie. Zonder lidmaatschap van het Watersportverbond is het echter niet toegestaan om zeilwedstrijden voor ook niet-leden te organiseren. Het bestuur van onze vereeniging heeft in het belang van alle ronde jachten dit ‘gat’ in het wedstrijdzeilen willen voorkomen. Zij heeft de wedstrijdcommissie aldaar ‘geadopteerd’. Sindsdien opereert de commissie Rond en Plat Dragten/De Veenhoop als wedstrijdcommissie onder de vlag van Oostergoo. Daarmee zijn die wedstrijden gered en heeft Oostergoo haar wedstrijdwater weer een stuk verlegd in de richting van de oorsprong in 1848 in Burgum.
Ronde jachten hebben weinig mogelijkheden om wedstrijden te varen. Vandaar ook het eerder genoemde initiatief van de Friesche Competitie. Het is belangrijk om de wedstrijden die er zijn in stand te houden. De relatie met het Koninklijk Watersportverbond op dit punt is de laatste jaren moeizaam te noemen. Sinds 2020 moet ook elk bemanningslid tijdens wedstrijden een wedstrijdlicentie hebben. Daarop is veel kritiek gekomen. Ook het bestuur van Oostergoo voorzag en voorziet problemen, juist voor ronde jachten. Het in de vaart houden van dit varend erfgoed is op zichzelf al kostbaar. Om ook voor de toekomst enthousiasme voor ronde jachten te garanderen, moeten de schepen zoveel mogelijk voor publiek zichtbaar zijn. Kennismaking met de ronde jachten moet ook worden gestimuleerd.Onze vereeniging int om die reden al sinds jaar en dag geen inschrijfgelden voor leden om deelname te stimuleren. Niet zelden wordt vlak voor of zelfs tijdens een wedstrijdweekend nog een bemanning samengesteld. Een wedstrijdlicentie voor elk bemanningslid en de daarmee gepaard gaande kosten, werpen in de ogen van het bestuur een onnodige drempel op. In 2022 heeft de wedstrijdcommissaris het Watersportverbond verzocht om Oostergoo voor de ronde jachten een ontheffing te verlenen. Het Watersportverbond heeft het verzoek besproken in het Platform Wedstrijdsport maar uiteindelijk afgewezen. Een domper. De toekomst zal uitwijzen hoe met deze nieuwe eis moet worden omgegaan. Vooralsnog heeft het bestuur - enigszins ongehoorzaam - niet actief gecontroleerd op wedstrijdlicenties.
Het is duidelijk, in 1915 was Zeilvereeniging Oostergoo kritisch en opbouwend in de richting van wat later het Watersportverbond zou gaan worden. In 2023 is de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo dit nog altijd.

Hoofdstuk 9
1923 7.10m en Oostergoo

Na de “Regenboog” werd er rond 1920 “in Holland” gepropageerd dat er een wedstrijdklasse van zeven meter lengte moest komen. Deze gedachte heeft in Holland nooit vorm gekregen. In Noord-Nederland wel. De 7.10m klasse werd de gezichtsbepalende klasse van de Noord Nederlandsche Watersport Bond. Bij Zeilvereeniging Oostergoo en Zeilvereniging De Twee Provinciën uit Paterswolde werd deze klasse erg populair. Hun prominenten zeilden ermee. Tussen 1923 en 1937 organiseerden deze twee verenigingen onderling jaarlijks de Groningen - Friesland competitie wisselend op het Paterswoldsemeer en de wateren bij Grou.
1923 Team wedstrijd Friesland - Groningen gezeild op het Paterswoldsemeer
| Deelnemers Friesland | Deelnemers Groningen |
| 1 Li v.d. Meer Grouw | 10 Marjoh Niemeijer |
| 2 Carmen W. Geveke Leeuwarden | 12 Mascotte Raven |
| 3 Snip K. Vrolijk Sneek | 13 Eider Ibelings |
| 5 Corry van Gool H. | 14 Moor Penon |
| 6 Kemphaan Mulder Grouw | 19 Rosse Herre G. Mulder |
| 11 Bu van Slooten | 20 Schelm Joh van der Woude |
Dr. W.B. van der Meer, commissaris van onze vereeniging werd in de 7.10m “wereldberoemd” op de wedstrijdbanen in Noord-Nederland. Hij heeft twee 7.10 meters en een 30m2 gehad die alle drie zeilnummer 1 hadden. Alle drie heetten ze Li. Van zijn hand is de historische beschouwing die in 1940 in een convocatie van DTP is gepubliceerd. Het is nog altijd waard gelezen te worden. Achter in dit jubileumboek is het als bijlage opgenomen.
De namen van de Duitse jachtontwerpers Max Oertz, Arthur Tiller en de zeiler en kenner van de aerodynamika Manfred Curry zijn we bijna vergeten, maar in de geschiedenis van de 20e eeuwse zeilsport zijn ze van groot belang. Max Oertz bepleitte zelfs een scheepstype van zeven meter met een waterlijnlengte van zes meter, een platte spiegel en 35m2 tuig als ideale dagzeiler. Hiermee waren de randvoorwaarden voor de 7.10m en later de 30m2 wel zo ongeveer gedefinieerd.
Van Leo Heijne kennen we de volgende overlevering: hij was ooit eigenaar van deze 2e Li. Hij vertelde me dat er toen op enig moment een Valk aan kwam zeilen met een staande meneer aan boord. Deze vroeg of hij even bij Leo aan boord mocht komen. Het bleek Siep van der Meer te zijn, de zoon van dr. W.B. van der Meer. Hij nestelde zich op de stuurbank, bekeek het schip en oordeelde dat alles gelijk gebleven was. Het was een moment waarop Siep begon te vertellen. Zo verhaalde hij o.a. dat het boek van Manfred Curry in huize Van der Meer altijd op tafel lag en dat het bijna als een soort bijbel gelezen werd. “Wie betaalt die bepaalt”, lijkt voor de 7.10m klasse te gelden. Deze NNWB-klasse heeft officieel slechts van 1923 tot en met 1937 bestaan, het totale aantal schepen dat ooit geregistreerd was, was 42. Een veel kleiner aantal liet zich op de wedstrijdbanen te zien. Ze hebben op hun manier eeuwige roem gekregen. In deze klasse werd geëxperimenteerd en geïnvesteerd. Er werd niet geschroomd om een nieuw schip te laten bouwen, er werden, naar believen aanpassingen gedaan, nieuwe tuigplannen bedacht en uitgevoerd. Zo is van de 7.10m Goudster bekend dat de huid eerst van het goedkopere vurenhout gebouwd was. De achterliggende gedachte was dat er eerst gekeken werd of ze aan de verwachtingen voldeed en of er mogelijk “iets” aan haar vorm gedaan moest worden. Daarna werd haar huid vervangen door een duurzamer houtsoort.
In het Handboekje van de NNWB uit 1933 staan de klasse bepalingen geformuleerd
Bepalingen voor de open Kieljachten 7.10m grootste lengte 7.10m, grootste breedte 2.15m, grootste lengte waterlijn 6m, huiddikte 15mm, maximum diepgang 90cm. De bemanning bestaat uit hoogstens drie personen, de stuurman moet amateur zijn. Oppervlak voordriehoek wordt met 0.85 vermenigvuldigd, bocht in de lijken wordt meegerekend. Grootste zeiloppervlak 30m2, gemeten grootzeil en voordriehoek. Jagerspier of fokuitzetter niet langer dan de basis van de voordriehoek. Het zeilteeken voor de 7.10m klasse zal een zeilnummer zijn met een horizontale streep er boven.

Wanneer je foto’s van schepen uit de 7.10m klasse ziet dan lijken de schepen erg op elkaar. De tuigen kunnen nogal van elkaar verschillen en springen in het oog. Verschillen in de vormen van het grootspant, verschillen in de kielvormen en verschillen in ballast, vormen en gewichten, zie je niet, maar zijn er wel. Op oude foto’s zijn de tuigen laag en breed, later werden de tuigen steeds hoger en smaller.
De 7.10m en 30m2 worden vaak als synoniem van elkaar gezien. Dit is een verklaarbare, maar onterechte gedachte. De 7.10m was een beperkte klasse, de eenheidsklasse 30m2 is er uit voortgekomen. De aanduiding “beperkt” betekent dat er kaders bestonden waarbinnen deze boten gebouwd konden worden. Er was ruimte om te experimenteren en dat werd dan ook in ruime mate gedaan. De Groninger- en Friese zeilers probeerden elkaar in alle opzichten de loef af te steken. De zeiltekens en nummering zijn identiek. Misschien zit hierin voor de oppervlakkige waarnemer het probleem om ze van elkaar te kunnen onderscheiden. Weet u hoe je een 7.10m en een 30m2 van elkaar kunt onderscheiden? Bij een 30m2 wordt de fok zo’n dertig centimeter achter de voorsteven gevoerd. Soms bij de 7.10m zelfs op een rudimentaire boegspriet.
Er werd veel, erg veel geëxperimenteerd, om steeds snellere en beter zeilende boten te krijgen. Met de tuigvormen is veel gespeeld. Gaffeltuigen, houarituigen, torentuigen met rechte- en gebogen mast, vleermuistuigen met doorlopende zeillatten, met grote fokken, kleine fokken. Het toegestane zeiloppervlak van 30m2 werd in sommige gevallen vergroot tot 100m2 voor de wind. Uiteindelijk werden boten steeds verder verbeterd en geoptimaliseerd. De smalle hoge tuigen ontstonden na 1925, toen de Duitser Manfred Curry zijn studies naar vleugelprofielen van vogels (Albatros) en wedstrijdtechnieken bekend werden. Deze voldeden bij de 7.10m niet. Dr W.B. van der Meer heeft er maar een paar maanden mee gezeild. Het beviel niet en hij ging weer terug naar het hem oude vertrouwde gaffeltuig.

Hoewel de ontwikkeling van de 7.10m een aangelegenheid was van Groningers en Friezen, hield ook G. de Vries Lentsch jr. uit Nieuwendam zich al vanaf 1917 bezig met de ontwikkelingen van dit type schip. Gelijktijdig met zijn veel bekendere ontwerp, de Regenboog.

Vaak is het moeilijk te duiden met welk schip je op een foto te doen hebt. Er zijn meerdere schepen geweest die dezelfde naam droegen en dezelfde eigenaar hadden. Bij verkoop kreeg een boot meestal een andere naam en wanneer ze gebruikt werden voor het wedstrijdzeilen, dan kregen ze ook nog eens een nieuw zeilnummer. Zoals door Dr. Van der Meer aangehaald kreeg de derde Kemphaan (nr.6) uit 1927 later de naam Zuiderzee. Haar zeilnummer werd toen nr 37.

Totaal 42 schepen gebouwd
Van de 42 schepen in de 7.10m klasse zijn er 24 gebouwd op de werf van Visser uit Paterswolde, zowel voor Groninger als Friese zeilers. De schepen van dr Van der Meer waren er gebouwd. Hij was de eerste Fries die op de Paterswoldse werf een 7.10m liet bouwen. De overige boten zijn gebouwd door negen andere bouwers. In de 30m2 klasse zijn sinds haar introductie totaal 37 boten geregistreerd. Tien ervan zijn door Visser en vijf door Helder gebouwd. Wederom een stevig Paterswolds aandeel.
(rechts) Langweer 1936. Eigenaar was de heer De Rook ze heette Zuiderzee met nummer 37. Ze was gebouwd als Kemphaan en zeilde toen onder nummer 6. (coll. Elisabeth Spits)
Met de komst van de 30m2 verdween de charme van de 7.10m, maar kwam er ook een schip waarvan verondersteld mocht worden, dat er weinig fouten meer in het ontwerp zouden zitten. Al was dat in het allereerste begin nog niet zo. Er was door alle geëxperimenteer in de 7.10m klasse, wel duidelijk wat er wel en wat er niet veranderd kon worden en hoe je een goed varend schip kreeg. In het notulenboek 1895-1964 valt terug te lezen dat de Li en de Kemphaan regelmatig meezeilden in de vaartochten na afloop van de jaarvergadering.

De schepen op de foto zijn schepen die hun thuishaven hadden op het Paterswoldsemeer. Groninger gasten dus. Wanneer je inzoomt op de foto kun je tussen de auto’s en de groep mannen rechts nog een benzinepomp zien staan.
Overlevering 7.10m

Wieb Visser (1919-2013)
Wieb Visser Gzn. was een nazaat van de roemruchte botenbouwers- en zeilersfamilie Visser van het Paterswoldsemeer. De glorie dagen van de 7.10m klasse kan hij, Wieb, niet echt bewust hebben meegemaakt. Hij was er te jong voor. Wieb heeft samen met zijn zoon Gerlof de watersportgeschiedenis van het Paterswoldsemeer uitgezocht en vastgelegd voor het nageslacht. Hij heeft schepenlijsten van de 7.10m klasse en 30m2 samengesteld, heeft fotoalbums gemaakt en heeft zijn kennis overgedragen aan de 30m2 club en de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten.
Uit de nalatenschap van Wieb Visser
...... De eerste wedstrijd die Dokter Van der Meer met de nieuwe Li voer in Paterswolde werd hij verslagen door de "Eider" bestuurd door Johan van de Woude, toen 18 jaar oud. Dat was niet best en dat werd er niet beter op toen mijn vader zei Dokter morgen ben je de eerste, want dan stuurt zijn vader de "Eider". Waarop Dokter antwoordt: ,, Dus jij zegt dat de jongen beter kan zeilen dan ik” , “Ja hier wel”, was het antwoord. De volgende wedstrijd was de “Li” eerste en er was geen vuiltje meer aan de lucht.
Toen Dokter Van der Meer dit schip inruilde in 1932 vertelde hij dat er 186 eerste prijzen mee gewonnen waren……….. hij werd “de Pil” genoemd.
Dokter Van der Meer zeilde de “Li” in 1933, hij wou een schip hebben dat bij de spiegel net zo breed was als in het midden op het grootspant en stelde de eis dat het nieuwe schip sneller moest zijn dan de oude, anders wou hij hem niet hebben. Zijn stelling was dat de wedstrijd niet meer in het kruisrak gewonnen werd, maar op de ruime rakken door een schip dat ging planeren. Nu zou je zeggen dat in die tijd planeren met deze zware schepen onmogelijk zou zijn. De “Elise” was in 1926 met harde wind gaan planeren. Niemand durfde de spinakker te zetten: hij wel, hij vloog vertelde men op de wal. ………
Hoofdstuk 10
1924 Het Nederlandsch Jachtregister 1924 en Oostergoo

Het Nederlandsch Jachtregister was in 1924 een éénmalige uitgave van de ANWB met een supplement uit 1925. In het Jachtregister staat een groot deel van de Nederlandse pleziervaartuigen uit die periode vermeld. Hun eigenaren hadden zich gemeld, hun personalia als ook gegevens van hun vaartuigen beschikbaar gesteld. De lijst is niet compleet en er zitten fouten in. Maar, ondanks deze manco’s, geeft het een goede inkijk in de Nederlandse watersport van die tijd. Honderd jaar geleden.
Het register is opgebouwd in alfabetische volgorde van de scheepsnamen. Vervolgens worden scheepstype met afmetingen, motorisatie, eigenaar met adres woonplaats en tenslotte ligplaats en vereniging opgegeven.
Naar schatting staan er zo’n 3500 schepen in. Met de informatie die de eigenaren toen opgaven, kunnen we terughalen wie er destijds lid van Oostergoo waren. Niet een heel groot aantal, maar toch, het geeft een indicatie. Vervolgens zijn er een aantal die Grou / diverse verenigingen* opgaven. Ik noem ze wel, omdat we bijvoorbeeld van de boeier Albatros, met als eigenaar de heer Bokma, met zekerheid weten dat hij lid van Oostergoo was, zonder dit expliciet te vermelden. Het hierna volgende overzicht bevat dus eveneens de onduidelijkheden die we van het Jachtregister kennen. Zij krijgen het voordeel van de twijfel.
*Koninklijke Zeilvereniging Frisia opgericht in 1860 (1960 Koninklijk) en Lyts Frisia opgericht in 1900. Deze twee verenigingen waren statutair in Grou gevestigd. Zeilvereeniging Oostergoo was statutair een Leeuwarder vereniging en is dat nog altijd.
De lijst is als volgt
| Albatros | boeier | P. Bokma Leeuwarden | (div. ver. Grouw) |
| Alcyone | midzwaardjacht | S. de Boer Grouw | (div. ver. Grouw) |
| Anna | schouw | P.J. Riemersma | (div. ver. Grouw) |
| Annie | midzwaardjacht | H. van Stralen Grouw | (----------) |
| Anny | boeier | J.H. Smilda Akkrum | Oostergoo |
| Argo | Fries jacht | N. Siebesma Leeuwarden | Oostergoo |
| Attie | schoener (Th.b.) | B. Cuperus Idaarderadeel | Oostergoo |
| Bu | midzwaardjacht | Y. van Slooten Harlingen | Oostergoo |
| Constanter | boeier | P.G. Halbertsma Grouw | Oostergoo |
| Corlei | midzwaardjacht ABC | R.W. Kylstra Leeuwarden | (div. ver. Grouw) |
| De Kemphaan | 7.10m | J.N. Mulder Grouw | (div. ver. Grouw) |
| De Vriendschap | tjotter | R. Buisman Zwartsluis | Oostergoo |
| De Vrouwe Anna | motorjacht | T.A. van Valkenburg Leeuwarden | Oostergoo |
| Frisia | kieljacht | Tj. Dokter Grouw | Oostergoo |
| Frisia | Fries jacht | L.G. Lijkles Grouw | Oostergoo |
| Fulica | motorjacht | R. v.d. Velde Leeuwarden | (div. ver. Grouw) |
| Go | motorjacht | W. Geveke Leeuwarden | Oostergoo |
| Gretha | motorjacht | P.G. Halbertsma Grouw | Oostergoo |
| Helios | midzwaardjacht | Y. Beintema Leeuwarden | Oostergoo |
| Johwill | schouw | Tj. Dokter Grouw | Oostergoo |
| Li | 7.10m | Dr. v.d. Meer Grouw | Oostergoo |
| Marihilde | motorjacht | van der Meulen Leeuwarden | Oostergoo |
| Mercurius | Fries jacht | R. Buisman Leeuwarden | Oostergoo |
| Njord | Fries jacht | Mr. Tj. Kingma Boltjes Enschede | Oostergoo |
| Njord | boeier | Mr.S. Boltjes Baarn | Oostergoo |
| Oostergoo | boeier (staal) | Tj. Dokter Idaarderadeel | Oostergoo |
| Reidhin III | schouw | A.S. v.d. Veer Grouw | Oostergoo |
| Sirene | sloep | Tj. Kuperus Leeuwarden | Oostergoo |
| Snip | midzwaardjacht | P.G. Halbertsma Idaarderadeel | Oostergoo |
| Sterna | midzwaardjacht | L.F. Britzel Usquert | Oostergoo |
| Tjet Rixt | motorjacht | Mr. M.E. Hepkema Heerenveen | Oostergoo |
| Tjet Rixt | boeier | Tj. Hepkema Heerenveen | Oostergoo |
| Tjibbe Gearts | Fries jacht | W.A. v.d. Meulen Leeuwarden | Oostergoo |
| Victoria Regia | huisboot | R. Buisman Leeuwarden | Oostergoo |
| Widewit | sloep | G. Oosterhout Grouw | (div. ver. Grouw) |
| Witkiel | motorjacht | R. Buisman Leeuwarden | Oostergoo |
| Wi-Wi | motorjacht | A. v.d. Veen Grouw | Oostergoo |
| Zomerkind | midzwaardjacht | J.E. Hoekstra Leeuwarden | Oostergoo |
Niet alle Oostergoo leden met een schip hadden zich aangemeld voor het Jachtregister. De lijst hierboven geeft 38 namen van schepen. Geen groot aantal en omdat er een aantal leden vermeld staan met meerdere schepen wordt het procentuele aantal leden nog kleiner. Het werkelijke aantal leden van onze vereeniging was in 1923:159 en 1924:151. Redelijkerwijze mag verwacht worden, dat heel veel eigenaren hun schepen niet aangemeld hadden voor het Nederlandsch Jachtregister 1924/25.
Maar met deze lijst in de hand kunnen er wel een aantal bijzondere conclusies getrokken worden.
Wat te denken van het aantal “Friese jachten ”die hier genoemd worden. In het hele Jachtregister worden nog twee andere Friese jachten genoemd. Het zou mij niet verbazen dat de eigenaren van deze twee schepen, de Neptunus uit 1918 en de Bever uit 1820, banden onderhielden met Oostergoo-leden. In het hele jachtregister kom je maar zeven schepen van dit type tegen. Alle andere open ronde jachten worden tjotter genoemd. Kan het zo zijn dat Oostergoo het begrip “Fries jacht” heeft geïntroduceerd? Nog altijd varen de Argo, de Mercurius, de Njord mee in de huidige vloot van Oostergoo schepen. Tot 1924 kom je het begrip Fries jacht vrijwel nooit tegen.
Wat verder bijzonder genoemd mag worden is dat in de lijst nog een aantal ronde jachten genoemd worden, een tjotter en een aantal boeiers. Op de stalen boeier na kennen we alle schepen nog. Ze zijn alleen niet allemaal meer van een Oostergoo lid, maar maken nog altijd deel uit van de Nederlandse jacht vloot. De boeiers Albatros, Constanter en Njord verschijnen nog altijd bij de vaartocht die na de jaarvergadering gehouden wordt.
Helaas is de geschiedenis van veel van de andere schepen die genoemd worden in nevelen gehuld. De schoener Attie heet inmiddels al jaren Kraggenburg en vaart nog altijd. In 1972 is de Gretha tijdens een brand verloren gegaan.
Wat verder opvalt zijn de familienamen die toen en nu nog steeds in de ledenlijst van Oostergoo voorkomen. Is dit toeval of betrokkenheid. Persoonlijk denk ik het laatste.
Ronde jachten en Oostergoo
Bij herhaling wordt in oude krantenartikelen, zo ruwweg tussen 1920 en 1955, genoemd dat de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo de enige zeilvereeniging is die nog zeilwedstrijden organiseert voor ronde jachten. Ja, dat deed Oostergoo, maar het waren altijd dezelfde drie schepen: de Albatros, de Constanter, de Mercurius. Deze drie kwamen keer op keer op de wedstrijdbanen bij Grou tegen elkaar uit. Hun schippers kenden elkaar als geen ander. Ze zullen vast en zeker elkaar weinig ruimte gelaten hebben, maar tegelijkertijd zouden ze elkaar nooit echt in het vaarwater zitten. Hun aanwezigheid op de wedstrijdbanen leek meer op een dans van Kraanvogels dan op een werkelijke strijd.
Er is bij herhaling druk uitgeoefend op de eigenaren van de Maria , de Hou Moed en de Argo om in de wedstrijd mee te zeilen, meestal lieten ze verstek gaan.

Vanaf de oprichting in 1848 van Zeilvereeniging Oostergoo werd er al met boeiers gevaren. Haar oprichters en leden waren eigenaren van boeiers en (Friese)jachten. Dé schepen waar zij mee recreëerden. Dat juist zij zich op het water met elkaar wilden meten en wensten te ontmoeten lag voor de hand. Ongetwijfeld deden ze dat op andere momenten in het maatschappelijke leven ook al, maar het voert te ver om op deze plek hun onderlinge relaties verder uit te zoeken en te beschrijven.
Hoewel Nederland zichzelf als een watersportland beschouwt, natuurlijk is dat zo, wordt er tot in het begin van de twintigste eeuw gewoon met boeiers, tjotters, (Friese)jachten en schouwen gevaren. Vaak waren de schepen multifunctioneel en was er slechts beperkt sprake van modernisering. Door de week werden ze gebruikt voor het werk, in het weekend voor het plezier. De geografie en de opbouw van de infrastructuur van ons land hebben hier een rol in gespeeld.
De opkomst en ontwikkeling van scherpe jachten zoals in Duitsland, Engeland en de Verenigde Staten van Noord-Amerika, ging tot in het begin van de twintigste eeuw min of meer aan Nederland voorbij. Voor kielboten waren de Nederlandse- en zeker de Friese wateren feitelijk ongeschikt. De wateren waren vaak te ondiep.
In Frieslands lage midden, bleef men gewoon zeilen met schouwen, tjotters en boatsjes.
Met de gegevens uit 1924 en die van de schepen- c.q. ledenlijst van onze zeilvereeniging in 2022, en de informatie die in de schepenlijst van de Stichting Stamboek Ronde en platbodemjachten over individuele schepen is vastgelegd, is het makkelijk om te zien welke schepen honderd jaar na dato nog steeds varen onder de vlag van Oostergoo. Het volgende lijstje is hier uit de destilleren. De boeier Albatros, het Friese jacht Argo, de boeier Constanter, het Friese jacht Mercurius en het Friese jacht Njord en de boeier Njord. Helemaal vermeldenswaard is het dat zowel de Constanter als ook het Friese jacht Njord nog steeds eigendom zijn van dezelfde families. Over deze schepen vind je in het Oostergoo-archief achtergrondinformatie, soms nog nooit gepubliceerd.
Omdat deze schepen al zeker honderd jaar in de analen van Oostergoo voorkomen, neem ik de vrijheid iets dieper, doch beperkt, op hun geschiedenis in te gaan. Immers op andere plekken, met name bij de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten en in de boeken die door Dr Ir. J.Vermeer geschreven zijn is al veel diepgravender over hun geschiedenis geschreven.
Boeier Albatros ex Charlotte ex Eva
Deze boeier Is gebouwd in 1880/1881 op de werf van Eeltje Holtrop van der Zee in Joure. Ze vaart met zeilnummer RC98. Voor een snelle aanschouwer lijkt dit schip als twee druppels water op de boeier Constanter. Maar er zijn verschillen. Nog al. Het zijn geen kopieën van elkaar. Het zijn “slechts” zusterschepen. Haar afmetingen zijn 8.07 x 3.50 x 0.49m, zeilopp. 57m2. In de schepenlijst van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten is ze opgenomen met plaquettenummer 6.
In het boekje “Albatros” uitgegeven door de NV Philips en geschreven door H.G.van Slooten in 1971 staat het volgende
……..”In 1914 lag de Albatros te koop in haar oude thuishaven van “de Maas” te Rotterdam. De heer P. Bokma reisde in gezelschap van Auke van der Zee naar Rotterdam ten einde zich ervan te overtuigen of dit inderdaad een boeier van “Van der Zee” was. Dat bleek het geval en de heer Bokma besloot tot aankoop. ……..
…….. Uit eigen ervaring weet ik dat de Albatros in het begin van de twintiger jaren op De Kaag tijdens een wedstrijd omsloeg omdat de ballast verschoof. Zelf heb ik eens als opstapper mee gevaren in een wedstrijd. Alles kwam uit het schip, de banken, de buikdennigen, letterlijk alles. In de bollestal kon je niet meer zitten, want de banken waren er uit en op de boeisels werden zetboorden geplaatst om te voorkomen dat er water zou binnenstromen. Ballast in de vorm van zandzakjes werd wel ingenomen en hiermee werd tijdens de wedstrijd heen en weer geschoven, opdat men steeds de juiste ligging had voor de grootste snelheid. De gewone mast was vervangen door een grote wedstrijdmast, zelfs de kluiverboom werd gebruikt. De bemanning bestond uit een viertal betaalde schippers, mijn vader en mijn persoon die de zwaarden bedienden en de heer Bokma aan het roer ………”.
Het meest in het oogspringende verschil met de Constanter is de aanwezigheid van een koekoek op het kajuitdak. Het snijwerk verschilt met dat van de Constanter.
De heer Pieter Bokma die van 1914 tot 1966 eigenaar van de Albatros was, was van 1925 tot 1957 commissaris van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo.
Een andere wetenswaardigheid is de volgende: In de voorzittershamer van KZV Oostergoo, aangeboden door het “Comité Oostergoo - Boeiervrienden” in 1973 is de steel gemaakt uit een stuk hout afkomstig uit een vorige achtersteven van de boeier Albatros.
Argo ex Eeltje, ex Vliegende Hollander, ex Kikker III
In de schepenlijst van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten is de Argo opgenomen met plaquettenummer 10.
Dit Friese jacht is in 1895 gebouwd als Eeltje, genoemd naar de kleinzoon van Eeltje Holtrop van der Zee: Eeltje Romkema. Hiermee is direct duidelijk welke werf haar bouwer is.
Het is aannemelijk dat Auke van der Zee de leiding bij de bouw van dit schip gehad heeft. In de werfboeken is terug te vinden dat Eeltje Holtrop van der Zee in 1894 met pensioen ging. Ongetwijfeld heeft de oude Eeltje tijdens de bouw nog wel eens een handje geholpen. Nergens heb ik gevonden dat Eeltje Holtrop van der Zee het eigendom van de werf toen ook overgedragen heeft aan zijn zoon Auke. Dat zal met de dagelijkse leiding van de werf, naar alle waarschijnlijkheid, anders zijn geweest.
Eeltje Romkema schreef zijn herinneringen op in de correspondentie met de heer Van Waning, in de jaren vlak voor de oprichting van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten.
De herinneringen van Eeltje Romkema
……….“In die zelfde tijdperiode zijn er ook nog een paar open jachten gebouwd. Eén ervan was voor de waterstaat onder de rook van Amsterdam en ik meen dat dit jacht ook al om werkverval op de koop was gebouwd en dat de naam was “Flecke Jouwer”. Het andere ook op de koop heette naar mij “Eeltje” en is verkocht met heel veel moeite en ik meen van voor 900 gulden aan een bootverhuurder Helder te Paterswolde. ………
…….. Van deze mijnheer de Jong, nu ruim 80, ik meen 82 of 83, dat deze mijnheer op een middag met het jacht “Eeltje” of “Flecke Joure” uit zeilen ging met Grootvader de heer de Jong huurde dan het jacht. Grootvader stuurde dan. Ik zelf was er ook bij: het was enorm broeierig weer en windstil, met tenslotte een dreigende onweersbui. Opeens viel er een verraderlijke wind op het water achter ons. Doch daardoor ook op onze hoede. Het jacht lag ineens zo plat, dat de bovenste reefgaten lagen op het water. Alhoewel Grootvader al een goede zeventiger was bleef hij kalm, en had alles goed in de gaten. Zelfs nog zóó, dat hij met zijn linkerhand een pakje Portorico tabak greep, want het dreigde klets nat te worden. Mijnheer de Jong vertelde mij na jaren nog, dat zijn persoon op dat moment meer aan zijn leven had gedacht, in tegenstelling met mijn Grootvaders zorg voor een pakje Portorico tabak. Hij vond de situatie nog altijd van zoo’n bijzonderen aard, daar moest nou iemand een mooie tekening van hebben kunnen maken voor een reclameplaat. Later heeft dezelfde mijnheer, vele jaren nadien een scherp kieljacht laten maken bij Oom Auke. Het bestaat nog, er is later een ingebouwde motor in geplaatst. U vraagt naar het bouwjaar de “Eeltje” dat zal misschien 1899 of een paar jaren eerder zijn geweest. ……..”
Met dit verhaal in het achterhoofd mag ik u het volgende citaat uit de Leeuwarder Courant van 4 juni 1956 zeker niet onthouden
……Aan deze jaarvergadering was volgens de traditie een zeiltocht van de leden verbonden, waar de schepen van allerlei typen, onder andere verschillende Friese ronde jachten, aan deelnamen. Tijdens deze tocht is zaterdagmiddag bij Eernewoude door de harde wind het jacht Argo, bestuurd door een “Oostergoo”-lid uit Helmond, omgeslagen en gezonken. De drie opvarenden konden zich zwemmend redden. De Argo is met veel moeite geborgen. Het jacht liep aanzienlijke schade op. De voorraden aan boord (waaronder sigaren) waren grotendeels bedorven……

In de Friese Koerier stond aanvullend vermeld dat de Firma R. Wester en Zn het schip ’s avonds geborgen heeft. Van de weinige foto’s die in het Oostergoo-archief bewaard worden zijn er twee van een omgeslagen Argo.
(rechts) 2 juni 1956 Argo omgeslagen foto C. Colenbrander (uit: notulenboek 1895-1964 Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo)
Als aandenken aan dit toch moeilijke moment heeft de heer Tuininga, de toenmalige eigenaar, als prijs een rouwkrans, ter nadere bestemming, aangeboden. In een onderlinge brief tussen secretaris en voorzitter kunnen we het volgende lezen: “Waar is trouwens dat monster ding? ………..”
De moraal van dit verhaal: Bewaar de tabak aan boord altijd in een gesloten waterdichte verpakking of ……… rook helemaal niet.
De Argo heeft, afwijkend van de andere ronde jachten die ik in dit overzichtje opgenomen heb, een lange geschiedenis met het varen met gasten. In haar periode dat ze in Paterswolde voer, werd ze gebruikt door Albert Helder voor het varen met gasten van het Familiehotel. Later in Grou zeilde ze wederom met gasten van Hotel Oostergoo.

En wanneer deze ansicht nog niet voldoende bewijs is:
Constanter
Hoewel het lijkt dat de Albatros en de Constanter van dezelfde mallen gebouwd zijn, is dat niet het geval. De Constanter is wezenlijk smaller dan de Albatros. De lijnenplannen van deze twee boeiers verschillen daarmee van elkaar. Van deze twee boeiers is de Constanter de oudste. Zij is eveneens gebouwd op de werf van Eeltje Holtrop van der Zee in Joure. Haar afmetingen zijn 8.06 x 3.32 x 0,59m, zeilopp. 58m2.
Dit schip is gebouwd in opdracht van de heer J. Minnema Buma uit Leeuwarden. Tijdens de bouw annuleerde hij de opdracht. Eeltje Holtrop van der Zee vond in de persoon van W.A. Tromp uit Woudsend, een koper voor wiens rekening het schip afgebouwd kon worden. Er was haast bij deze verkoop omdat de werf van Van der Zee inmiddels de opdracht had voor de bouw van een 63 voet lange boeier voor de staten van Noord-Holland. Dit schip kreeg dan ook de naam Noord-Holland.
De namen van de eigenaren van de Constanter in het Nederlandsch Jachtregister 1924 – 1925 en in 2023 zijn in het onderstaande overzichtje te lezen. Slechts heel weinig schepen blijven zolang in eigendom van één familie:
| 1876 | J. Minnema Buma, Leeuwarden |
| 1877-1887 | W.A. Tromp, Woudsend |
| 1887-1901 | Jhr. A.J. van Sminia, Oudkerk |
| 1901-1925 | P.G. Halbertsma, Grouw (voorzitter 1911-1925 / 1925 Erelid) |
| 1925-1967 | H.B. Halbertsma, Grouw (penningmeester 1925-1957 / 1963 Erelid) |
| 1967-1970 | NV Halbertsma, Grouw |
| 1970-1984 | P.G. Halbertsma, Grouw (commissaris 1963-1974) |
| 1984-heden | B.L. Halbertsma, Wilnis (commissaris 1984-1989 / 2012 Lid van Verdienste) |
De Constanter is met stip de grootste leverancier van bestuursleden van Oostergoo.
Maar, misschien is de Constanter wel de bekendste boeier die bestaat. Dit heeft ze te danken aan de publicatie van haar opmetingstekeningen, die ooit gemaakt zijn in opdracht van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten. De zeiltekening is zelfs gebruikt voor een grote rode, in dit geval schipperszakdoek. Ik heb me zelfs laten vertellen dat Binnert Halbertsma een dekbed heeft, gemaakt van deze aan elkaar genaaide zakdoeken. Hij moet wel gouden nachten slapen.

En wist u dat op 11 juni 1960 er een grote brand heeft gewoed op het terrein van de firma Halbertsma in Grou, dat daarbij twee botenhuizen zijn verbrand? In één ervan lag de Constanter. Net op tijd hebben ze haar naar buiten kunnen varen. Deze brand was zo heftig dat de kozijnen van Hotel Oostergoo geblakerd waren.

Mercurius
Het zou best een beetje saai kunnen worden, maar ook De Mercurius is gebouwd op de werf van Eeltje Holtrop van der Zee. Haar bouwjaar is 1868 en ze komt voor in de werfboeken van Van der Zee. Ze wordt verondersteld het oudste en daarmee het prototype van alle Friese jachten te zijn. Over deze constatering wil ik niet discussiëren, het zou heel goed waar kunnen zijn.
De Mercurius is in het Stamboek Ronde en Platbodemjachten ingeschreven met plaquette 8.
Eén van de eigenaren van de Mercurius was de heer Taconis uit Leeuwarden. Een tabakshandelaar. Iemand in zijn tijd in goeden doen, lid van Oostergoo. Van hem en zijn schip is een serie foto’s in het Tresoar bewaard gebleven van hoge kwaliteit. Wanneer ze gedateerd kunnen worden is niet helemaal duidelijk. Zeker is dat ze gemaakt zijn na 1896. De heren Wachtels en Taconis werden toen eigenaar van de Mercurius. Ze was op het moment van de foto’s zo’n dertig jaar oud. Wat de foto’s laten zien, is een goed onderhouden Mercurius met nog een paar Friese jachten. De Annie en de Frisia zijn te herkennen. Het gezelschap op de foto’s bestaat alleen uit heren. Heren in een vrolijke setting. Bekijk deze foto maar eens goed ………
De fotoserie, die bewaard wordt in het Tresoar, is van een buitengewone kwaliteit. Wanneer je inzoomt kun je heel veel details zien. Details die iets over de geschiedenis van het schip zeggen, maar evenzeer over haar gebruikers. Op één van de foto’s zijn de geschoten vogels en het etiket van de alcoholische versnapering te lezen. Cognac. Het schip op die foto is een tjotter.
De Mercurius onderscheidt zich duidelijk van haar jongere zusterschepen die op dezelfde werf gebouwd zijn. Maar dat het op foto’s makkelijk te zien is met welk van deze schepen je te maken hebt ……. nee. Heel duidelijk niet. Een detail waaraan de Mercurius te herkennen is, is een sleepoog aan de voorsteven. De anderen hebben dat niet.
Zelf ken ik de Mercurius vooral van de Regionale Friese Reünie uit Heeg, zo tussen 1975 en 1985. Het was altijd dezelfde bemanning die er dan mee zeilde. Kingma’s bank was toen eigenaar. De heren Tjeerd Kingma, Herman van Slooten, Theo Huitema, Henk Hamminga en Anne van der Werf zeilden er mee. Ik herinner me nog dat deze heren in ganzenpas langs de jachthaven in Heeg liepen. Wie er voorop liep weet ik niet meer, wel weet ik dat de voorste een zwarte schipperspet, een blauwe blazer met stropdas en wit overhemd droeg. Daaronder een korte broek van twijfelachtige kwaliteit, blote benen en om de voeten een gele en een lila sok…….. wat er gebeurd was vertelt het verhaal niet, maar dit soort taferelen zul je bij Oostergoo nooit zien. Dit Illustere gezelschap heeft de nodige jaren op rij met de Mercurius gezeild. Drie anekdotes over de Mercurius en deze heren zijn verdeeld over dit boek opgenomen.
In die jaren, maar zeker ook de jaren daarvoor, werden de kuipbanken gebruikt voor het bewaren van de flessen en de blikjes. De ene kant voor de lege, de andere kant voor de volle.
Notulenboek 1964
…..het advies van onze oud voorzitter Buisman wordt hooggehouden: Flessen en glazen in de banken als heren voor de wal! Het meest verheugende moment voor uw secretaris was tijdens de borrel voor het hotel toen ons lid Tjeerd Kingma bij hem kwam en hem zeide na de mooie zeiltocht met Hidde op de Constanter wel eens te willen praten over een eventuele aankoop van het Friese jacht “Mercurius” van onze oud voorzitter Buisman. Dit informerende gesprek heeft er tenslotte toe geleid, dat dit fraaie jacht door Kingma’s Bank werd aangekocht en thans ……….. (onleesbaar)……….. voor de wal ligt!
Njord (Fries jacht)
Evenals de Constanter en de Mercurius heeft dit Friese jacht het grootste deel van haar bestaan een ligplaats in Grou gehad. Tegenover Hotel Oostergoo naast de werf van Wester loopt een doodlopende vaarweg. Op het einde van deze sloot staat een schiphuis waarin de Njord lag. Met haar huidige eigenaar is ze (tijdelijk?) naar Noord West Overijssel verhuisd. De Njord heeft een reeks eigenaren uit de familie Boltjes cq Kingma Boltjes gehad. Dit al sinds 1888.
Haar eigenaren uit deze familie waren alle lid van de Zeilvereeniging- en Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo. De verenigingsvlag werd steeds achter aan de gaffel gevoerd. Tjomme Ynte Kingma Boltjes was van 1959 tot 1963 commissaris en van 1963 tot 1980 voorzitter.
De Njord is uitgebreid beschreven in het boek “150 jaar Fries jacht Njord 1867-2017”. Het kon geschreven worden omdat vrijwel alle correspondentie over en alle rekeningen van dit scheepje bewaard gebleven zijn. Haar geschiedenis ligt daarmee bijna van dag tot dag vast. En, weet u dat dit Friese jacht al sinds 1915 een ingebouwde motor heeft? En weet u dat een aantal keren de schroef voor het wedstrijdzeilen weggenomen werd? Dit Friese jacht was oorspronkelijk als “boot” gebouwd. Pas nadat Sieberen Boltjes eigenaar werd in 1888 zijn het berghout en het snijwerk aangebracht. Deze Sieberen zeilde fanatiek wedstrijden met de Njord. Hij noemde het schip Njord naar de roeivereniging Njord uit Leiden, de stad waar hij gestudeerd had.
De Njord heeft plaquettenummer 11 van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten.
De oprichters van de SSRP dachten dat ze hun zeilvriend Tjomme Kingma Boltjes bij het uitdelen van de plaquettenummers rustig het “gekkengetal” konden geven. Sinds dat moment is ze in de schepenlijst van de SSRP onder dit nummer bekend
In het Oostergoo archief is een brief te vinden van Sieberen Boltjes uit 1897. Toen eigenaar van de Njord.
Appingedam 24 April 1897
Amice!
Bij deezen ga ik U ene mededeling doen waartegen ik steeds door heb opgezien en die ik dan ook steeds door van dag tot dag heb uitgesteld. Die meededeling betreft het feit, dat ik wel moet bedanken hoe noode dan ook als mede directeur van onze Zeilvereeniging Oostergoo. Aan het mede directeurschap van Oostergoo zijn voor mij zulke aangename herinneringen verbonden, dat het me werkelijk moeite kost ervoor te moeten bedanken. Een gelukkig feit is het echter te noemen, dat de genoeglijke oogenblikken en aangename uren, die wij hebben doorleefd, in de herinnering ons nog mooier en aangenamer toeschijnen, dan zij werkelijk waren.
Zoals Gij zeker wel in de Telegraaf zult gezien hebben is mijn schip ook te koop.T'is hier niet de geschikte gelegenheid er een pleizier vaartuig op na te houden en Grouw is wel een beetje veraf om het daar te houden. Kan ik het echter niet behoorlijk verkopen, dan houden mijn broer uit Jorwerd en ik het waarschijnlijk wel zamen.
Als het enigszins mogelijk is hoop ik in Juni nog tegenwoordig te zijn op de vergadering te Bergummerdam. En hiermede Amice neem ik voor dit moment afscheid van U Wel.Zoo goed zijn mijne welgemeende groeten over te brengen aan de mededirecteuren en geloof me steeds gaarne na minzame groeten.
S. Boltjes
Het lijkt alsof Sieberen Boltjes definitief afscheid neemt van Oostergoo en zijn Njord. Maar in 1910 was Sieberen weer terug. Dan met de boeier Njord.
Njord (boeier)
Sieberen Boltjes kwam terug binnen de gelederen van Oostergoo. Hoe, met een nieuw gebouwde boeier. Nadat hij in 1907 als Notaris van Appingedam naar Leeuwarden verhuisd was, liet hij in 1910 deze boeier op de werf van Ernst Wester in Grou bouwen. Een schip met een eigen karakteristiek. Sieberen had blijkbaar zo zijn eigen ideeën hoe een boeier er voor hem uit moest zien. In het boek “De Boeier” van Dr. Ir. J. Vermeer valt te lezen dat Sieberen Boltjes zelf lijnentekeningen had waarna het schip gebouwd moest worden. In het Oostergoo-archief kom je dit schip de nodige keren tegen. Boltjes zeilde tot op 84-jarige leeftijd kort voor zijn dood zelf nog met deze boeier. De Boeier Njord is in het Stamboek Ronde en Platbodemjachten opgenomen met plaquettenummer 23.
Volgens de notulen wint de Njord op 8 juli 1910 “een fraai zilveren scheepje”. Haar naam is daarmee gevestigd.
De boeier Njord won met ir. Der Weduwen aan het roer als eerste de geborduurde wimpel die in 1956 door de SSRP beschikbaar was gesteld aan de zeilverenigingen op de Westeinder. De wimpel hangt nog altijd in het verenigingsgebouw van Zeilvereniging De Nieuwe Meer. Een pijnlijk moment in het leven van de Njord was de Stamboek reünie uit 1957 in Hoorn. Ze werd aangevaren en ernstig beschadigd. Ze verdween tot het dek onder water. De bemanning werd door de reddingboot aan land gebracht.
10 juli 1960 protest van tjalk Oude IJssel tegen stuurman boeier Njord. Aanvaring, schuld en schade.
……… Het is u bekend dat ik tijdens de wedstrijd werd aangevaren door de Njord (OC36). Direct na de finish wilde ik hiertegen protesteren, doch de wedstrijd commissie achtte dit niet nodig, gezien de Njord de wedstrijd reeds verlaten had. Ik ging hiermee accoord, mits de ik met de stuurman van de Njord overeenstemming over zijn schuld en de schade vergoeding zou kunnen bereiken, gezien het feit dat hij mij aanvoer en dus mijns inziens in overtreding was. De stuurman van de Njord toonde zich echter zeer verbaasd en met zijn bemanning zelfs verontwaardigd, (hetgeen zij in het volle publiek niet onder stoelen of banken staken) ………
……… Bepaald verbaasd was ik echter na het getuigenverhoor zonder meer te vernemen, dat mijn protest was afgewezen………
Een reactie op dit protest laat ik over voor de schrijver van een volgend jubileumboek. Oostergoo was nog niet van de eigenaar van de Oude IJssel af.
Sinds 1963 is de Njord eigendom van verschillende leden van de Familie Offringa.
Hoofdstuk 11
1948 Z.K.H. Prins Bernhard en het 100 jarig jubileum

Dit wordt een verhaal in de trant van de mop: Heb je gehoord van de Prins die niet zou komen? Hij kwam wel.
Tijdens het 100-jarig jubileum van Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo, wist onze zeilvereeniging alle aandacht op zich te vestigen. Niet in de laatste plaats doordat Prins Bernhard “langs kwam”. En hoe, met een watervliegtuig! Een niet alledaagse verschijning op het Pikmeer. “ Prins Bernhard hanteerde zelf de stuurknuppel” zo is in een krantenknipsel te lezen. Er werd een landingsstrook voor het vliegtuig vrijgehouden en het bestuur was comité van ontvangst. Prins Bernhard werd ontvangen aan boord van de woonark van de familie Buisman.

Rienk Wegener Sleeswijk maakte bij deze foto de volgende beschrijving
100 jaar K.Z.V. Oostergoo, 3 juli 1948.
Prins Bernhard staande op de neus van een geel-blauw gekleurd watervliegtuigje waarmee hij zojuist is geland op het Pikmeer bij Grou ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo op 3 juli 1948.
De Prins bestuurde het toestel zelf, hoewel zijn piloot Gerben Sonderman ook aan boord was. De Prins zal een lijn toegeworpen krijgen door de CdK, mr. H.P. Linthorst Homan, die op het achterdek van de autoboot “Witkiel” staat en die daartoe eerst de vlag van de K.Z.V. Oostergoo verwijdert.
De autoboot is eigendom van de heer Roelof Buisman, voorzitter van de jubilerende vereeniging, die achterin de kuip staat. Vervolgens in burgerpak met hoed de heer C.W. Renken, burgemeester van de gemeente Idaarderadeel en dan de heer Hidde B. Halbertsma, penningmeester van Oostergoo. Achter de heer Halbertsma staat aan het stuurwiel de schipper van de heer Buisman.
Hoe de communicatie met Prins Bernhard is gelopen zullen we wel niet meer kunnen herleiden. In slechts heel kleine kring moet bekend geweest zijn dat de Prins zou komen. Om 13.55 uur kwam er een telegram van paleis Soestdijk met de volgende tekst bij Oostergoo aan:

“Kan tot mijn leedwezen heden niet in uw midden zijn doch bied bij deze mijn hartelijke gelukwensen aan ter gelegenheid van 100 jarig bestaan stop Wens u ook voor de toekomst voorspoed en bloei
Bernhard”.
De werkelijkheid werd anders. Humor op zijn Oostergoo’s of humor op zijn Bernhards?
De Koninklijke Zeilveereniging Oostergoo was zeer vereerd met de komst van Prins Bernhard en de medailles die H.M. de Koningin, H.K.H. Prinses Juliana en Z.K.H. Prins Bernhard aanboden ter gelegenheid van het eeuwfeest.
Voor geïnteresseerden en struiners op het internet, dit bezoek en dit jubileum zijn op film vastgelegd en bevindt zich in het Fries Audio-Visueel archief: "Honderd jarig bestaan Kon. Zeil ver. Oostergoo".
Overigens zijn er van de jubilea meer films in de archieven te vinden. Bijvoorbeeld een polygoon film van het 75-jarig jubileum van Oostergoo in 1923. Het geeft een goede indruk wat voor volksfeest het was.
Hoofdstuk 12
1948 de Mastwortel en Oostergoo

Tijdens de beurs Boot Holland 2015 in Leeuwarden werd op de stand van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten een aantal keren naar het fenomeen mastwortel gevraagd. Niemand wist exact te vertellen wat de herkomst ervan was.
Mr. Dr. T. Huitema schrijft in zijn boek “Ronde en Platbodemjachten”: “De mast kan aan zijn beide uiteinden zijn versierd: aan de top de mastwortel en beneden aan de voorkant, vlak boven het dek, de mastplank, ook wel mastschild of mastbord genoemd. Hoewel de mastwortel bovenop de mast staat, wordt de versiering 'wortel' genoemd vanwege de vorm, die aan een wortel doet denken. De mastwortel is een oude versiering, die vroeger vrijwel bij alle binnenschepen voorkwam. Het snijwerk bestaat meestal uit een aantal geledingen, versierd met engelenkoppen, lofwerk, guirlandes en schelpen. Een dergelijke mastwortel, tezamen met scheer- hout (of vleugelhekje) en vleugel wordt wel als 'tuigje' aangeduid en was oudtijds een bekende prijs bij het hardzeilen in Friesland.
“Het Tuigje” is bij de Stichting al snel na de oprichting een herkenningsteken, een beeldmerk geworden. Op de eerste reünie voor ronde jachten in 1953 in Grou, dus voordat de SSRP in 1955 werd opgericht, kregen alle deelnemers een tuigje mee als aandenken van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo. Het was eenvoudig maar verfijnd uitgevoerd. Heeft “Oostergoo” hiermee de mastwortel weer op de traditionele jachten gezet? Is hierdoor de indruk ontstaan dat een mastwortel op ronde jachten hoort?
Logo van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten
Sinds 1956 wordt het tuigje als logo van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten in al haar publicaties en presentaties als beeldmerk gebruikt. Het is getekend door de bekende schilder W.J. Dijk. Sinds augustus 1957, hebben vrijwel alle bij het Stamboek in geschreven schepen, de bekende bronzen plaquette aan boord. Hierop is het tuigje in het brons ingegoten. Het unieke scheepsnummer is gegraveerd. Daarnaast reikt de Stichting sinds 1966 jaarlijks de Van Waningwisselprijs uit. Een vergulde mastwortel, een vleugel met scheerhout en daaronder een vergulde kloot: “het Tuigje”. De mastwortel is er het meest prominente onderdeel van. Versierd met snijwerk en verguld. Veel bij het Stamboek ingeschreven schepen hebben een mastwortel als versiering.
(rechts) Van Waningprijs (foto Dirk Huizinga 2015)
De Van Waningprijs is een wisselprijs die in 1966 beschikbaar is gesteld door oud Stamboek voorzitter C.J.W. van Waning. Het is gemaakt door Heit Piersma. De prijs wordt als wisselprijs toegekend aan degene die een bijzondere prestatie heeft geleverd met betrekking tot de organisatie of geschiedschrijving voor de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten. Eén en ander in de ruimste zin van het woord. In 2019 werd deze prijs uitgereikt aan de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo. Het bestuur was voor de uitreiking afgereisd naar het Scheepvaartmuseum in Amsterdam.
Zoals hiervoor al aangehaald is: “De mastwortel is een oude versiering, die vroeger vrijwel bij alle binnenschepen voorkwam”. Inderdaad kun je op veel oude 17e en 18e eeuwse modellen en schilderijen de mastwortels terugvinden. Klein, groot, recht en krom. In de bekende Nederlandse scheepvaartmusea worden ze als scheepssier getoond. In het boek “Afbeeldingen van Schepen en Vaartuigen in verschillende bewegingen” van P. le Comte uit 1831 is op vrijwel iedere afbeelding een mastwortel te zien. Ogenschijnlijk lijkt het alsof de mastwortel bij het traditionele Nederlandse vaartuig hoort. Het moet dan ook niet moeilijk zijn om op oude foto’s boten met mastwortels terug te vinden. De werkelijkheid is weerbarstiger.
Vanaf mijn jeugd verzamel ik oude watersportfoto’s, waarbij de nadruk ligt op foto’s van ronde jachten. Veel van de foto’s zijn genomen in Friesland, de bakermat van de nu nog bekende tjotters, boeiers en Friese jachten. Op geen van de foto’s is een mastwortel te zien! Bij een snelle inspectie van oude watersport tijdschriften vind je de mastwortel niet!
Niet bij tjotters, niet bij boeiers, niet bij Friese jachten, niet bij Lemmeraken, niet bij andere traditionele Nederlandse schepen. Het lijkt alsof de mastwortel in de tweede helft van de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw vergeten is. Het valt niet uit te sluiten dat systematisch onderzoek foto’s oplevert, maar veel zullen het niet zijn. Wanneer en waarom de mastwortel in de 19e eeuw in onbruik is geraakt is weten we niet. Waren ze te kostbaar? Te kwetsbaar? Scheepsbouwers als Van der Zee en Lantinga noemen in hun werfboeken soms versieringen, die als extra berekend werden. Een vermelding van een mastwortel is me nooit opgevallen.

Vond men dat bij een Statenjacht een mastwortel hoorde? In 1954 werd de Friso getooid met een vergulde mastwortel, aangeboden door het Gemeentebestuur van Leeuwarden. De foto van de Friso met een mastwortel staat in dat jaar in de Waterkampioen. Het is een foto van de boeier Friso die in dat jaar als Statenjacht aan de provincie Friesland werd aangeboden.
Liet de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo hier haar stem horen? Dat deed ze inderdaad , maar dat deed ze al twee jaar eerder in 1952. In samenspraak met de Leeuwarder Courant, die op dat moment 200 jaar bestond, werden er voor verschillende sporten wisselprijzen gemaakt, aangeboden en er werd om gestreden. Oostergoo had de eer en het genoegen een zilveren mastwortel als wisselprijs te mogen verzeilen. Waar deze prijs terecht gekomen is ………..? In 1952 werd ze gewonnen door Harmen Veenstra met de GWS-schouw Anneke.

Vanaf dit moment verschijnen er langzamerhand foto’s van ronde en platbodems met een mastwortel. Een tweede schip waarop een mastwortel prominent te zien is, is de Groene Draeck van Prinses Beatrix in 1957.
In het boek “Het Prinsessejacht De Groene Draeck” (1957) staat een afbeelding van “een antieke mastwortel” (blz.33), de lengte ervan is zesenzestig centimeter zoals te lezen valt. Het aantal tussenstukken is zeventien.
Op bladzijde 71 van hetzelfde boek staat een foto van de mastwortel die voor de Groene Draeck is gemaakt. Samen met het snijwerk aan de achterzijde van de kajuit is deze mastwortel aangeboden door de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereniging en de Koninklijke Watersportvereniging Loosdrecht. Deze mastwortel heeft dertien tussenstukken. Alle elementen van beide mastwortels zijn versierd.

De geschiedenis van de mastwortel
De geschiedenis van de mastwortel lijkt terug te voeren naar de statenjachten uit de Gouden Eeuw. Mogelijk was het een middel om status te tonen. De mastwortels die nu gevoerd worden, hebben allemaal een geschiedenis die niet verder terug lijkt te gaan dan 1953.
(rechts) Mastwortel uit de collectie van het Fries Scheepvaart Museum
Veel van de huidige mastwortels zijn gedraaid uit één stuk hout. Vaak met een bolvormige aftekening. Oorspronkelijk werd een mastwortel gemaakt uit losse gedraaide “kegels” die in elkaar gepast en gelijmd werden. De afzonderlijke segmenten werden versierd. Van beneden naar boven werden de kegels steeds kleiner. Als bekroning kunnen allerlei figuren voorkomen. Op de mastwortel hiernaast is de voet versierd met een dubbele guirlande. Engelenhoofdjes, engeltjes of cherubijntjes komen als versiering voor. Bindende voorschriften bestaan niet. In de collectie van het Fries Scheepvaart Museum bevindt zich een fraai uitgesneden mastwortel, waarvan de hoofdvorm plat is in plaats van rond. Dierfiguren zijn daarop als versiering gebruikt. Ter versteviging is er centraal een buis gemonteerd. Als afwerking wordt vaak voor een laag bladgoud gekozen. De glans en de schittering die de goud laag geeft is onovertroffen. Wanneer het vergulden met vakmanschap is gedaan, dan blijft de laag vaak jaren lang goed en is daarmee onderhoudsarm.
Pier Piersma plaatste een paar opmerkingen bij figuren die als versiering gebruikt kunnen worden. Zijn vader Heit Piersma heeft zo’n twintig mastwortels gemaakt. De onderwereld, trollen, vissen, bloemen, insecten, dieren, vogels, wolken, sterren, zon en vaak een zeemeermin (de mens) zijn thema’s die hij op de verschillende ringen afbeeldde.
Dat een mastwortel een kostbare en kwetsbare versiering is, is duidelijk. Kostbaar wanneer het traditioneel met losse elementen met de hand gemaakt, gedecoreerd en verguld, is.
Kwetsbaar wanneer je op het binnenwater vaart, en je het risico loopt ermee achter boomtakken te blijven haken. Met het zetten en strijken van de mast moet altijd rekening gehouden worden dat de mastwortel extra uitsteekt. Wanneer je met de mast gestreken vaart, moet je extra opletten wanneer de mast uitzwaait.
Versierde mastwortels worden lang niet altijd met een boot mee verkocht. Oud eigenaren bewaren op deze manier dan nog een tastbaar stukje van “hun” schip.
Van één Fries jacht weet ik dat ze normaliter rond vaart met een gedraaide stoelpoot als mastwortel. Wanneer je het weet kun je het zien. Het is niet verguld. Het botenhuis waarin ze haar ligplaats heeft, is van af het water makkelijk toegankelijk en het risico van diefstal is aanwezig. Voor hoogtijdagen is er een mooie versierde en vergulde mastwortel, die thuis bewaard wordt. Het schip is van een lid van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo.
Een masttop versiering hoeft geen mastwortel te zijn. Het is meer een persoonlijk cachet dat de eigenaar aan zijn of haar schip geeft. Op traditioneel Zeeuwse schepen zie je soms een mannetje, bij vissersschepen op de Zuiderzee zie je soms een hemelboender. Soms zie je, zoals de heer T. Huitema schrijft, een versiering op het scheerhout. Deze versiering zie je minder vaak dan de mastwortel.
Een eerste opzet van het voorgaande heb ik in 2015 geschreven.
In het Oostergoo-archief vond ik de volgende brief van H.G. van Slooten. Hiermee gaan we nog weer een paar jaar verder in de tijd terug.
Een transcriptie:
Leeuwarden, 14 juni 1948.
Bij het 100-jarig bestaan der Kon.Zeilver. “Oostergoo”, leek het ons een aardig idee om voor een echte Friesche klasse een typisch oude Friesche prijs beschikbaar te stellen. Immers toen “Oostergoo” op 27 april 1848 haar eerste wedstrijd hield bij Schuilenburg kwam onder de prijzen voor: een scheerhout met zijden wimpel!
Dergelijke prijzen, meestal vergezeld van een masttopje, waren zeer geliefd en werden regelmatig verzeild. De Leeuwarder Courant van 5 aug. 1754 kondigt oa. aan dat “Aarnt Hanses, hospes in de Jonge Prins te Grouw, laat verzeilen een Vleugel met baltje, mits de jagten niet boven de 22 voet lang zijn”. In 1777 had een groote zeilwedstrijd plaats bij Oude Schouw in tegenwoordigheid der geheele Stadhouderlijke familie, waar de “eereprijs” werd gewonnen door Mintje Wouters van Sneek bestaande uit een zilveren scheerhout met rijk versierd zilveren masttop. Deze laatste is thans nog in het Friesch museum te zien.Dergelijke masttoppen leenden zich bij uitstek om de fraaie boeiers en Jachten mee te sieren. Helaas zijn deze klassen thans practisch uitgestorven en met het gebruik om dergelijke prijzen te laten verzeilen. Een klasse echter, een echte Grouster klasse, die der G.W.S. schouwen, komt nog in aanmerking voor een dergelijk “tuigje”, zooals het geheel van masttop, scheerhout en vleugel heet.
Wij hebben Dirk Huismans oorspronkelijk uit Hindeloopen bereid gevonden een dergelijk “tuigje” voor ons te vervaardigen. Hij is een onzer bekwaamste Friesche volkskunstenaars en scheepsbouwers van modelscheepjes en als zoodanig thans dan ook in dienst van het Openluchtmuseum te Arnhem, waar hij voor het te stichten Zuiderzee Museum de oude scheepstypen nauwkeurig op schaal in model herbouwt.Zijn werkzaamheden brachten dan ook mee, dat hij noodgedwongen naar Arnhem moest verhuizen, maar dat hij Friesland niet kan vergeten, bleek wel, toen hij ons schreef bij het zenden van dit “tuigje” “Straks dus 4 juli wordt het verzeild en in gedachten zie ik het schouwtje al, dat de prijs heeft gewonnen over de Friesche wateren zwerven met fier bovenin het masttopje, wat zou ik graag met dit masttopje willen ruilen!”Marten de Winkel te Grouw heeft het beslag gemaakt op de hem eigen buitengewoon correcte en nauwkeurige wijze. Dit alles wat betreft de geschiedenis van deze prijs.Wij spreken de hoop uit, dat de winnaar straks evenveel plezier mag beleven bij het gebruik als wij reeds bij het aanschouwen van dit tuigje, en dat hij mag beseffen, dat een eeuwenoude traditie hieraan verbonden is.
De mastwortel en Oostergoo!

Hoofdstuk 13
1950 Friesland Trading Company LTD Hong Kong

Zoals wij allen weten worden we tijdens de jaarvergaderingen altijd vergezeld door onze Buddha, waarvan ik al eens een foto maakte. Een buddha die een en al welvaart uitstraalt. In een poging meer kennis op te doen over dergelijke beelden heb ik gezocht naar deskundigen die gespecialiseerd zijn in Aziatische kunst en heb contact gekregen met een Nederlands Boeddhist in de hoop uitsluitsel te krijgen over mogelijke achtergronden van ons beeld. De antwoorden die ik kreeg waren teleurstellend. Het beeld werd te weinig ingetogen geacht. Er werd aan getwijfeld of dit wel werkelijk een Buddha genoemd zou mogen worden.
Er bestaat een overlevering dat het bestuur eigenlijk niet wist wat ze met dit geschenk moesten. Het bestuur vond dat het niet als prijs uitgereikt kon worden. Het kreeg beeldje kreeg een passende plek op de bestuurstafel. Er zijn zelfs momenten geweest dat Buddha met de rug naar het bestuur gedraaid werd wanneer er dingen besproken werden die zelfs Buddha niet mocht horen.
De volledige correspondentie hoe Buddha onze vereeniging is binnen gezeild is bewaard gebleven.
Een zestal brieven
25th January 1951
H. van Slooten, Esq., Honorary Secratry, Zeil-Vereeniging “Oostergo”, Leeuwarden
Dear Mr. Van Slooten,
I am writing to let you know that I have sent to you by parcel post about a month ago a package containing a porcelain Buddha which I trust will reach you soon and in good condition.Please accept this little gift from me to your club as a token of my gratitude for the hospitality you have shown me during my visit to your club. On my returning here I have taken back with me many happy memories of the pleasant, though short, stay in your country. May this Buddha be the expression of the most sincere greetings from myself and my people in the East and of our best wishes for peace prosperity and success in all your undertakings.
Yours faithfully, H.W. Chan
February the 20th, 1951
Dear Mr. Chan,
We thank you very much for your kind letter of January the 25th, in which you announce the sending of a package by parcel post, containing a porcelain Buddha. In the mean time, last week, after long discussions with the customs, arrived this package and to our great pleasure Buddha was is a good condition. We thank you very much for your kind present to our Club, which we appreciate very much.
First we have had the intention to destine it for some price during our annual Yachting races, but afterwards we think it better to keep it for our Yachting Club and put it annually on our dinnertable, which we think you wll remember you quite well. If there may arrise some qiuestions during the dinnerparty, we always have Buddha at hand to resolve them and at the same time we have the opportunity of raising our glasses to drink the healh of you and your people in the East.
We hope that you will have an opportunity to visit us again some day in a peaceful World.
With our best whishes for all your undertakings and our best greetings to you,
Yours faithfully, Koninklijke Zeilvereeniging “Oostergoo”
President
Secretary
4th April 1951
The Hon. Secretary, Koninklijke Zeilvereeniging “Oostergoo”
Dear Sir,
I am glad to receive your letter and note that the porcelain Buddha arrived in a good condition. Furthermore, I am pleased to hear that you intend to keep it for your yachtingclub and put it annualy on your dinnertable. For such honour your club is giving me I can but express my highest appreciation.
It is my ardent hope that I may have an opportunity to visit you again in the near future, and to sit together with your members around the table discussing various delightfull topics.
My best regards to your President, Mr. Buisman, and to all members of your club.
Yours sincerely, H.W. Chan
11th June 1951
Mr. H.W. Chan c/o The Friesland Trading Co. Ltd. Hong Kong
Dear Mr. Chan,
Last Saturday our sailing club “Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo” held its annual meeting.
In the year of 1950 we had the honour to have you as our guest on this occasion. Since then the Buddha, which you were so kind to send us, is always there on the dinner table, remembering us of the distinguished guest we had from Hong Kong.
On the enclosed photograph, which was taken on June 7th of this year, you will find our Buddha in front of the chairman Mr.Buisman. During the dinner it was decided to send you this photograph and to convey the respects of our club to you Mr. Chan.
Expressing the hope that all will be well with you in person as well as in business and that the future will give us the opportunity to welcome you once again in our circle I have the honour to sign with best regards.
Secretary

19th June 1952
Dear Mr. Halbertsma
Please convey to your members my sincere thanks for their kind wishes and for the very nice photograph taken during your club dinner. I feel much honoured to be thus remembered by you and am rather pleased to learn of the interest and attention given to the Buddha. I hope that you will continue to see in my little gift a token of my best regards and wishes to you all.
The short period I spent in your midst is still vivid in my memory and I certainly do look forward to any future occasion of meeting you again.
Reciprocating my most cordial greetings, I remain,
Your sincerly, H.W. Chan
12th May 1982
Dear Mr. President,
I wish to thank you for the pleasant dinner we had yesterday night.
During my talk with Buddha I learnt that since his arrival more than 30 years ago, things have virtually not changed. Friendship, ethics and respect are values for wich Buddha stands.
In the hope that the wisdom of Buddha will guard your club further against the evils of modern time, I remain,
Respectfully Yours,
H.W. Chan
In 1982 is de heer Chan Hong Wah (1912 Kantoon China), oud directeur van de in Hongkong gevestigde maatschappij Friesland Investments, onderscheiden met de Oorkonde van Verdienste van de Friese Exportclub.
Hoofdstuk 14
1953 Reünie voor Ronde jachten en Oostergoo

Het plan is misschien zeer idealistisch, doch is onze schoone nationale boottype niet een dosis idealisme waard? En tenslotte, zijn boeiervaarders, vreemde vogelen reeds op onze wateren (ze sparen immers kosten noch moeite om een schoone traditie te handhaven) geen idealisten? (Waterkampioen 25 maart 1939).
Eigenlijk begint deze reünie al in 1947 tijdens een bestuursvergadering waar de voorbereiding van het 100-jarig jubileum van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo besproken wordt. Via publicaties in de Waterkampioen en de Golfslag wil men de eigenaren van ronde jachten, die de Tweede Wereldoorlog overleefd hebben, polsen of zij bereid zijn acte de présence te geven bij dit bijzondere jubileum in 1948.
Dit 100-jarig jubileum kun je zien als een soort opmaat naar de reünie voor ronde jachten in 1953. Een korte terugblik op eerdere jaren.
De Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo heeft zelden met een vooropgezet doel de publiciteit gezocht. Wanneer je in de krantencollectie van de Koninklijke Bibliotheek naar “Oostergoo” gaat zoeken, vind je verrassend weinig materiaal. Opvallend is een al eerder aangehaalde notitie in een tijdschrift dat Oostergoo ergens ver in de 20e eeuw, de enige zeilvereeniging is die nog wedstrijden voor boeiers organiseert.
Toen WO II afgelopen was, werd duidelijk dat veel pleziervaartuigen verdwenen waren. Wat er ook gebeurd mocht zijn, ze waren er niet meer. Veel traditionele Nederlandse schepen hadden de oorlog niet overleefd. De schepen waren voor de oorlog al niet populair meer. Verkeerden toen al vaak in een matige staat van onderhoud. Om vervolgens in de oorlog niet meer onderhouden te worden. Het definitieve einde van de ooit zo trotse vloot ronde jachten leek aanstaande. Het scherpe jacht was populairder.
Misschien is dit de plek om een grote stap vooruit te maken, naar een brief uit 1991 die Herman van Slooten schreef aan Rienk Smit naar aanleiding van een artikel in de Spiegel der Zeilvaart.
Brief van Herman van Slooten aan Rienk Smit
…….. Uit de bijgesloten stukken kun je opmaken hoe de vork in 1953 in de steel zat: niet de Commissie Stamboek van het Fries Scheepvaartmuseum, maar de Koninklijke Zeilvereeniging “Oostergoo” heeft deze georganiseerd en daarbij de voorstap genomen. De Stamboekcommissie heeft niets gedaan, alleen Van Waning.
Maar dat zat zo: In 1952 vervoegde zich bij “Oostergoo” in casu bij mij als secretaris C.J.W. van Waning, Kapt. Ter Zee b.d., toen wonend in Bilthoven, die juist eigenaar geworden was van de boeier “Maartje”, en op zoek was naar de geschiedenis van dat schip. Te dien einde had hij contact gehad met Herre Halbertsma, nadat hij eerst Voordewind had ontmoet op de kade te Grou en zij met hun drieën vormden de commissie Stamboek Ronde Jachten. Aan platbodems werd toen in het geheel niet gedacht. Zij trachtten de geschiedenis van vooral boeiers en jachten te achterhalen, waarbij het “werk” door Van Waning werd gedaan oa. door het nalopen van de werfboeken van E. Holtrop van der Zee uit Joure, in eigendom bij de Ottema Kingma Stichting, thans in copie ook in Sneek.
Van Waning bracht zijn problemen met de geschiedenis van de ronde jachten in de jaarvergadering van “Oostergoo” tijdens het diner. Hij was daarmee op de juiste plaats. Niet alleen voorzitter Roelof Buisman had het Friese jacht Mercurius, maar Hidde Halbertsma de boeier Constanter en Piet Bokma de boeier Albatros. De twee andere bestuursleden waren Wytze van der Meer, een ras wedstrijdzeiler met geen enkele belangstelling voor ronde jachten en Herman van Slooten, die wel belangstelling had en reeds over de historie van het zeilen en de ronde jachten had gepubliceerd in 1939, maar zelf een Valk bezat!
Het bestuur van “Oostergoo” gaf Van Waning en mij plein pouvoir om plannen uit te werken. Zo ontstond de nauwe relatie, welke uitgroeide tot een hechte vriendschap tussen “Jumbo” en mij! Wij kwamen tot de conclusie: de beste propaganda zou een reünie zijn van Friese ronde jachten en dan natuurlijk in Grouw in 1953.
Van toen af aan lag de voorbereiding in ons beider handen, waarbij op mij het meeste werk neer kwam. De dossiers van deze reünie in het Oostergoo-archief tonen dit aan.
Bijgesloten slechts enige bewijzen hiervan. Duidelijk niet de Stamboekcommissie, maar deze reünie georganiseerd en ook Oostergoo stelde in overleg met Van Waning de reglementen voor het Admiraalzeilen etc. op. Blijkt oa. uit mijn ontwerp met aantekeningen van Van Waning, die dan weer Loeff en Cox, directeur Scheepvaartmuseum consulteerde.
Ook Oostergoo liet op mijn voorstel de masttoppen maken voor de deelnemers, regelde de hele PR met couranten, radio etc. Van Waning, toen directeur van het Rotterdams Rijnvaart Bedrijf organiseerde een sleepboot om de “Hollanders” naar Friesland te brengen. Zie voor dit alles de juichende courantenartikelen en het voortreffelijk verslag van Loeff in de Waterkampioen. Bij de reünie was de Jean Bart van de heer Van Mesdag, directeur van Van Houten uit Weesp, het oude Commissarisjacht, waarvan het gerucht ging dat het naar Frankrijk verkocht zou worden. Resultaat was dat “Oostergoo”: 1 oprichtte de zg. Boeiercommissie, die nog bestaat, bestaande uit drie bestuursleden van Oostergoo en twee bestuursleden van het departement Leeuwarden van de Ned. Mij. voor Nijverheid en handel, nl. de heren Buisman, Halbertsma en Van Slooten (Oostergoo) en Benes en mr. E. Foppes van handel en Nijverheid, die in de herfst van 1953 de Jean Bart aankocht en naar Friesland terugbracht, ten einde dit schip in 1954 aan de Provincie aan te bieden als Statenjacht.
Echter reünie 1953 had nog een belangrijk gevolg: Toen Jumbo van Waning aan het einde van de reünie bij mij op mijn woonschip zat vertelde hij mij dat we naar Heerenveen moesten om een tjotter te redden, die aan een student in Leiden dreigde verkocht te worden. Dat is onze Aurelia geworden!
Bovendien was dit alles, reünie, Statenjacht, doorslag gevend voor het idee de zaak uit te breiden en niet alleen ronde Friese jachten te promoten, maar tot een landelijk geheel te komen en dus in 1955 op te richten de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten………
Tot zo ver Herman van Slooten in 1991. Ik ga terug naar de mappen uit 1953 waar hij over schrijft.
In 1948 lagen de kaarten anders. Er was voor het Oostergoo jubileum, in Friesland, gezocht naar ronde jachten die de oorlog overleefd hadden. In het archief ligt een brief van de NNWB waarin geschreven wordt dat er bij Langweer en bij Workum nog een paar tjotters “liggen”. Hun eigenaren zijn onbekend, onbekend is het welke schepen het zijn en evenmin is bekend waar men ze exact moet zoeken. Toch heeft men kans gezien een deel van deze schepen naar Grou te krijgen. Er werd gezeild. Men kreeg publiciteit en het honderdjarig Jubileum werd een succes.
De ronde jachten nemen op hun manier een bijzondere plaats in de Nederlandse jachtvloot. In dit jubileumboek komen ze steeds weer terug. De Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo heeft na de Tweede Wereld Oorlog deze schepen uit de vergetelheid gehaald net als ze in 1928 had gedaan met de vracht- en beurtschepen. Het was bedoeld om te figureren tijdens het 100-jarig jubileum in 1948. Het waren er uiteindelijk meer dan verwacht en Oostergoo haalde er de landelijke pers mee.
In 1953 overtrof Oostergoo zichzelf. Ze organiseerde een reünie voor ronde jachten. Maar, nu werden schepen uit Holland ook uitgenodigd. Wederom een succes. De belangstelling voor, eerst, het ronde jacht en niet snel daarna het traditionele Nederlandse jacht kwamen onder een steeds breder wordende groep liefhebbers in de belangstelling. Het resultaat is bekend.
1952 Uit het notulenboek
Algemene Ledenvergadering 7 juni 1952: Er is geen rondvraag maar toch ziet de heer Van Waning kans om alvorens de voorzitter de hamer heeft laten vallen, het woord te verkrijgen, waarbij hij mededeling doet van het streven van de Commissie Stamboek Friesche ronde schepen van het Fries Scheepvaartmuseum om zo compleet mogelijk de geschiedenis van deze schepen vast te leggen. Hij roept hierbij alle medewerking in.
1953
Oostergoo heeft kans gezien mensen de pen ter hand te laten nemen. De publiciteitsmachine van Herman van Slooten deed zijn werk. In het archief kun je terug vinden welke kranten, tijdschriften, omroepen en personen hij aangeschreven heeft. Hij kreeg antwoord en zag kans dat derden geld beschikbaar stelden voor het tot stand komen van dé reünie voor ronde jachten. De volmacht die hij gekregen had, heeft hij serieus opgepakt.
Uit een paar brieven van belangstellenden wil ik een aantal citaten naar voren halen
4 mei 1953: ……. Het kwam ons voor, dat dit een gelegenheid was om onze vereeniging weer eens naar voren te brengen ……
20 mei 1953 Gebroeders de Boer, Lemmer: Naar aanleiding van uw circulaire betreffende Vlootrevue Friese ronde schepen, delen wij u mede, dat wij een Fries beurtscheepje, afm. 11x3x1m, groot 14 ton, in ons bezit hebben en dat als boeier is omgebouwd. Het heeft niet meer het origineel tuig, daar dit voor de pleziervaart te groot was. Het scheepje wordt thans verhuurd. Als het de bedoeling is dat ook deze vaartuigen mee kunnen doen, dan zullen wij gaarne van uw uitnodiging gebruik maken om aan de Vlootrevue dd. 4 juli aanstaande deel te nemen……
20 mei 1953 Ernst Crone, Amsterdam: …….Welk een merkwaardig evenement zal dat kunnen worden en hoe juich ik het initiatief toe van hen, die deze bijeenkomst op touw te zetten. Het zal in de zeilsport een historische dag worden ………Het spijt me buitengewoon, dat ik zelf niet zal kunnen komen …….
8 juni 1953 mevr. W. van der Post-Lips, Den Haag: ……Zoals u al begrepen zult hebben willen wij gaarne meedoen aan de reünie, maar …… hoe komen wij van Warmond naar Grouw? Over ’t IJsselmeer is me te riskant…….
18 juni 1953 Ir. P.L.Fauel, Wassenaar: ….. dit is een prachtige gelegenheid om dit scheepje , dat 40 jaren in Holland is geweest, weer eens in de oude omgeving terug te brengen. Van de sleepgelegenheid zal ik geen gebruik maken, want de Halbertsma’s zullen voor transport zorgen ……
20 juni 1953 J.Schriemer, Zwolle: ….. Ik ben 92 jaar en oud schipper en dit is de 27e keer dat ik te Grouw kom ……
26 juni 1953 O.G. Ter Gast, Amsterdam: ……Als eigenaar van een Friese boeier, waarmede ik tot mijn groote spijt echter niet naar Grouw kan komen …….
26 april / 22 juni / 5 juli 1953 Mr. P.A.V. baron van Harinxma thoe Slooten, Olterterp: brief 1: ……de uitnodigingen worden door mij zeer op prijs gesteld, maar brengen mij eigenlijk wel wat in verlegenheid, omdat ik besloten heb na de mij nog te beurt vallende levensjaren als rustig particilier door te brengen. Ik heb echter na gezette overwegingen besloten ten aanzien van de nu ontvangen uitnodigingen eene uitzondering te maken …….brief 2: ……Indien het kan zou ik gaarne nog eens onze oude Friso terug zien en er mede te varen. Het vaartuig is nadat het uit onze handen is geraakt heel wat meegemaakt ……brief 3: ……De ontmoeting met de oude Friso deed mij ook werkelijk goed niettegenstaande de ingebouwde motor ligt zij nog goed op het water en zeilde alle kleine boeiers voorbij ……
26 juni 1953 G.L.W. Oppenheim, Amsterdam: ……Zoudt u mij ook willen berichten waar ik in Grouw zou kunnen overnachten? ……….
27 juni 1953 Ds. Cees van Eysinga, St. Nicolaasga: …….Voor de wedstrijd van zondag geef ik me niet op. Ik heb niets geen bezwaar voor mezelf om te zeilen op zondag, maar ik heb er wel bezwaar tegen als’t me gaat verhinderen om naar de kerk te gaan …….
13 juli 1953 R. Buisman aan H.G.van Slooten: ……….. Mijns inziens behoeven wij de gemeente Idaarderadeel niet dank te zeggen voor medewerking, aangezien deze gemeente veel en veel meer van ons geprofiteerd heeft dan wij van hen………
26 mei / 17 juni / 24 juli Ir. J. Loeff, De Waterkampioen: brief 1: …… Ik zal mijn uiterste best doen om met de Goetzee bij de reunie van ronde jachten te komen, al is dit maar een Overijsselse platbodem ……brief 2: …… Ik weet best dit ik met mijn bolletje geen schijn van kans heb tegen de snelle boeiers, die als een schelp op het water liggen …….brief 3: …… Het verheugt mij dat ik waardig ben bevonden om lid van uw oude Vereeniging te mogen worden ……

Enthousiasme alom. Al komt de heer C.J.W. van Waning in dit hoofdstuk niet prominent naar voren, hij speelt wel degelijk een belangrijke rol bij het tot stand komen van deze reünie. Ergens in de correspondentie schrijft hij dat hij na zijn pensionering bij de Koninklijke Marine een nieuwe baan heeft gekregen als directeur bij het Rotterdamse Rijnvaartbedrijf. Hij is daarom niet in staat zich daadwerkelijk met de organisatie van de reünie in Grou bezig te houden. Wat hij wel doet is het organiseren van een gratis sleepdienst voor deelnemers uit Holland.
Van 29 juni tot en met 3 juli 1953 trekt een steeds langer wordende sleep naar Grou. In het kort is de route Rotterdam, De Kaag, Loosdrecht, Arnhem, Zwolle, Grou. De dagen zullen lang geweest zijn. ’s Morgens om zeven uur wordt er al gevaren en het stopt ’s avonds om acht uur. Na afloop van de reünie gaat de sleep in omgekeerde richting weer terug.
Maandag 29 juni vertrek uit Rotterdam, dinsdag 30 juni via de Kaag naar Brasem en Loosdrecht, woensdag 1 juli Loosdrecht via de Vecht het Amsterdam-Rijn kanaal en de Rijn naar Arnhem, donderdag 2 juli van Arnhem naar Zwolle, vrijdag 3 juli van Zwolle via Zwartsluis Ossenzijl naar Grou.
Er zijn dan 39 schepen aanwezig. Op zaterdag 4 juli wordt er volgens planning “Admiraal” gezeild, een vorm van formatie zeilen die we op dat moment eigenlijk niet meer kennen. Met tekeningen en tekst wordt hier uitleg aan gegeven. Ongetwijfeld zal er kort voor de aanvang een palaver geweest zijn, waarbij de laatste uitleg gegeven werd voor de te varen route. Dit is echter niet in het archief terug te vinden.
De grote boeier Jean Bart was één van de deelnemende schepen.
Eén van de deelnemers aan de bijeenkomst in Grou was de heer Ir. Jan Loeff, hoofdredacteur van de Waterkampioen. Hij was aanwezig met zijn Vollenhovense bol “Goetzee”. Navraag bij zijn zoon Jan Paul, in 2022, leerde dat deze nog altijd drie films met negatieven van de reünie voor Ronde jachten in zijn bezit heeft. Beschadigd, maar te restaureren. Een selectie van de foto’s gemaakt door Ir. Jan Loeff zijn hieronder bijgevoegd.




Overlevering 2 Mercurius

Het Friese jacht Mercurius was met haar vaste bemanning (of was het omgekeerd?) toen en in de decennia daarna, beeldbepalend op de zeilevenementen voor ronde jachten. De kernbemanning, bestaande uit de Heren Kingma, van Slooten, Huitema en Hamminga waren iconen van hun tijd, altijd gekleed in Oostergoo tenue, compleet met witte of zwarte pet.
Oostergoo straalde je tegemoet.
Legendarisch was de cardanische tafel, welks tafelblad altijd horizontaal bleef, ongeacht de hellingshoek van het schip. De flessen en glazen, welke vrijwel altijd op tafel stonden, bleven staan zodat de heren tijdens het zeilen altijd van een goed glas wijn konden genieten. En dat was dikwijls ook wel aan de manoeuvres te merken.
Wat opviel was dat de heren het altijd gezellig hadden en, alhoewel op hun manier wel fanatiek, het meedoen en samen zeilen dikwijls belangrijker waren dan het resultaat. Ook hadden ze vaak zo hun eigen regels die niet helemaal strookten met de toen geldende wedstrijd bepalingen, maar niemand haalde het in zijn hoofd om kritiek op de Mercurius of op haar bemanning te uiten. Dat deed je gewoon niet, laat staan een protest indienen!
Ondanks dat heeft, bij mijn weten ook de enige keer, Pieter van der Post, destijds nog zeilend met de Willemijntje, na een wedstrijd in Sloten begin jaren 70, de vermetelheid gehad een protest tegen de Mercurius in te dienen (of was het jeugdige onbezonnenheid?). Dat was een ongehoorde actie! De commissie wist zich hier geen raad mee, de voorzitter draaide zijn pet maar in zijn handen rond en verklaarde uiteindelijk het protest niet in behandeling te nemen en daarmee was dat probleem opgelost.
Hoofdstuk 15
1953 1954 Friso, de boeiercommissie en Oostergoo


(rechts) Ontwerp plaquette die uitgereikt werd de schepen die aanwezig waren bij de overdracht van de boeier Friso. Het was gemaakt van koper. (archief Oostergoo)
De Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo heeft een prominent aandeel gehad in het verwerven van de boeier Jean Bart en het aanbieden van dit schip aan de Gedeputeerde Staten van de Provincie Friesland, waar het sinds het moment van aanbieden, gekoesterd wordt als het Statenjacht Friso.
Heel duidelijk is dat het bestuur van onze zeilvereeniging samenwerking gezocht heeft met andere partijen om de eigendomsoverdracht aan de Provincie Friesland in 1954 mogelijk te maken. Maar dat de Koninklijke Zeilvereeniging hier wel een heel dikke vinger in de pap had blijkt uit het Oostergoo archief. Er werd samengewerkt met het Departement Leeuwarden e.o. van de Nederlandsche Maatschappij voor Handel en Nijverheid.
Het “oude archief” dat mij ter beschikking stond bij het schrijven van dit jubileumboek, zit opgeborgen in twintig archief- en drie verhuisdozen, één hele doos is gevuld met alleen documenten die betrekking hebben op de Boeiercommissie, die de overdracht van de Jean Bart mogelijk maakten.
Uit deze doos heb ik het volgende opgediept. Fragmenten uit de geschiedenis van de boeier Friso. Aanvullingen op wat anderen eerder over dit schip schreven.
Voorafgaand aan de gedachte “een boeier aan de Provincie Friesland aan te bieden” was er op 4, 5 en 6 juli 1953 de bijeenkomst van ronde jachten in Grou, georganiseerd door Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo.
In een bewaard gebleven verslag van de Federatie van Friesche Musea en Oudheidkamers valt te lezen dat: “…… het hoofdbrekens kostte de in grote getale opgekomen Federatieleden en hun dames ingescheept te krijgen ……. de eigenlijke vergadering viel figuurlijk in het water, wegens de overstelpende drukte in en om het Theehuis, zodat volstaan moest worden met een haastige zitting. De door “Oostergoo” gecharterde motorboot Tjet Rixt kon onmogelijk alle liefhebbers bevatten…..”.
Oostergoo had met deze bijeenkomst van ronde jachten op voorhand de publiciteit gezocht en gekregen. Oostergoo was begonnen het Friese ronde jacht uit de vergetelheid te halen.
Ongetwijfeld heeft een creatieve Oostergoo geest, of misschien moeten we in meervoud spreken, geesten, bedacht dat de boeier Jean Bart die te koop lag een ideaal cadeau zou kunnen zijn voor de Provincie Friesland. Er is al tijdens de bijeenkomst in Grou contact gelegd met de eigenaar van de grote boeier Jean Bart en van gedachten gewisseld.
Diplomatie, financiering en medewerking van alle partijen waren nodig voordat het schip aangeboden kon worden aan de Gedeputeerde Staten van de Provincie Friesland. De Gedeputeerde Staten twijfelden of ze dit geschenk wel wilden accepteren.
Tijdens en direct na de bijeenkomst op 4, 5 en 6 juli 1953 waren er dus al gesprekken gaande over het behoud van een boeier voor de Nederlandse jachtvloot en meer specifiek, deze boeier als Statenjacht voor de Provincie Friesland.
In een brief van 10 juli 1953 (4 dagen na de bijeenkomst in Grou) schrijft de heer Van Mesdag, eigenaar van de boeier Jean Bart, aan de heer Herre Halbertsma dat hij in correspondentie is met een potentiële koper in Engeland. Gevolgd door een brief van 12 augustus 1953 gericht aan de heer H.G. van Slooten waarin hij schrijft de komende maand geen stappen te zullen zetten zijn schip te verkopen.
In een andere brief van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo, 4 augustus 1953, gericht aan de Commissaris der Koningin Mr. H.P. Linthorst Homan valt te lezen: “In aansluiting op ons telefonisch gesprek van hedenmorgen deel ik U mede, dat ik hedenmiddag een gesprek had met den Heer van Mesdag, de eigenaar van de “Friso”…… ”. In de brief wordt verder gesproken over een verlaagde vraagprijs en de charme die het schip zou kunnen hebben, gevolgd door: ….. “Mocht de beslissing gunstig uitvallen”.
De boeier Jean Bart werd stiekem al Friso genoemd. Dat de koop door zou gaan was bepaald nog niet beslist. Pas op 19 november 1953 wordt er door de heer Buisman een brief geschreven aan de heer Van Mesdag waarin verhaald wordt dat de Provinciale Staten van Friesland onder luid applaus de boeier wil accepteren.
"Heden gaf ik de Coöperatieve Zuivelbank opdracht het koop bedrag ten spoedigste aan U over te maken ”.


Wanneer je dit voorgaande leest lijkt het alsof het kopen en schenken van de boeier makkelijk gegaan is. Het tegendeel is waar, het Oostergoo-archief laat heel iets anders zien. Er is gebedeld om geld, alles is in het werk gesteld om de Provinciale staten te bewegen de boeier te accepteren. Hoewel er meerdere publicaties, boekjes en boeken verschenen zijn over deze boeier Friso, wil ik het boekje dat in 1974 geschreven werd door H.G. van Slooten en A.J. Wijnsma speciaal noemen. Het hoofdstuk “Terug in it Heitelân”, geschreven door Herman van Slooten, heeft in het Oostergoo-archief een nog niet gepubliceerde aanvulling. Het gaat in op hetgeen hiervoor beschreven is.
Aanvulling no.1 Hoofdstuk “Terug in it Heitelân” (een herinnering opgeschreven in 1974)
De Koninklijke Zeilvereeniging “Oostergoo” en het departement Leeuwarden van de Nederlandsche Maatschappij van Nijverheid en Handel stelden een Boeiercommissie in, bestaande uit de heren R. Buisman, H.B. Halbertsma, J.E. Benes, Mr. E. Foppes en H.G. van Slooten, die tot taak kreeg te trachten de “Friso” weer naar Friesland terug te halen als Statenjacht. Het was vooral de voorzitter van deze commissie, de heer Roelof Buisman, die op de hem eigen wijze niet alleen leiding gaf, maar ook daadwerkelijk de geldmiddelen bijeenbracht. Levendig herinneren wij ons een bijeenkomst in de vroege herfst van 1953 op het woonschip van Hidde Halbertsma te Grouw, waar bij onze entree de heer Buisman tot de gastheer zeide: “Hidde, hoeveel flessen wijn heb je klaar staan”? En na het antwoord: “Twee”, zeide: “Dat is twee te weinig (wij waren met ons vieren), want er gebeuren vanavond grote dingen”. Nu, die gebeurden dan ook! Want nadat wij eerst nog eens alle mogelijkheden onderzocht hadden, om het benodigde geld bijeen te krijgen en al deze plannen weer waren verworpen, zeide de voorzitter: “Wij leggen zoals wij hier zitten de man hfl. 1000,- op tafel en dan maken wij een lijst van personen en bedrijven, die wij waardig keuren om hier aan deel te nemen”. Zo geschiedde en nog die zelfde avond telefoneerde Buisman met een hem bekend fabrikant in deze provincie, waarbij hij hem vertelde van de plannen en tevens duidelijk liet doorschemeren, dat van hem ook hfl.1000,- werd verwacht, daaraan toevoegende:” U behoeft natuurlijk niet mee te doen, maar ik zou het niet prettig vinden, als U later hiervan horende, zou zeggen: “Hé, jammer, dat ik dat niet heb geweten”. U begrijpt, dat deze man eenvoudig niet meer nee kon zeggen!
De hele administratie van deze gelden voerde de voorzitter op de achterkant van zijn sigarendoos, welke sigaren de naam Pimpernel hadden en waar op de voorkant van de doos een guillotine met Lodewijk de Zestiende was afgebeeld. Vooral des Vrijdags op de Leeuwarder Beurs had hij zijn jachtterrein en als dan weer iemand door hem bewogen was mee te doen, kon hij tevreden opmerken: “Zie zo, alweer één onder de valbijl”! Hij accepteerde echter niet iedereen, want toen een familielid van hem opbelde en hem vroeg of hij ook mee mocht doen, kwam prompt het antwoord: “Nee, sa redden we wel in Frieslân”.
En inderdaad redde hij het in zeer korte tijd, hetgeen uitsluitend te danken was aan zijn persoonlijkheid en grote invloed, welke hij hier kon uitoefenen, echter tevens op zo’n bijzondere en charmante wijze, dat niemand eenvoudig te weigeren! Zo kon al na enige weken aan de heer Van Mesdag worden bericht, dat de boeier door ons werd gekocht. Daarnaast was er nog voldoende geld om niet alleen het schip te laten restaureren en van een nieuw tuig te laten voorzien, maar ook om bij de overdracht aan het Provinciaal Bestuur nog een groots festijn aan te richten! Het was fascinerend dit alles op deze wijze mee te maken.
Het gaat te ver om op deze plek de lijst van donaties op te voeren, maar Roelof Buisman was op 1 november 1953 de eerste die namens zijn bedrijf hfl. 1000,-- doneerde.
Blijkbaar was het voor velen moeilijk om in te schatten wat men kon verwachten. Er werd geaarzeld, getwijfeld, de boot werd afgehouden.
Na het nodige duwen en trekken werd uiteindelijk een bedrag van Hfl.23175,-- ingezameld, voldoende voor de aankoop en gedeeltelijke uitrusting van de boeier. De laatste loodjes wogen het zwaarst en de laatste bijdragen kwamen pas binnen toen de koop al gesloten was. Bij de coöperatieve Zuivelbank in Leeuwarden was een speciale rekening geopend “Actie Fries Statenjacht”. Roelof Buisman was de contactpersoon.
Om een bedrijf over te halen om geld te doneren noemt de heer Buisman in een bedelbrief degenen die al betaald hebben met de bedragen waar de schenkers voor stonden. Zijn strategie werkte.
Dat de firma Lankhorst, de bekende touwslager, één van de schenkers is, zal u waarschijnlijk niet verbazen. De heer Buisman schrijft op 19 oktober 1953 in een brief aan deze firma: “Mocht er niets van komen, dan is deze sympathieke samenwerking toch wel een bewijs, dat wanneer het om oude waarden in Friesland gaat er nog een kern van gezonde zaken is, die eventueel de handen in elkaar wil slaan”.
Een volstrekt andere toon valt te lezen in een brief van 14 oktober 1953 van Roelof Buisman aan zijn commissieleden: “In tegenstelling met de optimistische geest van onze bijeenkomst gisteravond moet ik U thans mededelen dat mijn contact met de Commissaris zeer in mineur was …… Maar ik vermoed, dat met zoo weinig medewerking van het hoogste gezag onze pogingen wel zullen falen. Intusschen: moed verloren, al verloren. Wij zullen doorgaan, maar zoals gezegd, ik heb vanmorgen sterk de indruk gekregen, dat het een dood kindje met een lam handje wordt …..”. In de kantlijn staat met de hand geschreven: ” …. Als het vuur bij de Provincie ontbreekt, dan is het wel heel moeilijk ….”
In brieven die vervolgens op 20, 22 en 27 oktober door de heer Buisman worden verstuurd en waarin gevraagd wordt om financiële bijdragen, blijkt niets van dit alles. Op 22 oktober wordt er zelfs een stuk in de Leeuwarder Courant geschreven over het plan de boeier aan te bieden aan de Provinciale Staten .
De boeier zou in uitstekende staat verkeren. Op 23 november 1953 schrijft de heer Van Mesdag een kwitantie uit als bewijs van ontvangst. Het aankoopbedrag was twintigduizend gulden, vijfduizend gulden lager dan de vraagprijs.

De Boeiercommissie bestaat anno 2023 nog altijd en adviseert de Provincie Friesland wanneer het over de Friso gaat. Ze bestaat uit de volgende leden: Binnert Halbertsma, Tjalling van der Goot, Combert Burger en Anne Vochteloo. Hiermee wordt de band tussen Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo en de Provincie Friesland levend gehouden.

Dat de boeier in een uitstekende staat verkeerde, bleek een illusie. In het Oostergoo-archief bevindt zich een envelop van “Halbertsma’s Fabrieken” hierin bevinden zich een tweetal brieven met foto’s als illustratie. De heer H.B. Halbertsma van de boeiercommissie richt zich op 30 december 1955 op persoonlijke titel tot de heer Van Mesdag. Deze twee brieven luiden als volgt: Na ongeveer 65 jaar mogen ze het daglicht wel zien.
Brief van de heer Halbertsma aan de heer Van Mesdag
30 december 1955
Zeer Geachte heer Van Mesdag,
Nu het einde van het jaar nadert en ik nog eens weer denk aan mijn bezoek ten Uwent, kan ik niet nalaten hierop terug te komen.
De “Friso” ligt op het ogenblik bij Wester te Grouw op de helling en de laatste weken zijn zowel de boeier commissie als autoriteiten van de Provinciale Waterstaat daar geweest, om de toestand van dit schip te beoordelen en uit te maken wat er aan moet gebeuren. Dit is heel wat. Dat de inhouten voor een groot deel verrot zijn en de huid van het schip voor een heel groot deel vernieuwd moet worden, omdat deze bestaat uit onoordeelkundig aangebrachte korte stukken, is niet het ernstigst. Erger is dat de steven, die voor een groot gedeelte weggebrand (1944) was, uit drie stukken bestaat en met bekledingsplaatjes voor het oog weer zo’n beetje op dikte is gebracht. Hetzelfde geldt voor de mastkokerswangen, die boven dek ook voor een groot gedeelte weggebrand waren. Onder het dek is de dikte 11 cm, doch op de hoogte van het dek gaat dit plotseling over in een dikte van 7,5 cm. Toen zijn er om weer op dikte te komen, evenals bij de steven, losse planken opgespijkerd, wat natuurlijk een ontzettend zwakke constructie geeft.
Het dek was blijkbaar ook zover verbrand, dat er een bekleding van 1 cm dikte opgespijkerd moest worden. Het gevolg is, dat het altijd lekt. En daar men niet meer bij de persennings kan, is dit niet te repareren, zodat er niet in de boot kan worden gelogeerd.
De Provincie zal het schip weer in een goede staat brengen, doch ik vrees dat zij met hfl.10000,-- niet klaar komt, ook zonder vernieuwing van het dek, wat het enige afdoende zou zijn. Hoewel het schip voor de Provincie een succes is, zijn er natuurlijk grenzen aan wat zij hieraan kan besteden. Volgens opgaaf van de heer Wester, de scheepstimmerman, zal vernieuwing van het dek 3 à 3,5 duizend gulden kosten. Zou het nu niet een groot gebaar van U zijn om, horende hoe de toestand van het schip is, eens hier te komen en dan de vernieuwing van het dek aan de Provincie aan te bieden?
Ik heb getracht foto’s van de ergste gebreken te nemen, doch het valt ontzettend tegen om zoiets fotografisch vast te leggen. Het is mij althans niet gelukt.
Nadat ik deze zomer bij U geweest ben, heb ik een bezoek gebracht aan de heren Hamstra en vernam van Ad Hamstra, hoe het destijds na de brand gegaan was. Men had toen, om de boeier goed te herstellen, niet het goede hout kunnen krijgen en daar de heren Hamstra het niet half wilden doen, hebben zij het schip verkocht aan de Gebr. Kok te Muiden. Die hebben er toen wat van gemaakt, zoals zij dachten dat het voorlopig wel kon.
Ik meende U het bovenstaande te moeten schrijven. Niemand dan mijn vrouw en mijn typiste weet hiervan af.
Uw berichten zie ik met belangstelling tegemoet en maak van deze gelegenheid gebruik U voor het komende jaar alle goeds te wensen.Met beleefde groeten, hoogachtend,
Het antwoord van de heer Van Mesdag liet niet lang op zich wachten, op 3 januari 1956 verzond hij de volgende brief
3 Januari 1956
Zeer geachte heer Halbertsma,
Ik maak mijn excuses U genoodzaakt te hebben mij te schrijven. Ik dacht, dat in verband met de vertrouwelijkheid mijn stilzwijgen voldoende was.Er is destijds een commissie van drie, waaronder een scheepsbouwer, geweest om het schip te keuren. Mijn schipper heeft alles getoond en hen voor nadere bijzonderheden verwezen naar de scheepswerf van de Geb. Kok in Muiden. Deze heren zijn een groot deel van een dag hiermede bezig geweest en mijn schipper heeft niets getracht te verbergen. Inhouten zijn niet verrot bevonden, terwijl alle verdere gebreken practisch alle voor deskundigen zichtbaar zijn. De sterkte van de mastkoker is steeds voldoende gebleken. Bovendien wordt de soliditeit van de mastplaatsing niet ontleed aan de koker, doch aan het zeilwerk. Het dek is kennelijk zelfs voor een leek als ikzelf ben vrij prutserig verholpen, doch ik heb twee seizoenen gevaren en steeds droog geslapen.
Ik heb de Zuiderzee, Wadden en Zeeuwse stromen bevaren zonder bewust de dood in de ogen te hebben gekeken, terwijl ik helaas veel slecht weer heb meegemaakt. Ik loof overigens de voorzichtigheid, die men ten aanzien van Uw gouverneur aan den dag legt.
Het zou mijnerzijds zeker een groot gebaar zijn een nieuw dek aan te bieden. Het spijt mij echter U te moeten berichten, dat ik tot geen verder gebaar bereid ben. Ik heb ongeveer hfl.30000,-- ten koste gelegd aan het schip en heb niet verder getracht in binnen- en buitenland een betere prijs te krijgen toen Friesland interesse toonde. Dit was naar mijn maatstaf geen groot gebaar, doch toch “een gebaar”.
Men gelieve wel te bedenken, dat men voor weinig geld een unicum kocht van 60 jaar oud.
Met beste wensen voor ’t zojuist aangevangen jaar en met beleefde groeten,
Hoogachtend,
Met deze laatste brief kon men het doen. Het archief geeft geen aanknopingspunten over het vervolg. Men zal deze tegenvaller geslikt hebben. Immers de Friso heeft jaar na jaar haar diensten bewezen.
Al voordat de Friso overgedragen werd aan de Provincie stelde de toenmalige Commissaris van de Koningin Linthorst Homan de vraag hoe de vlagvoering moest zijn. Hier is uitgebreid over gecommuniceerd. Er werden protocollen geformuleerd. De Nederlandse vlag wordt op een gebogen vlaggenstok achter op het roer gevoerd. Als kanttekening wordt gesteld dat wanneer het schip erg achterover ligt vanwege gasten en bemanning in de kuip, de vlag het water (slap hangend) het water niet mag raken. Als geus wordt op de kluiverboom de Friese vlag gevoerd en de verenigingsvlag van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo wordt aan bakboord vlak onder de mastkloot gevoerd. Omdat de Provincie Friesland eveneens lid is van de Koninklijke Zeilvereniging Sneek is, is het correct de Oostergoo standaard voor die van Sneek te verwisselen wanneer ze meedoet aan activiteiten van die vereniging. Voor het overige hoort de standaard van de oudste zeilvereniging gevoerd te worden. Die van Oostergoo zoals duidelijk zal zijn.
Wist u trouwens dat ook de volgorde van het plaatsen van de vlaggen en het wegnemen ervan bepaald is? Bij het plaatsen, eerst de Nederlandse vlag, vervolgens de geus en daarna de verenigingsstandaard. Bij het strijken geldt de omgekeerde volgorde van handelen. Bij het wedstrijdzeilen worden alle vlaggen weggenomen. Deze vormen van etiquette zijn slechts een paar voorbeelden van een uitgebreid protocol .
In 1976 heeft het lid van de Boeiercommissie P.G. Halbertsma het initatief genomen de boeier Friso op te laten meten. In het Oostergoo -archief ligt veel correspondentie over het onderhoud van de boeier Friso en de adviezen die gegeven zijn door de Boeiercommissie.
De overdracht van de Friso is gefilmd en in een documentaire vastgelegd. Deze wordt bewaard in het Fries Film- en Audioarchief. De titel is: “De overdracht van het Friese Statenjacht, 22 mei 1954”. Wanneer u tijd over heeft is het de moeite waard om deze op te zoeken op het internet.
1954 5 juni
Op de ledenvergadering wordt gememoreerd dat de Friso voor het eerst als Statenjacht aanwezig is bij de ledenvergadering.
Hoofdstuk 16
1955 Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten en Oostergoo


In 1955 was de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo mede oprichter van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten (SSRP). De andere oprichters, eveneens niet de minsten, waren: het Fries Scheepvaartmuseum, de Vereniging van Vrienden van het Zuiderzeemuseum, de Koninklijke Zeilvereniging Sneek, de Koninklijke Nederlandse Zeil - & Roei Vereniging uit Muiden, de Koninklijke Roei & Zeilvereniging “de Maas” uit Rotterdam.
(rechts) Fijn getekend logo van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten uit het Oostergoo-archief (1975) oorspronkelijk getekend door W.J. Dijk in 1962.
Nog altijd wordt er naar gestreefd deze verenigingen te vertegenwoordigen in het bestuur van de SSRP. Ieder bestuurslid functioneert als trait d’union tussen de SSRP en één van haar oprichters. De eerlijkheid gebied wel te zeggen dat één en ander informeler geworden is dan het in de beginjaren was. In 2023 vertegenwoordigt Jan Willem Hoorn de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo binnen het bestuur van de SSRP.
De invloed van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo is evident. In het voortraject van de oprichting van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten organiseerde zij, Oostergoo, in 1948 tijdens haar 100-jarig jubileum een bijeenkomst voor de toen nog in Friesland te traceren ronde jachten. Zij was het die een vlootschouw als onderdeel van het jubileum organiseerde. Dit was de opmaat voor de eerste reünie voor ronde jachten in 1953, ook was Oostergoo voortrekker bij de aankoop en vervolgens de overdacht van de boeier Friso als statenjacht aan de provincie Friesland. Bedenk daarbij ook nog dat zij door de jaren heen steeds wedstrijden voor ronde jachten en schouwen bleef organiseren. Dan is de oprichting van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten vanuit het perspectief van Oostergoo in 1955 dan een logisch vervolg.
In het Oostergoo-archief bevinden zich twee archiefdozen en een archiefmap gevuld met documenten die betrekking hebben op de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten. Er zitten jaarverslagen in die algemeen bekend zijn, die eveneens terug te vinden zijn op de onvolprezen website van de SSRP, er zitten programma’s in van een reeks lustrumreünies die in Friesland gehouden werden. De oudste vermelding in het Oostergoo-archief over de SSRP stamt uit 1954. F.G. Spits krijgt uit de kas van Oostergoo vijftig gulden overgemaakt om samen met notaris A. van der Laan uit Amsterdam concept statuten op te stellen voor de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten. Beide heren waren eigenaar van een Fries jacht.
De definitieve statuten passeerden op 8 oktober 1955 ten overstaan van notaris A. van der Laan te Amsterdam door:
1e Het Fries Scheepvaartmuseum te Sneek,
2e de Koninklijke Zeilvereeniging “Oostergoo”,
3e de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereniging te Amsterdam,
4e de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging “De Maas” te Rotterdam,
5e de Koninklijke Zeilvereniging “Sneek”,
6e de Vereniging “Vrienden van het Zuiderzeemuseum” te Enkhuizen
de Stichting Stamboek Ronde- en Platbodemjachten in het leven te roepen, waartoe deze Stichters ieder van hun vermogen een bedrag van Hfl. 100,-- (één honderd gulden) hebben afgezonderd. …………
Voor de eerste maal treden als bestuursleden op:
aangewezen door het Fries Scheepvaartmuseum de heer H. Halbertsma te Amersfoort,
aangewezen door de Koninklijke Zeilvereeniging “Oostergoo” de heer H.G. van Slooten te Leeuwarden,
aangewezen door de Koninklijke Nederlandsche Zeil- en Roeivereniging de heer ir J. Loeff te Loosdrecht,
aangewezen door de Koninklijke Roei- en Zeilvereniging “De Maas” de heer mr A. Blussé van Oud-Alblas te Rotterdam,
aangewezen door de Koninklijke Zeilvereniging “Sneek” de heer H. Voordewind te Amsterdam ,
aangewezen door de Vereniging “Vrienden van het Zuiderzeemuseum” de heer S.J. Bouma te Enkhuizen,
aangewezen door de oprichters tezamen de heren C.J.W. van Waning te Rotterdam, Mr Dr. T. Huitema te Wassenaar en F.G. Spits te Diemen.
De Stichting Stamboek voldeed aan een behoefte. Binnen een jaar waren er al 237 schepen ingeschreven en 26 vrienden zonder schip hadden zich aangesloten. Eén van de acties in het eerste jaar van haar bestaan was dat er aan de heer L. Stelwagen uit Grou de opdracht werd gegeven de boeier Constanter op te meten en te tekenen. De SSRP stelde in het eerste jaar van haar bestaan twee geborduurde wimpels ter beschikking aan de Westeinder Zeilverenigingen en aan onze vereeniging. De wimpel werd verzeild in de GWS-schouwen en werd voor het eerst gewonnen door de heer Van der Schaaf.
Vijf jaar later bij het eerste lustrum waren er al 397 schepen opgenomen in de schepenlijst van het Stamboek. De Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten was een succes. Sterker nog, nog twee jaar na nu en dan bestaat zij in 2025 zeventig jaar.
De heer C.J.W. van Waning begon op persoonlijke titel met een zoektocht naar de geschiedenis van zijn boeier Maartje. Hij vond gelijkgestemden bij Oostergoo. Was voortrekker en mede oprichter van de SSRP. Zelf heeft hij dit beschreven in een historische beschouwing als “De onverwachte gevolgen van een ondoordacht idee”. Het waren de eerste bladzijden van een reeks monografieën van de SSRP.
Monografieen waar we vervolgens de naam van Herman van Slooten een aantal keren als schrijver tegenkomen.
De SSRP is een behoudsorganisatie. Het historische maritieme aspect vormt de basis van haar bestaan. Het uitdragen van kennis over ronde en platbodemjachten is wel de belangrijkste opdracht die ze bij haar oprichting heeft meegekregen. In het Oostergoo-archief is de correspondentie terug te vinden tussen de heren Jaap Vermeer en Arend Velsink, waarin vooral data van schepen de kern vormen. Deze werden gebruikt om de tot dan toe gebruikte WM (wedstrijdmaat) om te vormen in een TCF (tijdcorrectiefactor). Samen met Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo organiseerde de SSRP wedstrijden waarbij gekeken werd of de TCF levensvatbaar kon zijn. Een proef die later herhaald werd bij wedstrijden op de Westeinder. Het Watersportverbond nam het voorstel van de heren Vermeer en Velsink over. Het is dan 1960.
In dat jaar werd de lustrum reünie werd gehouden in Friesland. De start was op 7 juli 1960 in Sloten. Het einddoel was Grou. Er waren 71 deelnemers.
Als aandenken aan deze reünie werd een vlaggenstokknop aan de deelnemers meegegeven. De ontwerptekening ervan vind je terug in het Oostergoo-archief.

In 1960 werd er net als in 1953 een vaartocht, dit keer op eigen kiel, vanuit Holland naar Friesland georganiseerd. Bob van Kampen werd voor de coördinatie ervan gevraagd: in een brief van hem aan Herman van Slooten kun je het volgende lezen:
…… Jumbo vroeg mij, daar hij zo bezet is (of ik dat niet ben), of ik de leiding op me zou willen nemen voor het convooi dat uit Holland naar Friesland vaart 2 juli as. Nu is het Jum heel moeilijk iets weigeren, dus “hab” ich ja gesagt”…….
In de beginjaren van de SSRP leek het wel eens of er sprake van een personele unie was. Herman van Slooten was tegelijkertijd secretaris van Oostergoo en bestuurslid van de SSRP. De overige bestuursleden van de SSRP waren op hun beurt vaak lid van Oostergoo. Deze nauwe banden bleven tot ongeveer 1980 bestaan. Herman van Slooten was zowel van onze zeilvereeniging als de Stichting erelid.
Totaal onverwacht vond ik in het Oostergoo-archief, ik had iets dergelijks eerder in het Stamboek-archief verwacht, een ontwerptekening van een vleugel die in 1975 als prijs of aandenken gewonnen kon worden. Het was gemonteerd aan een koperen scheerhoutje. De lengte was ongeveer een meter. Er zijn zestig van gemaakt. De correspondentie hierover was gericht aan de heer Van Slooten. Eerder schreef ik over iets dat op een personele unie leek……
In het archief van de SSRP vond ik een brief gericht aan het bestuur bij het zestig jarig jubileum van de stichting in 2015. Niet geschreven naar de waarheid. Een romantische beschouwing. Het schuurt wél heel dicht tegen onze zeilvereeniging aan:
Bach en het Stamboek, het Stamboek en Bach
De meest geweldige muziek is meestal in een paar minuten gecomponeerd. Wat geweldig wanneer je dat kunt! Je kunt bijna zeggen dat dergelijke composities eenmalig zijn. Het lukt een componist maar zelden zichzelf te overtreffen.
Er zijn anderen die zichzelf verheffen naar de eeuwigheid door een reeks muziekstukken te schrijven van een zodanig niveau dat ze generaties later nog worden gespeeld. Bach heeft zich met zijn muziek onsterfelijk gemaakt. Mozart en Verdi hebben dat ook gedaan. Misschien kunnen de Beatles en Abba hier in de toekomst naast of bij gezet worden. Immers je kunt hier pas over oordelen nadat anderen de revue gepasseerd zijn, en wanneer je terug kunt kijken. De Beatles en Abba zijn nog teveel van vandaag om werkelijk over hen te mogen oordelen. Dat is ook de reden dat de Paus pas jaren na iemands overlijden een zalig- of heiligverklaring uit kan spreken.
Goede wijn behoeft geen krans. Probleem is dat zoveel mensen die krans wel graag willen. Dit is van alle tijden.
Wanneer je één en ander op het Stamboek spiegelt, dan zie je in grote lijnen het zelfde. Ik kan me zo een tafereeltje voor de geest halen. Ik fantaseer: Op het terras van Oostergoo in Grouw zitten de heren Buisman, Van Waning en Van Slooten. Later sluit de heer Kingma Boltjes zich bij het drietal aan. Hij kent de heren en heeft ook een rond jacht. Ze hebben zicht op hun boten en hebben een glas geestrijk nat binnen handbereik. Na enige opmerkingen over en weer wordt de suggestie geopperd een stamboek voor boeiers op te richten. Alleen al op deze gedachte moet gedronken worden! Wat, het Stamboek is al bijna een feit.Zo’n zestig jaar later is het Stamboek al bijna zestig jaar lang een gegeven. Onverminderd wordt er gewerkt aan haar doelstellingen. Niet altijd even duidelijk zichtbaar, maar steeds aanwezig. Het Stamboek viel vooral op door zich jaarlijks op het water te presenteren. Zeilend, varend, stilliggend en met veel vlagvertoon. Letterlijk. Een klein stukje Hollands Glorie waarvan het niet vervelend is om er deelgenoot van te zijn. Voor het oog een genoegen om naar te kijken, voor de deelnemers iets om op terug te kijken. Kern van het Stamboek zijn en blijven de Ronde jachten. De schepen die door Van der Zee, Lantinga, Visser, de Boer en Duivendijk, maar evenzeer andere bouwers gemaakt zijn, vormen de historische kern van het Stamboek. Helaas, maar misschien ook gelukkig kan niet iedereen zo’n oud schip hebben. Er zijn er niet meer dan er zijn. Er zijn gelukkig ontwerpers en bouwers die kans zien schepen te bouwen die qua vorm en uitvoering dicht bij deze oude op het oog gebouwde schepen in de buurt komen.
Goede wijn behoeft geen krans………….
Dit heeft Oostergoo mee geïnitieerd. Niet slecht lijkt me.
Dat de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten meerdere keren een lustrumreünie in Grou heeft georganiseerd past bij de relatie die de SSRP en KZV Oostergoo hebben. Hotel Oostergoo en haar terras hoorden hier van zelfsprekend bij. Dat de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo en de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten waardering voor elkaars werk hebben blijkt uit het volgende: De 1e Oostergoo-penning werd in 2005 uitgereikt aan de SSRP en in 2019 heeft de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo de Van Waningprijs van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten mogen ontvangen. Deze werd uitgereikt in Het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. De motivatie was als volgt:
Het bestuur van de Stichting Ronde en Platbodemjachten (SSRP) heeft besloten de Van Waningprijs 2019 uit te reiken aan
De Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo
Op grond van de volgende overwegingen:
- De Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo is één van de oprichtende partijen van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten in 1955. Veel leden bezitten een jacht dat is ingeschreven in het Stamboek. Daarnaast bestaat er binnen de vereeniging veel belangstelling voor het Ronde en Platbodemjacht. Een paar keer per jaar wappert de grote vlag van 'Oostergoo' vanaf de torenspits in Grouw. Op de eerste zaterdag van juni is het in heel Grouw duidelijk dat het 'Oostergoo weekend' is gestart. Vele houten Ronde en Platbodemjachten verzamelen zich dan rond de vergaderplaats bij Hotel Oostergoo en maken na afloop van de vergadering een gezamenlijke tocht door de omgeving. Klein en groot, bemand door keurig geklede heren. Een prachtige traditie, die al jaren de nodige aandacht trekt.Dat het varen met Ronde en Platbodemjachten een belangrijk onderwerp in de Vereeniging is, blijkt uit het feit dat zij er aan bijdraagt, dat sinds 2008 een belangrijk cultureel evenement op de Wijde Ee bij Drachten wordt gecontinueerd en daardoor een prachtig feestje voor schippers, dat zo ook voor de toekomst behouden blijft. De Vereeniging heeft traditie hoog in haar vaandel staan. Op heel belangrijke momenten wijkt ze daar van af. Dit jaar is het Oostergoo weekend één week vervroegd. De reden: de verjaardag van het Statenjacht ‘Friso’. In 1953 werd onder auspiciën van Oostergoo een reünie belegd van Friese Ronde Jachten. Bij die reünie keerde het Commissarisjacht ‘Friso’ voor het eerst sedert jaren weer naar Friesland terug. Oostergoo was daarna één van de drijvende krachten in de zogenoemde Boeiercommissie, die tot taak kreeg te trachten de ‘Friso’ weer naar Friesland terug te halen als Statenjacht. Dat werd zoals bekend een groot succes. De boeier werd in 1954 overgedragen aan het College van Gedeputeerde Staten van Friesland, nu 65 jaar geleden. En de ‘Friso’ viert in 2019 haar 125-ste verjaardag. Dus vormt de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo op 22 mei 2019 het centrale middelpunt voor een groots festijn ter ere van de verjaardag en eigenaar van dit prachtige schip.
In deze functies, acties en relaties, levert de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo een bijzondere en wezenlijke bijdrage aan de doelstellingen van het Stamboeken de promotie van de vloot van Ronde en Platbodemjachten. Daarvoor is het bestuur Oostergoo zeer erkentelijk en benadrukt op deze wijze de unieke verbintenis met het Stamboek.Aldus vastgesteld in de vergadering van het bestuur van de Stichting Ronde en Platbodemjachten te Amersfoort, 29 januari 2019.
Amsterdam, zaterdag 23 maart 2019

Dat het bestaan van de SSRP niet altijd vlekkeloos is geweest valt in het Oostergoo-archief terug te lezen. Het SSRP-archief hult zich hierover in stilzwijgen. Na het 25-jarig jubileum in 1980 namen een aantal oud bestuurders en medeoprichters van de SSRP definitief afstand van hun werkzaamheden voor de Stichting. Ze waren op dat moment zo’n vijf en twintig jaar actief geweest. Deze mensen zullen toen nooit hebben bedacht dat ze vijf jaar later nog eens een interim bestuur zouden moeten vormen om het bestaan van de SSRP in veilig vaarwater te brengen. Hun actie toen heeft effect gehad. Een actie in stilte. In de digitale wereld van 2023, blaast de SSRP als kenniscentrum voor traditionele Nederlandse jachten een stevige partij mee.
Waarschijnlijk is de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten wereldwijd de oudste Behoudsorganisatie. De Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo was één van de stuwende krachten.
Hoofdstuk 17
1957 R. Buisman en Oostergoo

Zonder een voorzitter of een bestuurslid dan ook te kort te willen doen voel ik me geroepen om over twee voorzitters Roelof Buisman en Theo Velsink uitgebreider te schrijven. Twee mannen die in de twintigste en eenentwintigste eeuw decennia lang het gezicht van de Zeilveereniging Oostergoo en Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo hebben bepaald. Roelof Buisman was van 1907 tot 1925 eerst secretaris, daarna van 1925 tot 1957 voorzitter. De eerste stelde zijn kennis en kwaliteiten 50 jaar in dienst van onze zeilvereeniging, Theo Velsink deed dat 39 jaar, maar daarover later.
Een snelle rekensom leert dat Roelof Buisman 32 jaar voorzitter was.
Roelof Buisman 1874-1963 (Algemene Ledenvergadering op 1 juni 1957: Hij was Oostergoo en Oostergoo was Buisman)
Helaas moet deze beknopte biografie geschreven worden op basis van teksten die anderen over hem schreven. Wanneer hier onwaarheden geschreven staan dan lieg ik in commissie. In 2022 is de woonark van de heer Buisman nog bij Grou te vinden. Nu niet meer aan het Pikmeer tussen het Theehuis en het dorp Grou, maar aan het de nieuw gegraven uitbreiding tussen het Pikmeer en de Wijde EE. Het is te herkennen aan het bovendek met hekwerk. Zijn Mercurius hoort nog altijd tot maritiem varend erfgoed dat onderdak bij Oostergoo vindt.
In 1903 wordt Roelof Buisman lid van Zeilvereeniging Oostergoo, om na het “droevige”(*) jaar 1906 in 1907 secretaris te worden. Samen met het toenmalige bestuur heeft hij het 60-jarig jubileum in 1908 vorm gegeven. Dit werd een doorslaand succes. Vanaf dat moment begon de vereeniging weer te bloeien. In 1925 neemt hij bij een afnemende gezondheid van voorzitter P.G. Halbertsma de voorzitterstaak op zich. Hij zal voorzitter blijven tot 1957.
(*)De letterlijke tekst uit het verslag van de algemene ledenvergadering: “De Algemene Ledenvergadering, uitgeschreven op woensdag 25 juli 1906 ging niet door, daar slechts één lid van de Vereeniging aanwezig was”. Voor eeuwig in de analen van Oostergoo vastgelegd.
Al in 1915 komen we de heer Buisman tegen wanneer hij met een paar andere bekende namen (R. Hamstra, H. Kersken en W. Jongejan) uit de Nederlandse watersport op het Congres voor de Watersport de voorwaarden weet te formuleren waaraan een schip moet voldoen om als boeier, (Fries)jacht of tjotter gekwalificeerd te mogen worden. Een soort “klassevoorschriften” (of beter kenmerken) zoals die heden ten dage gebruikt worden bij en voor het wedstrijdzeilen.
Het is onduidelijk wanneer hij de meeste bekendheid genoot, evenzeer is het onduidelijk of dit was op persoonlijke titel, als bedrijfsdirecteur, als onderdeel van een netwerk of in verenigingsverband. De grenzen zijn vaak moeilijk te trekken. In de vijftig jaren dat hij zijn naam verbond aan de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo vind je vaak verbanden met andere organisaties. Het Congres voor de Watersport in 1915 noemde ik al. De overdracht van het Statenjacht aan de provincie Friesland en de oprichting van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten zijn in de maritieme sfeer een paar anderen die al uitgebreid beschreven zijn.
Roelof Buisman werd geboren in Grou, woonde in Leeuwarden, volgde de lagere school te Grou, de HBS in Leeuwarden, de Zuivelschool Bolsward en een zuivelcursus in Kopenhagen. In 1893 kwam hij te werken in boterexportbedrijf van zijn vader, in 1906 nam hij het van zijn vader over. In het personeelsblad “DTInformeert” uit 1999 wordt, ter gelegenheid van het vertrek van de Koninklijke R. Buisman Zuivelexport CV uit Leeuwarden naar Wijk en Aalburg, een heel artikel gewijd aan haar eigenaren Buisman. Roelof Buisman was er één van. Inmiddels heet dit bedrijf Koninklijke VIV Buisman BV. Nog altijd heeft ze een portretfoto van Roelof Buisman op haar website staan.
In het laatste kwart van de 19e eeuw werd de boter gemaakt door boeren en werd aangevoerd bij firma’s en verenigingen die het vervolgens veilden op markten in Leeuwarden, Sneek, Bolsward, Heerenveen Balk en Lemmer. Iedere koopman liet op het deksel en op de duigen van het door hem gekeurde en aangekochte botervat zijn eigen merkteken aanbrengen ter identificatie van de eigenaar. De boter werd verzameld in Harlingen om vervolgens verscheept te worden naar Londen. Op dat moment de grootste afzetmarkt. Pas in de 80er jaren van de 19e eeuw kwam er voor het eerst fabrieksmatig geproduceerde boter op de markt vanuit de melkfabriek uit Warga. In dit veld is Derk Buisman, de vader van Roelof begonnen met de boterhandel naar Engeland.
Roelof Buisman was getrouwd met Hillegonda Cornelia Blok Wybrandi. Tussen 1900 en 1908 kregen zij vier kinderen. Christina, Barteltje, Sofie en Hendrik Hero (Hein). Hein werd in 1942 medefirmant en het bedrijf werd voortgezet als “Firma R. Buisman”. Het devies, het zakelijke devies, van Roelof Buisman was toen: “Beter een deuk in je portemonnee dan een deuk in je reputatie”. (naar Mari van Ballegooien, DTInformeert 1999. In zijn verhaal noemt Mari van Ballegooien onze zeilvereeniging “Oostergou”. We vergeven het hem.).
Een van zijn klanten was Sainsbury’s, de bekende supermarktketen uit Groot Brittannië. Blijkbaar waren de banden zo intensief dat in 1922 de heer Sainsbury uit Londen lid werd van Oostergoo. Roelof Buisman was naast al zijn andere functies ook nog eens Vice-Consul voor het Verenigd Koninkrijk. De vermelding hiervan staat in zijn briefhoofd te lezen in 1931.
Roelof Buisman stopte in 1957 op 82-jarige leeftijd als voorzitter van Oostergoo. Gelijk met hem stopte ook Pieter Bokma met zijn bestuurswerk voor de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo. Gezien de door anderen genoteerde uitspraken van Roelof Buisman, mag je concluderen dat hij adrem en verbaal sterk was. Uit meerdere overleveringen weten we dat zijn tafelredes beroemd waren. Legendarisch is zijn uitspraak: “Zeilen is als soep eten met een vork, je krijgt en nooit genoeg van” . Sprak hij voor het vaderland weg, of had hij zijn tafelredes van te voren op papier gezet? In het archief van Oostergoo heb ik er niet één teruggevonden.
In het notulenboek van 1895-1964 is in 1930 te lezen dat:
“Tegen alle mores in levert de rondvraag een spreker op. De heer IJ. Van Slooten vraagt zeer bescheiden het woord, excuseert zich dat hij dit doet, maar het gewicht van deze dag deed hem breken met het oude gebruik op de rondvraag te zwijgen. Hij deelt mede het woord te voeren namens het comité uit de leden, dat zich ten doel stelde de Voorzitter te huldigen op den dag dat hij zijn zilveren jubileum viert als bestuurslid van Oostergoo …… De voorzitter heeft de vereeniging nieuwe frissche moed ingeblazen …….. onder zijn leiding werd op machtige wijze het 75 jarig jubileum gevierd ……..onder zijn leiding werd het predikaat Koninklijke aanvaardt ….. zijn stem heeft geklonken bij het vaststellen van het reglement van de Noord Nederlandsche Watersportbond …. Hij is in de voetsporen getreden van zijn voorgangers. Absoluut reactionnair……… wedstrijden met beurtschepen, lang in onbruik, sinds enkele jaren door toedoen van Oostergoo in ere hersteld……..” De heer Buisman reageert als volgt: “In de vereeniging Oostergoo had hij een vereeniging gevonden met karakter, met een eigen cachet, dat trouw bewaart blijft. Er bestaat een gevoel van saamhorigheid onder de leden, en zolang die bestaat is de toekomst van Oostergoo verzekerd……..”
Naast zijn werk voor, eerst, Zeilvereeniging Oostergoo en later vanaf 1923 Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo was hij onder meer voorzitter van de Kamer van Koophandel Friesland, voorzitter van de Vereniging Leeuwarder Watersport, stuwende kracht achter Nederlandse Jachtvereniging, de VVV afdeling Leeuwarden, Maatschappij van Nijverheid en Handel en bestuurslid van de NNWB. Het zou me niet verbazen wanneer het er nog meer waren.
Tja, en zijn liefde voor de Mercurius …….. ik kan het begrijpen.

Roelof Buisman kreeg in 1948 een Koninklijke onderscheiding aan boord van zijn woonschip tijdens het 100-jarig jubileum.
Toen de W.H. de Vos-prijs van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten (SSRP) voor het eerst werd uitgereikt, ging deze naar Roelof Buisman. Bij de uitreiking van deze prijs werd gememoreerd dat de heer Buisman zich bijzonder verdienstelijk had gemaakt voor het door de SSRP nagestreefde doel. Gedurende meer dan vijftig jaar was hij eigenaar van een Fries rond jacht, te weten de tjotter Triton van 1906-1908, het Friese jacht Oostergoo van 1908-1915 en het Friese jacht Mercurius van 1915 - 1963. Hij werkte al in 1915 mee als lid van de “Commissie van Jachtbouwdeskundigen”, ingesteld door de Verbonden Watersportverenigingen bij het opstellen van de kenmerken voor het boeiertype ………..
Persoonlijker wordt het wanneer Herman van Slooten na afloop van het jubileumjaar 1973 een niet gepubliceerd persoonlijk addendum schrijft bij “zijn” jubileumboek:
Is het een wonder, dat toen, na ons honderdjarig bestaan in 1948, de toenmalige secretaris Frans Stoop plotseling overleed en de oude heer Buisman bij mij kwam en zeide: “Nu moet jij zijn opvolger worden”, ik mij bijzonder gevleid voelde? Want stelt u zich even voor: het bestuur bestond in 1949 uit de heren Buisman, Halbertsma, Bokma en Van der Meer, in mijn ogen van 35 jarige jongeman, heren, waar men niet alleen U tegen zei, maar die allen toch een reputatie hadden, ja zelfs mijn vader zouden kunnen zijn! En nu werd ik uitverkoren mij bij dit eerwaardige college aan te sluiten! Het was dan ook met enige aarzeling dat ik de candidatuur aanvaardde. Ik heb daar nooit spijt van gehad, want ik heb een geweldige leerschool doorgemaakt, waarbij vooral Buisman mijn mentor was. Hij heeft mij de tradities van Oostergoo voorgehouden: hij heeft mij geleerd hoe je in het openbaar moest spreken, een heel eenvoudige formule: zeg bij het begin iets pakkends, opdat men luistert, dan kun je een hele tijd niets zeggen, maar denk er om dat het slot zo is, dat de mensen weer gegrepen worden!
Nooit zal ik de bijeenkomsten vergeten op zijn kantoor aan de Willemskade te Leeuwarden, waar hij en zijn zoon Hein tegenover elkaar zaten aan twee grote bureaus. Kwam ik dan binnen, dan zei de heer Buisman: “We gaan maar even naar de slaapkamer”. Dat was zijn domein, waar een paar grote leren fauteuils stonden, de wanden waren bedekt met schilderijen en prenten alle betrekking hebbend op Friesland en het varen. En daar was een kast, waar hij alleen de sleutel van had. In deze kast nu zaten geen geheime documenten, maar wel veel flessen. Steevast was zijn eerste gang daarheen en werd er, naar de tijd van de dag, een drankje ingeschonken. Daarna nam hij plaats in één der grote stoelen, recht onder zijn eigen portret, geschilderd door Piet van der Hem, en verzocht mij tegenover hem plaats te nemen, zodat ik twee Buislieden tegenover mij had! Aldus gezeten, nog voorzien van een voortreffelijke sigaar kwamen de Oostergoo belangen aan de orde.
…….
Dan de wedstrijden. Een starttoren was er nog niet. Wij waren eigenaar van wat men “het kraaiennest” noemde, een open houten bouwwerk, dat altijd werd opgeslagen bij Halbertsma, die ook zorgde dat het weer geplaatst werd. We hadden nog “keurmeesters” (een hele oude instelling, waarvan het nut mij ten eenenmale ontging). Zij hielden wel de lijsten bij, maar de voorzitter hanteerde het geweer en dan kwam het wel voor, dat hij wat te vroeg of te laat schoot! Werd daar iets van gezegd, dan was de repliek: “Ze lagen er zo mooi voor!” Moet je nou eens mee aankomen!
Op 20 april 1963, de dag dat Roelof Buisman begraven werd, hing de Oostergoo-vlag halfstok van de Grouster toren.

Hoofdstuk 18
Oostergoo, uit het Archief, (na 1973)

Enkele gevonden notities
Dit kleine briefje bevindt zich in het archief van Koninklijke Zeilvereeniging Oosteroo. Het spreekt voor zich en is ontroerend tegelijk. Hoe klein de bijeenkomst ook, grootser kun je de een vereeniging niet eren.


Jubileumjaar 1973
Aan Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo van B.H. Braam, Hospes te Grouw 1930 – 1970: “De wijn is voor den mensch en voor de rapste geesten, maar water uyt de beek ten dienste van de beesten …..(Jacob Cats)”
(rechts) Omslag Jubileumboek 1973 van Herman G. van Slooten
Het jubileum jaar waarin Herman van Slooten “het” Jubileumboek schreef. Een boekwerk dat alle leden geacht werden te bestuderen en de inhoud ervan in hun geheugen op te bewaren.
Er werd een vaartocht naar Bergumerdam georganiseerd. Op de lijst met 12 deelnemende ronde jachten staat aangegeven wie de schepen bemannen. Het begint met het Statenjacht: C.d.K en vrouw, Burgemeester Tietjerkseradeel en vrouw. Zo wordt de hele lijst gevuld. In vervolg verslaglegging wordt er gesproken over echtgenotes.In zijn beschouwing na afloop van het jubileumjaar benoemt voorzitter Tjomme Kingma Boltjes de kwaliteiten van de afzonderlijke bestuursleden.
Daar waar Herman van Slooten zich zelf in de publiciteit plaatste met zijn jubileum boek, wordt de penningmeester als volgt gememoreerd:“Arend is natuurlijk niet in het nieuws. Dat hoort ook niet zo voor penningmeesters, want komen dezulken in het nieuws, dan is er wis iets mis. Ik bewonder zijn accuratesse in het houden van de kas, alsmede de schilderachtige vorm van zijn verantwoordingen. Mogelijk onbewust houdt hij het bestuur door zijn rust in een werkbare vorm. …………. Wederom is het papier vol, vol als mijn gedachten waren vanmiddag over haar bestuursleden en over haar wezen, de Koninklijke Zeilvereeniging met twee ee’s en alles wat daarbij hoort. Weest gegroet, en groet Uwe echtvriendinnen, die ons telkenmale afstaan aan onze Vereeniging.”
Het jubileumjaar 1973 is gearchiveerd in meerdere mappen. Eén ervan is geheel gevuld met het volledige vooronderzoek van het jubileumboek. Een tweede is gevuld met de bescheiden, die bij het jubileum horen. Een derde is gevuld met bedankbrieven.
In 1973 werd er een nieuwe voorzittershamer aangeboden. Speciaal gemaakt. Een hamer met een verhaal. De ontwerptekening is bewaard in het archief. Het ontwerp is van Heit Piersma uit Heeg. Vader van de bekende jeugdherberg. Niet alleen het ontwerp is van zijn hand, hij heeft het als kunstenaar zelf gemaakt.
Naast deze tekening is de hamer beschreven:
“Deze voorzittershamer werd vervaardigd van hard eikenhout en kunstzinnig versierd door de heer P. (Heit) Piersma te Heeg.
De kop werd gemaakt uit een kniestuk afkomstig uit het zeilwerk van het Friese Jacht “Oude Liefde” gebouwd door Lantinga te IJlst in 1880 (Inmiddels weten we da Brandsma uit Franeker in 1919 de bouwer was (GtC)).
De steel gedraaid uit een stuk bijzonder hard eikenhout, afkomstig uit de oorspronkelijke achtersteven van de boeier “Albatros” ex “Charlotte” gebouwd door E. Holtrop van der Zee te Joure in 1881.
De voorzittershamer werd met de volgende “Oostergoo” en boeiermotieven besneden:
De Kop: bovenliggend zijvlak, het wapen van Oostergoo, in rood en zilver geschilderd, gedekt door een gouden kroon en geflankeerd door twee gouden staande leeuwen; onderliggend zijvlak, het op tjotter roerkoppen gebruikelijke pauwmotief, voorstellende: "De vogelen des hemels plukkende de bloemen des velds”. Op de bovenzijde, een gestileerd Fries Rond jacht.
De steel is uitgevoerd in de trant van een mastwortel, met “tijdringen” in volgorde van onder naar boven:
1. Voetring rondom besneden met zg. “grond-engelen”
2. en 3. besneden met engelenkopjes
4. 1848 28-4 oprichtingsdatum van “Oostergoo”
5. 1953 4/5 -7 data van de eerste reünie van Friese ronde Jachten
6. Oostergoo (alle letters verguld).
De beschrijving van deze hamer en de herkomst van de onderdelen lijken op waarheid gestoeld te zijn. Verificatie van deze gegevens in het Stamboek-archief komen behoorlijk overeen, maar dan is ineens de kop gehaald uit een stuk hout van de tjotter Anna Beatrijs. Het document ziet er even gedegen uit als het andere uit het Oostergoo-archief. Wie kan hier uitsluitsel geven?
1975 Jaarverslag
Voorzitter Tjomme Kingma Boltjes:
’t is immers met Oostergoo als met een barende vrouw: bij beide moet ik het hoofd koel en de situatie kalm houden, steeds voorbereid op complicaties, die mans genoeg kunnen zijn. Al erken ik, dat ik bij Oostergoo meer steun heb van haar secretaris dan tijdens de weeën van de kraamverzorgster.
1984 Jaarverslag: De Oostergoo-vlag op de Atlantische Oceaan
Over het algemeen zeer plezierig en niet zo stormachtig, dit in tegenstelling tot wat één onzer leden de heer Adriaan Pelt, met zijn gezin overkwam. Vorig jaar lag hij nog met de Cape Lady na zijn reis vanuit Kaapstad in Grouw. Nu op de terugreis naar Kaapstad beleefde hij letterlijk stormachtige toestanden op de Atlantische Oceaan, waarbij in zwaar weer de grote mast verspeeld werd. Met een noodtuig liep hij na 59 dagen (in plaats van de 30 geplande dagen) zonder dieselolie en met vrijwel lege watertank en haast zonder eten, de Walvis Baai binnen.
Alles kwam gelukkig goed, maar hij voer dan ook onder Oostergoo-vlag en dat is tenslotte het beste wat je als schipper kunt doen!
1994 100 Jaar Friso, 40 jaar Statenjacht
Een evenement waarbij de Provincie Friesland, de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten en de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo gezamenlijk optrokken. Een evenement dat begon in Leeuwarden en een vervolg kreeg in Grou. Het Prinses Margrietkanaal werd zelfs tijdelijk afgesloten voor een vlootschouw met 125 ronde en platbodemjachten verdeeld over 28 eskaders. De oever van het Prinses Margrietkanaal was hierbij een soort natuurlijke tribune. Met een oostenwind was het kanaalvak tussen het Pikmeer en de spoorbrug volledig bezeild. Na het passeren van het laatste eskader werd het kanaal weer vrijgegeven voor de scheepvaart.
2019 De Friso is 125 jaar oud en 65 jaar Statenjacht.
Wederom stond het Statenjacht Friso prominent in de belangstelling. De Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo bood ter gelegenheid hiervan de Provincie Fryslân de 10e Oostergoo-penning aan. De Commissaris van de Koning de heer A.A.M. Brok en de schipper van het Statenjacht de heer G. Pietersma namen de penning in ontvangst. Het werd overhandigd door scheidend voorzitter Th.A. Velsink. Gecombineerd met dit jubileum werd voor de vaartocht een route gevaren over de Suderburds Wiid, waarmee dit landschapsproject officieel werd geopend.
Aan iedereen waarmee ik in verband met dit jubileum boek contact had, heb ik gevraagd hoe zij Oostergoo ervaren of ervoeren. De antwoorden waren alle persoonlijk.
Een kleine bloemlezing:
…….. “Toen ik klein was en langs Oostergoo liep waren er altijd belangrijke mannen die iets te belangrijks te betekenen hadden, volgens mij is dat tegenwoordig minder”…….
…….. ”Wat een feest!” ……..
…….. ”Al die mannen in dezelfde kleren: het doet me denken aan de schooluniformen in Engeland. Op dat moment zijn we allemaal gelijkwaardig” ……..
…….. ”Het is een toneelstuk, een act, je moet je er gewoon aan meedoen”…….
…….. ”Geweldig al die vrienden die ik er ieder jaar weer tegenkom”……..
Kermis in Grou
In 2001 was er kermis in Grou toen Oostergoo haar wedstrijden organiseerde. En beter bewijs dan de onderstaande foto bestaat er niet. Voorzitter Theo Velsink en Gerko de Meester in de schiettent. Gerko de Meester had juist in de roos geschoten. De polaroid foto is bewaard in het archief.
Hoofdstuk 19
1983 Aurelia

In de winter van 1982 had Sieuwke K.J. van Slooten, de dochter van Herman van Slooten in al haar bescheidenheid een brief aan het bestuur van Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo gestuurd, waarbij zij het bestuur opmerkzaam maakte op 100 jarig bestaan van “de” Aurelia, het sierboatsje van de familie van Slooten en misschien wel het kleinste ronde jacht in de vloot ronde en platbodemjachten.
Sieuwke vond dit gegeven belangrijk genoeg om het bij het bestuur onder de aandacht te brengen. Haar opmerkzaamheid werd door het bestuur gewaardeerd en gehonoreerd. In een wollige brief aan het bestuur heeft ze het nederige voorstel gedaan, om de 100 jarige Aurelia te eren met de belangwekkende taak als admiraalschip. De volledige brief hoeft niet geciteerd te worden. De laatste alinea wel. Het geeft een beeld van de economische situatie van Nederland op dat moment. Met een knipoog: “In deze tijd van economische moeilijkheden moet iedereen met minder genoegen nemen, misschien dat U dit symbolisch kunt bekrachtigen door nu eens niet een grote boeier maar, dit kleine overbekende bootje aan te stellen voor deze belangrijke taak ”.
De Aurelia werd uitverkoren als admiraalschip. Aan boord Herman van Slooten als admiraal en Oostergoo-voorzitter Mr. G.F. Hepkema als secondant. Meer mensen pasten er niet in het scheepje.
De twee hier bovenstaande foto’s behoeven geen verdere uitleg. Wel een kanttekening. Op de eerste foto zien we de Friso beheerst het admiraalschip passeren. Er lijkt weinig aan de hand. Wat vergeten was, was dat de Aurelia zo’n klein rank scheepje was dat het op iedere golf meebewoog. Toen de heren weer aan wal kwamen hadden ze geen droge draad meer aan het lijf.
Uit het jaarverslag van 1983:
…….. De rondvaartboot ging op de Ee ten anker, waarna zich een tweede schouwspel afspeelde.
Erelid van Slooten en voorzitter Hepkema namen de vlootschouw af, zich met moeite staande houdend aan de mast van de Aurelia, het pronkstuk van ons erelid en dit jaar precies 100 jaar oud en nog steeds drijvende. Gelukkig bleef dit zo, ook na het passeren van de jachten, die met forse hekgolven trachtten de admiraal tot zinken te brengen, terwijl de bemanning zich min of meer correct had opgesteld en een saluut bracht, een enkele maal gepaard gaand met kanon gebulder……
Hoofdstuk 20
2019 Th.A. Velsink en Oostergoo


Theo Velsink neemt in 2019 afscheid als voorzitter van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo. Boele Staal volgde hem op. Hij benoemde Theo Velsink als erevoorzitter.
(links) Het glas dat met inhoud door de leden geheven werd bij de benoeming van Theo Velsink als erevoorzitter.

In de bestuurskamer van Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo hangt een portrettengalerij van beschermheren, ereleden en voorzitters. Allen personen die het verdienen om op die manier geëerd te worden. Alle overige bestuursleden worden gememoreerd in drie boekjes, “Oostergoo is een verhaal dat nooit eindigt”, “Oostergoo zolang de wind over Fryslân waait” en “Oostergoo honderdvijfenzestig jaren Oranje van Top”, de jaarredes vanaf 1989, van Theo Velsink en de schepen- en ledenlijsten zijn er in opgenomen. Ze zijn niet vergeten.
(rechts) Theo Velsink aan boord van het Statenjacht schrijft in het gastenboek. Met Oostergoo-das, bestuurslint, petembleem en gouden bestuursband om de pet. (Oostergoo-archief)
Theo Velsink was voorzitter van 1984 tot 2019 na eerst van 1980 tot 1984 Commissaris te zijn geweest. Hij stelde zijn kennis en kwaliteiten 39 jaar in dienst van onze zeilvereeniging.
Een snelle rekensom leert dat Theo Velsink 35 jaar voorzitter was. Drie jaar langer dan Roelof Buisman. Theo Velsink mocht ik interviewen.
Drs. Th.A. Velsink 1941
Wanneer je Theo Velsink zoekt op het wereld wijde web, dan vind je vooral een relatie met SC Cambuur uit Leeuwarden. Hij was aan deze vereniging verbonden als sportarts. Zijn activiteiten voor Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo bleven voor de buitenwacht onder de radar. Maar, wij weten beter. Binnen de vereeniging is hij een man met statuur. Een voorzitter wiens jaarredes beroemd zijn.
Hoewel Oostergoo nooit geheim is geweest met hetgeen ze gedaan heeft en waar ze voor stond, zocht ze nooit echt de publiciteit zoals anderen dat misschien wel deden. Na het Jubileumboek dat in 1973 verscheen kwam daar min of meer verandering in. De genoemde drie boekwerken verschenen onder zijn voorzitterschap en geven een tijdsbeeld en enig inzicht in de Zeilvereeniging. Natuurlijk zijn ze primair bedoeld als naslagwerk voor de leden, maar de mogelijkheid dat niet leden ze in kunnen zien bestaat even zeer. De inhoud is niet geheim.
Met Herman van Slooten als secretaris is er een periode gekomen waar Oostergoo in woord en geschrift meer haar gezicht liet zien, hij zocht de publiciteit. Theo Velsink zette deze ingeslagen weg op zijn manier voort. Dit is een duidelijk andere manier om te laten zien wie je bent dan de manier waarop de vereeniging dit eerder deed met zeilfeesten zoals die globaal tot de 2e WO werden georganiseerd. Ze waren beroemd in Friesland.
De verleiding is groot om uit de boekwerkjes te citeren, maar eerst wil ik Theo Velsink zelf aan het woord laten. In december 2022 mocht ik hem in zijn huis in Leeuwarden interviewen. Een oude stadsvilla met op de gevel nog altijd het bord “Ingang Praktijk”.
Hiermee wordt direct duidelijk in welke beroepsgroep we hem moeten plaatsen. Theo Velsink is, was huisarts. Dit beroep praktiseert hij sinds zijn pensionering niet meer. Net als overal is dit vak nogal aan veranderingen onderhevig. De woning met praktijk straalt een zekere romantiek uit. Huisartsenpraktijken geschoeid op een dergelijke leest zie je misschien nog ergens in de provincie, maar in grotere plaatsen zijn het groepspraktijken geworden welke inmiddels al vaak op gegaan zijn in ketens. Huize Velsink ademt nog altijd de sfeer van, in dit geval de stadsdokter.
Tijdens het gesprek kwamen de nodige bespiegelingen van het werk als huisarts naar voren. De wijze waarop het gezin Velsink en de praktijk Velsink met elkaar verweven waren. De manier waarop Theo Velsink zich verantwoordelijk voelde voor zijn gezin, patiënten en samenleving. Dat dit soms minder romantisch was zal duidelijk zijn. Zoals u weet is het gebruikelijk dat in veel medische beroepen weekenddiensten gedraaid worden. Dit betekent dat wanneer je in het weekend vrij bent, een collega van jou, jouw taak overneemt. Theo Velsink vertelde me als voorbeeld dat de weekenddienstregeling die hij had op zondagavond 24.00 uur afliep en vervolgens de werkweek op maandagmorgen 0.00 uur begon. Altijd waren er dan patiënten die tot dat moment gewacht hadden zodat ze door hun eigen dokter geholpen konden worden.
Naast zijn werk als huisarts en sportarts was hij een tijdlang gevangenisarts in Leeuwarden en daarnaast ook nog eens bestuurslid van de KNMG. Theo heeft al zijn tijd in zijn werkzame leven gevuld. Niet met ledigheid.
Bij het napluizen van het Oostergoo-archief is mij opgevallen dat er over het ontstaan van de Noord Nederlandse Watersportbond zo weinig is terug te vinden. Pas wanneer deze bond een paar jaar oud is en meer body gekregen heeft, is er informatie over te vinden. Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo is er mede oprichter van. Eén van mijn vragen ging hierover. Ik had gehoopt er in huize Velsink een antwoord op te krijgen. Theo zijn vader en grootvader waren minstens zo bekend met de zeilsport als hijzelf. Wanneer je je enigszins verdiept in de oude Nederlandse watersporttijdschriften, dan kom je heel vaak de naam Velsink tegen als schrijver van redactionele stukken, maker van foto’s, schilderijen en tekeningen. Vervolgens kom je later in de tijd bij Oostergoo de naam Velsink weer tegen als bestuurslid, penningmeester en wedstrijdcommissaris. Dit was Arend Velsink, de vader van Theo. Voor mij reden om aan Theo te vragen naar het begin van de NNWB. Helaas kon Theo mij hier niet over vertellen.
Dit deel van het gesprek voerden we bij een schilderij gemaakt door Theo zijn grootvader waarop een centreboard te zien is met gestreken fok en neerhangende gaffel. Het tafereel verbeeldt een koffiepauze tijdens een zeiltocht met een bijzonder zeiljacht.
Dat de familie Velsink een familie is die tot in haar wortels verbonden is met de watersport is duidelijk. De Valk met zeilnummer 78 is het familieschip. Een boot uit de tweede serie van de door Van de Stadt gebouwde valken. Een schip waar vaak en veel mee gevaren is, maar ook een schip dat wel eens een tijd “op de wal” stond omdat er geen tijd was om er mee te varen. Samen, tegelijk met zijn broer is Theo Velsink op 12 juni 1976 lid geworden van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo. Dat hij zich binnen onze vereeniging zo verdienstelijk zou gaan maken was toen nog niet duidelijk.
Vier jaar later, in 1980, werd Theo Velsink opgenomen in het bestuur als Commissaris. Tegenkandidaat was Mr. Tjeerd Kingma. De ledenvergadering heeft toen vast en zeker voor de jongste van de twee gekozen. De heer Kingma was de oudste en hij had op voorhand reeds schriftelijk laten weten diep geroerd te zijn door de eer dat hij op de voordracht was genoemd, doch dat zijn erkentelijkheid zijn hoogtepunt zou bereiken als de heer Velsink bij acclamatie in de vacature zou worden benoemd.
Wederom vier jaar later, in 1984, werd Theo Velsink voorzitter.
Eén van de dingen waarmee hij zich binnen Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo onsterfelijk heeft gemaakt zijn zijn jaarredes.
De oudste jaarredes zijn bewaard in het Oostergoo-archief en gememoreerd door de secretaris in het jaarverslag.
De secretaris was er in 1986 door uit het lood geslagen:
“…….. Tot zover kon uw secretaris het betoog van de voorzitter nog volgen. Dit was afgelopen, toen het verhaal voortging over zure regen en de mens, een zandloper, de Vereenigde Oost-Indische Compagnie en de vleugels van de vogel. Ik denk dat de conclusie, die getrokken moest worden was, dat de tijd vliegt en de mens de meest merkwaardige vogel is en dat in deze onstuimige tijden historisch gegroeide zaken behouden dienen te blijven en met dit soort uitspraken kunnen we in Oostergoo weer verder ………..”.
Dat de jaarredes soms hilarisch, onnavolgbaar, maar ook nog eens maatschappelijk actueel waren blijkt wel uit het voorgaande citaat. In 1986 heette het “Zure regen”, in 2023 wordt het de “Stikstofproblematiek” genoemd. Bij zure regen konden we ons weinig voorstellen. Inmiddels weten we dat “Stikstof” een verlammend effect heeft op onze samenleving. Theo keek ver vooruit evenals in 1992 toen hij in zijn jaarrede de Ziektewet aansneed. Een onderwerp dat in 2023 nog vrijwel dagelijks in het nieuws is. De benadering van de overheid toen lijkt na dertig jaar verkeerd uitgepakt te zijn.
Op een uiterst humoristische wijze wist Theo Velsink de maatschappij en Oostergoo aan elkaar te verbinden. Bij herhaling benoemt hij de ouderdom en de jeugd. Bij iedere vereniging is de vergrijzing een probleem en de aanwas van jonge leden vaak een zorg en bij Oostergoo is dat niet anders. In 1988 concludeerde Theo het volgende: “Hoe schoon is de ouderdom met zoveel jeugdige leden”. In dat zelfde jaar schonk Koninklijke Zeilveereniging Oostergoo het bronzen beeldje dat nog altijd de kade voor Hotel Oostergoo siert. Theo Velsink bood het aan, aan Oostergoo-lid burgemeester Holtrop van de Gemeente Boarnsterhim. Het beeldje is van de hand van mevrouw Krabbendam. Het verbeeldt het achterschip van een rond jacht met drie bemanningsleden.

Overlevering 3 Mercurius

Wedstrijden op het Pikmeer georganiseerd door de KZV Oostergoo. Op zaterdag, toen nog niet op zondag na de jaarvergadering.
Wat de aanleiding was weet ik niet meer, maar dat is nu onbelangrijk. In elk geval was de bemanning van de Mercurius tijdens de wedstrijd verongelijkt jegens de wedstrijdcommissie geraakt en ze finishten ook erg laat, na de rest geloof ik. In elk geval was ik al lang binnen en een groepje zeilers stond toe te kijken hoe de Mercurius aan kwam zeilen. Altijd een bijzonder fraai gezicht. Maar de Mercurius was deze keer uit protest niet van plan te finishen en draaide voor de startlijn weg. Althans dat was de bedoeling.
Een tipje van het zwaard echter kwam toch even over de finishlijn en prompt werd het finishsein geblazen. Dat verergerde zichtbaar de ergernis aan boord en in plaats van aan het starteiland aan te leggen voer men in een rechte lijn naar de woonark van de heer van Slooten, alwaar werd afgemeerd. Vanaf het starteiland kon men diverse witte petten zich geagiteerd zien bewegen om plaats te nemen in het schouwtje van de heer van Slooten, de motor werd gestart en men voer in een rechte lijn naar het starteiland. Van Slooten stond voorin, de karakteristieke pijp dwars in de mond. Uit de houding van allen bleek dat men verhaal kwam halen. Ook het bestuur van de KZV Oostergoo was zich hiervan bewust en nam maatregelen.
Voorzitter Theo Velsink stond de heren op te wachten, gewapend met een doos sigaren en een fles jenever met glazen. Toen de heren aanmeerden kregen ze van de voorzitter eerst een sigaar in de mond gedrukt, vervolgens een glas jenever aangereikt en de voorzitter bracht een toast uit. Er klonk noch wat gepruttel, maar na nog een glas jenever werd de toon afgezwakt en het gezelschap ging in goede harmonie weer aan boord van het schouwtje en voer terug naar de woonark.Direct daarna was de prijsuitreiking, zonder de bemanning van de Mercurius en er was haast bij aangezien er onweer op komst was. Na de prijsuitreiking voer ik in de stromende regen samen met mijn latere echtgenote op de motor richting Grou en zag tot mijn verbazing dat de voltallige bemanning van de Mercurius, in de stromende regen, nog in het schip zat te borrelen alsof er niets aan de hand was. In plaats van droog binnen te gaan zitten! Toen men ons bemerkte werd er gewenkt dat we langszij moesten komen en wat kon ik anders doen dan daaraan gehoor geven. Als 35-jarige blaag was het eenvoudigweg niet gepast om beleefd te groeten en door te varen. Dus wij meerden af naast de Mercurius, kregen het dwingende bezoek aan boord te komen en een borrel mee te drinken. En dat in de stromende regen. De heer Kingma had wel een regenpak aan en de capuchon over zijn witte pet heen geslagen. Ik weet nog goed dat mijn glas Beerenburg (staande op de legendarische cardanische tafel) sneller vol regende dan dat ik het leeg kon drinken. Maar de stemming was uitstekend, de Beerenburg verwarmde ons tegen de koude en het was gewoon weer zo’n typische, fantastische en unieke Mercurius beleving.
Hoofdstuk 21
2023 Oostergoo nu

In 2023 is de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo een vereniging die midden in de watersportende samenleving staat. Nog altijd bestaan er duidelijke lijnen naar het verleden, naar het moment dat ze opgericht werd in 1848. Er zijn mensen die deze insteek koesteren, anderen (buitenstaanders) vinden het maar vreemd, begrijpen het niet en onkundig van haar geschiedenis verwerpen ze het.
Nog niet heel lang geleden werd me door een begunstiger van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten een hele verhandeling gegeven hoe het landschap van watersportend Nederland er uit ziet. In zijn relaas noemde hij met enig dedain onze zeilvereeniging, zo ongeveer in de trant van ……... heb je dat wel eens gezien, ……... heb je dat wel eens meegemaakt …….. Zijn visie was duidelijk, we werden verbaal belachelijk gemaakt. Toen ik hem vertelde zelf lid te zijn, werd het gesprek beëindigd met: “Waarvoor belde je ook alweer?”.
Lid van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo ben je niet zomaar. Je zelf aanmelden als lid kan wel, maar dan word je geweigerd. Je moet gevraagd worden, voorgedragen. Voorgedragen door vijf leden. Het bestuur beslist of je waardig geacht wordt lid te mogen worden. Het helpt erg wanneer je eigenaar bent van een rond jacht of wanneer het overduidelijk is dat jouw kennis van het ronde jacht boven dat van anderen uitstijgt. Het ronde jacht vormt al vanaf de oprichting in 1848 de gezichtsbepalende kern van de vereeniging. Bedenk dat de meerderheid van de leden geen rond jacht hebben. Er zijn meer leden dan er ronde jachten zijn.
De Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo heeft niet de ambitie een grote zeilvereniging qua ledental te zijn. Het heeft wel de ambitie een vereeniging met inhoud, respect, traditie en verantwoordelijkheid te zijn. In de 19e eeuw betekende dit dat er zorg gedragen werd voor financiering voor opleidingen in de maritieme sfeer. Maar evenzeer is Zeilvereeniging Oostergoo en later de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo kritisch en richtinggevend geweest in de ontwikkeling van zeilend Nederland. Ook in 2023.
Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo, voor de buitenwereld is het een schouwspel, voor de leden een samenzijn met gelijkgestemden.
Het bestuur van de Koninklijke Zeilvereeniging in 2023

Het verloop van de Algemene Ledenvergadering van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo
Aan het einde van de morgen van de eerste zaterdag in juni, verzamelen de leden en aanstaande leden van de vereeniging zich bij hotel Oostergoo in Grou. Voor de wal liggen dan de Friese ronde jachten van de leden gereed voor de traditionele zeiltocht, die gehouden wordt na de jaarvergadering. Ieder lid is gekleed volgens het geldende kledingvoorschrift. Voor aanvang van de vergadering is het vooral een gezellig samenzijn. Nieuwe leden worden geïntroduceerd bij het bestuur en krijgen hun Oostergoo-das aangemeten. Er kan een uitsmijter genuttigd worden als bodem voor hetgeen er door de dag heen geconsumeerd worden. Het is bewonderenswaardig om te zien hoe Marcel Oost het bakken van eieren georganiseerd heeft. Stipt om één uur opent de voorzitter de vergadering, wordt de agenda in hoog tempo afgewerkt (er moet immers dadelijk gezeild worden), houdt de voorzitter zijn jaarrede, worden overleden leden herdacht en krijgen de nieuwe leden hun (zelf betaalde) zilveren anker opgespeld.
De Oostergoo-vlag wappert van de kerktoren en zo is het tot in de wijde omtrek zichtbaar dat de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo haar jaarvergadering houdt. Vervolgens worden de aanwezige leden ingescheept aan boord van de ronde jachten. Boeiers, tjotters en Friese jachten. Er dient een aandenken meegenomen te worden voor de eigenaar van het schip waarop de gast meevaart. Afhankelijk van de windkracht en windrichting wordt een te zeilen route gekozen. Op de Wijde Ee wordt er uiteindelijk verzameld en langszij van het Directieschip afgemeerd. Er wordt ter plaatse zoute haring uitgedeeld en bij de staart gepakt. Vervolgens wordt er wederom zeil gezet en zeilen de schepen terug naar het startpunt hotel Oostergoo. De steigers zijn daar vrij gehouden.
Wanneer iedereen terug aan wal is, volgt het diner waar ieder aanwezig lid geacht wordt deel te nemen. Als opening wordt het Wilhelmus gezongen. Het diner is altijd op de volgende manier samengesteld: Garnalencocktail, ossenstaartsoep, gebakken paling, aardbeien met ijs en slagroom gevolgd door koffie. Tijdens het diner wordt het jongste nieuwe lid door het bestuur aan de tand gevoeld, hierbij vloeit de wijn rijkelijk. Op het moment dat de voorzitter zijn blauwe blazer uittrekt en zijn das afdoet, mogen de leden dit direct daarna ook.
Jaarlijks bij de uitnodiging voor de jaarvergadering worden de volgende gedragscodes steeds genoemd, plezierig om te weten, plezierig dat er op gewezen wordt:
Het is gebruikelijk dat de leden verschijnen in blauwe blazer en grijze broek. Op het witte overhemd wordt de Oostergoo-das gedragen. Het bestuur verzoekt u vriendelijk doch dringend hiervan niet af te wijken.
- Onze vereeniging heeft een besloten karakter. Het meebrengen van introducés naar de jaarvergadering of het diner is enkel voorbehouden aan het bestuur.
- Degenen die voor het lidmaatschap zijn voorgedragen worden voorafgaand aan de jaarvergadering door de eerste voordrager voorgesteld aan het bestuur. Voorts is het gebruik dat daarna één van de voordragers het nieuwe lid introduceert bij de andere leden en er zorg voor draagt dat het nieuwe lid zich de mores van onze vereeniging snel eigen maakt.
- Gedurende de dag worden door de leden regelmatig foto’s en filmpjes gemaakt. Het bestuur acht het onwenselijk dat dit materiaal - zeker als leden herkenbaar in beeld zijn - publiek gedeeld hoort te worden.
Misschien is dit de plaats om een stukje uit de jaarrede van 2008 te citeren, uitgesproken door voorzitter Theo Velsink:
……Nadat de vereeniging in de 19e eeuw zo’n honderd leden telde, begin 1900 een crisis doormaakte en er in 1906 zelfs een ledenvergadering werd afgelast omdat er slechts één lid aanwezig was, buiten het bestuur, wat ook al niet voltallig was, heeft Buisman Oostergoo, wier leven aan een zijden draad hing, gered en wederom vervolgens een krachtige positie verschaft in de zeilwereld, waarbij de vereeniging een gestage groei doormaakte tot zo’n 200 leden. Er werd toen ook wel steeds zorg voor gedragen, dat de toevloed van leden niet te groot zou zijn. Want Oostergoo mocht geen naamloze massa worden. Oostergoo, aldus Buisman is door de jaren heen een kleine vereniging geweest en wenst dit ook te blijven. Bij onze vereeniging dient men elkaar te kennen. Zoals u weet een verstandig beleid , dat ook nu nog steeds door uw bestuur wordt nagestreefd. Met een overzichtelijk gezelschap, juist zo verkregen, is het ook veel aangenamer toeven, en ontspannender om samen te zijn. Het gaat ook om de rust, en ontspanning die de Oostergoo-leden behoeven op zo’n uitgelezen dag als de jaarvergadering, een moment van bezinning en reflectie. Dat is gepast in een maatschappij, waarin we in de huidige tijd leven, die te druk is en te hectisch verloopt, waarin de mensen alleen nog op een geforceerde wijze rust kunnen vinden. Ook het moment van rust, het rustpunt, is ingeklemd in een strak schema en verankerd aan een tijdsklok, wat de rust natuurlijk niet ten goede komt, maar alleen maar des te angstaanjagender maakt. Men moet de rust vinden in eenvoudige dingen en handelingen, zoals het lezen van een boek, het luisteren naar een bepaald muziekstuk, het bezoeken van een museum, het rondlopen in een galerie, het wandelen in een park, of het bezoeken van de Oostergoo-jaarvergadering. Het advies luidt dan ook: sluit de wereld even buiten, sta dit jezelf toe, dan komen de kalme gedachten als vanzelf, de goede zaken komen in de mens weer boven water, zoals men ook na de vergadering bij de zeilerij zal bemerken, een goede zaak. Zo is Oostergoo voor de leden een soort toevluchtsoord, de verborgen tuin van de rust, die in het dagelijks leven vaak zo ver weg lijkt. Maar rust is niet hetzelfde als luiheid. Oostergoo-leden zijn niet lui. Luiheid is de gewoonte uit te rusten voordat je moe bent. Rust neemt men vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid. Zo kan men rust vinden in het hart, in het brein, en in het gemoed. Vandaag overigens niet in de lever, dat kan altijd overmorgen nog, want morgen zijn zoals u weet de wedstrijden voor het oude hout, en ook op de winnaar, en anders desnoods op de verliezer, de poedel, moet gedronken worden, daar kunnen wij als bestuur natuurlijk niet onderuit.
Mijne heren, ontspan u dus vandaag, en de rust zal u vinden. Een rustige geest is een gevonden paradijs en een ontspannen hart bekommert er zich niet om wat anderen vinden. ………
De toon is gezet. Het hiervoor staande geeft de geest weer die bij de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo heerst. Bij bestuur en leden. De jaarvergadering neemt in het jaarprogramma van de zeilvereeniging een belangrijke plaats in. Niet minder belangrijk zijn de zeilwedstrijden die georganiseerd worden. De dag na de jaarvergadering wordt er tegenwoordig traditioneel een wedstrijd georganiseerd voor ronde jachten. Samen met de wedstrijden die worden georganiseerd door het Comité Regionale Friese Reünie in Heeg en commissie R&P Dragten-Wijde Ee vormt het een competitie voor ronde jachten. Vanzelfsprekend worden er ook zeilwedstrijden voor scherpe open zeilboten van het Nederlandse binnenwater georganiseerd waarbij de GWS-schouw en de 30m2 nog altijd deel uitmaken van de vloot wedstrijdschepen.
Dat er maar weinig foto’s van evenementen van Oostergoo zijn, betekent niet dat de buitenwereld geen kennis neemt van de vaartocht. We vallen op. Perfect onderhouden ronde jachten bemand met keurige geklede mannen in grijze broek, wit overhemd, stropdas en blauwe blazer met insigne. Het grappige is dat vooral uit de eerste helft van de twintigste eeuw uit Grou en de directe omgeving veel ansichtkaarten verkocht werden, waar overduidelijk afbeeldingen van de vaartochten te zien zijn. Hoe weten we dit zo zeker? De Oostergoo-vlag is op veel van de zichtbare schepen te zien. Daarnaast zijn de schepen allemaal te zien in gestructureerde formatie. In het archief kom je notities tegen dat de fotorechten verkocht c.q. weggegeven zijn.

Wanneer je de ledenlijsten bekijkt, zie je veel familienamen door de jaren heen telkens terug komen. Zonen treden in de voetsporen van hun vaders en worden ook lid van Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo. Toen ik een lid vroeg of zijn vader ook lid geweest was, was het antwoord: “Nee, hij dronk niet.” Hoewel het consumeren van alcohol zeker geen verplicht onderdeel is van het lid zijn, blijft de fles zeker niet gesloten.
Al viel het mij in 2022 op dat het alcoholvrije bier aan boord zijn intrede definitief heeft gedaan. Wat opvalt in de oude kwitanties, met name die van de Drie Gekroonde Baarzen, is de hoeveelheid Muscat die geconsumeerd werd. Het werd met kisten vol aangeleverd.
Dat alcohol zeker geen verplichting was bewijst het volgende: Oud-voorzitter Tjomme Kingma Boltjes zette tijdens de vaartocht na de jaarvergadering thee aan boord van zijn Njord zoals hij dat altijd in de privésfeer deed. Een thee cermonie avant la lettre.
Evenzeer als het al of niet consumeren van alcohol, is het voor sommige aspirant leden onverteerbaar zich aan het kledingvoorschrift te moeten houden. Je zult hen dan niet als lid aantreffen. Anderen koesteren de oude verschoten, uit model gezakte blauwe blazer, waar decennia lang resten bier in verzameld zijn of dragen met trots de stropdas, waar hun vader al mee liep. Vooral echtgenotes begrijpen dit niet altijd en dringen er nog wel eens op aan een blauwe blazer volgens de laatste snit te dragen.
Een lid van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo mag verondersteld worden zeiler te zijn die decorum niet verwerpt. Een mens onder de mensen.
Het is altijd lastig om over iets te schrijven waar je zelf midden in zit. Vanaf het moment dat ik in 1977 met een schouwtje op de Friese Regionale Reünie in Heeg deelnam was ik me bewust van de aanwezigheid van Oostergoo in Heeg. Ik herinner me nog de Mercurius met haar “Oostergoo-bemanning”. Herman van Slooten hoefde je niet te kennen, het werd je snel genoeg duidelijk wie hij was. Hij vestigde niet aflatend de aandacht op zich. Kleine man, grote pet en grote stem. Het andere bemanningslid dat ik kende was Henk Hamminga: een dorpsgenoot, voor mij huidarts, een lange man, soms reed hij nog met een bokkenkar door het dorp, zeilde bij ons op het Zuidlaardermeer met een wildsjitter.
De auto waarmee hij reed was al net zo klein: een Mini pick-up. Hoe hij zich, rijzig als hij was, dubbel kon vouwen om zich juist zo miniatuur voort te bewegen…. Hij vertelde me als eerste over Oostergoo. Dat ik juist hem op de reünie in Heeg tegenkwam, ik als middelbare scholier, bevreemdde me niet. Evenmin dat juist hij aan boord van de Mercurius meezeilde was gewoon. Vanaf het eerste moment dat ik in 1978 met mijn ronde jacht ging varen was ik me bewust van het bestaan van “Oostergoo”.
Een memorabel evenement waar Oostergoo haar gezicht liet zien was in 2013. Een aantal leden van Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo waren met hun schepen naar Morbihan in Frankrijk. Een maritiem evenement waar op dat moment alle tjotters van de Stichting Tjottervloot aanwezig waren evenals Reinier van der Post met zijn “Roeland”. Hij viel daar op vanwege zijn grote Oostergoo-vlag in top. Zelf was ik er met mijn “Kits”, een in 1913 gebouwde voorganger van de Regenboog. Oostergoo Internationaal! Het Oostergoo bestuur was er niet. De individuele schippers namen haar taken waar. Nog zie ik Maarten Vermeulen staande in zijn kleine tjotter zich omkleden. Peter Tolsma was er op dat moment als éminence grise met zijn Oostergoo-embleem op een grote witte pet. Bij het binnenvaren van de vloot in Vannes hebben wij het publiek vermaakt door voluit steeds weer "Leve de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo" te roepen. Dat alles uiteraard gekleed in het passende tenue van deze club, hetgeen met veel erkentelijkheid en vreugde door de mensen op de wal (+/- 6000) werd ontvangen.
Bij het nakijken van de foto’s die we toen gemaakt hebben vond ik mezelf ook nog in Oostergoo-pak. Hieronder de foto’s als bewijs. Oostergoo als immaterieel Nederlands cultureel erfgoed

In het hoofdstuk over het wedstrijdzeilen memoreerde Tjalling van der Goot de deelnemers uit het buitenland die de wedstrijdbanen van Oostergoo bezochten. Zoals hiervoor al te zien was gaan individuele leden van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo eveneens de landsgrenzen over.
Pier Piersma voer in 2007 met zijn tjotter Froask in Tasmanië met een Oostergoo-wimpel in top. Jan en Hans te Siepe lieten in New York de Oostergoo-vlag waaien.

Op 22 februari 2023 kregen we van Alexander de Vos een foto uit Zweden. Met zijn ijszeiler trotseerde hij daar de kou, onder de vlag van onze Vereeniging.

Hoofdstuk 22
Excuusbrieven en Oostergoo

Soms hebben de leden van Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo echt een excuus om niet op de ledenvergadering aanwezig te zijn. Soms schrijven ze het bestuur dan een bericht van afwezigheid. Een paar heb ik geselecteerd.
Mijnheer de secretaris!
Enkele decaden geleden heeft mijn schoonvader, ons oud bestuurslid Pieter Halbertsma, één van de weinige beoordelingsfouten van zijn leven gemaakt: hij zorgde in september van dat jaar dat zijn oudste dochter werd geboren op 5 juni daaropvolgend. Het gevolg is geweest dat zij haar hele jeugd haar verjaardagspartijtjes niet kon vieren op het weekend na haar verjaardag, omdat Papa dan weg was met Oostergoo. Ook opa, ons oud bestuurslid Hidde Halbertsma, moest om dezelfde reden vaak ontbreken op kleindochters verjaardagsfeestje. Vanaf de zeventiger jaren waren ook haar broers Hidde en Binnert, en, vanaf de tachtiger jaren haar zwager Reinier, hierom nooit op haar verjaardagsweekend.
Vijftien jaar geleden kreeg ik van u mijn eerste kennisgeving van de jaarvergadering van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo in Grou, en sindsdien confronteerde u mij jaarlijks met het dilemma: echtgenotes verjaardagsweekend of Oostergoo. De keus was echter altijd simpel: Oostergoo. Helaas moet ik dit jaar in Grou ontbreken.
In de hoop, maar ook met het triomfantelijke gevoel van de zekerheid dat de jaarvergadering van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo, gevolgd door wind, water, alcohol en paling in gepaste verhouding en de juiste volgorde, een statig beloop zal hebben, verblijf ik.
Waarde heer Kramer
Helaas kan ik dit jaar niet aanwezig zijn op de 151e Algemene Vergadering van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo. Op deze zaterdag 5 juni zal ik, in aanwezigheid van enkele wijze Chinezen, filosoferen over: “Oostergoo een verhaal dat nooit eindigt”.
Voor mij helaas geen gestoofde paling maar een vette Peking eend. Geen zeiltocht op de Ee, maar een wandeling op de Chinese Muur.
Ik wens u een vruchtbare vergadering!!
Geachte heer Kramer
In verband met het huwelijk van mijn dochter op 5 juni in Amersfoort ben ik helaas niet in de gelegenheid deel te nemen aan de activiteiten op die dag.
Ik wens U en de Uwen een vruchtbare vergadering en een aangenaam verpozen in Grou.
Geachte heer Kramer
Het Oostergoo tenue, wat uitsluitend op de jaarvergadering door mij wordt gedragen, ligt al klaar, gestoomd en al, wat na de lustrum viering toch wel nodig was. Het Insigne is reeds opgepoetst en voorzichtig op de blazer aangebracht, zodat ik 5 juni gekleed volgens traditie bij u mijn opwachting kon maken. Een zeker vreugdegevoel had zich reeds in mij gemanifesteerd.
Dit jaar schijnt het mij niet gegund te zijn. Hedenmiddag moest ik om zakelijke niet uit te stellen redenen op reis, zodat ik de jaarvergadering van 5 juni niet kan meemaken.
Tot mijn grote spijt meld ik me dus af voor de jaarvergadering. Ik wens u een vruchtbare harmonieuze bijeenkomst, een onvergetelijke zeiltocht in mooi zomerweer en een smakelijke maaltijd.
Geacht bestuur
Tot mijn grote verdriet en spijt moet ik afwezig zijn op de voor mij belangrijkste vergadering van het jaar.
Mijn zoon heeft namelijk te kennen gegeven op de zelfde datum in het huwelijk te treden, waardoor ik en mijn hout niet van de partij kunnen zijn.
Om herhaling van een zo domme datumkeuze in de toekomst uit te sluiten, zou ik U graag in overweging willen geven hem als lid van de vereeniging toe te laten. Daarbij is dan ook nooit weg dat hij tijdens de Oostergoo-wedstrijden dan verplicht is het fokketouw te bedienen.
Hopende dat u allen een fijne vergadering, een goede zeiltocht en een vrolijke maaltijd geniet.
Uw medelid
Zeer geachte heer Kramer
Helaas moet ik U mededelen dat ik zaterdag de Algemene Vergadering niet kan bijwonen vanwege een niet te ruilen weekenddienst.
Hopende U volgend jaar weer te mogen ontmoeten.
Zeer geachte Secretaris
Tengevolge van een totaal ongewenste fusie van ons Prinsengracht Ziekenhuis met een veel grotere “slokop” in Amsterdam, wordt ons ziekenhuis gesloten en voor kapitalen verbouwd.
Als tweede gevolg is, dat mijn patiënten-afsprakenbestand voor de komende maanden ontredderd is en dat ik -U voelt het al aankomen- op zaterdag 1 juni tot mijn zeer grote spijt voor het eerst in jaren verhinderd ben te komen.
Ik wens de medeleden een plezierige vergadering en mooi weer bij de zeiltocht. Mijn wens is tevens dat de nattigheid niet uit de hemel zal komen, maar uit de fles.
Aan Z.V. OOSTERGOO
BEMANNING EASYGOING OPWEG NAAR KOPENHAGEN WENST U VANUIT ZEE EEN GOEDE VERGADERING EN ZEILTOCHT
EASYGOING/PF 5453 SCHEVENINGENRADIO
Geacht bestuur
Mijn broer wil op 4 juni zijn 60e verjaardag gaan vieren. Protesten vanaf mijn kant zijn niet geaccepteerd en zo zal ik de vergadering, boottocht, paling en de aardbeien deze dag wel moeten missen.
Beste Dick
Ik voelde mij gedwongen rond de dagen van de landingen in Normandië 50 jaar geleden een tijd in deze omgeving te verkeren om aan te voelen wat hier is gebeurd en dank te betuigen voor wat onze geallieerden voor onze BEVRIJDING hebben gedaan.
Tijdens mijn bezoek aan Caen j.l. woensdag ben ik zeer ongelukkig gestruikeld met tot gevolg een gebroken rib en kneuzingen, het geheel maakt mij niet transportabel.
Ik wens U allen een goede vergadering en een heerlijke zeildag toe met gedachten aan hen die op Uwe vergadering 50 jaar geleden al onderweg waren om onze vrijheid te bevechten.
Geachte heren bestuursleden
Nu mijn vrouw het schip enige dagen heeft verlaten voor een reis naar het verre Oosten, pas te laat beseffend dat Boeddha 10 juni in Grou aanwezig is, ben ik belast met het commando over de achtergebleven vier matrozen.
Het spijt mij zeer, dat ik nog niet in staat ben om op twee plaatsen tegelijk aanwezig te zijn. Ik zou natuurlijk graag naar Grou hebben willen varen om het jaarlijkse Oostergoo-festijn mee te maken, maar heb hier vanaf gezien nu de matrozen dan waarschijnlijk te veel overweldigd zouden geraken van al hetgeen zij die middag zouden meemaken.
Kortom, ik zal helaas niet aanwezig zijn op 10 juni; ik heb echter de wens geuit dat u een goede dag zult hebben, gevuld met wind, zonneschijn en Beerenburg! Gezien de laatste weerberichten lijkt de wens verhoord.
Geacht bestuur
Groot was mijn schrik, toen ik las dat de 147e Algemene Vergadering op de datum zaterdag 10 juni aanstaande valt. Het is op deze datum dat mijn oude studentenhuis, De Diefsteeg 10 te Leiden, haar vijfentwintigste lustrum viert. Een gebeurtenis die ik absoluut niet kan of wil missen.
Ik beloof u echter plechtig, dat ik op de 10e juni onder het genot van diverse glazen zowel overdag alswel ’s avonds aan u zal denken. Het lijkt mij dat deze bezigheid enkel de feestvreugde kan verhogen.
Ik wens De Leden, Het Bestuur en de Nieuwe Leden van de Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo een sprankelende vergadering toe en een behouden vaart.
Geachte heer
Tot mijn leedwezen moet ik U melden dat mijn vader op bijna 95-jarige leeftijd is overleden. Hij heeft genoten van het lidmaatschap van onze vereeniging.
Geachte heer Kramer
Het spijt mij zeer dat ik door studie perikelen verhinderd ben om aanstaande zaterdag aanwezig te zijn. Ik hoop dat het grote offer dat door mij gebracht wordt, gecompenseerd zal worden door een positieve uitslag van het examen dat ik aanstaande maandag dien af te leggen.
Derhalve rest mij nu niets anders dan u en de overige leden een zeer voorspoedige vergadering toe te wensen en niets dan zonneschijn en meedraaiende winden tijdens het zeilen.
Aan de secretaris: Geachte heer
Aangezien de Voorzitter door een gewoon lid als ondergetekende niet behoort te worden aangesproken, richt ik mij gaarne tot U.
Tot mijn grote spijt moet ik U meedelen dat ik verhinderd ben aanwezig te zijn bij de 140e Algemene Vergadering van Oostergoo. Ook de aansluitende gebeurtenissen zal ik niet kunnen bijwonen. De reden voor mijn afwezigheid is gelegen in de omstandigheid dat mijn mooiste nicht op dezelfde datum, waarop de vergadering valt, in het huwelijk zal treden. Een invitatie om daarbij aanwezig te zijn had ik (uiteraard) reeds aanvaard.
Ik wens U dan ook een zeer goede vergadering, alsmede een zeer genoeglijke middag en avond toe en hoop het volgende jaar weer aanwezig te kunnen zijn.
Telegram
Helaas verhinderd denk aan u en drink minstens 2 glaasjes op Oostergoo
(1978) Zeer geachte secretaris
Wat is het “Evoluon”, symbool van hedendaagse techniek en wetenschap in vergelijking met de thans 130 jaar bestaande zeilvereeniging “Oostergoo” met haar grootse tradities? Niets!
Wat is een warme, stoffige stadswijk in een overigens prachtige stad Eindhoven, in vergelijking met de schoonheid en wijdsheid van De Oude Venen? Niets!
Desondanks moet ik u tot mijn grote spijt meedelen, dat dringende pastorale bezigheden in die stadswijk rond het Evoluon het mij onmogelijk maken de jaarlijkse pelgrimage per schip met ons aloude gezelschap mee te maken.
Ik ben mij bewust, dat het moeilijk zal zijn een jaar verder te zeilen zonder de wijze, nu en dan vermanende woorden van uw voorzitter, zonder de doordringende blik van Boeddha, zonder de zeiltocht met verkwikkende verhalen en gevulde glazen, zonder de paling en het Wilhelmus.
Ik zal het morgen missen ……..!
Groet uw mede bestuurderen en de vergadering en wens hen allen een, wederom unieke dag!
Mijne Heren
In verband met het feit dat mijn geliefde echtgenote en ik begin juni 35 jaar getrouwd hopen te zijn, kan ik tot mijn spijt de vergadering op zaterdag 13 juni 1981 niet bijwonen. Ik wens U allen mooi weer en een fijne dag toe.
Bronnen Oostergoo 2023

| www.kzvoostergoo.nl | ||
|
www.delpher.nl |
(zoekargumenten Oostergoo, zeilvereeniging Oostergoo, zeilwedstrijden Oostergoo) | |
| www.ssrp.nl | ||
| Stamboekmonografie 01 "De onverwachte gevolgen van een ondoordacht idee" | door C.J. van Waning 1977 | |
| Stamboekmonografie 19 "Het Friese jacht Argo" | door Mr. dr. T.Huitema | |
| Stamboekmonografie 19 "Het Friese jacht Mercurius" | door H.G. van Slooten | |
| Stamboekmonografie 05 "De Friese boeier Constanter 1877 - 1977" | door H.G. van Slooten 1977 | |
| Stamboekmonografie 08 "Constanter semper constans" | door H.G. van Slooten 1978 | |
| www.friesscheepvaartmuseum.nl | ||
| www.tresoar.nl | ||
| www.boeierconstanter.nl | ||
| tijdschrift De Golfslag 1934 - 1965 | ||
| tijdschrift De Waterkampioen 1927 - 2019 | ||
| tijdschrift De Watersport 1912 -1936 | ||
| tijdschrift Vexilla Nostra nr. 224 (2000) | ||
| tijdschrift Spiegel der Zeilvaart (februari 1992) | Portret van fotograaf Albert Velsink 1877 - 1936 door Thedo Fruithof | |
| tijdschrift It Heitelân april 1935 Ien en oar oer us âlde Fryske Gea-Wapens | schrijver onbekend | |
| tijdschrift De Vrije Fries deel 34 Parlementaire Herinneringen-en Memoriaal | door Jhr. mr. W.J.M. van Eysinga, Dagboek van Jhr. mr. F.J.J. van Eysinga (31 dec. 1818 - 16 april 1901) 1937 | |
| Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo 1848 - 1973 | door H.G. van Slooten 1973 | |
| Oostergoo is een verhaal dat nooit eindigt 1848 - 1998 | uitgave KZV Oostergoo 1998 | |
| Oostergoo zolang de wind over Fryslân waait 1848 - 2008 | uitgave KZV Oostergoo 2008 | |
| Oostergoo honderdvijfenzestig jaren Oranje van Top 1848 - 2013 | uitgave KZV Oostergoo 2013 | |
| Oostergoo Hotel Restaurant sinds 1858, 150 jaar | uitgave Hotel Oostergoo 2008 | |
| Dit was Idaarderadeel | door K.J. Vrijling ea. 2008 | |
| Nederlandsch Jachtregister 1924 | uitgave ANWB 1924 | |
| Supplement Nederlandsch jachtregister 1925 | uitgave ANWB 1925 | |
| 75 jaar Rijkdom op het Water | door Henk Doevendans 1986 | |
| Indeling der Nederlandsche Ronde en Platbodemjachten. Omschrijving van verschillende types ronde en platbodemjachten 1915, oa. inv.nr. 1993-4488 Nederlands Scheepvaartmuseum Amsterdam |
door R. Buisman | |
| Handboek VNWV 1942 | uitgave VNWV 1942 | |
| Het Statenjacht Friso | uitgave Provincie Friesland | |
| Albatros | door H.G. van Slooten 1971 | uitgave NV Philips, Drachten |
| De Boeier | door Dr. Ir J. Vermeer 2004 | uitgave De Alk en Heijnen |
| Het Friese jacht | door Dr. Ir J. Vermeer 1992 | uitgave Hedeby Leeuwarden |
| Die Aerodynamik des Segels und die kunst des Regatta Segelns | door Manfred Curry 1925 | |
| Schepen die Voorbijgaan | door H.C.A. van Kampen en H. Kersken Hzn. | uitgave ANWB 1927 |
| De boeier Friso | door Rienk Wegener Sleeswijk en Arend Jan Wijnsma 1994 | uitgave Hedeby Leeuwarden |
| Column | Mari van Ballegooijen 1999 | personeelsblad DTInformeert |
|
Het water op 400 jaar pleziervaart in Nederland |
Frans Jorissen, Jaap Kramer, Jaap Lengkeek |
uitgeverij Hollandia |
| 150 jaar Fries jacht Njord 1867-2017 | Sybren Kingma Boltjes en Klaas Smit 2017 |
uitgave S.O. Kingma Boltjes |
| Honderd jaar Friese Landbouw | Pieter Terpstra 1976 | uitgave M.A. van Seijen |
| Jantjes van Leiden | Rudy Kagie 2e herz druk 2017 | uitgave Ginkgo |
| Adel in Friesland 1780-1880 | Yme Kuiper 1993 | uitgave Wolters Noordhoff |
| Manoeuvres met Zeil- en Stoomschepen | G.J.P. Mossel 1865 | uitgave Wed. G. Hulst - van Keulen |
| 2019 Boeier Friso 125 jaar 65 jaar Statenjacht | Klaas Smit 2019 | uitgave Provincie Friesland |
| Onder Wapperende Wimpels KWV Frisia 125 jaar | H. van der Mei | uitgave KWV Frisia Grou |
| Voor de Wind | H. Voordewind 1951 | uitgave Daamen NV Den Haag |
| Het Prinsessejacht De Groene Draeck | meerdere schrijvers | uitgave Kon. H.A.M. Roelants Schiedam |
| The Guide to Wooden Boats | Benjamim Mendlowitz, Maynard Bray | uitgave W.W.Norton & Company New York . London |
| Met geveegde kont | Klaas Jansma 2001 | Penn & Partners Leeuwarden |
| Prins Hendrik de Zeevaarder | Philip Bosscher 1975 | |
| SKS Skutsjesilen | R. Wegener Sleeswijk 1995 | uitgave Hedeby Leeuwarden |
| Troch de Wyn | Klaas Jansma en Frits Jansen 2011 | Penn & Partners Leeuwarden |
| Fries Film- en Audioarchief en Archieven.nl | ||
| 1923 Heel Grouw op de film, 75 jarig jubileum | Polygoon Profilti | |
| 1948 Honderd jarig bestaan Kon. Zeil ver. Oostergoo | maker onbekend | |
| 1954 De overdracht van het Friese Statenjacht | 22 mei 1954 Han de Vries | |
| Foto Prins Hendrik 1865 | ||
| Groninger Archieven | Foto Kweekschool voor Zeevaart | |
| Gemeente Tietjerksteradiel | Foto Drie Gekroonde Baarzen |
De onderstaande personen hebben allen een bijdrage geleverd bij het tot stand komen van dit jubileumboek, zowel leden als niet leden van Koninklijke Zeilvereeniging Oostergoo.
In het bijzonder wil ik Jan Eissens, Stamboekbeheerder SSRP, bedanken voor alle tijd en kennis die hij gestoken heeft in de opmaak van dit boek. Zonder zijn bijdrage was het eindresultaat niet geworden wat het nu is.
Pieter Hofkamp (oud schipper boeier Friso), Robin van Son, Pier Piersma, Dirk van Slooten, Gooike van Slooten, Feddo van Slooten, Sieuwke K.J. van Slooten, Pieter Halbertsma, Siebe Haagsma, Elisabeth Spits, Dirk Huizinga, Peter Nannenberg (VWDTP), Bert Noot (VWDTP), Leo Heijne (Stichting Oud Zeilend Hout), Femke Riensema (Koninklijke VIV Buisman BV – Wijk en Aalburg), Jelle Koenen (Fries Scheepvaartmuseum), Olav Everts (Adelaide Australië), Sybren Kingma Boltjes, Folmer Kamminga, Frits van der Mark (Leiden), Prof.Dr. Yme B. Kuiper (RUG), Alexander de Vos, Jikkie Piersma, Marja Goud (het Scheepvaartmuseum Amsterdam), Jeanette Tigchelaar (archief Tietjerksteradeel), J.P. Loeff, Alle Dorhout, Tjalling van der Goot, Brent Bearda Bakker, Jaap van den Berg, Marcel van Westerhoven (Nederlandse vereniging voor Vlaggenkunde), Frederik Wegener Sleeswijk, Alexander de Vos, Lies Schuitemaker, M.D. ten Cate-Vegter, Thijs ten Cate, Rita Eissens, Marcel Oost, Bouke Lageveen, Foskea van der Ven, Jan Feike Hoekstra, Margot Breuning
Bijlage dr. W.B. van der Meer 1940

Bijlage, behorend bij Hoofdstuk 11, 1923 7.10m en Oostergoo, geschreven door: dr. W.B. van der Meer 1880 – 1967 (commissaris van 1915-1960, erelid, 7.10m en 30m2 zeiler).

Flitsen uit de geschiedenis der 7.10m klasse. (geschreven door: dr. W.B. van der Meer en gepubliceerd in 1940 in het verenigingsblad van Zeilvereniging DTP te Paterswolde).
(links) Foto dr. W.B. van der Meer (archief Oostergoo)
30 jaar geleden verschenen de eerste schepen van zeven meter lengte in Friesland. Oostergoo schreef reeds in 1912 een klasse uit van scherpe kiel- en middenzwaard jachten tot en met zeven meter lengte. De eerste jaren kwam Nereïde, gebouwd door De Vries Lentsch, het meest naar voren. (Volgens het Nederlandsch Jachtregister 1924/25 een kieljacht uit de V-klasse afm. 7.80 x 2.14 x 0.90m. gebouwd door G. de Vries Lentsch in 1917).
Al spoedig leek het Paterswoldsemeer een betere bakermat voor deze levensvatbare scheepjes; onder grote belangstelling groeiden daar vanaf 1917 vele bekend geworden sterren op, die tochten tot over de Zuiderzee ondernamen om lauweren te oogsten aan de Kaag. Zelfs had één de moed om in te schrijven voor de wedstrijd van de Marine Jachtclub in Den Helder. Dit scheepje had de wind niet mee, doch heeft in een schitterende terugtocht ook de haven van Stavoren weer heelhuids terug gevonden. Schelm, Goudster, Coco en Moor waren meen ik hun namen. Bij de prijswinnaars te Grouw (Oostergoo) prijken de volgende namen: 1917 Moor, 1918 Karekiet en Marjoh, 1919 Marjoh en Moor, 1919 Mascotte en Campaigner (Groninger schepen).
Dan besluiten eind 1921 De Verbonden Zeilverenigingen (later in 1923 KVNWV) de voorgiftklassen V- en W-klasse op te heffen en ontstaat ook hier in het Noorden een verlangen naar meer beperkte klassen. In Paterswolde zijn jachten van steeds groter breedte (1,55 tot 2,50m.) en lengte (tot 7,25m).
De Eider, een zeer begeerd schip, blijkt tot 7,10m afgezaagd te kunnen worden zonder zijn beste zeileigenschappen te verliezen en zo komt men langzamerhand tot de beroemd geworden 7.10m-klasse die bij de oprichting van de NNWB bekrachtigd wordt (7.10 x 2.15 x 0.90m met een waterlijn van 6.00m en een zeiloppervlak van 30m2).
Belangwekkend is het, dat terzelfder tijd Van Kampen een 30m2 open klasse ontwerpt ter vervanging van de W-klasse (7.25 x 1.90 x 0.80m). Dit scheepje blijkt veel minder snel te zijn dan het onze en er wordt niet verder in deze klasse gebouwd.
De Friezen worden nu ook wakker; er wordt geweldig gebouwd in de nieuwe klasse, Friesland – Groningen wedstrijden komen en wat niet te voorzien was …… er ontstaat een lust tot experimenteren, die naast de proeven in de Treub-klasse enig is in de geschiedenis van de gehele Nederlandse zeilsport.
Sterk inspirerend werkt het boek van Manfred Curry, dat in 1925 het licht ziet en door alle wedstrijdzeilers wordt verslonden!
Kielen worden gestroomlijnd, de fokken worden verbreed (wat mogelijk is, omdat voor de meting van ’t zeiloppervlak van de fok alleen de 85% van de voordriehoek wordt gerekend). ’t Grootzeil wordt smaller en hoger, de steile gaffel gebogen, enz. enz. Dan wordt het TORENTUIG aan de praktijk getoetst.
Te Akkrum in ’27 verschijnt de Lea met rechte Marconimast en wordt gestuurd door de ontwerper-bouwer De Vries Lentsch. Het vlakke walletje van het startterrein wordt overstroomd door belangstellende kijkers rondom le bienvenue; de kritiek is niet mals, maar de Haagse eigenaar verstaat de Friese humor! En als eindelijk de Lea als tweede door de finish gaat, slechts enkele meters achter de Li, dan is het deze joyeuse entrée, die het schip enkele jaren tot de hardzeilers heeft doen behoren.
Het daarop volgende voorjaar zorgt de Kemphaan voor een verrassing! Pas uit Amsterdam gearriveerd met fraaie gebogen spruce mast, hoog Marconi tuig en Genua fok, komt bij een licht koeltje tweemaal achter elkaar met geweldige voorsprong als eerste aan op de wedstrijden van Lyts Frisia te Grouw. De vreugde is echter van korte duur, het mooie weer is niet bestendig; de jeugdige ster verliest haar charme, ondergaat een paar malen een ingrijpende operatie, doch wordt, zoals het meerdere Kemphaantjes is gegaan, niet weer de oude favorite.
Een laatste make up en optreden onder andere naam (Zuiderzee) brengt haar nog enig succes. Ook anderen storten zich in het avontuur: Elise, Corinja, Li, verschijnen met fraaie Marconimasten uit vele lagen geplakt met dure sleetjes, scharnierend verbonden aan het voorlijk van het grootzeil; Van Kampen en Kersken zijn er als ontwerpers aan te pas gekomen. De Olympiade in 1928, te Amsterdam heeft Kersken beroemd gemaakt om zijn genuafokken. Wat hebben er naast het Centraal Station op ’t dak van de zeilmakerij aan de probeermast ’n zeilen voor de 7.10 meters gestaan (Carmen en Sperwer niet te vergeten)!
Dan komt de kater; het blijkt, de 7.10 het platte brede schip met geringe diepgang, niet geschikt is voor de moderne tuigage, vooral de stabiliteit wordt nadelig beïnvloed. Ook Curry herroept in 1929 in Die Yacht zijn theorie en komt tot de conclusie, dat speciaal de schepen met grote diepgang en geringe vorm- (aanvang-) stabiliteit de voordelen van het torentuig plukken.

De Li wordt na één seizoen al weer omgetuigd. De anderen volgen ook. Maar aller aandacht blijft terecht geconcentreerd op de tuigvorm; de grootste en bruikbaarste genuafok wordt gezocht. Elise bereikt de eerste eigenschap, de Sperwer de tweede. Met de spinakers gaat het dezelfde weg op; resultaat: 25m2 grootzeil, 15m2 genuafok, 60m2 spinaker. Te zamen 100m2 vóór de wind!!!
En toch ……. 30m2Jacht!
Nòg is het niet mooi genoeg, de meetformule kan nog meer uitgebuit worden. Het vleermuistuig, het grootzeil met 12 tot 14 doorlopende latten, maakt het mogelijk de als cirkelsegment gemeten ronding in het achterlijk een grotere vorm te geven. Doch tevens blijkt bij deze proef dat een stijf zeil werkelijk meer waard is dan een dundoek-tuigje. Gelukkig maar, dat we niet beland zijn bij “das starre Segel”, waarmee de Duitse ijsjachten bij sterke wind zo’n geweldige snelheid halen.
Als ik dan ook nog even mag noemen de experimenten met de scheepsrompen, waarin de Corry het verst is gekomen met vol voor- en achterschip, dan is het geen wonder, dat ook aan deze lofzang een einde komt. DE LUISTERRIJKE 7.10M WORDT PLOTSELING EEN GOEDKOPE 30m2 EENHEIDSKLASSE!
Haar loefgierigheid doet dan weer even symptomen van de oude kwaal der eigenaren op komen, maar het recept door de Technische Commisie afgegeven November 1940 zal naar men hoopt recidieven der gevreesde aandoening voorkomen.
Dr. W.B. v.d. Meer, Leeuwarden.
Praatjes bij plaatjes

Zeilfeest Oostergoo
Dit is zo’n foto die een indruk geeft hoe een zeilfeest van Oostergoo er uit kon zien. Links het Friese jacht Frisia. Deze foto is niet gedateerd. Tussen 1908 en 1928 was de heer Lyckles uit Grouw eigenaar van dit schip. Het lijkt dat de tjalk op de achtergrond deel neemt. Het scherpe zeiljacht met de rechte gaffel geeft de indruk uit de beginperiode te stammen waarin dergelijke schepen populair werden.
Omdat de beroepsschepen na 1910 jaren lang niet meer op de wedstrijdlijsten van Oostergoo voorkomen denk ik deze foto te mogen dateren in 1908, 1909 of 1910. De schepen varen gepavoiseerd. Dit maakt dat ik neig naar 1908, het jubileumjaar. Ziet u trouwens hoe de pavoisering gevoerd wordt? In het verslag van het jubileumweekend van 1908 staat een opmerking over de windsterkte toen. “Het had wel wat meer mogen zijn”. Dat is exact wat deze foto laat zien.

Deze foto heeft technisch dezelfde kwaliteit als de foto met de Frisia. Het geeft de indruk door dezelfde fotograaf te zijn gemaakt. Ik heb er voor gekozen om een uitsnede van uit het origineel te maken. Op de hele foto staat veel water en lucht. Vandaar.
Centraal is wederom de Grouster toren te zien. Niet te zien op deze uitsnede is de Oostergoo-vlag. Wederom een foto van de zeilsport uit het begin van de twintigste eeuw. Een Oostergoo-foto.
Opvallend detail: Het ronde jacht links van het midden heeft onder de fok op het voordek een schoorsteen. Het is van een veldkachel die onder het voordek stond. Een attribuut dat je op veel meer foto’s van ronde jachten tegen komt. Deze blijft zelfs onder het zeilen staan. Meestal zijn ze wegneembaar.
Let nogmaals op de wijze waarop gepavoiseerd werd.
Grouw ca. 1913
Helemaal rechts op de foto is nog net de kade voor Hotel Oostergoo te zien. Je kon nog niet langs het water van Hotel Oostergoo naar Zeilmakerij Molenaar lopen. Zoals op deze foto te zien is stonden er botenhuizen en lag er water tussen de twee bedrijven. De boten op de ansicht zijn niet met naam en toenaam te noemen. De verschillende types zijn wel te herkennen. Met het bruine zeil een beurtscheepje met een grote Nederlandse vlag langs het achterlijk van het grootzeil. Daar achter een boeier. Rechts van het midden een schouw en een tjotter. Links een Fries jacht en twee schouwen. Het Friese jacht voert de Oostergoo-vlag net onder de gaffel aan het achterlijk van het grootzeil. Datering onbekend. De vlag op de toren duidt op een hoogtijdag. Er is weinig wind.

Publiek en de beurtboten centraal
Twee foto’s waarop publiek en de beurtboten centraal staan. Het laat zien hoe belangrijk de zeilwedstrijden gewaardeerd werden. De beide boten zijn ongetwijfeld onderweg naar de Tynje waar een tribune opgesteld stond. Op beide foto’s lijkt er weinig wind te zijn.
Over de schrijver

Mijn eerste daadwerkelijke kennismaking met “Oostergoo” zal in 1977 geweest zijn. Als middelbare scholier nam ik met mijn schouwtje deel aan de Friese Regionale Reünie in Heech. Vanaf dat moment ging ik me echt verdiepen in alles rondom de Friese houten ronde en platbodemjachten.
Drie deelnemende schepen aan die reünie staan me nog altijd op het netvlies. Als eerste de Idse, een stalen Fries jacht, dat daar als varend casco te zien was. De heren critici op de wal zie ik er nog bij staan kijken en redeneren.
In gedachten hoor ik hun commentaren nog. De twee andere jachten waren de visaak Dolphijn en het Friese jacht Mercurius. Beide vond ik ze indrukwekkend. De Mercurius niet alleen door haar uiterlijk en haar cardanisch opgehangen tafel, maar zeker ook door haar Oostergoo-bemanning. De drie anekdotes over de Mercurius in dit boek, geven exact weer hoe ik me dit schip en haar bemanning herinner.
De Friese Regionale Reünie is voor mij bepalend geweest. Mijn liefde voor het Friese ronde jacht heeft hier definitief wortel geschoten. Niet in de laatste plaats door de manier waarop de heer en mevrouw Vermeer me geïnspireerd hebben. Van mijn ouders kreeg ik vervolgens in 1978 het kleinste Friese jacht Murkjen. Een model van dit scheepje staat in de bestuurskamer in Hotel Oostergoo. Het is gemaakt naar eigen opmetingstekeningen. Dit scheepje heb ik gekoesterd en het heeft me bewust gemaakt van alle verhalen die over deze schepen te vertellen zijn. Van lieverlee ben ik begonnen informatie te verzamelen. Eerst zuiver technisch en meetkundig, passend bij mijn opleiding, later plaatste ik het in een veel breder historisch perspectief. Inmiddels heb ik een behoorlijk aantal schepen opgemeten, getekend, gefotografeerd en beschreven.
Ik kom uit een familie van schippers en watersporters. De oudste foto van mijn overgrootvader is aan boord van een schip en stamt uit 1916. Inmiddels hebben we binnen de familie foto’s van vijf generaties Ten Cate met een helmhout in de hand.
Na het Friese jacht Murkjen heb ik drieëntwintig jaar met het Friese jacht Bestevaer gevaren. Vervolgens, toen onze beide zoons ouder werden hebben we in 2007 in Zuid-Frankrijk een hoogaars gekocht en een jaar later naar Nederland gevaren. Naast dit schip zeil ik met de Kits, een W-klasse uit 1913, een mahoniehouten schone gebouwd op de werf Het Fort van De Vries Lentsch in Nieuwendam.
Maar, oude liefde roest niet. Voor mij scoren de ronde jachten nog altijd het hoogste wanneer het om mijn interesse gaat. Dit jubileumboek sluit daar naadloos bij aan.
Gerard ten Cate
Zuidlaren, april 2023





































