Spring naar inhoud

Nummer 2: Zoektocht naar de geschiedenis van de Tjotter 'Noorderling'

De Noorderling, een nog niet afgesloten zoektocht naar haar verleden

Het is een weergave van de zoektocht naar het verleden van de tjotter Noorderling geschreven door Gerard ten Cate en Robin van Son. Een speurtocht die begonnen is in 2019. In 2025, op het moment dat dit boekje is samengesteld hebben we haar geschiedenis nog steeds niet volledig kunnen achterhalen. We hopen dat er met deze kleine publicatie mensen zijn die zich mogelijk iets van of over dit scheepje herinneren, die opstaan en met hun herinnering  een bijdrage kunnen leveren aan ons onderzoek. 

Voorblad

Zoektocht naar de geschiedenis van de Tjotter 'Noorderling'

Geheugensteuntje no 2

Publicatie in de serie Geheugensteuntjes
Over belangrijke onderwerpen, vastgelegd in het Geheugen van de SSRP, waarin het beeld even belangrijk is als het woord

Gerard ten Cate en Robin van Son 2025

Samensteller Jan Eissens, Stamboekbeheerder

Voorwoord

Deze publicatie is een weergave van de zoektocht naar het verleden van de tjotter Noorderling geschreven door Gerard ten Cate en Robin van Son. Een speurtocht die begonnen is in 2019. In 2025 hebben we haar geschiedenis nog steeds niet volledig kunnen achterhalen. We hopen dat er met deze kleine publicatie mensen zijn die zich mogelijk iets van of over dit scheepje herinneren, die opstaan en met hun herinnering  een bijdrage kunnen leveren aan ons onderzoek. 

Eerder zijn met name door oud-Stamboek secretaris Herman G. van Slooten een aantal gelijkende scheepsbeschrijvingen gemaakt. In een aantal gevallen zijn ze gepubliceerd als Stamboekmonografie. Ons onderzoek naar de geschiedenis van de Noorderling gaat verder. Het is breder en  de bijlagen komen daaruit voort. Je zou ze kunnen kwalificeren als “bijvangst”. In relatie tot het werk van de SSRP vinden wij het zodanig belangrijk dat we het hierbij opnemen.
Ons verhaal is op dit moment nog lang niet compleet, niet volledig uitgewerkt en daarmee ook niet definitief vorm gegeven. De fotoselectie bij het definitieve verhaal zal een andere en betere zijn dan we hier kunnen laten zien. Daarom verspreiden we dit boekje slechts in dit exclusieve gezelschap. Hoe lang onze puzzeltocht uiteindelijk gaat duren weten we niet. Maar, we denken dat in dit verhaal de nodige aanknopingspunten zitten die de SSRP zou kunnen uitbuiten om haar verhaal over ons Varend Erfgoed uit te kunnen dragen. Zo nu en dan, spaarzaam, is waar wij mee bezig waren gespiegeld aan hetgeen Jan Eissens deed met de website van de SSRP. Deze publicatie is daarom geplaatst in het Geheugen van de SSRP en biedt zowel analoog als digitaal mogelijkheden voor aanpassing.
Een verhaal waarbij je als lezer telkens de vraag kunt stellen: “Wist ik dit? Had ik dit kunnen vertellen?” Wij denken dat ons onderzoek Stamboekwaardig is, dat het aansluit bij de oorspronkelijke gedachte van het Stamboek, zoals het verwoord is in de eerste alinea van het boek “Ronde en Platbodemjachten” uit 1962: “De Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten heeft ten doel de bevordering van de belangstelling voor deze jachten”. 
Met ons onderzoek proberen wij aan deze gedachte in 2025 een bijdrage te leveren. Wij hopen dat de SSRP hier nog altijd net zo over denkt.

Uw kritiek, inzichten en commentaar stellen we zeer op prijs. 
Gerard ten Cate, Zuidlaren en Robin van Son, Makkum, december 2025


Inhoudsopgave

 

Hoofdstuk

Titel

 

                     

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

1

2

3

4

5

6

7

8

9

10

11

Inleiding

Aankoop in 2019

Eigenaren voor zover bekend

Opmetingen, tekeningen, digitale tekeningen

Restauraties of groot onderhoud

Observaties

Mogelijke herkomst, een hypothese

Bronnen

Naschrift van Robin

Spinnegat

Beslag

Katoenen zeilen, het tuig

 

Inleiding

Tjotter Noorderling (ex Radja, ex Drie Koningen), Stamboeknummer 189 / RVEN-nummer 1539

(foto RvS 2020)

2019 Eigenaren voor zover bekend

PeriodeNaamPlaats (Opmerking)
.... - ....Jhr. Jan Six (VIII) van Hillegom(mogelijk maar ovbh. Drie Koningen?)
.... - 1949Jhr. P. Six van VromadeAmsterdam (Radja)
1949 - 1958Mr. G.M.L. KamDen Haag (Drie Koningen)
1958 - 1994Ir. J.C. Wilmans sr.Meppel (Noorderling)
1994 - 2010Ir. J.C. Wilmans jr.Wachtum (Noorderling)
2010 - 2019D.B. WittermansOppenhuizen (Noorderling)
2019 - ....R.D. van SonMakkum (Noorderling)

Bouwer en bouwjaar zijn onbekend*.
Afm. 4.82m x 2.10m / (20,70m2 Vermeer)

Op het moment dat Robin van Son in 2019 deze tjotter kocht was er nauwelijks iets over de geschiedenis van het scheepje bekend. Slechts met een beperkte beschrijving in het boek Tjotters en Boatsjes (Dr Ir J. Vermeer, uitgave 1997) karakteriseert hij deze tjotter op de bladzijden 245, 246 en 247. Ze is ingeschreven in de schepenlijst van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten met Plaquettenummer 189. 

In 2018 werd de Noorderling via de website Marktplaats.nl te koop aangeboden. Ze lag te koop in de woonboerderij van de heer Wittermans in Oppenhuizen. Hij was eigenaar van het scheepje. Overduidelijk was dat ze al langere tijd op het droge stond. Robin van Son en ondergetekende Gerard ten Cate hebben haar daar bekeken. Tot aanschaf is het toen niet gekomen. In 2019 werd ze wederom op Marktplaats te koop aangeboden. Naar aanleiding van deze advertentie kwam het wel tot een transactie. Robin van Son kocht haar. Uiteindelijk voor 1000 Euro meer dan de vraagprijs in 2018.

Wij, Robin en Gerard deden in de loop der jaren gezamenlijk veel onderzoek naar ronde jachten. Deze onderzoeken waren divers. Archiefonderzoek, fotoanalyses, fotosessies, het opmeten en tekenen van deze schepen deden we vaak en veel samen. Onze verworven kennis en inzichten deelden we. Het onderzoek naar de geschiedenis van de Noorderling is dan ook een weergave van onze beider zoektochten naar kennis over ronde jachten.

Zoals hiervoor geschreven was er nauwelijks iets van de geschiedenis van het scheepje bekend. Dat wij het een uitdaging vonden en vinden om meer van de geschiedenis te achterhalen zal duidelijk zijn. De eerste voorzichtige nieuwe informatie kwam voort uit louter toevalligheden, een portie geluk en kennis van de ronde jachten in het algemeen. Een vaste bestemming ergens in het seizoen van Gerard ten Cate en zijn echtgenote Lies Schuitemaker is een tocht naar Schiermonnikoog. In 2019 was dit met de familie-Doerak van Gerard zijn ouders. Hier kwam de boeier Pleuntje langszij te liggen. Het schip was recent verkocht aan de familie Six. Met deze kennis en de wetenschap dat de tjotter Radja ooit van een eigenaar Six geweest was, was dit aanleiding om navraag te doen of er mogelijk een familieband bestond tussen de schipper van de Pleuntje en de heer Six van de Radja.

De schipper, de zoon van de eigenaar, wist dat zijn opa mogelijk ooit een tjotter had gehad. Navraag bij zijn vader Albert Six via de telefoon maakte snel duidelijk dat er wel eens een serieuze lijn naar het verleden van de huidige Noorderling zou kunnen zijn.

Na thuiskomst enige weken later werd er wederom contact gezocht met de familie Six en heel snel werden er foto’s uitgewisseld waaruit bleek dat het om één en dezelfde tjotter ging. Het contact was gelegd.

Jachthaven Schiermonnikoog rechts de boeier Pleuntje 2009 (foto GtC)

Als tweede kwam Pier Piersma met een mogelijk adres van een dochter van de heer Wilmans één van de latere oud eigenaren. Deze aanwijzing bleek eveneens te kloppen. Pier had in 1975 reparaties aan de Noorderling uitgevoerd. In zijn archief bevond zich nog een foto dat deze tjotter bij zijn werf in Heeg voor de wal ligt.

De Noorderling voor de wal bij de werf van Pier Piersma in Heeg.(Foto Friesch Dagblad 1975 , coll. Pier Piersma)

Een kanttekening bij deze foto is dat de voorsteven die hier te zien is een andere is dan de huidige en ook een andere als die we later zagen op oude foto’s. De Noorderling vaart in 2025 tenminste met haar derde voorsteven. Toen wij in 2019 met het historisch onderzoek naar de geschiedenis van de Noordeling begonnen, was dit de oudst bekende foto van het scheepje.

Serieuze aanwijzingen om een zoektocht  naar haar verleden te beginnen.


1 Aankoop in 2019

De Noorderling, zoals ze in Oppenhuizen te koop lag, gaf de indruk een tjotter te zijn zoals je het volgens het “boekje” mag verwachten. Een geveegd evenwichtig scheepje met een sprekende “kop”. Ze was geverfd en gelakt. De laklaag was dun, netjes en onbeschadigd.

Vervoer van Oppenhuizen naar Makkum 2019 (foto RvS)

Duidelijk zichtbaar was dat er bij een restauratie in het achterschip “creatief” met eikenhout omgesprongen was. Het achterdek, voor zover je bij een tjotter van achterdek kunt spreken had een negatieve helling. Op termijn zal dit een keer gecorrigeerd moeten worden. Het uiterlijk van het scheepje zal er mooier door worden. De naden tussen de verschillende gangen stonden open. Ze waren gekit en vervolgens weer opengescheurd. Het hout was door en door droog na jaren niet in het water gelegen te hebben. We hadden de indruk dat de kielplank onder de mastkoker zijn beste tijd had gehad.

Bij controle na aanschaf bleek deze nog slechts een halve centimeter dik te zijn in plaats van de drie centimeter die je zou mogen verwachten. Er was twee en halve centimeter hout weggerot. Direct na de koop is er allereerst besloten de tjotter zo goed en zo kwaad mogelijk “dicht” te maken krijgen om er vervolgens mee te gaan zeilen en te kijken wat haar zeilkwaliteiten waren.  De achterliggende gedachte was om uit te vinden hoe goed het scheepje werkelijk zeilde en of er mogelijk iets aangepast of gecorrigeerd moest gaan worden. Nadat ze te water gelaten was bleef ze lekken. Vooral op die plekken waar ze met gladde roestvrijstalen spijkers in elkaar getimmerd was, zoals we pas later ontdekten. Haar hernieuwde tewaterlating, na toch de nodige voorbereidingen, was eind juli 2019.
De manier waarop ze zeilde verdiende waardering en bewondering. Er was niets op aan te merken. Het oude katoenen Molenaar tuig deed in combinatie met deze tjotter precies wat je er van mocht verwachten. Ze zeilde gemakkelijk en hoog aan de wind. Haar ligplaats kreeg ze in 2019 in een botenhuis bij Workum, het botenhuis waar eerder de tjotter Twa Sisters jaren lang gelegen had. Op de Regionale Friese Reünie het eerste weekend in augustus 2019 heeft de Noorderling heel eventjes buiten mededinging meegevaren.

Friese Regionale Reunie in Heeg 2019. Het roer van de Noorderling en Robin van Son in gesprek met Martijn Perdijk. (foto’s GtC)

Onze indruk van de zeiltochtjes waren veel belovend. Ingrijpend onderhoud aan het onderwater schip was dringend nodig.
In oktober 2019 is de Noorderling zeilend op alleen een stormfok van Workum naar de werf van Martijn Perdijk (ex werf Pier Piersma) in Heeg gebracht. Het woei windkracht zes. Tijdens het korte zeilseizoen was de mastkoker onderin op het kalf * 1,5 cm verschoven. Van buitenaf niet zichtbaar, bleek het ondereind van de mastkoker volledig weggerot te zijn.
Samen met zijn personeel heeft Martijn vier gangen in het vlak vernieuwd. Vervolgens is ze op 6 november met deze nieuwe gangen naar de beurs Klassieke Schepen in Den Helder gebracht waar ze op de stand van de SSRP te zien was.
* breed massief stuk hout opgesloten tussen twee liggers op het vlak waar de mastkoker op staat.

Beurs Klassieke Schepen Den Helder op de stand van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten 2019

Na afloop van de beurs heeft Robin haar mee naar huis genomen voor verdere restauratie en voor de afwerking van de gangen die Martijn geplaatst had. De restauratie is met zorg uitgevoerd om vervorming van de romp, die tijdens het timmerwerk altijd op de loer ligt zoveel mogelijk te voorkomen. Robin heeft zelf de kielgang, het zeilwerk en de nodige liggers vernieuwd. Robin heeft al zijn kennis, vaardigheden en inzichten die hij in de loop der jaren had opgebouwd in deze restauratie gestopt. Wanneer je een groot deel van de restauratie zelf uitvoert zoals Robin dat doet, dan vervang je bijna onvermijdelijk meer hout dan dat in eerste instantie de bedoeling was. Op 16 februari 2020 is de restauratie ver gevorderd.

Albert Six 2020

Inmiddels is er in 2019 contact geweest met Albert Six. Hij heeft een fotoalbum van zijn in 2017 overleden vader beschikbaar gesteld om de foto’s van toen de Radja te scannen. De foto’s zijn gemaakt tussen 1942 en 1946. Op 15 februari 2020 is Albert Six bij Robin wezen kijken naar tjotter waar zijn vader, Pieter Six, als jongeman mee gevaren had. Na het bekijken van het album bleek er nog al het één en ander aan de Noorderling te zijn veranderd. Ongelofelijk om de Radja met verfijnd snijwerk op het boeisel te zien. Het is allemaal verdwenen. Met de volgende twee foto’s is de daadwerkelijke zoektocht naar het vroege verleden van deze tjotter voor ons begonnen. Was het oudst bekende jaartal in het boek van de heer Vermeer nog 1949, met het album van wijlen Pieter Six was de datum al terug te brengen tot 1942. Tot dat moment was de oudst bekende foto van de Noorderling er eentje uit 1975.

Twee foto’s uit 1946. Ze zijn genomen tijdens het 3e zomerkamp van de Nederlandse Christen-Studenten Vereniging (NSCV) in Gaastmeer. Let bij de linkerfoto vooral op de dikke voorstag van geslagen touw zoals dat toen nog gebruikelijk was (coll.Six)

De informatie van Albert Six heeft geleid tot vervolg onderzoek bij de NCSV. In hun archief waren nog een paar foto’s van het zelfde kamp te vinden. De Radja is er zeilend met bruine zeilen te zien. Bij de inventaris van de Noordeling zitten nog altijd twee bruine getaande fokken. De foto’s uit het archief van de NCSV zijn niet vrij beschikbaar. Ze zijn te vinden onder nummer Br. 603, doos 1 in de Universiteits Bibliotheek van de VU in Amsterdam.


2 Eigenaren voor zover bekend

…. - …. Jhr. Jan Six VIII van Hillegom (1891 – 1961)

Het bouwjaar en de bouwer van de Noorderling zijn zolang ze ingeschreven is bij de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten tot het moment van dit schrijven (februari 2020 – december 2025) onbekend. Eerdere eigenaren kennen we evenmin. Op basis van eigen kennis en inzicht, wordt door Robin van Son, een voorzichtige schatting gemaakt, dat ze gemaakt zou zijn in het begin van de 20e eeuw. Maar, ze kan even goed uit het laatste kwart van de 19e eeuw stammen. In het archief van de SSRP is een brief uit 1953 bewaard waar deze tjotter genoemd wordt en waarbij ze misschien wel tachtig jaar oud geschat wordt (haar bouwjaar zou dan 1873 zijn). In het register van het FVEN wordt zelfs 1865 als bouwjaar genoemd. Beide jaartallen worden niet onderbouwd. De twee foto’s in het vorige hoofdstuk, uit 1946, laten een tjotter zien die inderdaad oud zou kunnen zijn. Het snijwerk dat zichtbaar is lijkt al langere tijd bij de tjotter te horen.

Mag je de vraag stellen of Jan Six VIII deze tjotter heeft laten bouwen? Gaf hij deze tjotter de naam Drie Koningen? Droeg hij de tjotter over aan zijn zoon Pieter? Er van uit gaande dat Jan Six VIII deze tjotter heeft laten bouwen …….., waar heeft hij dit laten doen, wanneer en waar had de tjotter haar ligplaats. Was Jan Six VII mogelijk daarvoor nog eigenaar? Daarmee zou de tjotter decennia ouder zijn.

Immers toen Robin en ik deze tjotter leerden kennen, wisten we niet beter dan dat Pieter Six een qua leeftijd jonge eigenaar van dit scheepje was geweest. Hij was de oudst bekende eigenaar.

…. - 1949 Jhr. Pieter Six van Vromade (1929 - 2017)

Wanneer en of Pieter Six de tjotter in zijn bezit gekregen heeft weten we niet met zekerheid. Wel kunnen we herleiden dat Pieter Six het eigendom van de tjotter op 20-jarige leeftijd overdroeg aan Gerard Kam. Pieter Six nam met zijn tjotter Radja deel aan het 3e zomerkamp van de NSCV (Nederlands Christelijke - Studenten Vereniging) in Gaastmeer (Frl) in 1946. Waarom hij de tjotter Radja noemde is vooralsnog onbekend. Heeft dit te maken met ons Indische koloniale verleden? Een Radja is een koning. Een creatieve benadering van de oude naam?

Een visie van Albert Six op deze vragen: Mijn grootvader, Jhr. Jan Six VIII, 06/01/1891 – 1961, geboren op Drie Koningen. Het ligt heel erg voor de hand dat daarom deze naam gebruikt werd. De hondenkennel van mijn grootmoeder werd zo genoemd, het buitenhuis in Bergen en waarschijnlijk ook de Tjotter.
Daarnaast werd er bij mijn vader thuis, mijn grootouders dus, Frans aan tafel gesproken. Als mijn grootouders aan tafel iets wilden zeggen wat de kinderen niet mochten verstaan dan spraken mijn grootouders onderling Maleis ( ze hebben jaren in Indië gewoond)
Drie Koningen of Koning in het Maleis is …………….Radja …………………

Tijdens dit historische onderzoek kregen we van Mr. Jan A. Vermeulen (oud eigenaar van het Friese jacht Wytske) de opmerking dat hij tijdens een NSCV-kamp samen met Pieter Six in deze tjotter gezeild had. Volgens overlevering was Pieter Six in zes weken tijd vanuit Zuid-Nederland zeilend naar Gaastmeer gekomen……….

3e Zeilkamp Gaastmeer 1947

1949 - 1958 Mr Gerard Marius Leonard Kam (1919 – 2003)

Links de tjotter Radja van Pieter Six, rechts de Tjibbe Gearts van de familie Van Eysinga 1946 (coll. Six)

Op de foto’s van het kamp in Gaastmeer (1946) is naast de Radja de Tjibbe Gearts van de familie Van Eysinga duidelijk te herkennen. Haar naam is gewoon op het berghout te lezen. Blijkbaar namen dit Friese jacht en haar eigenaren eveneens deel aan het kamp. In 2020 heeft de familie Van Eijsinga de Tjibbe Gearts na haar vier en zeventig jaar in eigendom te hebben gehad wegens gezondheidsproblemen moeten verkopen. Dit Friese jacht en haar eigenaar kennen wij (RvS en GtC) al jaren lang van ontmoetingen tijdens zeilwedstrijden en zeilevenementen. Reden voldoende om daar navraag te doen voor mogelijk meer informatie. Het was verrassend te vernemen dat Tjalling van Eysinga wist te vertellen dat Gerard Kam een oom van hem was geweest. De familie Kam zeilde met hun tjotter die toen Drie Koningen heette, op de Kaag. Dit komt overeen met de informatie die de heer Vermeer in zijn boek Tjotters en Boatsjes geeft. De familie Kam verkocht, naar Tjalling zijn oordeel, hun tjotter vermoedelijk omdat ze veel tijd in Frankrijk verbleven en dat ze te weinig in de gelegenheid waren om te zeilen. Tjalling van Eysinga bracht ons in contact met zijn neven Kam.

De heer G.M.L. Kam was directeur van Technisch Handelsbureau G.M.L. Kam NV te Rotterdam. Gerard Kam was dertig jaar oud toen hij de tjotter in eigendom kreeg. Hij was gehuwd met de tante van Tjalling van Eysinga. Zij gaven de tjotter de naam Drie Koningen.

(Driekoningen, of de Openbaring van de Heer (Solemnitas Epiphaniae Domini) is een christelijke feestdag die elk jaar op 6 januari wordt gevierd en waarop men de Bijbelse gebeurtenis (Matt 2:1-18) herdenkt van de wijzen uit het oosten die een opgaande ster zagen en daarop de koning der Joden gingen zoeken. Ze kwamen in Bethlehem en vonden daar Jezus, de pasgeboren koning der Joden).

De naam, die ze al eerder gedragen had. De roerversiering verwijst hier naar. De symboliek die uit het snijwerk spreekt, een ster met drie bloemen verbonden door een lauwertak, verwijst naar de genoemde Bijbelse gebeurtenis. Deze is op foto’s van Pieter Six al duidelijk te zien.

De familie Six had “iets” met de naam “Drie Koningen”, evenals de familie Kam. Zij plaatsten de naam echter in een heel ander daglicht. Zoon Carel Kam meende te weten dat zijn ouders op Drie Koningen in 1946 verloofd waren. Volgens hem droeg de tjotter daarom deze naam. De tjotter werd gebruikt en gewaardeerd. Er zijn bij de familie Kam in ieder geval twee reisverslagen met foto’s bewaard gebleven. Het oudste beschrijft een tocht die begint op 15 april 1949. De tjotter was van de familie Six gekocht en werd van Friesland naar Warmond gevaren en kreeg een ligplaats bij de firma Jonkman in Sassenheim. Later dat jaar werd er een tocht gemaakt naar Zeeland. 

Het eerste blad van de tocht, opgetekend door mevrouw H.J.Kam - van Eysinga, in 1949 begint als volgt:

Onze eerste tocht
Pasen 1949 Vrijdag 15 april
Het was een stralende dag, toen wij bij Watse Hepkema opstonden en Gerard galmde van: “En plots bleef die stean, om net wear te gean”, het prijslied van het feest der Fryske Krite aan de vooravond van deze Goede Vrijdag.
Na het ontbijt haalden we Tjalling op aan zijn hoge ladderwoning in de billartkamer op Boschoord, waar wij de avond te voren bij aankomst zo gezellig hadden theegedronken en plannen gemaakt. In Langweer terug, deden wij nog enige boodschappenen hadden er een doux rencontre met Gerben Vermaning. Toen trokken we naar het Skiphûs, waarbuiten onze trots en glorie lag, reeds helemaal startklaar gemaakt door (de oudste broer (CK) Tjalling en Johan (Hoekstra, dit was de knecht bij mijn grootouders op Boschoord (CK). Onze nieuwe Drie Koningen, de tjotter der Sixen uit Amsterdam, die wij in de afgelopen winter kochten. We maakten een kletsje met de blauwogige oal-Poepjes, boomden de sloot uit en daar gingen mast en tuig omhoog. Een genot voor het oog, die grote bruine zeilen boven de prima onderhouden boot, opgeschilderd in de originele Friese kleuren, die fel schitterden in de uitbundige zomerse zonneschijn. Het was heerlijk weer even te varen op de oude vertrouwde Wielen langs het mooie Boornzwaag…………

1949 (coll. Kam)

Het album/logboek beschrijft de eerste tocht (met gekalligrafeerde kaarten der vaarwegen), van Langweer op 15 april, naar Spakenburg, 18 april; een week later, 23 april 1949 werd verder gevaren, naar Oude Wetering; weer later naar Warmond op 22 mei. 

Voor zover de herinneringen van de drie zonen van Gerard Kam strekken is er ergens in de jaren vijftig een nieuwe mast op de Drie Koningen gekomen. De oude mast sleet haar laatste jaren thuis als vlaggenmast in de tuin.

In 1950 werd met de tjotter de tocht gemaakt naar Koblenz (Dld). Van deze tocht is eveneens een reisverslag gemaakt.

1958 - 1994 Ir Jan Casper Wilmans sr. (1914-2005) Leraar, Statenlid Drenthe, Lid 2e Kamer voor de PvdA

(coll SSRP)

Marijke Wilmans vertelde dat de tjotter in de eerste jaren bij Heite, “op” de Blauwe Hand lag. De familie Wilmans woonde 12 kilometer verderop in Meppel. Ze zeilden op de Beulaker Wijde. Vanaf 1960 hadden mijn ouders een woonschip bij de Blauwe Hand aan de Belter Wijde. Ik weet niet hoe lang de tjotter nog bij Heite heeft gelegen, hij lag regelmatig bij dit woonschip. Daar zijn de beide volgende foto’s genomen.

Ca 1961 (coll Marijke Wilmans)

In 1974, tussen 14 augustus en 15 oktober, heeft de heer Wilmans de Noorderling op de werf van Pier Piersma laten repareren. In het archief van Pier Piersma hebben we de werfnotities ingevuld door werfmedewerker Theo Potma terug gevonden. Hierover later meer.

1994 - 2010 Ir J.C. Wilmans jr.

Volgens de zuster van de heer Wilmans jr is er bij de verkoop van de Noorderling een map met documentatie over de tjotter overgedragen aan de nieuwe eigenaar. Deze map is in ieder geval niet bij Robin van Son terecht gekomen. Onduidelijk is waar de map gebleven is.

Langere tijd heeft de Noorderling bij de firma Lok in Zwartsluis te koop gelegen. Hier is het nodige onderhoud aan de tjotter gedaan. Natuurlijk hebben we navraag gedaan bij de firma Lok in Zwartsluis. Van hen kwam het volgende antwoord: “De Tjotter ging hier destijds als een plaatje weg. Helaas was de boot na een seizoen in het water te hebben gelegen alweer behoorlijk beschadigd. De boot is op een gegeven moment weer terug gekomen en te koop aangeboden. Heeft wel enige tijd geduurd voordat er een liefhebber zich melde. Ik geloof dat die eigenaar de boot zelf niet zo lang heeft gehad en waar ze toen is gebleven dat wist ik niet meer.
Toen de boot gerestaureerd was, was ze al ouder dan 100 jaar . Als het goed is zal ze nu dicht bij de 120 jaar zijn. Een respectabele leeftijd voor dit schip. Eigenlijk zou ze in een glazen kastje tentoongesteld moeten worden”. De analyse van de heer Lok volgend zou een bouwjaar in de buurt van 1898 opleveren. Onbekend is in opdracht van wie de firma Lok de tjotter te koop aanbood. Evenmin is bekend of de heer Wittermans daarna de volgende eigenaar werd.

2010 - 2019 D.B. Wittermans

Heeft de heer Wittermans de Noorderling via Lok gekocht? Of is er nog een andere eigenaar voor hem geweest? Een poging om op deze vraag een antwoord te krijgen strandde. Op het moment dat Robin hem hierover wilde benaderen bleek hij overleden te zijn. Toen Robin de Noorderling kocht van de heer Wittermans lag de tjotter al een aantal jaren in de schuur van zijn woonboerderij in Oppenhuizen. Ze lag er netjes onderhouden bij. Bij de koop hoorden de nodige potten verf en lak. De indruk die de boot gaf was ze (ruim) voor de verkoop volledig geschilderd was. De heer Wittermans had eerder het Friese jacht Marwille.

Oppenhuizen 2018 ingepakt tussen andere boten (foto GtC)

2019 - …. Robin van Son

Regionale Friese Reünie Robin van Son 2019 (foto GtC)

Robin studeerde scheepsbouwkunde. Samen met zijn moeder en broers bezocht hij vanaf 1977 de Regionale Friese Reunie in Heeg. Eerst met twee schouwen, later met een schouw (Mutiara) en het Friese jacht Holland. Toen de familie Van Son de Holland kocht was het een tot boeier verbouwd Fries jacht. Zij sloopten de kajuit eraf en transformeerden het schip weer tot een volbloed Fries jacht. Later breidde de vloot van de familie Van Son zich uit met een tweede Fries jacht de Frisia. De ronde jachten en schepen in zijn algemeenheid speelden altijd een grote rol in het leven van Robin. Hij heeft de nodige ronde jachten opgemeten en getekend. Een mijlpaal in zijn carrière was het Friese jacht Windbreker. Een Fries jacht dat hij ontwierp en dat gebouwd is op de werf van Bein Brandsma in Rohel. Robin heeft met de Noorderling bewust voor een ouder, kleiner, rond jacht gekozen. Met de foto’s die Albert Six hem ter beschikking stelde heeft Robin zijn restauratie plannen nogal aangescherpt! De Noordeling verdient het.


3 Opmetingen, tekeningen, digitale tekeningen

Om de zoektocht en de beschrijving van de tjotter Noorderling zo compleet mogelijk te kunnen maken en eventueel toekomstige restauraties zo goed mogelijk te kunnen onderbouwen hebben we haar opgemeten. Robin heeft de meetgegevens direct ingevoerd in een ontwerpprogramma waar hij dagelijks mee werkt. De onderstaande afbeeldingen zijn er een eerste weergave van. Uiteindelijk moeten er aanzichtstekeningen, doorsneden en lijnenplannen gedestilleerd worden. De tekeningen zijn dan analoog en digitaal beschikbaar. De uitgewerkte tekeningen zullen op enig moment als bijlage aan deze beschrijving worden toegevoegd.

We hebben bewust gekozen om de Noorderling traditioneel met de hand op te meten. We gebruikten diode lasers om de doorsneden die we wilden meten te markeren. De maten namen we met een meetband of meetstok. Vaak namen we tussenmaten omdat we vooral in het voor- en achterschip van een rondjacht ervaren hadden dat tekenprogramma’s problemen met het tekenen van de curven hadden. Een probleem dat je niet hebt wanneer je met tekenmallen en pen tekent.

Tekenen op de computer biedt wel heel veel voordelen wanneer je doorsneden en aanzichten vanuit verschillende posities wilt bekijken zoals op de voorbeelden hiervoor. Uiteindelijk kun je wanneer alle data ingevoerd zijn gewoon traditionele tekeningen en aanzichten met een druk op de knop printen.

Een eerste digitale weergave van de opmeting van de Noorderling. Wanneer een en ander verder uitgewerkt is kan er een lijnenplan uit gedestilleerd worden.

We hebben de Noorderling niet gescand. In theorie kun je met de data die je daarmee vastlegt makkelijk tekeningen genereren. Echter hiervoor heb je zware soft- en hardware nodig. Vervolgens moet je dezelfde handelingen verrichten als bij de werkwijze waarvoor wij kozen. Op de keper beschouwd hebben we dus al het meet en tekenwerk handmatig gedaan. Het resultaat tot nu toe: sprekende digitale aanzichten.


4 Restauraties of groot onderhoud

Op de twee foto’s uit de collectie Six is de tjotter Radja te zien, waarbij de staat van onderhoud niet optimaal lijkt te zijn. De oorzaak kan natuurlijk zijn dat het scheepje relatief weinig onderhoud kreeg of dat ze gewoon “oud” was. Het kan evengoed zijn dat de 2e Wereldoorlog oorzaak was van slecht onderhoud. Het is zelfs niet uit te sluiten dat ze toen een tijd lang onder water gelegen heeft. Een methode die vaker toegepast werd om een vaartuig uit handen van de Duitse bezetter te houden. Dat dit zijn tol eist zal duidelijk zijn.
We weten dat de Noorderling in 1958 grondig onder handen genomen is door Tjeerd van der Meulen (archief Vermeer), die op dat moment nog de oude werf van Auke Holtrop van der Zee in Joure exploiteerde. Navraag bij zijn kleinzoon Henk van der Meulen leerde dat er van de werf van toen geen archiefmateriaal meer bestaat. Vervolgens heeft Pier Piersma uit Heeg de Noorderling zeventien jaar later op de werf gehad. Op het moment dat de heer Wilmans jr. eigenaar werd (1994) meldde hij bij de SSRP dat een langdurige reparatie op zijn eind liep. In 2019 / 2020 werd ze opnieuw stevig aangepakt. De vlakdelen zijn door Martijn Perdijk vervangen, de leggers en het zeilwerk door Robin van Son zelf. (zie hierna / verder 2019 -2025).

Bij het schrijven van deze tekst en het zien van foto’s van de restauratie in 2019 en 2020 ontlokte één en ander de volgende herinnering bij Carel Kam: “Deze foto’s doen me een passage uit het verslag van mijn Vader over de tocht Koblenz-Rotterdam visualiseren, waarin beschreven is dat de ruimten tussen de spanten dienst deden als opslagplaats voor flessen wijn …”. Je kunt je er iets bij voorstellen.

1974 Jachtwerf Piersma

Op de teruggevonden werklijst die werfmedewerker Theo Potma bijhield toen de Noorderling gerepareerd werd tussen 14 augustus en 15 oktober 1974 valt te lezen wat er toen gerepareerd of vervangen is aan deze tjotter. Er zijn spanten, boegen aan SB, hout in het voorschip en het boeisel, boegen aan BB, oplangers, opboeisels, binnenboeisels, zwaardklampen en de voorsteven vervangen, de bedelbalk is gerepareerd en de draagbalken onder het voordek zijn vernieuwd. Er is gewerkt aan de achterbank en er zijn leggers vernieuwd.
Verder is het lakwerk aangepakt. Er is gebreeuwd, gekrabd, ontweerd, gelakt en geverfd. Naar de inzichten van dat moment is alles met gladde roestvrij stalen spijkers vastgezet. Blijkbaar heeft de Noorderling in de winter van 1974/1975 overwinterd op de werf van Piersma. De foto uit het Fries Dagblad van 12 juni 1975 (zie inleiding) bewijst de aanwezigheid op de werf.

Op dit punt aangekomen leek onze zoektocht naar het verleden van de Noorderling te stranden. Meer informatie over eigenaren uit het verleden vonden we niet. We leken tevreden te moeten zijn met hetgeen we hadden. Wel konden we met oude foto’s in de hand analyseren hoe details er in het verleden uit hadden gezien.

2019 - 2025

Volledigheidshalve een chronologische opsomming met hier en daar een herhaling uit het voorgaande.
Over de restauratie in de winter van 2019 / 2020 valt veel meer te vertellen dan over de restauraties die eerder uitgevoerd werden. Een restauratie door Robin van Son, waarbij in eerste instantie gestreefd werd om zo dicht mogelijk bij het originele schip te blijven. Er is veel aandacht voor het detail. Met zorg is er gezocht naar het juiste hout, naar de juiste (mogelijk betere) constructie, naar het juiste beslag, naar de juiste vorm en naar de juiste verhoudingen. Natuurlijk is dit allemaal subjectief, maar het is wel gedaan met veertig jaar kennis, inzicht en ervaring van Robin. Veel van zijn plannen heeft hij getoetst aan de inzichten van Martijn Perdijk en ondergetekende.

Toen Robin in 2019 eigenaar werd was al duidelijk dat er “iets” moest gebeuren aan het onderhoud. Er waren bij ons wat punten van kritiek, er waren punten van twijfel, er waren esthetische zaken waarvan Robin vond dat het anders moest. Het meest in het oog springende was het negatieve achterdekje en een weg geschaafde bovenste gang ter hoogte van het achterdek. De stootrand strookte hierdoor niet meer. De achtersteven helt meer achterover dan je zou verwachten. Een foto uit het album van de familie Kam laat een steilere achtersteven en een stompere voorsteven zien.

De Noorderling in 2019 in de schuur van de heer Wittermans in Oppenhuizen.

Robin had al snel het voornemen om in ieder geval de kielbalk en de scheg te vervangen en haar hiermee een nieuwe ruggengraat te geven. En passant oordeelde en besloot Robin het hele vlak te vernieuwen. Uiteindelijk is de reparatie een uitgebreide restauratie geworden. Veel uitgebreider en gedegener en meer onderbouwd dan eerst gedacht. Het was meer zo’n visie : ”Ik ben toch al bezig, laat me dan maar even doorgaan …….”

De restauratie begon gepland als volgt:
Oktober 2019. Op de werf van Martijn Perdijk in Heeg is ze uit het water gehaald, omgekeerd en op jukken opgesteld zodat ze niet uit zou gaan zakken of vervormen. Iets dat bij een rondjacht in restauratie niet denkbeeldig is. Op dat moment is de restauratie begonnen, een restauratie waarbij de bestaande romp het uitgangspunt was.

2019 Fase I
Robin zijn oordeel was dat een professional sneller en beter gangen kon vervangen dan dat hij het zelf kon. Robin heeft wel zelf de vier bodemgangen uit het schip gesloopt. Deze vier gangen zijn vervangen op de werf van Martijn Perdijk. Robin had hen gevraagd dit te doen. Wanneer deze vitale planken spanningsvrij op hun plek zitten kan de boot weer rechtop worden gezet en kan ze vervoerd worden.

Foto links het dunne vlak onder het mastdoft, rechts het verwijderen van de gangen oktober 2019 (foto’s RvS)

2019 Fase II Met de nieuwe bodemplanken is de Noorderling naar de beurs Klassieke Schepen in Den Helder vervoerd voor een presentatie op de stand van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten. Na afloop van de beurs heeft ze een plek gekregen in de werkplaats van Robin thuis. Hier is ze ondersteund met schragen en de stevens zijn met een spanband met elkaar verbonden om uitzakken en vervorming te voorkomen. Robin had het voornemen zelf de kielgang en de scheg te gaan vervangen. 

2019-2020 Fase III Tijdens het werk dat op de werf van Martijn Perdijk gedaan was kwamen de leggers aan de onderzijde bloot te liggen en hierdoor konden ze goed geïnspecteerd en beoordeeld worden op hun technische kwaliteiten. Een aantal moesten zekerheidshalve vervangen worden. Het kalf was zodanig slecht dat het eveneens vervangen moest worden. Bij het verwijderen hiervan bleek dat de voet van de mastkoker volledig was weggerot. Dit was de reden dat het kon verschuiven. De mastkoker stond los in het doft en het stond eveneens los in / op het kalf. Een constructie die verbetering behoefde.
Met de nodige voorzichtigheid heeft Robin legger voor legger verwijderd en vervangen door een nieuwe. Telkens wanneer er een nieuwe legger op zijn plek geplaatst was werd deze vastgezet. De boot werd hiermee stap voor stap stijver zonder haar vorm te verliezen. Het bleek dat de boot voor een heel groot deel met gladde RVS spijkers in elkaar gezet was. Omdat deze niet goed grip hadden in het eikenhout van de boot, bleken deze oorzaak van de nodige lekkages te zijn. Ze hielden de houten delen niet goed op hun plaats. Pas toen de leggers vervangen waren is het zeilwerk uit de tjotter gesloopt. Opvallend was dat de boot “slap” werd toen dit uit het schip was gehaald. Op zich niet vreemd natuurlijk dit is bij de bouw van een rond jacht het eerste constructiedeel dat geplaatst wordt.
Het zeilwerk is bij een rond jacht cruciaal. Het draagt de mast met het volledige tuig: ongestaagd. Robin heeft met zorg alle hout uitgezocht dat hier voor nodig is. Zo heeft hij krom gegroeide stukken hout kunnen bemachtigen voor de spanten in het zeilwerk. Hij heeft kans gezien ze spelingvrij te kunnen zagen en plaatsen.

Omdat de verschillende stukken houten zo stijf op elkaar gemonteerd worden zijn is er voor gekozen om ze van elkaar te isoleren met tixophalte een bitumineus product gefabriceerd door Shell. Hiervoor was het hout behandeld met een bruine teer van Deens fabricaat. Voor de (niet zichtbare) bevestigingen zijn RVS schroeven gebruikt. Bijzonder detail bij de Noordeling was dat de mastkoker nauwelijks gefixeerd was. De koker zat los in het doft terwijl het gebruikelijk is dat deze met doorlopende bouten aan elkaar verbonden zijn. Robin heeft er voor gekozen om thermisch gegalvaniseerde slotbouten te gebruiken van een kwaliteit die we in Nederland niet kennen, maar die in een gemiddelde Deense doe-het-zelf-zaak zo op te halen zijn. De scheg bleek een bouwpakket van kleine stukken hout te zijn. Dit is vervangen door één passend stuk. In het achterschip waren de nodige aanpassingen gedaan, die niet origineel zijn. Van één detail is onduidelijk of het origineel is of dat het een latere aanpassing is. Over de scheg heen is een “binnen”gang gebrand. Dit detail is bij het vervangen van de scheg behouden gebleven.

2020 nieuwe leggers, nieuw zeilwerk, nieuwe scheg

Fase IV Tijdens de houtrestauratie die Robin zelf uitvoerde kwamen en foto’s beschikbaar uit de jaren vlak na WO II. Deze lieten details zien die niet meer zichtbaar zijn op de Noorderling zoals we die in 2019 en 2020 kennen. Veel is nog steeds hetzelfde. Veel is anders. Een paar opvallende verschillen:

  • Er zijn drie ingeschaafde witte biezen in het boeisel te zien in plaats van de twee die ze in 2019 heeft. Ze lopen anders en sluiten goed aan op de gillingen
  • De stootstrip is veel zwaarder dan het messing “halfrond” in 2019.
  • De banken zijn uitneembaar en bruikbaar geweest als loopplank.
  • Op het boeisel was snijwerk aanwezig dat totaal anders van vorm en opbouw was dan in 2019
  • De voorstag was van touw en kon op spanning gezet worden met een stagtalieblok.
  • De voorsteven was stomp, dus niet met een oplopende neus zoals in 2019.

Hoewel het uitdrukkelijk de bedoeling was de Noorderling “sober” te restaureren, bleek ze oorspronkelijk veel eleganter, luxer, swingender te zijn geweest dan haar uiterlijk in 2019 verried. Al met al zijn de hier voor genoemde waarnemingen argumenten om de restauratie naar een ander, hoger, plan te tillen. Omdat het herleidbaar is dat de banken als loopplank gebruikt konden worden moest de oplegging van de banken veranderd worden. De banken konden niet als loopplank gebruikt worden. 

Analoog aan de constructie bij andere tjotters zijn er nieuwe ijzeren beugels gemaakt aan het mastdoft waar de banken cq loopplanken in kunnen liggen. Er is bewust gekozen voor staal dat geverfd wordt. Er is niet gekozen voor roestvrij staal. Dit materiaal bestond ten tijde van de bouw nog niet en past naar Robin zijn oordeel niet bij de uitstraling van de Noorderling. Samen met deze beugels is een nieuwe mastgrendel gemaakt die op dezelfde manier behandeld wordt. 

Tegelijk met de banken zijn de vlonders aangepast en vernieuwd. Achter het mastdoft ligt nu overdwars een plank over de hoosgoot. Zoals hiervoor al aangegeven is, is het zeilwerk in zijn totaliteit vervangen. Gelijk hiermee is het lummelbeslag vernieuwd. Er is vanuit een historisch perspectief gekozen voor handgesmeed beslag naar voorbeeld van lummelbeslag zoals dat bij een aantal Lantinga schepen te zien is. Het nieuwe lummelbeslag wordt geverfd. Het mastkokerbeslag waarin de mast scharniert is aangepast en ziet er nu uit als gesmeed beslag. 

Door gewoon met een rol afplakband een fictieve vierde bies op het boeisel te plakken, werd het aanzien in eens veel spannender. Dat deze “vierde” bies er op termijn weer in geschaafd gaat worden is duidelijk. Helaas kan dit niet “zomaar”, omdat bij eerdere restauraties het boeisel veranderd is.

De bovenste bies is nog van afplakband. De mastkoker steekt nauwelijks boven het boeisel uit.2020

Het katoenen tuig is ooit gemaakt door zeilmakerij Molenaar in Grouw. Waarschijnlijk is het gemaakt in opdracht van de heer Kam ergens in het begin van de vijftiger jaren. Eén van de fokken is in 2020 door deze zeilmaker aangepast.

Fase V Aan het achterschip is tijdens de restauratie 2019 / 2020 niets gedaan. Wel is er een inventarisatie gemaakt hoe deze verandering aangepakt moet gaan worden. Mogelijk zal dit in de winter 2020 / 2021 gebeuren. Hierbij gaan de achtersteven, achterdek, de bovenste gang en het boeisel aan SB en BB vervangen worden. Het roer kan dan beter gepositioneerd worden.

(In oktober 2025 weten we inmiddels dat met Fase V nog niet begonnen is. De Covid-19 pandemie was hiervan mede de reden. Robin werd door het virus besmet en de tjotter is in de winter 20/21 in het botenhuis blijven liggen). Prioriteiten kwamen anders te liggen.

Snelheden waarmee Ronde en Platbodemjachten kunnen varen

2021 In diverse publicaties wordt geschreven over de snelheden waarmee ronde en platbodemjachten kunnen varen. Sleeptankproeven bij met name een Vollenhovense bol en een scala aan Lemmeraken hebben inzicht gegeven in hun haalbare snelheden. Eén en ander is verfijnd tot computermodellen. In de ontwerpfase kunnen de snelheden onder de verschillende omstandigheden al bepaald worden. De formule voor het bepalen van de berekende rompsnelheid is:

V=√((gL)/(2π)) wanneer je gemakshalve voor de Noorderling de lengte op 4.80m stelt (dit moet eigenlijk de waterlijnlengte zijn), dan wordt de snelheid V= 2.73 m/s = 9.85 km/h.Bij de Noorderling zijn er met GPS een aantal keren snelheden gemeten. In 2021 zijn bij 4Bf op bijna vlak water met het oude katoenen tuig uit de 50er jaren, over afstanden van 1000m snelheden gemeten tussen 9,1 en 9,27 km/h. In 2020 en 2021 heeft ze zich dankzij de Covid-19 pandemie niet in wedstrijden kunnen meten met andere tjotters.

Een memorabel moment vond plaats tijdens het wedstrijdweekend het eerste weekend in september 2021. Memorabel in meerdere opzichten. Dit weekend zou de jaarvergadering van Koninklijke Zeilvereniging Oostergoo gehouden worden. Vanwege de perikelen rondom de Corona pandemie werd deze vergadering voor het tweede jaar op rij geannuleerd. In plaats daarvan werd er een weekend wedstrijd georganiseerd. De Noorderling zeilde mee om haar kwaliteiten eens in een wedstrijd te toetsen aan andere tjotters. In dit geval de Twa Sisters en de Hilda. De Noorderling bleef derde van de drie. Maar, tijdens de laatste wedstrijd, met nauwelijks wind, sloeg de Noorderling om met een niet of nauwelijks zichtbare vlaag die dwars inviel. De Noorderling werd gewoon plat gedrukt en verdween onder water. Met uitgebreide hulp is de Noorderling weer boven water gehaald. De schade was feitelijk alleen het verlies van een gesmeed antiek anker. Belangrijkste rest “schade” was een sterk gekrompen katoenen tuig.


5 Observaties

Zoals u hebt kunnen lezen zijn er in deze beschrijving al de nodige mogelijke speculaties over het exacte bouwjaar voorbij gekomen. Dat ze genoemd zijn is een bewuste keuze. Het laatste kwart van de 19e eeuw komt als ontstaansmoment duidelijk naar voren. Van de werkelijke herkomst van deze tjotter is op het moment dat Robin haar koopt niets bekend.
Hoewel de verleiding groot is om één van de bekende Friese werven als haar bakermat aan te merken pleit er tegen iedere bouwer wel iets. Restauraties in het verleden (Van der Meulen, Piersma, Lok en Wilmans jr) hebben veel oorspronkelijke details weggehaald. De oude foto’s die we teruggevonden hebben, bewijzen dit. Het verloop van het boeisel en het daarop aangebrachte snijwerk zijn duidelijk anders en op de verschillende foto’s kun je tenminste drie verschillende voorstevens onderscheiden. Maar, een deel van het snijwerk is oud. Hiermee zeggen we (nog) niet dat het oorspronkelijk is.
Een belangrijke waarneming is dat we van veel kleinere ronde jachten weten dat ze tegenwoordig langer zijn dan ze oorspronkelijke waren. Vijfentwintig centimeter uitzakking komt met de nodige regelmaat voor en is aantoonbaar. De breedte daarentegen blijft als gevolg van de constructie over het algemeen vrijwel gelijk. De lengte van de Noorderling is in 2025 4.83m. Dit gekoppeld aan de waarneming dat ze uitgezakt is, maakt het zeer verdedigbaar dat ze ooit tijdens de bouw tussen de 4.60 en 4.70m lang zal zijn geweest. Exact weten we het niet. Het is niet een lengtemaat die door belastingwetgeving ingegeven is geweest*.

* Op vaartuigen werd belasting geheven in de vorm van tol. Schepen die hiervan vrijgesteld waren hoefden geen tol te betalen. Na de Franse tijd, tot 1852 gold dit voor scheepjes kleiner dan 4.40m. Van 1852 tot 1893 lag deze grens bij 4.80m lengte. Een en ander viel onder het zogenaamde patentrecht.

Aan de hand van het schip zoals het er nu ligt zou je als eerste aan Lantinga als bouwer kunnen denken. De heer Vermeer heeft in zijn boek Tjotters en Boatsjes op de bladzijden 69 t/m 84 (hoofdstuk 6.7) beschreven en aangetoond dat Lantinga tussen 1904 en 1922 meerdere ronde scheepjes heeft gebouwd met een lengte van 4.60/4.70m lengte en een breedte van 2.05/2.10m. Vijf stuks ervan komen mogelijk in aanmerking om de Noorderling te kunnen zijn. De verloren gang* zie je bij veel Lantinga schepen.

* verloren gang is een bodemgang, die de stevens niet raakt. Soms zichtbaar, soms niet. Bij de Noorderling is deze zichtbaar.


Maar wanneer je het schip op details gaat bekijken, zijn er wel veel onduidelijkheden. Op het kaft aan de achterzijde van het boek Tjotters en Boatsjes staat als tweede van boven de roerkop van de Noorderling. Eronder staat de roerkop van de Vrouwe Anna Beatrijs, een Lantinga schip en dus een Lantinga roer. Zonder naar het snijwerk te kijken, is er vormverschil te zien. Een aanwijzing om te denken dat de bouwer een andere is. Maar er zijn meer verschillen:

  1. Afwerking van het zetboord is met één gilling* te onevenwichtig
  2. De gilling-lijn in de bovenkant van de bedelbalk is niet des Lantinga's
  3. De leggers zijn aanzienlijk breder (zelfs)dan bij de (grotere) jachten van Lantinga 
  4. De hennebalk is te dun om van Lantinga te zijn
  5. De kromming van de voorsteven is niet des Lantinga's
  6. De dikte van de voorsteven is wel zoals je dat bij Lantinga schepen ziet
  7. Het achterschip is in verhouding smal.
  8. De taatsoplegging* van de mastbout is als bij Van der Zee, maar is anders uitgevoerd.
  9. Het spinnegat is anders dan bij Lantinga
  10. De curve van de roerkop is anders dan bij Lantinga
  11. De roerkop is dikker dan het roer en is daarmee een aanwijzing dat het later gemaakt en geplaatst is.
  12. het onderwaterschip heeft een zgn. “verloren gang”. Iets dat je bij veel Lantinga schepen ziet.

* Gilling : Keep aan de bovenzijde van het boeisel op de plek waar het snijwerk begint. Bij sommige tjotters zijn er meerdere gesneden takken achter elkaar aanwezig. Bij iedere tak is dan een keep in het boeisel gemaakt. Vervolgens horen de siertakken op het einde van een bies te liggen. Op de foto hierna zijn snijwerk en biezen niet meer in harmonie met elkaar.
* De taatsoplegging is een stuk beslag op de mastkoker waarin de mastbout scharniert. Bij de Noorderling is deze bout vast in de mast gemonteerd. (Zie schets bijlage beslag)

De verloren gang in het vlak is voor zover we de Lantinga schepen kennen een kenmerk. Het geveegde en slanke achterschip zie je bij een scheepje zoals Murkjen, gebouwd door Lantinga. De grootspantvorm komt overeen met dat van de Rode Leeuw eveneens een aan Lantinga toegeschreven schip. De werfboeken van Lantinga en van Van der Zee geven vooralsnog, met alle bekende gegevens, geen aanknopingspunten. Bijzonder is het om in het boek Tjotters en Boatsjes van de heer Vermeer te lezen dat hij in de inleiding over Lantinga schrijft dat de Noorderling op die werf gebouwd is. Vervolgens kom je dit scheepje in zijn beschrijving over de Lantinga-schepen niet meer tegen. In de beschrijving van de Noorderling (blz. 245 t/m 247, Tjotters en Boatsjes) schrijft de heer Vermeer dat de bouwer onbekend is. Een tegenstijdigheid.

In de jaren tussen 1970 en 1975 heeft de heer Duyvis een uitgebreid onderzoek gedaan naar door Van der Zee gebouwde Fjouwerachten. Hij was toen zelf net eigenaar geworden van de Fjouweracht Jonge Minne al wist hij dat op dat moment nog niet. In de bewaard gebleven correspondentie bevindt zich een overzicht van ronde jachten dat opgesteld is door de heer F.G.Spits (oud-stamboekbeheerder). Hierin noemt hij als bouwjaar van de Noorderling 1890. Waar dit op gebaseerd is weten we niet. Wanneer we uitgaan van de bouwperiode 1890 – 1900, dan kun je veel mogelijke bouwers uitsluiten gewoon omdat ze niet meer leefden of omdat ze nog moesten beginnen met het bouwen van schepen. De vormentaal van het schip heeft nauwelijks overeenkomsten met de andere nog bekende Fjouwerachten. We hebben de Noorderling vergeleken met alle schepen van andere bekende tjotterbouwers. Tijdens onze zoektocht hebben we zelfs gekeken naar tjotters die op de werf van N.A. Bernhard uit Nieuwendam gebouwd waren. We vonden een bouwbestek van twee daar gebouwde tjotters. De maatvoering was anders dan bij de Noorderling.
Van Lantinga kennen we kopie werfboeken, maar die beschrijven pas schepen die na 1904 gebouwd zijn. We weten dat Lantinga ver daarvoor al bouwde. Van Feike en Lolke Lantinga weten we dat zij veel bouwden en ook bouwden voor wederverkopers zoals de firma Visser in Zwijndrecht. Feike Lantinga was een meester in het bouwen van ronde jachten van brede planken. De al eerder genoemde Murkjen maar ook de Bestevaer van 1953 zijn multi-knik schepen pur sang. Dit zie je bij de Noorderling niet. Ze is veel verfijnder. 

Misschien is het verhelderend om hier een globale tijdslijn te geven van de drie generaties Lantinga.

Otte 1815-19011815……………………………………..………1901
Lolke 1844-1923…………………..1844 ………………………………………….1923
Feike 1882-1960…………………………………………1882…………………………………………………..1960


De vormentaal van de Noordeling is een andere dan bij alle andere bekende tjotters. Het snijwerk dat te zien is op de foto’s uit het album van Pieter Six heeft eveneens een heel eigen karakteristiek. Het geeft geen verwijzing naar een bouwer. De roerkop is dikker dan het roer. Het is op een latere datum op het roer gemonteerd. 

Het snijwerk van de roerkop is anders vormgegeven dan het overige snijwerk. De contourlijn van de bedelbalk heeft kenmerken die je ziet bij de bedelbalken die op de werf van Van der Zee in Joure gemaakt werden. Het boven- middendeel ligt ongeveer een halve centimeter lager dan op de einden tegen het boeisel.

Auke Holtrop van der Zee heeft met zijn snijwerk een heel eigen handtekening (vanaf 1883 te zien bij de Aurelia) achtergelaten op de door hem gebouwde schepen. Het snijwerk verraad telkens dezelfde hand van de houtsnijder. Auke zelf. Lantinga versierde de door hen gebouwde schepen niet of nauwelijks. Wanneer er wel snijwerk op een schip gewenst werd, werd er volgens overlevering een lokale houtsnijder ingehuurd. Het is zeer goed mogelijk dat de Noorderling zonder snijwerk geleverd is. Het kan heel goed zijn het snijwerk later aangebracht is. Ondanks dat het sprekend is, sluit het niet aan bij snijwerk dat je op andere schepen ziet. De bedelbalken van Lantinga zijn aan de bovenzijde glad en niet gemodelleerd zoals Van der Zee. Ze zijn veel massiever en zwaarder uitgevoerd.

Maar, er is nog een detail in de Noorderling dat opvalt en dat je bij geen enkel ander schip op deze manier tegenkomt. Dat is de vorm van het spant onder de voorkant van de achterbank. Dit is bij alle bekende ronde jachten een zwaar stuk hout met van BB naar SB een rechte bovenkant. Hierop is het voorschot van de achterbank geplaatst. Bij de Noorderling is dit hol gezaagd zodat het vooraanzicht van de achterbak ellipsvormig is.

Slechts van één ander rond jacht kennen we dit: De Wielewaal uit 1891. De heer Vermeer heeft er een hoofdstuk aan gewijd in zijn boek “het Friese jacht” op de bladzijden 47, 48 en 49. Dit schip wordt toegekend aan de scheepsbouwer E. Bloem te Antwerpen. Echter in het overzicht van werven in Antwerpen komt deze werfnaam niet voor. Waarschijnlijk een dood spoor ……..
Toen we de ons bekende ronde jachten gingen vergelijken op de vorm van de spinnegaten, vonden we een aantal hoofdvormen. Die van de Noorderling past daarmee in het rijtje schepen, waarvan we weten dat ze op de werf van Van der Zee in Joure gebouwd zijn. Maar, om slechts aan de hand van een spinnegat de bouwer te duiden ………. dat is wel een heel mager bewijs. Al heeft het er na onderzoek alle schijn van dat een spinnegat een soort handtekening van de bouwer is. (Zie verder de bijlage).
Martijn Perdijk gaf in de zoektocht naar het verleden van de Noorderling een heel andere voorzet. Tijdens een lezing op zes juli 2022 in IJlst, in de oude werfschuur van Lantinga, sprak hij met een oude ligger van de Noorderling in de hand over de vorm die het had. Naar zijn idee een vorm die voorkwam bij de Van der Zee schepen. Bij de verdere vormentaal van de Noorderling kon hij het niet plaatsen.

De ligger die Martijn bij zijn voordracht liet zien

Natuurlijk waren er tijdens onze beschouwingen eerder momenten waarbij we vonden dat we een verwijzing zagen naar Van der Zee. We vonden dat ze in samenhang met het totale “plaatje” te weinig bewijskracht hadden. Met het spinnegat als redelijk sluitend bewijs zijn de andere waarnemingen die naar Van der Zee verwijzen ineens wel relevant.

Spinnegat, hennebalk en roerkop Noorderling
  • Zwaardbouten met ster zijn identiek aan die van de Twa Sisters. Ze zijn van ijzer in plaats van messing.
  • Op de bodem zaten nog een paar originele liggers die breder in plaats van hoger waren. Een uitvoering zoals je oorspronkelijk met name bij Van der Zee zag.
  • Idem met oplopende einden die meer hout vragen. Zie je alleen bij Van der Zee-schepen.
  • De contourlijn van de bedelbalk is als bij alle andere Van der Zee schepen. Het snijwerk is niet als bij Van der Zee.
  • Het boeisel is “vol” zoals je alleen bij Van der Zee schepen ziet. De boeiselvalling is net iets groter (32˚) dan bij andere bouwers.
  • Een mastkoker die nauwelijks boven het boeisel uitsteekt.
  • Een knecht die onder de boeisellijn zit.
  • Oorspronkelijk stompe voorsteven, te zien op foto uit de collectie Kam
  • Bijna verticale achtersteven, te zien op foto uit de collectie Kam
  • Verloop van de gillingen, snijwerk en biezen, te zien op foto’s uit de collecties Six en Kam
  • “Berghoutsgangen” zijn ogenschijnlijk pas gemaakt op de zeeg. Een fenomeen dat je met name bij Van der Zee schepen ziet.
  • Bij Van der Zee zijn alle randen afgewerkt met kraal, passerkantje, afronding of profiel, niets is gewoon recht afgeschaafd tenzij daar een reden voor is zoals bij een voordek of buikdenningen.

Met de beschouwingen over de leeftijd en de hiervoor genoemde details in gedachten is de stap naar de werfboeken van Van der Zee niet groot. Dit betekent niet dat je daarin per definitie een sluitend bewijs vind. Van de Fjouweracht De Jonge Dirk weten we met zekerheid dat ze op de werf in Joure gebouwd is, maar in de werfboeken komt ze niet voor. Verder zijn de beschrijvingen van de verschillende kleine scheepjes, de tjotter is daar een voorbeeld van maar summier. Breedtematen worden bijvoorbeeld nauwelijks gegeven.

Wanneer de Noorderling inderdaad gebouwd is op de werf van Van der Zee, dan past dat in het beeld dat we van deze werf hebben, dat ze “booten” bouwden die van 4.40m en na een wijziging in de belastingwetgeving in 1852 met 4.80m lengte gebouwd werden langzamerhand werden de scheepjes steeds breder. Ze waren vrijgesteld van belastingen. De lengte van 4.40m werd 4.80m. De breedte werd van 1.72m gaande de tijd steeds meer. De Wilhelmina spande qua breedte met 2.50m de kroon. 

De Noorderling wijkt in zoverre af dat ze net een maatje kleiner is dan de Fjouwerachten die we van de werf van Van der Zee kennen.

Februari 2021 ingevroren in het botenhuis in Workum (foto RvS)

Op de foto’s die we kregen van de oud eigenaren zijn nogal wat details te zien die verdwenen zijn. Details die de boot een veel sprankelender uitstraling geven. Helaas is het zo dat de foto’s uit de albums niet echt scherp zijn. Zo is heel duidelijk te zien dat de afwerking van de achterbank met profielranden gedaan was. Op de voorrand van de achterbank is te zien dat er vijf kralen boven elkaar het aanzicht van de achterbank bepalen. Hoe het gemaakt geweest was konden we niet achterhalen. Waarschijnlijk was het gewoon met een profielschaaf gemaakt, maar dat weten we niet. Pogingen om geschikt geachte schaven te vinden lukten niet. Wel vonden we een profielfrees die mits goed ingesteld het oorspronkelijke profiel benaderde. In 2025 heeft Robin dit detail gemaakt en geplaatst in de boot. Het resultaat is verrassend.

De enige bouwers waar we dit detail weliswaar met andere profielen tegenkomen zijn de werven van Holtrop van der Zee in Joure en Van der Werf uit Sneek (Fjouweracht Sperwer, Maritime Museum Newport). Eveneens in 2025 heeft Robin de vorm van de voorsteven aangepast, naar voorbeeld van oude foto’s. Het aanzicht van de Noorderling is ook daarmee weer een ietsje eleganter geworden. Het beslag op de voorsteven moest aangepast worden. De voorsteven heeft aantoonbaar een aantal vorm veranderingen gehad. Misschien het meest opvallende was dat uit esthetisch oogpunt de voorsteven duidelijk een “puntje omhoog” gekregen had met aanpassingen aan beslag en botteloef. De botteloef was daarvoor door de voorsteven geknikt gemaakt en moest weer gestrekt worden. Het neusje is weer stomper geworden.

Voorsteven voor en na de reconstructie 2025 (foto RvS)
Aangepaste voorsteven in zijaanzicht 2025 (foto RvS)

Bijzonderheden Noorderling

Zo zijdelings heb ik al bijzonderheden die we aan de Noorderling ontdekt hebben genoemd. Twee dingen wil ik expliciet benoemen en er dieper op ingaan. De lengte van deze tjotter en de bedelbalk.

- Lengte:
Over duidelijk is dat de Noorderling niet meer het schip is dat ze oorspronkelijk was. Net als bijna alle tjotters is ze “uitgezakt”. Dit is het duidelijkst te zien aan het achterschip. Hoeveel langer ze geworden is weten we niet. Wel kunnen we een inschatting maken hoelang ze ooit geweest moet zijn.
Hiervoor kijk ik op deze plaats naar de nu nog bekende Fjouwerachten. Tjotters die 4.80m lang waren. Deze lengte is onbetwist. Ze werd ingegeven door belastingwetgeving uit 1852. Deze wetgeving kwam in 1893 te vervallen. Voor zover er nog fjouwerachten uit dit tijdsgewricht over zijn, zijn ze allemaal uitgezakt van slechts enkele centimeters (Twa Sisters) tot een lengte tussen de vijf meter en vijf meter vijf. Een verlenging van ruim twintig centimeter! Dit vloeit voort uit de manier waarop de fjouwerachten geconstrueerd zijn. De Noorderling meet in 2024 4,83m. lengte. Gezien haar veronderstelde ouderdom en de zekerheid dat ze uitgezakt is, durf ik te denken dat haar oorspronkelijke lengte bij benadering 4.60m moet zijn geweest.

- Bedelbalk:
De bedelbalk lijkt origineel te zijn. Het snijwerk of de karakteristiek ervan, dat er te zien is, kom je bij geen enkel rond jacht tegen. Zichtbaar zijn twee gespiegelde, symetrisch gestileerde vissen. Het zouden aalachtigen kunnen zijn. Een rondvraag bij een aantal mensen over de afbeelding die te zien is leverde de algemene opmerking “vissen” op. Een specifieke opmerking was “puitaal”. De contourlijnen van de bedelbalk zijn zoals Van der Zee ze maakte.

Helaas bestaat er geen oude foto waarop de bedelbalk in zijn geheel te zien is. Wel zijn er foto’s waarop delen ervan te zien zijn. Het snijwerk ziet er dan verfijnder uit. In 1996 heeft Jelmer Kuipers (Fries Scheepvaartmuseum) het schip geschouwd in opdracht van de heer Vermeer. Deze beschrijft de “vissen” als “snoeken”.

1996 getekend door Jelmer Kuipers (FSM) in voorbereiding op de uitgave van het boek Tjotters en Boatsjes van Dr Ir J. Vermeer. Op de onderste tekening is de “sprong” aan de bovenzijde van de bedelbalk zichtbaar gemaakt.

- Bouwperiode:
Hoewel met de nodige slagen om de arm, immers de verwijzingen zijn niet concreet, veronderstellen wij dat de Noorderling stamt uit het laatste kwart van de 19e eeuw.


6 Mogelijke herkomst, een hypothese

Nadat veel mogelijke bouwers afgevallen zijn in ons onderzoek is, in aanmerking nemende dat de oorspronkelijke lengte 4.60m zou zijn geweest, het vervolgens verleidelijk om wederom in de bekende werfboeken van Lantinga en Van der Zee te gaan zoeken naar een scheepje van 4.60m. Lantinga valt waarschijnlijk af, omdat van deze werf slechts documentatie vanaf 1904 bekend is, al vinden we daar wel een vijftal potentiële kandidaten, waarvan vier afvallen omdat ze een te zeer afwijkende breedte hebben. Dit gekoppeld aan de veronderstelde bouwperiode, eind 19e eeuw, past een bouwjaar in de 20e eeuw niet, al is die grens dun.

In de werfboeken van Van der Zee komen slechts een paar scheepjes van 4.60m voor. Een ervan is de Kloekie, een scheepje waarvan we weten dat ze ooit verbrand is. Daarmee valt ze buiten ons onderzoek. Daarnaast wordt in de werfboeken een scheepje met een lengte van 4.60m beschreven dat in 1883 gebouwd is voor Wieger Visser uit Gaastmeer. Wieger Visser was palinghandelaar en je komt hem in wedstrijdverslagen van 1883 tot 1892 met twee tjotters tegen: de Friesland en de Drie Gezusters. Na 1892 zeilt hij nog steeds met een Drie Gezusters, maar dit is de huidige Twa Sisters. 

Voorzichtig denk ik dat de Noorderling wel eens de oude Friesland geweest zou kunnen zijn geweest. Leg hier nog eens de privé situatie van Wieger Visser naast, hij was in 1886 weduwnaar geworden en hij had drie dochters …….. Zou het denkbeeldig kunnen zijn dat hij de Friesland omgedoopt heeft tot Drie Gezusters?? (Dat een schip door een eigenaar herdoopt werd gebeurde vaker. De naam van het schip stond lang niet altijd in, op of aan het schip vermeld. Er zijn meerdere voorbeelden bekend waar de eigenaar de naam veranderde).
Maar dit blijft vooralsnog een hypothese.

Wanneer de Noorderling de “boot” uit 1883 is, dan is daarmee wederom het bewijs geleverd dat Van der Zee niet alleen gepiekte tjotters bouwde. Immers de Wilhelmina, en de Aurelia beiden uit 1883 zijn evenmin gepiekt. In 2025 zijn Robin en ondergetekende op bezoek geweest in het Zuiderzeemuseum om de Wilhelmina te vergelijken met de Noorderling. De verschillen zijn helaas opvallender dan de overeenkomsten. De vorm van de bedelbalk van de Noorderling en de Wilhelma komen overeen, evenals de vorm van het spinnegat.
We zetten Van der Zee vooralsnog op de reservebank.

Tegenover Van der Zee als mogelijke bouwer moet Lantinga geplaatst worden. In het boek Tjotters en Boatsjes blz.78 tabel 6.18 nr.9. Er wordt geschreven dat Lantinga uit IJlst in 1917 een tjotter van 4.70 x 2.05m bouwt voor de werf van Wildschut uit Gaastmeer tbv. de heer Postma uit Gaastmeer, knap en best gemaakt met snijwerk zonder koperwerk, zonder tuig. 10 gulden voor Wildschut. Van dit schip is niets overgeleverd. Maar het is wel een potentiële kandidaat de Noorderling te zijn. 

Het scheepje is echter vijf centimeter smaller. Omdat we van dit scheepje tot nu toe helemaal geen verdere informatie konden vinden plaatsen we deze eveneens op de reservebank.
Juist de opmerking dat het gemaakt is met snijwerk maakt de stap naar de Noorderling kleiner. Haar snijwerk is qua vormentaal moeilijk te plaatsen. De vissen op de bedelbalk hebben een grote overeenkomst met visachtige in het (gemeente?)wapen van Gaastmeer.

1 november 2024 Gaastmeer

Hoewel we gezocht hebben in en om Gaastmeer hebben we in relatie tot de Noorderling geen verdere aanknopingspunten gevonden. Curieus is natuurlijk wel dat Gaastmeer tijdens ons onderzoek bij herhaling naar voren komt. Sinds Robin eigenaar is vaart ze wederom bij Gaastmeer.

Noot : Wieger Visser uit Gaastmeer gebruikte de snoek als een beeldkenmerk. Wanneer de vissen op de bedelbalk van de Noorderling gestileerde snoeken zijn, zoals Jelmer Kuipers verondersteld, dan zou je dit vervolgens als een verdekte verwijzing naar Wieger Visser kunnen zien. 

Ons onderzoek richt zich nu vooral op Gaastmeer. We hopen daar ooit nog foto’s te vinden waarop de Noorderling te herkennen is. Zonder een sluitend bewijs te kunnen leveren wie werkelijk de bouwer van de Noorderling is geweest, tekent zich bij ons een af waar we een lichte voorkeur voor hebben. We vervolgen onze speurtocht.


7 Bronnen

Zonder de volgende mensen was deze beschrijving en zoektocht naar haar verleden  niet mogelijk geweest:

  • Pier Piersma, Heeg (eigenaar tjotter Froask)
  • Jhr. Six jr.
  • Jhr. Albert Six, Scheveningen (eigenaar boeier Pleuntje)
  • Marijke Wilmans, Groningen
  • Martijn Perdijk (Werf Wind&Water), Heeg (eigenaar tjotter Hilda)
  • Jac. Lok, Zwartsluis
  • Hans Seijlhouwer, UB VU, Amsterdam
  • Henk van der Meulen, Sneek
  • Jhr. Tjalling van Eysinga, St.Nicolaasga (oud eigenaar Fries jacht Tjibbe Gearts)
  •  Peter Hamer, Veere
  • Carel Kam
  • Dirk Kam
  • Willem Kam
  • Hak van der Sijp (eigenaar Fries jacht Joris)
  • Jeanette Tigchelaar, Fries Scheepvaartmuseum Sneek
  • Jelle Koenen, Fries Scheepvaartmuseum Sneek
  • Siebe Haagsma, Leeuwarden (eigenaar Fjouweracht Twa Sisters)
  • Jan Eissens, Stamboekbeheerder SSRP
  • Greetje de Boer, Workum
  • Anneke Hoogterp, Gaastmeer
  • Jaco Bleeker, Wormer (eigenaar Fjouweracht Jonge Minne)
  • Deborah Bleeker – Duyvis, Wormer (eigenaresse Fjouweracht Jonge Minne)

8 Naschrift van Robin

Tijdens het schrijven en beschrijven van de geschiedenis van de tjotter Noorderling vroeg ik op enig moment aan Robin of hij op kon schrijven wat hij zo aantrekkelijk vind in ronde jachten, het restaureren en de tjotter Noorderling in het bijzonder. Een lastige vraag want tijd om te schrijven heb je tijdens zo’n restauratieproject niet. We kennen elkaar al vanaf 1977 en hebben vaak uren lang over de door ons zozeer bewonderde en geliefde scheepjes gesproken. Van heel veel kennen we de details en onze gesprekken moeten voor mensen die niet ingevoerd zijn in de materie van ronde jachten soms wel onnavolgbaar zijn.
Wat ik van Robin kreeg is een lijst met steekwoorden. Ik moest er zelf maar een verhaal omheen schrijven. De lijst met steekwoorden was ongeveer als volgt: machines, houtbewerking, vioolbouw, historie, repareren, restauratie, perfectionist, constructies en technieken uitdenken, zin in een restauratie klus. Bij een aantal punten was Robin iets uitgebreider in zijn opsomming maar meer dan twee kantjes was het niet. Alle opmerkingen zijn relevant.
Wat de Noorderling betreft, ons verhaal begint in 2018. Robin en ik zijn toen voor het eerst bij het scheepje wezen kijken. We kenden het niet, en het werd via de website Marktplaats.nl te koop aangeboden. De vraagprijs was 3000,- Euro. Noch Robin, noch ik hebben het scheepje toen gekocht. Toen Robin in 2019 eigenaar werd was hij herstellende van een Whiplash. Zelf vond hij dat de aanschaf nog twee jaar had moeten wachten maar de restauratie hielp zeker om zijn hoofd weer “op gang te krijgen”. Door de whiplash was hij nauwelijks in staat om meer dan een paar uur iets te doen. Zowel lichamelijk als geestelijk. Zoals al eerder aangegeven was de veronderstelling dat het vlak niet de kwaliteit bezat die het zou moeten hebben. Onmiddellijk na aankoop, toen er echt gekeken kon worden hoe de staat van het scheepje werkelijk was, werd de twijfel bevestigd. Dit klinkt misschien heel triest, maar Robin had al heel lang zin om een dergelijke restauratie klus te willen doen. De restauratie was ingecalculeerd.

​Robin verwoordde het ongeveer als volgt:

“Waarom?, TV kijken kan altijd nog, op de bank hangen ook en dat geeft geen waardevolle voldoening. Ik zoek naar dingen die mijn gedachten en gevoelens triggeren, om dingen te doen die anderen niet doen. Het is je leven waarde geven. Ik hou van details in afwerking zowel van hout als metaal. Een oud jacht moet je blijven intrigeren. Eigenlijk moet je er steeds weer nieuwe dingen aan blijven ontdekken. Dat maakt zulke jachtjes lekker en daarom is beslag belangrijk. Bij de Noorderling was er helaas weinig oud beslag over. De lummel en het lummelpotje waren van de gaffels van rvs spanners gemaakt. Iedereen kan een stuk ijzer buigen en er een gaatje in boren, maar het lijkt niet. Ik zoek naar andere oplossingen, het moet meer authentiek zijn. Daarom laat ik een lummel smeden in Oss. 

Smeden is ook zo’n intrigerend ambacht. Het liefst zou ik hem de hele dag op zijn vingers kijken hoe hij dat doet.
Ik heb honger om dingen te kunnen. Restaureren geeft nieuwe inzichten in het leven: ik kom nieuwe mensen tegen, omgang geeft nieuwe vrienden, ik leer mijn vrienden beter kennen, kom bij bedrijven waar je anders niet zomaar naar toe zou gaan. En, ik vind het ook erg leuk om kennis te delen. Iets wat ik vroeger zelden deed. Mede hierdoor maar natuurlijk ook door heel andere dingen heb ik meer zelfvertrouwen gekregen. Ik kan beter uitleggen waarom ik welke keuzes maak.
Je hebt zelfvertrouwen nodig om de zaag in een stuk hout te zetten. En wanneer je een fout(je)maakt? Dan is er vaak een oplossing te vinden of je pakt een ander stuk hout en begint opnieuw. Van mijn leermeesters heb ik geleerd dat het wel goed komt!
Je moet beslissen over wat te doen en tot waar. Wat er een volgend jaar gedaan kan of moet worden. Wat misschien beter nu gedaan kan worden. Een andere factor die een rol speelt is dat ik wil zeilen. Niet volgend jaar, maar nu. De kriebel is overgegaan in serieuze jeuk! Mijn eerste zaagmachine kocht ik toen ik zeventien was. Ik kon toen ineens meer dan eerder. Goed gereedschap geeft meer mogelijkheden en het werken met machines en gereedschappen vind ik leuk. Een cursus viool bouwen heeft me geholpen om meer handgereedschap te gebruiken. Het goed kunnen slijpen en het scherp houden van mijn gereedschap heb ik daar geleerd. Een beitel moet zo scherp zijn dat je de haren van je arm kunt scheren.
Repareren is een plank, een spant, een schroef vervangen. Restaureren is eerst onderzoeken hoe het gezeten heeft, hoe het eruit gezien heeft, hoe het gemaakt is, wat er gebruikt is en vervolgens deze kennis gebruiken om het nieuwe deel te maken. Ik hou van de historie en het ontdekken van de geschiedenis en vooral hoe het er vroeger uitzag. Zichtbaar roestvrij staal hoort daar niet bij. Zeker niet bij een tjotter. Voor de bevestiging van de houten delen worden wel roestvrij stalen schroeven gebruikt. De delen kunnen dan nog een keer los gehaald worden. Het gebruik van roestvrij staal biedt dan veel voordeel. De schroeven worden wel afgedopt met een eikenhouten propje.
Ik steek liever meer tijd in hetgeen ik doe. Alles moet goed passen. Tussen alle niet goed sluitende constructies kan water komen en wanneer dat niet goed droogt is de eerste bron voor houtrot een feit. Wanneer je met een paar keer extra schaven een beter sluitende naad krijgt, dan moet je dat doen. Je moet er ook rekening mee houden dat de schroeven de gangen goed tegen de leggers aan trekken. Ik vind het leuk om constructies uit te denken en problemen op te lossen. Zo heb ik drie maanden nagedacht hoe ik de boutgaten moest boren door het doft en de mastkokerwangen. Ik heb er met de nodige mensen over van gedachten gewisseld. Uiteindelijk heb ik een boormal gemaakt en in een half uur was het klaar. De boor kwam precies daar door het doft waar ik het wilde hebben.

Een houten boot restaureren is een groot genoegen. Het geeft enorm veel genot, voldoening, energie, zelfvertrouwen en het is bovendien een welkome fitness workout."

Boormal voor gaten in het mastdoft voor bevestiging van de mastkoker (foto RvS)

9 Spinnegat

In geen enkel onderzoek naar de geschiedenis van ronde jachten vind je een beschrijving van de zogenaamde spinnegaten. Een gat in de “rugleuning” van de achterbank, onder de hennebalk. Een gat dat vaak afgesloten is met een versierd deksel, waarin al of niet een slot verwerkt is. Achter het gat zit vaak een kastje waarin wat kleine dingen opgeborgen kunnen worden. Zelf had ik altijd de vaste gewoonte daar mijn sleutelbos en portemonnee op te bergen wanneer ik ging zeilen.
Spinnegat en spinnegatdeksel zijn fenomenen die we allemaal kennen. Ik en, zo bleek me, ook Robin hadden er nooit bijzondere aandacht aan besteed. Waarom niet? ………..
Toen mij in 2024 een in 1960 gemaakte foto van de tjotter Arken in de handen viel, werd mijn aandacht getrokken door het spinnegat dat op die foto zichtbaar is. Het was identiek aan het spinnegat van de Noorderling. 

Fjouweracht 'Arken' 1960

Terwijl we bezig waren met de geschiedenis van de Noorderling zijn we en passant een nevenonderzoek begonnen naar spinnegaten. Een tijdrovende zoektocht, waarbij het resultaat er uiteindelijk mag zijn. Vrijwel alle foto’s die we vonden waren van matige kwaliteit, maar de hoofdvormen tekenden zich duidelijk af. Na inventarisatie concludeerden we vooral dat we nog eens bij alle schepen langs moeten om de spinnegaten goed te fotograferen en het onderzoek breder te maken. In het onderzoek naar de herkomst van de tjotter Noordeling hebben we voldoende vergelijkingsmateriaal gevonden.

De reden waarom we met nadruk aan het inventariseren geslagen zijn met de spinnegaten is de volgende: Bij veel ronde jachten is de plank waarin het spinnegat zit bij restauraties niet vervangen. Gewoon omdat het stuk hout waarin het spinnegat zit lang niet altijd vervangen hoefde te worden. Het was onbeschadigd en had de tijden overleefd. Omdat deze plank vaak nog origineel is mag er ook gesteld worden dat de spinnegaten meestal oorspronkelijk zijn. Vervolgens was onze conclusie dat een origineel spinnegat gezien kan worden als de handtekening van de bouwer.
Bij onze inventarisatie kwamen er een paar hoofdvormen van spinnegaten naar voren. Hierna probeer ik ze te beschrijven, een geef ik aan bij welke schepen we ze zien. Een vingerwijzing naar de bouwers van deze schepen.

Spinnegat tjotter Pompeblêd

Oog, boven en beneden gelijke curve (als ventilatie gat)

Oa. te zien bij Murkjen (toegeschreven aan Lantinga), Joris (toegeschreven aan Lantinga), Pompeblêd (Douma), Vrijheid (toegeschreven aan Lantinga), Sentina (Van der Werf Drachten), Bestevaer I (Lantinga).
Deze vorm komt algemeen voor, niet altijd afgesloten met een spinnegat deksel. Je komt het tegen bij meerdere bouwers van ronde jachten. Bij de “jongere” bouwers zoals Berend de Jong en Pier Piersma zie je deze vorm.

Spinnegat Fjouweracht Vrouwe Anna Beatrijs

Langwerpig Ovaal gat

Vrouwe Anna Beatrijs (1907)(Lolke Lantinga), Hilda (bouwer onbekend), Tjibbe Gearts (Lantinga), Nemo (Lolke Lantinga), Sperwer (museum Newport) (Van der Werf Sneek), Hommel (bouwer onbekend), Lytse Bever (E.T. Holtrop IJlst).
Het ovale spinnegat lijkt te verwijzen naar Lolke Lantinga als bouwer. Bij de schepen die op de werf van Lantinga in IJlst zijn gebouwd is het niet altijd duidelijk welke Lantinga, Otte (1815-1901), Lolke (1845-1923) of Feike (1882-1957) een schip gebouwd heeft. Van een aantal schepen weten we met zekerheid welke Lantinga (O,L,F) het gebouwd heeft. Dit kan zijn omdat er een kwitantie bewaard gebleven is, omdat er een bouwjaar bekend is of omdat er tijdens de bouw over gepubliceerd is. De tjotter Vrouwe Anna Beatrijs is in dit verband belangrijk. Van dit schip bestaat de oorspronkelijk kwitantie nog. Ondertekend door Lolke Lantinga in 1909. Dit schip heeft een ovaal spinnegat. Het heeft er de schijn van dat schepen met een zelfde spinnegat door Lolke gebouwd kunnen zijn. Ze moeten in dat geval getoetst worden aan andere Lantinga kenmerken. Lolke Lantinga bouwde anders dan zijn zoon Feike.

Spinnegat Fries jacht Wytske lastig te zien, de rechte zijkant zit links

Ovaal met een rechte zijkant

Wytske (Croles). Helaas is dit het enig bekende ronde jacht gebouwd door Croles uit IJlst. We weten dan ook niet of andere op die werf gebouwde schepen een zelfde spinnegat hadden.

Spinnegat Fjouweracht Ideaal

Rechthoek

Ideaal (Kalkman). Dit spinnegat is vanwege zijn rechthoekige vorm in deze beschouwing opgenomen. Nadere bestudering leerde dat dit gat op deze manier gemaakt is bij een restauratie. Het gat is niet oorspronkelijk. Ondanks deze kennis hoort het wel in dit overzicht thuis. Het spinnegatsdeksel past bij dit schip op twee manieren. Op de achterzijde ervan is ooit een pijl gezet om aan te geven wat de bovenzijde is.

Spinnegat tjotter Wylde Baerch

Hoge rechte zijkanten, rechte onderkant, gebogen curve bovenkant, spinnegatdeksel past maar op een manier.

Wylde Baerch, Neptunus (ZZM) (Van der Werf Britswerd). Het heeft gelijkenis met de spinnegaten die Feike Lantinga maakte. Het gat is relatief smaller (hoger) dan bij Lantinga.
De spinnegaten die gemaakt werden door Van der Werf in Britswerd tonen veel gelijkenis met die die Lantinga maakte. De vorm is wat hoger en daarmee slanker dan die van Lantinga.

Spinnegat boeier Minke Lokke

Rechthoek, gebogen curve bovenkant (klein), spinnegatdeksel past maar op een manier.

Bestevaer II (1953) (Feike Lantinga), Holland, Pleuntje (Lantinga), Anna (Nijdam), Tjeardbaes (toegeschreven aan Lantinga), Sylnocht 1938 (Feike Lantinga), Nut en Nocht (Lantinga), Minke Lokke (Lantinga), boeier Sylnocht (Lantinga).
Deze spinnegatvorm kom je bij de nodige schepen tegen. Hoewel het er de schijn van heeft dat deze vorm vooral door Feike Lantinga gebruikt is, zie je deze vorm ook bij de Anna, een tjotter die aan de voorganger van de Lantinga’s wordt toegeschreven: Nijdam. De Nut en Nocht uit 1908 is door Lolke Lantinga gebouwd. De veronderstelling dat Lolke Lantinga alleen ovale spinnegaten maakte wordt hiermee onderuit gehaald.

Spinnegat Fries jacht Roeland

Afgeplat rond

Roeland (Brandsma Franeker), Oude Liefde (Brandsma Franeker).

Spinnegat Aeolus

Gebogen curve boven en beneden , rechte zijkant SB recht, BB recht (BB hoger dan SB), spinnegatdeksel past maar op een manier.

Aeolus (1894, Van der Zee), Twa Sisters (1892,Van der Zee), Jonge Minne (1887, Van der Zee), Dolphijn (1868, Van der Zee), Njord (1867, Van der Zee), Frisia (Van der Zee), Kloekie (Van der Zee, in vlammen op gegaan, wel gedocumenteerd met foto’s), Wilhelmina (1883 ZZM, Van der Zee), Mercurius (1868 Van der Zee), Hou Moed (Van der Zee), boeier Njord (Wester Grou.) Drie Gebroeders (Paans), Maaike (onbekend, maar heeft een veelheid van Van der Zee kenmerken), Bonte Vogel (onbekend), Noorderling (onbekend), Arken (onbekend), Vivo (onbekend). 

De ene vertikale zijde is iets langer dan de andere.

De met zekerheid aan Van der Zee toegewezen schepen komen alle voor in de nog bestaande werfboeken en zijn beschreven. Alle hebben dezelfde vormgeving van het spinnegat. Het is daarom verleidelijk de schepen met een zelfde spinnegat daarom toe te schrijven aan Van der Zee. Dat dit niet zondermeer gedaan kan worden is duidelijk. Immers in het overzicht van de schepen hiervoor komen ook de bouwers Paans en Wester voor. Van Paans weten we dat het Friese jacht Hou Moed voor hen als voorbeeld heeft gediend. Je mag veronderstellen dat dit gekopieerd is. Naar de werf van Wester in Grou is voor zover mij bekend nooit diepgaand onderzoek gedaan. Bekend is dat de boeiers Mientje en Njord er gebouwd zijn. Namen van andere ronde jachten zijn mij onbekend. Wel is bekend dat de Westers een scala aan schepen verhuurden en onderhielden. Het is onduidelijk of zij telkens het zelfde model gebruikten voor hun spinnegaten of dat zij het “Van der Zee-spinnegat” kopieerden.

De Bonte Vogel, Noorderling en Arken hebben alle drie kenmerken die naar Van der Zee verwijzen. Zekerheid hierover hebben we (nog) niet. Ze lijken niet in de werfboeken voor te komen. Van de Vivo bestaan geen aanwijzingen over de herkomst. Tijdens het onder zoek naar de spinnegaten leek de overeenkomst tussen de planken waarin de spinnegaten van de Njord en de Vivo uitgespaard zijn gelijkenis te tonen. Verder onderzoek lijkt hier op zijn plaats.

Het spinnegat van de tjotter Noorderling waarmee alle andere spinnegaten in dit hoofdstuk vergeleken zijn (2024 foto RvS)

Voorlopige conclusie 2024

Van alle ronde jachten waarvan we spinnegaten op foto’s hebben kunnen vinden vallen de vormen die op de werf van Van der Zee uit Joure en die van Lantinga uit IJlst op. Bij Lantinga zou je gelijkvormigheid kunnen verwachten. Wat we vonden was bij Lantinga drie vormen voorkomen: het oog, het ovaal en de rechthoek met gebogen bovenkant. Bij Van der Zee valt de gelijkvormigheid bij alle schepen op. Het spinnegat van de Noorderling heeft deze vorm.


10 Beslag

Voor Robin is een tjotter niet slechts een houten schip. Voor hem moet het totale plaatje moet kloppen. Het houtwerk, het schilderwerk, het ijzerwerk, het tuig, de uitrusting. Omdat het ijzeren beslag voor een deel vervangen was door lelijk, niet origineel beslag soms zelfs van aan elkaar geknutselde stukjes roestvrij staal, heeft hij geïnvesteerd in nieuw op maat gemaakt gesmeed beslag.

Links het geknutselde lummelbeslag van rvs, rechts het door Rhett Eekels gesmeedde
Een deel van het beslag van de Noorderling (foto RvS)

Zelf heeft Robin schetsen gemaakt hoe hij een en ander wilde hebben. Rhett Eekels uit Oss heeft het gesmeed. Een smid die veel ervaring heeft met het varen en restaureren van Zalmschouwen. Het nieuwe beslag is voorzien van het ingeslagen logo van Rhett Eekels; een eikel.

Schets voor nieuw lummelbeslag 3 mei 2020 (tekening RvS)
Schets voor de taatsoplegging van de mast 22 mei 2020 (tekening RvS)
Rhett Eekels aan het smeden met de waterstag van de Noorderling

11 Katoenen zeilen, het tuig

Tot ongeveer 1960 was het gebruikelijk dat zeilen van katoen gemaakt werden. Bij de ronde en platbodemjachten werd het incidenteel langer toegepast omdat de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten een eigen voorraad doek had waar uit geput kon worden. Dit doek is opgebruikt. Anno 2023 wordt katoen niet meer toegepast bij nieuwe tuigen. Het doek wordt niet meer gemaakt.

Bij de Noorderling zit in 2023 nog altijd een set katoen zeilen. De Noorderling zeilt hier goed mee. Hoewel minder snel blijft ze in wedstrijden dicht in de buurt van de Fjouwerachten Twa Sisters, Jonge Minne en Hilda.

De zeilen van de Noorderling zijn vrij van schimmelvlekken. Het betekent dat sinds ze gemaakt zijn ze altijd goed onderhouden zijn. Lees: gebruikt en zorgvuldig gedroogd voor ze opgeborgen werden. Gezien de merken van zeilmaker Molenaar uit Grouw en de aanwezigheid van touwleuvers aan de fok moet het tuig ergens in de vroege vijftiger jaren van de 20e eeuw gemaakt zijn. Bewijs hiervoor in de vorm van een oude factuur ontbreekt.

Gezien ervaring van anderen met hun ronde jachten zal de tjotter sneller gaan zeilen met een nieuw dacron tuig. De grotere winddichtheid is hier mede debet aan. Daarnaast is een dacron tuig veel vormvaster en gladder dan een katoenen tuig.

Op deze plek is het misschien aardig om de ervaringen met het katoenen tuig op de Noorderling tussen 2019 en 2023 te beschrijven. Omdat katoen een natuurproduct is, moe(s)t je er altijd rekening houden dat het kon gaan werken. In de loop der jaren is het onderlijk van het grootzeil van de Noorderling ruimer geworden. Om het grootzeil goed te zetten moet het helemaal achter op de giek vast gezet worden. Zelfs achter het oog dat hier voor bedoeld is. De giek zou eigenlijk verlengd moeten worden. Kortom het grootzeil is zo opgerekt dat het binnen de bestaande verstelmogelijkheden geen goede bevestigings mogelijkheden meer zijn. 

In zijn algemeenheid kun je over de zeilen op een zeilboot zeggen dat de banen waarvan het gemaakt zijn op een zodanige manier over elkaar heen genaaid zijn dat er een bepaalde bolling gecreëerd wordt. Bij een katoenen tuig wil deze bolling zich in de loop der tijd gaan verplaatsen. Dit in tegenstelling tot een dacrontuig dat veel vormvaster is.

(foto Jaco Bleeker)

Toen Robin eigenaar van de Noorderling werd wilde hij het scheepje eerst volledig doorgronden en wilde hij weten hoe ze zeilde en hoe de boot zich tot het tuig verhield en andersom. Robin heeft veel met dit tuig gezeild. In 2023 meer dan 60x. Het is hem vervolgens gelukt om dit in 2025 te evenaren. Genoeg om een zuiver oordeel over boot en tuig te kunnen geven.

De Noorderling met katoenen tuig tijdens de Friese Regionale Reünie in Heeg op het eerste weekend in augustus 2023

In 2023 kreeg ditzelfde tuig tijdens een zeilwedstrijd op de Wijde Ee bij Oudega een aantal hoosbuien over zich heen. Het tuig werd door en door nat en het kromp wederom. Na deze onderdompelingen bleek dat vooral de lijken erg krompen. Het voorlijk van de fok kromp in die situaties zo’n 15 centimeter. Het doek kromp duidelijk anders, waarbij de bolling zich nogal ging verplaatsen. 

Dat zorgvuldig drogen dan van belang is zal duidelijk zijn. Vervolgens moet er daarna met zorg weer gezeild gaan worden. Zeilen met een rif is in zo’n situatie uit den boze. Robin, maar net zo goed eerdere eigenaren, zijn hier zorgvuldig mee omgesprongen. Bij goed gebruik en goed onderhoud kan een katoenen tuig zeker zestig jaar gebruikt worden. Het is niet vormvast.

Er zal een keer een volledig nieuw dacron tuig moeten komen en als bijkomende aanpassing zal de giek nog een fractie verlengd moeten worden. Voordat er een nieuw tuig komt moet de botteloef nog in de oorspronkelijke positie geplaatst worden. Deze wijst nu duidelijk omhoog. Oorspronkelijk was het bijna horizontaal geplaatst. Dit is zichtbaar op oude foto’s. Bij het inmeten van een nieuwe fok is het handiger deze verandering op voorhand door te voeren. En passant kan de voorsteven dan gemodelleerd worden naar de situatie die op dezelfde foto’s te zien is.

2025

In 2025 is de Noorderling voorafgaand aan de lustrumreünie van de SSRP gemeten door de Verbondsmeter Hans Voskuil van het Watersportverbond. Dit heeft geresulteerd in een meetbrief met een tvf (tijdsverrekeningsfactor) en een zeilnummer dat als herkenningsteken in het zeil gevoerd wordt. Robin gebruikt het in het grootzeil het nummer 24RE. Hiermee kan hij met zijn Noorderling een realistische wedstrijd zeilen in een veld met andere tjotters. 

Inmiddels heeft Robin besloten het oude katoenen tuig te laten vervangen door een dacron set. De inmeting hiervan is in oktober 2025 gedaan. Samen met Robin zijn wensenlijstje hoe het tuig er uit moet gaan zien zal het in de winter 2025 / 2026 gemaakt gaan worden. De meetbrief en tvf zullen vervolgens weer aangepast gaan worden.