Deel B Gedocumenteerde jachten per wedstrijdklasse
1. Klasse 2-4 ton
DNS = tijdschrift De Nederlandsche Sport, met jaargang of volgnummer
SM = Scheepvaartmuseum Amsterdam
Wilhelmina is de vermoedelijk enige bewaard gebleven klassieke houten centerboard. Wilhelmina was langdurig in eigendom bij de familie Veen. Later was de boot van Ferwerda. Het was een snelle zeiler, die op wedstrijden vaak voorin zat. Wilhelmina werd waarschijnlijk begin jaren '80 gebouwd. Het Fries scheepvaartmuseum veronderstelt dat de boot in Amsterdam is gebouwd. In het Zuiderzeemuseum is sprake van de herkomst "Momburg" Dat laatste kan een verbastering van Hamburg zijn, wat zou kunnen betekenen dat ook dit jacht door werf Heidtmann is gebouwd. Het is een gematigd ontwerp met rechte voorsteven en gestrekte lijnen. Het vertoont gelijkenis met de oude Duitse Rennjolle.
Wilhelmina werd hard gezeild. Ze werd in 1891 gemeten "met zes zakken grint". Buiten de wedstrijden had het jacht een hoge afneembare roefkap.
Ze krijgt in 1895 een nieuwe huid, en is daarna opnieuw een gerespecteerde concurrent. Over de Wilhelmina bestaat veel documentatie. Er is tot na de oorlog veel mee gezeild.
Het originele jacht staat sinds 1989 in volle glorie opgesteld in het Zuiderzeemuseum. Er zijn foto's, tekeningen en documentatie over de respectievelijke eigenaren. Het Fries Scheepvaartmuseum exposeert een mooi recent model. In het archief van de werf Bernhard zit een tot in details gelijkend lijnenplan. Dat ontwerp is wat gestrekter, zonder aanduiding van een midzwaard.
1.2 Mouette
In 1891 vermeldt DNS het nieuwe "kottertje" Mouette van Grisar. Het jachtje zou een zware loden kiel hebben. Mouette bleek later zeer succesvol, en won op het thuiswater in Antwerpen vrijwel alles. Mouette verscheen ook in Holland aan de start en was ook daar succesvol.
Mouette ("1895") was een Vlaams jachtje, van een eigenaar uit Antwerpen.
Een lijnenplan ligt waarschijnlijk onder vd.nr. 15820 (IV-G-60) in het SM, overigens met de foutieve vermelding "10.60 x 3.60". Deze blauwdruk is op fiche nauwelijks leesbaar. Blijkens het meetregister zijn de werkelijke afmetingen:
los 8.67
W 6.37
brd 2.30
1.3 Vlieg
De Vlieg werd in 1895 door en voor Molenpage in Amsterdam "bij De Omval" gebouwd. Het was een lichte centerboard met zeer lange overhangen, gebouwd voor wedstrijden. Vóór had de boot een heel licht gekromde lepelboeg. Molenpage maakte zelf het ontwerp, en oogstte voor zijn zelfstandige initiatief veel bewondering. Het jachtje had een sloeptuig met holle mast en een bamboe (!) gaffel. De ijzeren kiel woog slechts 75 kg, het zwaard van 2,00 x 0,75 m was 80.kg.
In DNS nr 667 is een foto (zijaanzicht) afgebeeld bij licht weer. Het profiel doet denken aan dat van de engelse 1-rater Sorceress, zoals afgebeeld in Dixon Kemp.
De Vlieg blijkt in haar klasse een snelle zeiler. Ze weet ook in sterk bezette wedstrijden prijzen te winnen.

Silvana werd in 1890 in Hamburg door de werf Heidtman gebouwd en per stoomschip in Nederland afgeleverd. Het was een sierlijk jachtje met een sterk vallende klipperboeg en gestrekte lijnen achterin. Ze had een kiel met (volgens een vermelding in DNS) 950 kilo lood. Wellicht is dat een vergissing: het lijkt nogal veel.
Fok en grootzeil waren samen 74 m2.
Eigenaar was Teves, die eerder de Tjandi bezat. In het Fries Scheepvaartmuseum hangt een mooi halfmodel van de Silvana. Er is een aantal foto's van het jachtje tijdens wedstrijden in Friesland.
loa 9.00
lwl 7.00
brd 3.00
1.5 Gitana
Gitana werd in 1892 door Bernhard gebouwd voor Van Pallandt. Het was een zeer breed en ondiep scheepje met rechte voorsteven en onder water schrale lijnen. Het ontwerp was afgeleid van de grotere en zes jaar oudere Yum Yum. Het was blijkens correspondentie de opzet om naar dit ontwerp meerdere jachtjes te bouwen, maar nergens blijkt dat dit werkelijk is gelukt.Gitana bleek zeer snel. Het was een van de weinige scheepjes die de Mouette partij konden geven. Bestek, lijnenplan en tuigplan bleven bewaard in het Scheepvaartmuseum (A'dam)
2. Klasse 4-6 ton
DNS = tijdschrift De Nederlandsche Sport, met jaargang of volgnummer
SM = Scheepvaartmuseum Amsterdam
2.1 Nautilus
Een Nautilus van de Amsterdammer Schutte wordt al genoemd als winnaar van een wedstrijd van de KNZRV in 1882. Nautilus wint dan van Marguerite en Eugenia.
Nautilus was een brede lage centerboard met rechte voorsteven, breed uitwaaierende boeg en brede lage spiegel. Ze was overnaads gebouwd en had een vaste lage roef met ronde voorzijde. Nautilus verscheen regelmatig aan de start in Friesland en was ook daar succesvol.
Er zijn afbeeldingen van de Nautilus in Sneek, onder meer tijdens de Sneeker Hardzeildag van 1883. Het Fries Scheepvaartmuseum bewaart de zilveren "Nautilus beker". Deze beker werd in 1890 gewonnen door de familie Schutte uit Amsterdam, met de gelijknamige centerboard, aldus het jaarboek van het Fries Scheepvaart Museum 1971-1972. Er is verwarring mogelijk met een tweede Nautilus of Nautiles, met klipperboeg.
In het archief Bernhard in het SM liggen een lijnenplan en halfmodel van de Nautiles, gedateerd op 1884. De naamgeving van het plan is cryptisch: "Nautiles, voorheen Union". Het zou blijkens bijschrift gaan om een ontwerp dat boven de waterlijn is aangepast. Van een centerboard Union is niets bekend. Het lijkt verder niet aannemelijk dat er in één van beide gevallen verwantschap is met de Nautilus die volgens overlevering dertig jaar eerder werd geïmporteerd uit de USA. De oudere Amerikaanse jachtjes hadden in de regel een aangehangen roer.

De Nautiles van het lijnenplan is een ondiepe centerboard met kajuit en klipperboeg. De kajuit heeft een rondlopende voorzijde en een achtkantig schijnlicht. De overhangen zijn kort. Het fries Scheepvaartmuseum heeft twee foto's van de Nautiles, zeilend onder fok en grootzeil. Het weinig gepiekte grootzeil heeft een korte rechte gaffel.
2.3 Johanna, later De Amstel

Johanna was een jacht van één van de Smitten. Het jacht is waarschijnlijk voor 1886 gebouwd. Er zijn foto's van de Johanna tijdens de Sneeker Hardzeildag, waarschijnlijk in 1883. ("Sneeker hardzeildag", Halbertsma Uitgever van Kampen pag 53). De volgende eigenaar was Hultzer, voorzitter van de vereniging De Amstel. De boot werd vanaf dat moment naar de vereniging vernoemd. Ze was zeer snel.
In 1887 en 1888 voerde de Amstel het veld in de klasse van 4 tot 6 ton aan. Aan die successen kwam een eind toen de Yum Yum van eigenaar Six zich in de strijd ging mengen. Ondanks verwoede pogingen van Hultzer en herhaalde refits, gedocumenteerd in DNS, kwam de Amstel daarna niet meer terug.
Er is verwarring mogelijk met een andere Johanna, eveneens van een Smit. Deze Johanna was een veel grotere kotter van 13.86 meter op de waterlijn.
los 10.20
W 8.33
Er is al een Hollondia (van Vink en Schouten) in 1886. De Hollandia is tot na 1890 een zeer succesvoljacht. Later is Veder de eigenaar. Hollandia liep aan de wind hard, harder dan Yum Yum. Voor de wind werd die voorsprong in de regel weer verspeeld. Schipper en bemanning van Hollandia werden vaak geroemd om hun kundigheid. Ze vormden een vaste verschijning voorin het veld. Hollandia heeft waarschijnlijk sterk geleken op een ontwerp van Bernhard voor een jacht van 11.35 m. Hiervan bestaan een lijnenplan en origineel halfmodel. Dit ontwerp vertoont een frappante gelijkenis met een groter Duits jacht dat is afgebeeld in Kunhardt.
Het type maakt een solide indruk, gestrekt en met minder holle lijnen en meer vrijboord dan bijvoorbeeld de nerveuze Yum Yum. In het SM ligt een fraaie foto met het opschrift "Hollandia" van een overeenkomstige centerboard tijdens wedstrijden op de Braassem. Het is niet zeker of dit de bewuste centerboard is, of dat wordt verwezen naar de organiserende vereniging van gelijke naam. Hollandia zal gezien de meting waarschijnlijk een rechte voorsteven hebben gehad.

2.5 Yum Yum
Yum Yum werd onder de naam Nellie voor Kol gebouwd op de werf Bernhard. Waarschijnlijk kwam de boot in 1886 gereed. In 1887 en 1888 bleek ze aanvankelijk minder snel dan de eerder genoemde concurrent Amstel.
In 1889 verscheen Yum Yum op wedstrijden onder de naam waaronder ze later bekend zou blijven. De naam is waarschijnlijk ontleend aan de destijds populaire operette Mikado. Daarin figureerde een Japanse schone van deze naam.

Eigenaar was nu Six. Six was voorzitter van de KZRV en zeilde met Bangert, Ze waren begaafde zeilers. Op de pinksterwedstrijden in 1890 in Amsterdam, versloeg ze de Amstel royaal. Vanaf dat moment voerde Yum Yum het veld aan. Later dat jaar (op 28 september) werd revanche geboden in een te houden wedstrijd op de Nieuwe Waterweg. Het werd een roemruchte prestigestrijd. Er werd gevaren van Rotterdam naar Hoek van Holland en retour. De twee tijden werden opgeteld. De wedstrijd werd door De Maas georganiseerd en omkleed met een uitgebreid programma. Er was veel publiek. Yum Yum en Amstel vochten hun strijd uit in een open wedstrijd in de categorie van 4 tot 6 ton. Daarnaast waren er wedstrijden voor jachten in de andere categorieën.
Van het evenement staat een beeldend verslag in Het Sportblad en DNS van begin oktober.
Aan de wind, op de heenweg richting Hoek van Holland, werden Yum Yum en Amstel ruim voorbij gelopen door de verassend snelle Hollandia. Op de terugweg viel de beslissing en "ging Yum Yum op de van haar bekende wijze weer vliegen als een meeuw". In opgetelde tijd was Yum Yum uiteindelijk slechts 8 seconden sneller dan de Hollandia. Het verschil met de Amstel was aanzienlijk.
Ondanks het bij deze gelegenheid geringe verschil met Hollandia werd geconcludeerd dat Yum Yum onbetwist de snelste van het veld was. Hollandia kreeg veel waardering voor haar onverwacht sterke tegenstand.
In 1891 kreeg Yum Yum een loden kiel, wat haar in staat zal hebben gesteld om nog meer tuig te voeren. Er is in dat jaar correspondentie tussen Bernhard en ontwerper Van Breen over de maat van het tuig. Van Breen waarschuwt dan voor het al te driest vergroten van het tuig: "bij kalm weertje zal 't wel gaan maar één onverwachte windstoot kan soms zo'n droeve les wezen". Maar: "de keus is geheel aan uw schrandere bevarenheid en praktische ervaringen." Was getekend "Na minzaam groeten Hoogachtend Uw dienaar H.L. van Breen". Het is overigens ook mogelijk dat het hier om de voorbereiding van de beoogde opvolger Waterlelie gaat.
Bij meting van de Yum Yum in 1891 is sprake van 5 zakken ballast.
Door zilversmid Begeer werd voor de vereniging Hollandia in 1891 een "prachtige zilveren medaille" geleverd met en gedetailleerde afbeelding van de Yum Yum, en de naam van de vereniging in de rand. Wellicht is deze nog bij de vereniging Hollandia in bezit.
Yum Yum hield haar positie tot 1894. Toen liep een nieuwe jacht van stapel dat was gebouwd om haar te verslaan.
Van Yum Yum bestaan foto's, lijnenplan, bestek en wedstrijdverslagen.
Discussie:
Vaak is de afgelopen decennia opgeschreven dat de Yum Yum een stalen centerboard was. Maar zelf heb ik daarvoor in originele bronnen nooit enige aanwijzing gevonden. Ik betwijfel of de werf in 1884 de bewerking van staal al voldoende beheerste om zo’n complexe rompvorm perfect strokend en licht genoeg te bouwen. Op bijgaande oude foto lijkt het eerder dat de huid was opgetrokken uit latten, zoals ook de Wilhelmina in het ZZM. De Wilhelmina werd vermoedelijk bij Heidtmann in Hamburg (“Homburg”) gebouwd. De werf Heidtmann leverde ook andere centerboards voor Nederlandse eigenaren. Het is wat mij betreft aannemelijk dat Bernhard dezelfde bouwwijze heeft toegepast. Maar ik zal er niet om strijden. Zeker weten we zulke dingen niet.
Afbeelding in het blad "Averij"


2.6 Trekvogel (voorheen Truida van Smit)
De Trekvogel was een stalen centerboard. De boot was onder meer verenigingsjacht van de zeilvereniging Het IJ. Er is heel veel mee gevaren waarmee de boot een bekende verschijning was in Amsterdam en op de Zuiderzee. De Trekvogel verscheen soms in wedstrijden en wist een enkele keer te winnen. Het was een laag jacht met een steile klipperboeg. De Trekvogel zou volgens een latere eigenaar de neiging hebben om voor de wind flink te dompen. Het jacht had daarom karretjes met ballast, die naar achteren konden worden gereden. Foto en korte beschrijving staan in het boek "Zwervend langs het IJsselmeer" van Wim Kuyper (toen Twee Gebroeders). De boot was onder meer van Smit, Claasen, De Vries Lentsch en verenigingsboot van Het IJ. Waarschijnlijk werd de boot bij Smit in Kinderdijk gebouwd. Er is alleen een foto bekend, en vermeldingen in uitslagen en schepenlijsten.
loa 9.05
Iwl 7.89
brd 3.28
2.7 Rival, ex Surprise
De Surprise was een ontwerp van Edward Burgess. Surprise werd in 1891 bij Feyenoord in Rotterdam gebouwd. Opdrachtgever was Van der Pot. Er werd heel veel van de Surprise verwacht. Ze was met enige bravour aangekondigd als puur wedstrijdjacht, dat de Yum Yum van de troon moest stoten.
Het scheepje was een compromis tussen kieljacht en centerboard. Het jachtje vormt een zuivere kloon van de amerikaanse cat-boats, met ondiepe kiel en zwaard. De mast stond extreem voorin, maar voor de rechte voorsteven zorgde een lange spriet toch voor een grote voordriehoek. In het voorjaar van 1891 liet de trotse opdrachtgever de tekeningen afdrukken in DNS.
Helaas, er mankeerde van alles aan de constructie van het jacht. Na de nodige zorgen werd de boot alsnog bij Feyenoord in orde gebracht. De naam Surprise kreeg daarmee een onbedoelde betekenis. Dit was voor eigenaar van der Pot een bittere pil en na alle kinderziektes doopte hij de boot om in Rival. Een rivaal voor de snelle centerboards bleek het kottertje helaas ook al niet. Het jachtje dompte en liet zich op wedstrijden na een mislukt eerste optreden (de boegspriet brak af) nauwelijks meer zien. Een jaar later werd de Rival verkocht aan een nieuwe eigenaar. Rival was één van de laatste ontwerpen van een groot scheepsbouwer. Burgess overleed in het jaar van de twaterlating. Lijnenplan en zeilplan met beschrijving staan in DNS 465/466, 1891 Ook in het SM liggen een tuig- en lijnenplan.
2.8 Ventie poeh / Waterlelie
Een lid van de KZRV loofde op 28-11-93 tijdens de a.l.v. blijkens DNS een prijs van 100 gulden uit voor "een nieuw te bouwen jacht, dat in haar klasse de Yum Yum weet te verslaan." Elders in het blad staat een tweede bericht van de redactie: "Er ligt een ontwerp bij een bouwmeester met naam van een goede klank. Deze is bereid 50% van de kostprijs te laten vallen als de boot trager is dan de Yum Yum. Daarom .. een oproep aan een ieder om de Yum Yum de eer van het snelste jacht te zijn te betwisten". Zie DNS nr 593, 2-12-93, pag 6.
De bouwer van naam was Bernhard. Zijn initiatief is terug te vinden in het werfarchief, bewaard bij Het Kromhout, onder de werktitel "Ventie-Poeh". Bernhard was er uiteraard op uit dat de kroon van de Yum Yum zou overgaan naar een ander jacht van zijn werf. Hij zal extra zijn geprikkeld door het bericht dat bij De Vink in Gouwsluis voor Baron Van Pallandt al een centerboard op stapel stond. Van Pallandt wilde met zijn nieuwe jacht "naar een beroemd Amerikaans ontwerp" de strijd aanbinden met de Yum Yum (DNS 29-7-93). En verder was er het gerucht over de "racemachine" die in Rotterdam zou worden gebouwd (Surprise, zie boven).
Het ligt voor de hand om te veronderstellen dat het om dezelfde reden Bernhard zelf was die (anoniem) de prijs van 100 gulden heeft uitgeloofd, als lokker voor zijn ontwerp.
Toch vindt Bernhard voor de boot, die hij later Waterlelie noemt, geen opdrachtgever.
Uiteindelijk bouwt hij de Waterlelie in 1898 geheel voor eigen rekening. DNS vermeldt in dat jaar de tewaterlating. Bij de eerste thuiswedstrijd op het IJ is de boot echter niet succesvol. Het jacht van Van Pallandt had al vier jaar eerder de hegemonie overgenomen en stond deze niet meer af. De Waterlelie komt op het IJ op grote afstand binnen. Bij de vervolgwedstrijden een week later op de Zuiderzee geeft de Waterlelie kort na de start zelfs op. Bernhard behaalt ook later met de Waterlelie geen aansprekende successen.
De boot wordt volgens informatie van het Fries Scheepvaartmuseum verkocht aan H. Van Breemen. Bernhard zal er geen goede herinneringen aan over hebben gehouden.
In 1903 is de boot van Albert Velsink (Sneek). In 1898, 1907, 1910 en 1911 wordt deelname aan de Hardzeildag in Sneek vermeld. Het jacht komt ook uit op wedstrijden in Holland. De boot heeft dan een vaste kajuit.

De Waterlelie was naar ontwerp zeker een spectaculair jacht en buitengewoon sierlijk. De lijnen van de Yum Yum zijn in dit scheepje gecombineerd met een extreem slank voor- en achterschip met zeer grote overhangen en een sterk vallende klipperboeg. Het lijnenplan ligt in het SM.
Een showmodel in vitrine staat in depot in het Zuiderzeemuseum. Het jacht roept associaties op met een sierlijke vlinder.
Waterlelie leek snel maar helaas, ze was het niet.
2.9 Mascotte
In 1894 ging bij De Vink in Gouwsluis het nieuwe jacht van Van Pallandt te water. Dit jacht, de Mascotte is al snel tegen Yum Yum opgewassen en blijkt in de loop van het jaar inderdaad superieur. In nr 621 van DNS staat een beeldend verslag van één van de vele confrontaties tussen Mascotte en Yum Yum. Zoals meestal trekt Mascotte aan het langste eind. Dankzij veel stuurmanskunst en een goed getrainde bemanning weet Yum Yum niettemin nog regelmatig prijzen te pakken. De Mascotte had, net als de Waterlelie, extreem grote overhangen voor en achter. Maar afgaande op foto's had de Mascotte minder holle lijnen, een diepe lepelboeg en een breder en vlakker achterschip. Mascotte zal daarmee bij helling meer profijt hebben gehad van een verlengde waterlijn. Voor de wind zal het vlakke achterschip bovendien voordeel hebben gegeven. Mascotte was daarmee een moderner ontwerp.
Afmetingen Mascotte volgens DNS nr 580/1993:
los 10.90
iwi 7.13
breed 3.48
kettingmaat 4.27
Overhangen:
voor 1.91
achter 1.86
Board: 10 x 6 voet (!)
De wedstrijdtonnenmaat was 4.7 ton, gelijk aan de Yum Yum, maar kleiner en dus gunstiger dan de Waterlelie. Mascotte had een korte scheg voor het roer, en geen kiel. Het zwaard was, net als bij de Waterlelie, groot en diep.
Mascotte zette later ook in het buitenland haar zegetocht voort. Ze zeilde in 1900 op de Olympische Spelen in Parijs/Meulon naar de zilveren medaille in de klasse van 3 tot 10 ton. Het waren de eerste olympische zeilwedstrijden en het was de enige Nederlandse zeilmedaille in dat jaar.
Het prestige van de olympische wedstrijden was trouwens nog gering. De deelnemers waren vrijwel alle Frans. De organisatie was losjes. Bij de kleinere klassen, waar meer inschrijvingen waren, ontstond een chaos doordat de boten elkaar op de beperkte ruimte op de Seine voortdurend in de weg zaten. De grote jachten (groter dan 10 ton) zeilden in Le Havre. In DNS werden de wedstrijden aangekondigd als "een bezoek aan de wereldtentoonstelling in Parijs, en de daaraan verbonden zeilwedstrijden". Het was waarschijnlijk meer een evenement dan een wedstrijd. De Mascotte, gezeild door Smulders, ging niettemin naar huis met 1400 francs, de prijs voor een tweede en een vierde plaats. De resultaten van de twee wedstrijden werden niet opgeteld. Aan de uitslag en het verslag van de wedstrijden werd in DNS op geen enkele wijze aandacht besteed. Over de volledige uitslagen van de kleinere jachtjes is men het nooit helemaal eens geworden: niemand wist na afloop nog precies de finishvolgorde.
Mascotte markeert de overgang naar het modernere type Nederlandse open kieljachten van het begin van de 20e eeuw, zoals de bekende vierkante meterklassen. Vanaf 1903 werd ook het zeiloppervlak gemeten. De eerstvolgende olympische wedstrijden werden gezeild in de nieuwe internationale meterklassen.
Van Mascotte is alleen een enkele wat vage foto bekend.
3. Klasse 8-12 ton
DNS = tijdschrift De Nederlandsche Sport, met jaargang of volgnummer
SM = Scheepvaartmuseum Amsterdam
Nellie was een middelgrote midzwaardkotter. Nellie, in 1887 gebouwd voor Kol op de werf Bernhard, was afgeleid van het succesvolle Duitse jacht Klabautermann. Op een aantal lijnenplannen is te zien hoe het aanvankelijke ontwerp is gewijzigd. Eerst had het jacht (Nellie) een rond hek. In het Zuiderzeemuseum hangt een prachtige foto van Nellie, hard zeilend met een knik in de schoot. In 1889 werd Nellie verkocht aan Van Vloten die haar grondig liet verbouwen. Er kwam een verlengd achterschip met recht hek, een hogere kajuit en een waterkering. De naam werd Dauntless. Het Zuiderzeemuseum heeft een origineel getuigd showmodel van de Dauntless. Dauntless had een wedstrijdmaat van 11,6 ton en paste daarmee nog net in haar klasse.
LOA 14.50m
LWL 11.00m
BRD 3.92m
3.2 Najade
Een zijaanzicht van de Najade ligt in het Scheepvaartmuseum in Amsterdam. Het plan is gedateerd 1891. Najade is een compacte klassiek kotterjachtje van bijna 10 meter lwl, met klipperboeg, matige overhangen en een royaal vrijboord. De romp is ondiep, misschien had ze een midzwaard. Het was een stalen jacht.
In het Meetregister komt een Najade van overeenkomstige afmetingen voor. Het jacht staat op naam van Gouda, een Amsterdammer. In wedstrijden speelt het jacht van Gouda geen rol van betekenis. Waarschijnlijk was het toen vooral een tourjacht.
Het Fries Scheepvaartmuseum heeft een aantal foto's van het jacht Najade van Wouda te Sneek. Deze foto's zijn waarschijnlijk van na 1900. Het kan om hetzelfde jacht gaan, de gelijkenis is groot. Wouda zeilt wel mee in wedstrijden.
Ioa 13.75
lwl 9.81
brd 3.50

4. Klasse 12-20 ton
DNS = tijdschrift De Nederlandsche Sport, met jaargang of volgnummer
SM = Scheepvaartmuseum Amsterdam
4.1 Osiris, Isis en Zwerver
De kotters Osiris, Isis en Zwerver werden in 1890 door William Fife in Schotland opgeleverd. Alle drie jachten maakten in dat jaar op eigen kiel een zware overtocht naar Nederland. Eigenaar werden respectievelijk en Von Rath, Hoyack en Kol. Isis, Osiris en Zwerver waren vrijwel identieke kotters van circa 16.50 meter over alles. Ze zullen hebben geleken op tijdgenoten van Fife zoals de in Australië nog varende Sayonara en de gedocumenteerde Engelse Minerva. Ze waren wel wat breder en waarschijnlijk minder diep.

Het was de opzet om het wedstrijdzeilen in deze klasse in Nederland met deze impuls te stimuleren. De kotters voeren inderdaad vooraan mee in de wedstrijden. De tegenstand kwam vooral en van de eveneens uit Engeland geïmporteerde Magnolia en van de centerboard Stella.
Van de Nederlandse Fife kotters is geen afbeelding bekend.

4.2 Stella
Een jacht van Nederlandse makelij was de Fife kotters vaak de baas. Dit jacht was de Stella, gebouwd bij Bernhard naar ontwerp van Carey Smith. Carey Smith had in de USA onder meer naam gemaakt als ontwerper van de snelle sandbagger Cornet en de succesvolle America's Cup verdediger Mischief. Stella was een sterk en compact jacht met rechte voorsteven. Hoewel over dek ruim 3 meter korter had het jacht vrijwel dezelfde wedstrijdmaat als de Fife kotters. In de Stella zijn de lijnen en het dekplan van de Mischief te herkennen, maar dan op een kortere en gedrongener romp. Het jacht had een zo groot midzwaard, dat er voor gekozen werd om ter hoogte van de zwaardkast de roef te scheiden in twee slaaphutten. Zo kon de zwaardkast tot het kajuitdak worden opgebouwd. De op comfort gestelde Hollandse jachteigenaren hadden voor deze compromisloze aanpak net weer wat minder waardering.
De levering van 3 jachten uit Schotland betekende voor de Nederlandse jachtbouw ongewenste concurrentie. Dat is terug te vinden in de onderhandelingen over de opdracht voor de Stella tussen opdrachtgever Vos van Hagestein en bouwmeester Bernhard. De opdrachtgever bedong voor dezelfde prijs een aantal extra's, verwijzend naar de lagere prijs in Schotland. Volgens Bernhard maakte zijn kwaliteit het prijsverschil overigens meer dan goed.
Aangenomen mag worden dat Bernhard tenslotte onder de kostprijs leverde. Koper en verkoper kregen zo hoe dan ook wat ze wilden: een winnend schip van topkwaliteit waarmee hun naam in de boeken kwam.
Stella was een relatief breed en sterk jacht met een hoog kottertuig. Het ontwerp is afgedrukt in Het Sportblad 1890 nr 17. Het bestek is ook bewaard gebleven, met wat correspondentie. In de publicatie "Uit het album van de Zuidwesthoek" staat een afbeelding van een grote onbekende kotter in de haven van Stavoren. Dit zou de Stella kunnen zijn.
Afmetingen Stella:
4.3 Magnolia


Gebouwd in 1889 in Engeland naar ontwerp en bouw van de bekende ontwerper Payne van Southamton. Haar naam in Engeland was Decima, haar eigenaar St Julian Arabin. Deze 10-rater kotter won in Engeland vele prijzen in haar eerste jaren. Daarna werd de boot gekocht door de Nederlandse eigenaar Laverge, omgedoopt tot Magnolia en voorzien van een meer luxueuze inrichting. Het was een klassieke kotter met een zeer lange overhang achter en een rechte voorsteven.
Vanaf 1891 verschijnt ze in Nederland aan de start, en strijdt vooraan mee. Een foto van Magnolia is afgebeeld in het gedenkboek 2001 van roei en zeilvereniging De Maas.
los 14.15
lwl 11.10
brd 3.15
diep 2.55 (8,5 voet)
5. Klasse groter dan 20 ton
DNS = tijdschrift De Nederlandsche Sport, met jaargang of volgnummer
SM = Scheepvaartmuseum Amsterdam
5.1 Johanna

Johanna van L. Smit uit Scheveningen was ook een grote kotter. Ze wordt genoemd in een namenlijst in DNS in 1886, met een lwl van 13.86. Verdere gegevens ontbreken, en in het latere meetregister komt de boot niet meer voor.
In het lustrum boek 2001 van de KRZV De Maas staat een foto van een jacht Johanna van deze afmetingen: een volbloed kotter met lange overhangen en een hoog tuig.
lwl 13.86
5.2 Sirene
De Sirene van eigenaar Bundten is gebouwd door Heidtmann.
Als Bundten in 1891 komt te overlijden gaat het jacht naar Ankersmit. De naam blijft gelijk. Rond 1925 vaart het jacht nog in Nederland onder de naam Breeveertien. Afbeeldingen zijn niet bekend.
Jos 19.33
lwl 16.53
Nevermind was besteld door Ankersmit bij de werf Heidtman. Ankersmit koos uiteindelijk voor de grotere Sirene. Het ontwerp van de Never Mind kwam hiermee vrij, het was op 11-11-1890 gereed. De opdracht wordt overgenomen door Gheel van Gildemeester.
In 1891 (DNS 469) komt de Nevermind van Van Gheel Gildemeester in Amsterdam aan. DNS vermeldt onder meer dat het jacht onder Lloyds special survey is gebouwd. Het jacht heeft zeilen van Lapthon en Ratseys, en een kiel met 6000 kg lood. Het jacht is relatief diep gebouwd, waardoor kon worden volstaan met en klein zwaard, waarvan de kast niet boven de kajuitvloer uit komt. Met de voor en achter licht oplopende kiellijn heeft de boot een licht weggesneden voor- en achterschip, wat de wendbaarheid ten goede kwam en het nat oppervlak verkleinde.
Heidtmann zou behalve de Nevermind en de Silvana ook de Sirene, Henriette Georgine en Blondine hebben gebouwd.
Originele lijnenplannen van Heidtmann (1891) + Nederlandse kopieën (1892) komen in het werfdossier Bernhard voor, SM.
Bovendien komt uit de werfboedel het identieke vitrinemodel, dat echter een oud naamkaartje heeft "Zwerver gebouwd door Bernhard in 1892 voor Kol." Van de bouw van een dergelijk jacht door Bernhard voor Kol is in DNS 1891/1895 echter geen spoor terug te vinden. Blijkbaar is het kaartje een vergissing, of was de wens de vader van de gedachte. Lijnenplannen en zeilplan van de Never Mind liggen in het SM.
los 18.49
lwl 13.96
Miage was een Vlaamse yawl, in 1887 Antwerpen op de werf Royers gebouwd voor baron de Vinck de Winnezeele uit dezelfde stad. Miage was een lange, slanke en ondiepe centerboard, met een extreem lange overhang achter. Het sierlijke jacht doet denken aan de Never Mind, maar dan langer en minder diep.
Miage werd verschillende keren gemeten en verscheen regelmatig op wedstrijden, ook in Nederland.
De wedstrijdmaat van Miage was vrijwel gelijk aan die van de Sirene. Het jacht zal een kleine 20 meter lang zijn geweest.
5.5 Freya
Naar de lijnen van Sirene en Nevermind II werd in 1894 voor van Biesen de nog grotere Freya gebouwd bij de werf Meursing in Nieuwendam. Het jacht was 20.00 meter en had waarschijnlijk (als één der eersten?) hulpstoomvermogen. Het verticale stoomketeltje was achterin de kuip getekend.

Er zijn een lijnenplan en foto's van het jacht op de werf en voor de kant bij Meursing. Meursing was een pionier in stalen schepen en jachten. De werf zou later in verval raken en (in 1916) door Bernhard worden overgenomen.
De onbekende grote kotter "in Groningen", afgebeeld op een ansichtkaart in het Fries Scheepvaartmuseum is waarschijnlijk onderstaand jacht.
LOS 20.00m




























