
Pag. 316-322 SSRP Monografie 20 Lemsteraken van visserman tot jacht vervolg
door Mr. Dr. T. Huitema
Na de publikatie van mijn vorig overzicht - dat de uitgeverij Heureka te Weesp ook in boekvorm deed verschijnen - is gebleken dat de lijst van Lemsteraken, die als visserman zijn gebouwd en thans nog in Nederland als jacht varen zelfs nog verder kan worden uitgebreid. Bovendien kunnen thans een aantal drukfouten die helaas in de tekst zijn geslopen worden gecorrigeerd.
1911 - 'Nettie' - Auke van der Zee of was het 'Nethe'?
SSRP Stamboek Plaquette 1449
De werfboeken vermelden dat van november 1910 tot juni 1911 werd 'gebouwd voor rekening van het Rijk een staalijzeren oefeningsvaartuig model 'Lemsteraak' ten dienste van het korps torpedisten te Brielle, commandant overste J.C. Fabius. Grootste lengte 13.30 m holte midscheeps bij de waterlijst 2 meter over 't boord'.
De prijs die aan het Rijk werd berekend was als volgt opgebouwd:
| Omschrijving | Bedrag (f) |
| Werkloon (1386 uren + 10621 uren à 10 tot 15 ct ∣ 15 man) | 1.621,90 |
| IJzer | 1.439,54 |
| Tuigage | 770 |
| Zeillage | 435 |
| Vurenhout voor betimmering | 100 |
| Eikenhouten roer met leeuw en 2 eiken zwaarden | 165 |
| Schilderwerk | 89,99 |
| Smid | 175 |
| van Geldrop | 62,43 |
| Schilder | 130,18 |
| --- | |
| Totaal | 4.989,04 |
De door E. Romkema gemaakte tekening is hierbij afgedrukt.

De 'Nettie' deed tot 1940 dienst en viel toen in Duitse handen. Volgens een visserman uit Makkum zou het schip gedurende de oorlog daar in de haven gezonken hebben gelegen. In 1945 werd de aak gekocht door de luitenant W. Buyk te Dordrecht, die de naam in 'Boekje' wijzigde. In de vijftiger jaren gekocht door de Groninger antiekhandelaar 't Hart die de naam in 'Maartje' veranderde. Het schip lag in Stavoren en voer veel in Friesland. De oorspronkelijke grenen mast was door de lijnolie helemaal zwart geworden en de aak werd dan ook veelal aangeduid als de 'Maartje met de zwarte mast'. Het schip verkeerde inmiddels in slechte staat van onderhoud en werd toen eigendom van de heer van der Schie in Baarn, die in 1970 bij 'de Volharding' in Stavoren het vlak van een dubbeling voorzag en het interieur grondig moderniseerde. Daarbij werden helaas ook een paar typische, oude zeskantige, koekoeken verwijderd. De naam werd opnieuw gewijzigd en getransformeerd tot 'Albiobola', merkwaardigerwijs afgekort tot 'Albis'. In 1977 werd de heer W.E. Verhagen te Akersloot eigenaar en in het voorjaar van 1983 de heer B. van Wijk te Woubrugge. Het wedstrijdnummer is 58VA. In het weekblad 'Schuttevaer' van 26 febr. 1983 beschrijft de heer F. Loomeijer uitvoerig de 'Nettie'. Wij ontlenen hieraan het volgende:
'De 'Nettie' bracht het grootste deel van haar leven door op de Zeeuwse en Zuid-Hollandse wateren. Anders dan de schokkers was zij van achteren vrij vol gebouwd zodat zij met slecht weer ook voor de wind een prettig schip was. Voor een jacht was deze aak vrij zwaar gebouwd en zij kon zeker niet tegen de 16 m lange schokkers op. Tot in de dertiger jaren werd de 'Nettie' voor allerlei sportieve reisjes ingezet. Na de oorlog kwam zij niet meer in actieve dienst'.

Als kok fungeerde o.a. de torpedist A. Akkermans, die de indeling van het schip als volgt beschrijft:
'Eerst dan maar de roef. Die was niet groot maar wel gezellig met aan iedere kant een 1-persoons kooi. Daar sliepen de mannelijke gasten. Dan liep er vanuit de roef een gangetje naar het vooronder. In dat gangetje was de kooi van de schipper. Daar tegenover was er nog een hut en daar maakten de dames gebruik van. Vanuit het gangetje kwam men in het vooronder en daar had ik mijn kooi. Er waren aan boord ook nog twee wc's. Eén voor de gasten en één voor de schipper en mij. Er was dus wei gerief genoeg'.
Hij vervolgt dan:
'Wat het koken betreft, een kachel was er niet aan boord, Ik gebruikte ervoor een paar petroleumstellen. Er werden geen maaltijden klaargemaakt met 3 of 4 gangen, maar gewone burgerpot. Het inkopen er voor deed ik zelf. Ik haalde bij de majoor-adminitrateur zoveel geld als ik nodig dacht te hebben en tekende daarvoor. Een boekhouding was er verder niet, het was een kwestie van vertrouwen. Zo was het ook aan boord. Het kontakt met de officieren en hun dames was gezellig. Rangen en standen bestonden er niet; we waren onderweg één grote familie'.
Torpedist Akkermans beschrijft ook nog een reis in 1921:
'Als gasten waren deze keer aan boord 2e Luitenant Huisman met een vriend en hun Dames. 's Morgens vertrokken wij met goed weer uit de haven van Gorkum en voeren de Nieuwe Merwede af. Bij de Moerdijkbrug aangekomen moest de mast gestreken worden. Luitenant Huisman zou even het roer houden, dan kon de schipper mij even helpen bij het strijken. Onze stuurman stuurde mooi op de pijler van de brug aan en ik zei tegen de schipper: 'moet je eens kijken'. Hij wou direct naar het roer maar ik zei: 'blijf hier JO', want ik wou dat wel eens zien gebeuren. Nu was het laag water en de ondervoet van de brug lag droog en daar liepen wij op en bom daar zaten we. Er waren echter een paar spoorwegmannen op de brug aan 't werk en die lieten een lijn zakken. Zij trokken het schip een beetje heen en weer en wij kwamen weer los. Daarna lieten zij een emmer aan een lijn zakken en daar ging een fooitje voor hen in.
Wij voeren door naar Willemstad en daar hebben we overnacht. De volgende ochtend vertrokken wij met een vieze lucht waar je van alles van kon verwachten. Het plan was de Roompot uit te varen om zo naar Vlissingen te gaan. Nou, vergeet het maar. De 'Nettie' stampte en slingerde dat het niet mooi meer was. We hadden Zierikzee inmiddels al een heel eind achter ons. De beide Dames lagen ieder aan een kant van de roef in het gangboord over te geven en ik maar spoelen met zout water. Toen werd er scheepsraad gehouden. De Dames zagen groen van ellende. Wat mij betreft hadden we wel door kunnen gaan, maar vanwege de Dames werd besloten terug te gaan naar Zierikzee.
De volgende morgen maar weer op pad. Maar nu een andere koers. Via de Zandkreek, Veere en Middelburg naar Vlissingen. De dag daarop zouden we naar Terneuzen. Eerst naar buiten schutten. Daar lag een lege klipper. Het woei nog hard en die schipper ging een reef steken. Mijn schipper vroeg: 'zullen wij ook reven?' maar ik antwoordde: 'ben je bedonderd, dat kunnen we zo wel'. Nu waren mijn schipper en ik niet erg bekend op de Westerschelde, maar die klipper moest ook naar Terneuzen. Die schipper zei: 'vaar maar achter mij aan'. Zo gezegd, zo gedaan. Het was maar goed dat wij niet gereefd hadden want die klipper liep als een haas. Die konden wij niet bijhouden en hij liep een stuk op ons uit. Na een dag in Terneuzen gelegen te hebben werd het weer tijd om koers te zetten naar Gorkum. Over Hansweert en Wemeldinge ging het op huis aan en met een stevige handdruk en een goede fooi en lovende woorden over mijn prestaties als kok werd afscheid van ons genomen.'
1916 - VN78 'Vrouwe Joanna' - van Goor en Sprekman
SSRP Stamboek Plaquette 1196
Deze aak werd gebouwd voor de visser Harmen Diender, bijgenaamd 'de Mikke', uit Vollenhove. De naam is onbekend. In 1939 verkocht aan C. Bijl in Enkhuizen (EH39) en vervolgens aan Jan Westerink, bijgenaamd 'Jan Rem'. in Elburg (EB40). Diens zoon schrijft onder meer dat omstreeks 1950 de mast bij het vissen overboord werd gezeild en dat later nog eens de kluiverboom in een aak van de Zuiderzeewerken werd geboord! Rauwe zeilers kennelijk deze Westerinks!
Stofberg kocht vervolgens ook deze aak, die na verbouwing tot jacht, in 1969 werd verkocht aan de heer Kuipers te Laren. Sinds 1978 is de aak eigendom van de heer J.B. Bloemendaal te Leiderdorp onder den naam 'Vrouwe Joanna', met als wedstrijdnummer 131VB. Thans is deze aak omgedoopt tot 'Zeester'

1906? - 'Margeca' - De Boer?
SSRP Stamboek Plaquette 1324
Hier staan helaas meer vraagtekens 320 dan me lief is. omdat voor de veronderstelling dat deze aak in 1906 voor de visserman Poepjes bij de Boer is gebouwd geen duidelijke bewijzen zijn gevonden. Mogelijk is dit schip als betonningsvaartuig gebruikt.
Vaststaat slechts dat de aak in de vijftiger jaren toebehoorde aan een garagehouder Van der Ploeg in Amsterdam, die het schip in 1948 bij De Vries, Aalsmeer tot jacht liet verbouwen en die op advies van H. Kerksken de zwaarden - helaas - door een kiel verving. De naam was toen 'Breezand'. Omstreek 1954 verkocht aan Prof. Gelissen en daarna eigendom van de heer Delsing te Amsterdam, de heer H. van der Sluis te Drachten en thans van de heer J. Adriaansen te Oude Lande. De naam is nu 'Haast noch Rust', terwijl de voorlaatste eigenaar weer zwaarden heeft laten aanbrengen.
De heer J. Brilleman te Leeuwarden tekent hierbij aan: 'Ik kon in de snij- of bestekboeken van zeilmaker de Vries te Lemmer niets vinden over een aak gebouwd bij de Boer. Wel omstreeks 1906 een aak welke gebouwd is door Auke van der Zee te Joure. Dit lijkt mij ook waarschijnlijker aangezien Poepjes familie was van Van der Zee. Voor zover ik weet was de heer Van der Ploeg restaurateur van schilderijen en woonde in Amstelveen'.
Betreft het bovenstaande dus van huis uit vissersschepen, er zijn ook een paar vóór 1930 gebouwde jachten tevoorschijn gekomen, of beter gezegd in Nederland teruggekomen.
1904 - 'Yolande' - T. van Duyvendijk Lekkerkerk
SSRP Stamboek Plaquette 1303
Dit schip werd voor Belgische rekening gebouwd en had volgens ons voormalig bestuurslid Voordewind meer weg van een Zeeuwse Poon dan van een Lemsteraak. De afmetingen zijn 15.50 x 4.60 m. Omstreeks 1919 kwam het in het bezit van Mr N.M. Lebret, de eigenaar van het Friesche Jacht 'Hou Moed', te Oosterbeek. De ligplaats werd Leeuwarden, waar in de jachthaven van de Leeuwarder Watersport een groot schiphuis werd gebouwd. In 1924 werd eigenaar E.A.H.B. Graaf van Bylandt te Wezep, iemand die er kennelijk een hobby van maakte schepen te kopen en dan direct daarop weer door te verkopen. Het schip kreeg bij hem de naam 'Westrenia', zoals meerdere van zijn schepen. In 1926 ging het schip naar Engeland en is thans weer terug als eigendom van de heer A. van den Berg te Lemmer.

1917 - 'Marva' - van der Werff, Buitenstverlaat
Registratie in de Schepenlijst van het Stamboek 9422
Naar ontwerp van Zijlstra werd dit schip gebouwd voor de heer Hethey te Amsterdam, De lengte is 17 m. Snijboek van de zeilmaker de Vries te Lemmer. Vissersfok en Stagfok voor de heer Hervé. Amsterdam. Via België kwam het in Engeland terecht. Thans weer terug in Nederland en varende - zonder zwaarden - als charterschip onder de naam 'Brave Hendrik'.
De heer Brilleman deelt mede: 'Blijkens de snij- of bestekboeken van De Vries te Lemmer is de eerste eigenaar van deze aak de heer Hervé te Amsterdam'.

1913 - 'Maria' - de Boer
Registratie in de Schepenlijst van het Stamboek 9133
Mogelijkerwijs is dit schip ook in Neder land terug, maar algehele zekerheid bestaat - nog - niet. Het jacht werd gebouwd voor de Schotse zeiler Murdock onder de naam 'Thistie'. Later werd het gekocht door Kapt. ter Zee C.W. de Visser te Bloemendaal, die de naam veranderde in 'Distel' en het 14.93 m lange schip met 2 meter liet verlengen. De naam werd nogmaals veranderd in 'Maria', een bezaanmast werd geplaatst en aldus getuigd ging het schip naar Frankrijk. En thans is het - vermoedelijk - weer in Nederland gesignaleerd.
De heer Brilleman vult aan: 'Deze aak staat onder no. 28 in de werfboeken van Gebr. de Boer als "t Jacht van W. Murdock'. De opdracht luidde.' 'Als 't Jacht van Herfurth'. (Salamander). M.F. de Vries te Lemmer maakt de zeilen en heeft als kop in de snij- of bestekboeken staan: 'Zeilen gemaakt op de boeier van den heer Murdock te Antwerpen gebouwd bij Gebr. de Boer te Lemmer'. Zeilen groot totaal 498 el'.

Aanvullingen en correcties op het eerste overzicht (Monografie 15)
Een belangrijke aanvulling op het eerste overzicht vormt voorts het artikel dat de heer J. Brilleman op pag. 323 e.v. publiceert inzake de geschiedenis van de LE10. Daaruit volgt tevens dat de 'Wybigjen' zo goed als zeker de vroegere LE108 is geweest, waarvan bouwer en bouwjaar niet bekend zijn, maar die in ieder geval dan voor 1901 gebouwd moet zijn.
In mijn eerste overzicht zijn op pag. 230 en 231 helaas de onderschriften bij de tekeningen verwisseld. De tekening op pag. 230 is die van de LE21 gebouwd door Bos, en op pag. 231 is die van de LE 170 gebouwd door Croles.
De oude foto op pag. 240 is voorts niet 'vertekend' maar stelt een zeepunter voor van Steven Visser, die ook onder LE15 voer en volgens de heer Bakker in Sneek in 1916 bij Huisman aan de Ronduite gebouwd werd voor de visser de Boer in Kuinre (KU16).
Op pag. 249 zijn de foto-onderschriften bij de bovenste foto's niet geheel juist. 'Wietske' moet zijn 'Wietsche' en de LE95 zowel als de LE50 zijn beide gebouwd bij Bos.
Tenslotte dient op pag. 259 eerste kolom tweede regel onder punt 4 te worden gelezen 1910 in plaats van 1920, terwijl bij de wedstrijduitslagen op pag. 268 en 269 de LE41 driemaal abusievelijk als LE141 is aangeduid. De heer Brilleman voegt hier nog aan toe: 'De LE50 vroeger de LE3 zie pag. 249 is niet gebouwd bij Bos in Echtenerbrug, maar bij de Boer in Lemmer. De werf van Bos is in 1908 of in 1910 overgenomen door A.P. van der Werff, een neef van Van der Werff te Buitenstverlaat.


