Nummer 4: Schokker Albatros
De eerste Vreedenburgh-schokker (SSRP-plaquette 76 en Zeilnummer VC41) - Idee en tekst van Johan Kruiger

De eerste Vreedenburgh-schokker (SSRP-plaquette 76 en Zeilnummer VC41) - Idee en tekst van Johan Kruiger
Toen we het schip in 2021 kochten, waren we ons daar helemaal niet van bewust. Vroeger had ik een Simoun 485 en nu, na een aantal ervaringen met vrienden en huurboten waren we toe aan een echt schip. We werden getrokken door de charme van de Albatros: mooie lijnen, stoere aanblik en avontuurlijke soberheid. Inmiddels zijn we erg aan haar verknocht en ook trots dat we tijdelijk eigenaar mogen zijn.
Geheugensteuntje no 4
Publicatie in de serie Geheugensteuntjes
Over belangrijke onderwerpen, vastgelegd in het Geheugen van de SSRP, waarin het beeld even belangrijk is als het woord
Digitale publicatie van het boekje geschreven in 2026 ter gelegenheid van het 70 jarige bestaan en gepresenteerd op 23 mei 2026 te Zoutkamp
Idee en tekst door eigenaar Johan Kruiger
Opmaak en afwerking door Trudie Labuschagne
Samensteller Jan Eissens, Stamboekbeheerder




De schokker Albatros is opgenomen in het register van Varend Erfgoed. Toen we het schip in 2021 kochten, waren we ons daar helemaal niet van bewust. Vroeger had ik een Simoun 485 en nu, na een aantal ervaringen met vrienden en huurboten waren we toe aan een echt schip. We werden getrokken door de charme van de Albatros: mooie lijnen, stoere aanblik en avontuurlijke soberheid. Inmiddels zijn we erg aan haar verknocht en ook trots dat we tijdelijk eigenaar mogen zijn. Eigenaar van Varend Erfgoed en bovendien eigenaar van een schip met betekenis. Dat laatste is ons ook duidelijk doordat nogal wat beschrijvingen van schokkers, ook bij verkoopadvertenties, verwijzen naar ons schip en haar maker Herman Vreedenburgh.
In dit boekje geven we aan wat de Albatros zo interessant maakt en hoe wij haar genieten. Die aandacht verdient ze omdat ze dit jaar (2026) zeventig jaar wordt.
Via de SSRP kregen we de suggestie om ook contact te zoeken met de oud-eigenaren. Dat is gelukt. Ook legden we contact met de scheepswerf waar de Albatros is gebouwd. Allen hebben zich bereid getoond om een herinnering aan de Albatros te schrijven en daarbij één of enkele foto’s bij te voegen. Die bijdrages zijn in gekleurde kaderteksten ingevoegd. Ook Vreedenburgh laten we zo nog aan het woord

De Albatros stamt uit 1956 en is ontworpen door Herman Vreedenburgh. Het ontwerp, waar hij in 1954 aan begon, wordt door kenners als vernieuwend beschouwd omdat dit de eerste schokker is die speciaal als zeiljacht werd gebouwd. Het ging dus niet om de ombouw van een oude vissersboot maar er werd iets nieuws gemaakt. Hij deed dat niet lichtzinnig maar oriënteerde zich gedegen en schreef diverse artikelen.
Uit: Waterkampioen april 1956
‘Het verlangen een platbodemjacht te bezitten, koesterde ik sinds een jaar of tien, zonder dat ik het verder bracht dan tot varen in gehuurde schepen. Zodoende echter was er alle gelegenheid studie te maken van de vraag, wat het meest ideale type zou zijn. De vraag hout of staal was al vrij spoedig ten gunste van staal beslist.
Als fraai type was de hoogaars favoriet, maar de relatief geringe stahoogte bij een beperkte lengte maakte dit type we er minder geschikt. Als goedkoop te bouwen schip werd de zeeschouw langdurig overwogen, doch deze moest het ten slotte op esthetische gronden verliezen.
Op een zwerftocht langs het IJsselmeer vond ik in het haventje van Uitdam een vissersboot met zwaarden van een model, dat ik niet kende, met een tamelijk steile rechte steven en scherpe waterlijnen. De eigenaar stelde mij gerust: ik hoefde mij niet te schamen, er waren er maar twee zo gebouwd. Als beugvisser wilde hij droog staan als hij uitvarende zijn lijnen in orde bracht. De bolle kop van botters en ‘spekbakken’ zette hem in een voortdurende regen van buiswater. Daarom had hij een boot besteld met een scherpe kop en werkelijk, het doel was bereikt. Ook niet meer dan dat. Als jacht leek het scheepje me niet vlot genoeg.’
En verder gaat het dan over de schokker en zijn eigen ontwerp voor de Albatros. Vreedenburgh was tot 1986 eigenaar van de Albatros
Vreedenburgh was tot 1986 eigenaar van de Albatros

Vreedenburgh, Delfts scheepsbouwkundig ingenieur, had zich enorm verdiept in de bouwmethode van platbodems en kwam uiteindelijk uit bij een Vollenhovense schokker. Hij benutte daarbij een studie van P.J.V.M. Sopers (Schepen die Verdwijnen, P.J.V.M. Sopers, oorspronkelijk verschenen in 1947, in 2000 als 4edruk via Uitgeverij Hollandia BV) die een opmeting en beschrijving van een dergelijke schokker had gemaakt.
Overigens schreef Sopers dat de houten schokker die hij behandelde uit 1856 zou dateren en dat is dan precies 100 jaar ouder dan de Albatros. Sopers gaat in op de geschiedenis van de schokker en koppelt dat vooral aan Vollenhove maar uiteraard ook aan Schokland.

Het scheepstype is typisch voor de Zuiderzee en zou naar zijn mening al teruggaan tot de 13e eeuw omdat het lijkt op boten die staan afgebeeld op enkele stadszegels rondom de Zuiderzee. Of dat werkelijk zo is, lijkt me de vraag maar het is wel een oud type schip. Wij troffen in museum Het Hannemahuis (Harlingen) een schilderij aan uit ca 1790 waarop een schokker staat afgebeeld. Huitema (‘Ronde en Platbodemjachten’ eerste uitgave 1962. Wij hebben de 7e uitgave van 1995) geeft ook een uitvoerige beschrijving over de schokker en verwante boottypen zoals pluut, bons en Vollenhover schuit. Allemaal behorend tot de punterfamilie vanwege de kenmerkende vorm.

Maar terug naar onze boot. Vreedenburgh gebruikte de kenmerken zoals door Sopers werd beschreven voor zijn ontwerp. Als hoofdpunten gaat het dan om: een relatief smal plat vlak, breed en sterk uitgezette boordsels, een stevig berghout en daarboven een fraai gelijnd boeisel (met rond potdeksel) dat aan achter en voorzijde minder hoog wordt en terug buigt via de kenmerkende beretand. Typerend is natuurlijk ook de schuin oplopende steven met snoes en de spitskont met terugvallend roer. Grappig detail, zo valt op bij het lezen van de commentaren, is dat de snoes bij de Albatros over bakboord is voorzien van de verbreding (klamp) terwijl dat over stuurboord hoorde te gaan. In Urk kreeg hij dan ook op de opmerking: ‘De snoes zit aan de verkeerde kant’. Vreedenburgh reageerde hierop met de bewering dat het dan makkelijker is om met een ander schip in span te varen en de loop van ankerketting zo beter uitpakt. Sinds we dit weten, let Trudie er vaak op en tot heden is er nog geen schokker gevonden die het heeft zoals onze eigenwijze Albatros.

Voor de constructie maakte Vreedenburgh iets nieuws dat volgens zijn eigen beschrijving (hij publiceert hier over in de Waterkampioen van april 1956) is ontleend aan ideeën van anderen en dat betrof de toepassing van een zware plaat (2,5 cm staal) als ondervlak. Daarmee kwam de massa laag én waren er geen wrangen nodig zodat je direct op de bodemplaat staat. Deze oplossing geeft daardoor zo’n 10 cm ruimtewinst voor stahoogte in de kajuit en had bovendien tot voordeel dat de kajuit laag kon blijven. Iets wat Vreedenburgh ook wilde met oog op kwaliteit van het ontwerp en wij vinden dat hij daar gelijk in had. Het geeft de Albatros dat stoere en sportieve karakter.Het ontwerp werd nauwgezet onderworpen aan tal van hydrostatische en hydrodynamische berekeningen. Dat moet het idee van de zware bodemplaat hebben bevestigd maar leidde ook tot de keuze voor 5 mm plaatstaal voor het boordsel terwijl het daarboven liggende boeisel naar 4 mm en de verdere opbouw in 3 mm staalplaat werd uitgevoerd. Dit alles dus met het oog op de stabiliteit maar ook vanwege de kosten. Vanuit de hydrodynamica en vliegtuigbouw zijn berekeningen gemaakt voor de zwaarden en dat heeft geleid tot de subtiele bolling en holling. Ook werd zo de positie bepaald ten opzichte van de zwaardklamp die 3° naar buiten moet staan.

Overigens waren de zwaarden aanvankelijk 20 cm langer maar in 1976 heeft Vreedenburgh nieuwe zwaarden aangebracht die 20 cm korter waren. Als reden hiervoor gaf hij mee (Zie Jan Kooijman: ‘De schokkers van Ir. Herman Vreedenburgh’ in Spiegel der Zeilvaart, oktober 1990 en later ook in juli-augustus 2005) dat ze daardoor net als bij botters, op de hand te bedienen is met een zwaardval. Wij kunnen bevestigen dat dit inderdaad prima gaat. Wat door hem zelf als nieuw werd toegevoegd en waar hij blijkens het artikel in de Waterkampioen ook met enige trots over schrijft, is het ontwerp van het rondgaande berghout waar hij een U-profiel met ronde hoeken toepast dat is voorzien van een halfrond. Ook de zwaardklampen zijn zo vormgegeven. Bij veel andere boten zie je dat het zwaard over hout geleid wordt, bij de Albatros is dat dus anders en het werkt super goed. Op deze manier zijn er geen aanvullende verbindingen en of spanningen tussen verschillende materialen. Overigens merken we wel dat de zwaarden steeds verf afschuren van het halfronde profiel maar goed dan weet je ook dat er met het schip wordt gezeild.

Na terugkomst uit het buitenland in 1986 wilde ik graag, na jaren met scherpe jachten te hebben gevaren, een traditionele rond- of platbodem hebben. In 1986 vond ik de Albatros die toen door Vreedenburgh te koop werd aangeboden. Ik werd hierop opmerkzaam gemaakt door een artikel van Hans Vandersmissen in de Waterkampioen. De Albatros werd door Vreedenburgh verkocht met complete inventaris en had een recent vernieuwde motor en vrij nieuwe zeilen. Ik kocht het schip samen met J.C.L. Kuiper en vond ligplaats in de haven van de KNZ&RV in Muiden. Wij namen voor het eerst deel aan de SSRP reünie in Medemblik in 1989. In de jaren daarna maakten wij met drie kinderen en hond een aantal tochten door Friesland en op het Nederlandse en Duitse wad. Ook namen wij deel aan bijeenkomsten van de Schipperskring en voeren de Flevorace. In de zomer van 1990 concludeerde ik dat het om de kinderen enthousiast te houden goed zou zijn om een schip te hebben waar zij ook vrienden of vriendinnen op langere tochten mee konden nemen. Wij kochten toen een grotere Lemsteraak en namen met pijn in het hart afscheid van de Albatros. Het was een heerlijk schip waar veel mee kon. Vreedenburgh heeft er tochten naar de oost en zuidkust van Engeland en zelfs naar de Channel Islands mee gemaakt.
R. van der Borch (samen met J. Kuiper de tweede eigenaar van 1986 tot 1990

De Albatros is gebouwd bij de werf van de Fa Bocxe in Ter Aar. Het was voor de werf de eerste bouw van een stalen pleziervaartuig. Bocxe kwam met een lage prijsopgave en de bouw werd gestart zonder schriftelijke overeenkomst.
Aanvankelijk zou Bocxe alleen het casco bouwen maar uiteindelijk werd het schip afgetimmerd opgeleverd. Voor Vreedenburgh was het resultaat een betaalbaar schip waar hij maar liefst dertig jaar (tot 1986) eigenaar van bleef en voor Bocxe was het de start als jachtbouwer.
Voor beiden werd het een begin van een periode van nauwe samenwerking. Bocxe bouwde schokkers terwijl Vreedenburgh het contact met de klanten onderhield en hun wensen in tekeningen vertaalde. Dit leidde ook tot een groter ontwerp dat Vreedenburgh uittekende op verzoek van een eigenaar die in zijn kleine schokker niet rechtop kon staan. Feitelijk werd het ontwerp van de Albatros 10% opgerekt tot de 10,75 m schokker.
Na het bouwen van de eerste Schokker welke in 1956 werd opgeleverd werd de belangstelling voor dit schip snel groter. Met gevolg dat wij ondanks onze toen nog beperkte capaciteit in totaal negen Schokkers van het 9.90 type hebben gebouwd.

Tevens hebben wij met een eigenaar van een 9.90 type aan de basis gestaan van het 10.75 type. Aangezien tijdens lange reizen de leefruimte als net te krap werd ervaren wilde deze graag meer ruimte doch wilde hij de zeileigenschappen van zijn schip en het model behouden. Schip werd door Vreedenburgh ontworpen en is na gereedkomen opgeleverd en altijd tot volle tevredenheid in gebruik geweest.
Al met al zijn wij nog steeds dankbaar en trots om hiermede een bijdrage te hebben geleverd aan het in stand houden van een fantastisch historisch scheepsmodel. Ook de prettige samenwerking met de opdrachtgevers tijdens de bouwperiode is altijd als bijzonder fijn geweest.
Tevens wensen wij alle Schokker bezitters vele jaren behouden vaart met veel mooie zeiltochten.
Namens Scheepswerf Bocxe BV. Jan en Frans sr Bocxe (zesde generatie werfeigenaren van 1969 tot 2013)

De Albatros, iemand riep ons eens toe: ‘de oermoeder der schokkers’, heeft gezorgd voor een flinke jachtbouwimpuls want er zijn veel schokkers bij gekomen en vaak op basis van Vreedenburghs ontwerp. Dat wordt dan ook dikwijls vermeld. De bouw lag niet meer alleen bij Bocxe maar ook bij bijvoorbeeld de werf van Kooijman en De Vries in Deil waaraan voor de eerste twee nog gewerkt werd met door Bocxe geleverde casco's. Ook scheepswerf Van der Werf uit Deest bouwde 10,75 schokkers op basis van Vreedenburghs ontwerp. Eén daarvan is de Vrouwe Elizabeth die nog steeds of beter opnieuw, eigendom is van de familie Van der Werf.
Aan de samenwerking met Bocxe kwam een eind toen Vreedenburgh in 1970 naar België emigreerde.
Wij zeilen standaard met grootzeil (zeilnummer 41 VC) en botterfok, net als onze voorgangers. Thuis hebben we nog de oude botterfok en een gewone fok. Ook ligt er een knalgele halfwinder. Daar hebben we nog nooit mee gezeild, maar dat staat wel op het wensenlijstje. Thuis ligt ook een kluiverboom en dat veronderstelt dat er dus ooit gezeild is met kluiver. Volgens het artikel van Jan Kooijman vond Vreedenburgh dat geen toegevoegde waarde en na enkele jaren ging de kluiverboom er af.
In wedstrijden bewees de Albatros een snel schip te zijn en hoog aan de wind te kunnen varen. Eens, zo gaat het verhaal, tijdens een Flevorace probeerde een scherp jacht in het Krabbersgat aan loefzijde te passeren. Vreedenburgh loefde op en de concurrent zag zich gedwongen zijn poging op te geven. Enkele trofeeën getuigen van de goede prestaties.

De schootvoering van de botterfok was aanvankelijk origineel, dat wil zeggen dat de schoot bij het door-de-wind gaan voor de mast langs van het ene boord naar het andere moest worden gebracht, waarbij de fok door het buiketouw op de overloop in bedwang werd gehouden. Dit systeem voldeed met een ruime bemanning maar was wel wat te bewerkelijk als je met z'n tweeën vaart. Dus werden er later toch maar schootlieren geplaatst.
In het artikel uit de Waterkampioen van 1956 rekent Vreedenburgh met de volgende zeilen:

In het boek van Huitema staat jawel, de Albatros beschreven en wordt een afbeelding getoond. Die afbeelding maakt duidelijk dat er toen nog gevaren werd met de langere gaffel. Ook lijkt het zo te zijn dat de stagfok geleid wordt via de overloop zodat het niet al te zeer gaat klapperen.
En natuurlijk zeer opvallend is het zeilen met de halfwinder (of dit het exemplaar is dat wij nu nog hebben? Ik denk van wel). Hieruit valt op te maken dat gebruik werd gemaakt van de kluiverval en dat aan de top van het zeil een lijn is bevestigd die ongetwijfeld dient om het zeil aan boord te kunnen houden bij het strijken. Duidelijk is te zien dat de halfwinder vliegend gevoerd wordt (wat dan weer de vraag oproept: waar worden de schoten op dek naartoe geleid?).
En er is nog iets bijzonders op deze foto en dat betreft het roer. De achterkant staat verticaal en daar kreeg Vreedenburgh commentaar op toen hij in Vollenhoven kwam . Een oude visser zei toen dat ‘het roer niet terug kwam’. En ja, dat was zo en dus heeft Vreedenburgh daarna het roer aangepast.

In het al aangehaalde artikel van Jan Kooijman valt te lezen dat Vreedenburgh in de loop der tijd wel wat aanpassingen heeft doorgevoerd aan het tuig. Zo werd de dubbele val voor het grootzeil vervangen door een enkele lijn lopend over een blok aan de gaffel en een dubbel blok in de top. De mast werd drie graden achteroverhellend gezet en de gaffel, zoals al genoemd, werd korter en kreeg een kromming die dichter bij de mast kwam te liggen. Dit alles om meer balans te krijgen en een mooie zeilstand.
Op de site van de SSRP heeft Vreedenburgh de opgave van het zeilplan aangepast. Hij kwam met het volgende:
Ook geeft hij een TVF van 0,930. Die afkorting staat voor Tijd Vermenigvuldiging Factor (ook wel Tijd Correctie Factor) en dient om bij wedstrijden tot een vergelijking te komen met resultaten van andere schepen. Voor elk individueel schip staat dat vastgelegd in een meetbrief. Als je geen geldige meetbrief hebt dan wordt vergeleken met de wedstrijddeelnemers in dezelfde klasse. Ik vermoed dat de meetbriefgegevens van de Albatros niet meer gelden maar wat geeft het, de kans dat we wedstrijden gaan doen acht ik klein.
In de rond 40 jaar dat we hebben gevaren (en waar en wanneer dat kon: gezeild) hebben mijn vrouw en ik zeven boten gehad, in grootte variërend van bijna vijf tot ruim tien meter. Eén daarvan hebben we ruim elf jaar in eigendom gehad: de Albatros. In die 40 jaar hebben we, vaak ook met onze kinderen, een flink deel van Nederland verkend vanaf het water: van de Oosterschelde, de grote rivieren (m.u.v. de Waal en de Waterweg), via kanalen en riviertjes in Utrecht en Zuid- en Noord Holland naar het IJsselmeer en de Randmeren, tot en met het hele Nederlandse en Oostfriese Wad. Het heeft heel wat herinneringen opgeleverd waarbij die aan de combinatie Wadden-Albatros een speciale plaats hebben.
Het wad is enorm boeiend met doorlopend veranderende omstandigheden door wisselende waterstanden, droogvallende platen, stroom en wind. Geen dag hetzelfde. Altijd boeiend, soms gewoon spannend. En dat met de Albatros, een type platbodemjacht dat, misschien nog meer dan andere, bij uitstek geschikt is voor dit vaarwater. Waarin onderscheidt de Albatros zich van veel andere platbodems? Dat zijn de zeer goede zeileigenschappen, relatief snel, ‘droog’ en hoog aan de wind varend. Meer dan eens hebben we lemsteraken en ook scherpe jachten van vergelijkbare grootte achter ons gelaten. Daarbij heeft zij een bij haar lengte zeer geringe diepgang. En het zware en volledig platte vlak maakt dat je ook met een gerust hart op een niet al te schuine rand van een geul kunt droogvallen.
Maar bij de Albatros speelt er nog iets anders mee, een bijzonder soort bezitterstrots voor de eigenaar(s). In elk geval voor ondergetekende. Of het ook geldt voor de eerdere en latere eigenaars, dat laat ik aan hen. ‘Bezitterstrots’ bij booteigenaren is natuurlijk niet erg rationeel. En toch, de voldoening om als eigenaar met een mooi scheepje te varen weegt ruimschoots op tegen de vaak vele uren onderhoudswerk en de soms niet geringe kosten van dat onderhoud als je het niet zelf kunt doen, de kosten van ligplaats, eventuele winterstalling en verzekering.
En dan nog dit: de Albatros is niet zomaar een Vreedenburgh-schokker maar het is dé Vreedenburgh-schokker die Vreedenburgh voor zichzelf heeft laten bouwen. Zij heeft gediend als voorbeeld voor nog eens 60 schokkerjachten (of zijn het er 80?). De Albatros staat gedocumenteerd in handboeken en er is door kenners lovend over geschreven. Bovendien heeft de Albatros een paar unieke details. Natuurlijk weten we wel, dat niemand die details ziet en dat ook echt niemand ziet, dat ons exemplaar zo bijzonder is. En toch, en toch... . Dat is bezitterstrots.
Dronten, 27 februari 2026
Sies Hoogeveen (derde eigenaar van 1990 tot 2002)


Het huidige grootzeil en de botterfok zijn, zo denken wij, vernieuwd op basis van bovenstaande opgave. Beide zeilen zijn voorzien van reefknuttels.

Als wij aan boord komen, voelen we ons direct op ons gemak en genieten we van de lichte en ruime kajuit. Het is super overzichtelijk en zonder opsmuk. Je ziet in elke ruimte direct de spanten en de huid van de boot. Alleen het plafond is voorzien van kurkisolatie en afgetimmerd plaatwerk. Hierdoor ontstaat afhankelijk van de temperatuur en de luchtvochtigheid, er soms condensvorming maar dat is niet erg. Bovendien zie je het en als het veel is, loopt het naar beneden in de naad bij de bodemplaat. Dus af en toe even controleren en drogen is verstandig.
Vreedenburgh geeft zelf een bondige en heldere beschrijving van het interieur:
‘In de Albatros bevindt het toilet zich direct naast de ingang aan SB. Het is voorzien van een onderwaterlijncloset en een klapwastafel met pomp. Bovendien is er een ruime bergplaats voor oliegoed en laarzen. Aan BB is het kombuis met een 2-pits butacomfoor, afwasbak, mokkenrek enz. Aan BB is er voorts een sofa-kooi met kasten eronder en erachter. Aan SB bevindt zich een verhoogde ‘kapiteinskooi’ waarvoor een sofa. Een klaptafel completeert het geheel,terwijl in het frontschot een butagaskachel is ingebouwd met afvoer naar buiten.
In het vooronder is een ruime hang- en legkast, een kooi aan SB en één aan BB, meer naar voren een verhoogde 2-persoonskooi. Wanneer de matras is opgerold heeft men hier een ideale kaartentafel. Zowel onder de kooien als op de legplanken aan beide zijden als ook in de piek is er veel bergruimte. Doordat de huid onder het berghout niet beschoten is, is er veel ruimte gewonnen, terwijl dit ook het schoonmaken vereenvoudigt’.

Deze beschrijving klopt nog steeds, behalve dan dat we nu koken op spiritusbranders en dat de kachel niet meer in het schip is, maar bij ons thuis ligt en wij vinden het prima. Wel hebben onze voorgangers met wat kleur gespeeld. Onder meer voor de kombuis en voor de kussens. Dat hebben ze leuk gedaan en de enige toevoeging die van ons is, betreft het gordijntje van Ploegstof afkomstig van mijn ouders die daarmee in 1956 (!) hun eerste huis hadden ingericht. Past helemaal.


De gepensioneerde directeur van Bocxe kon zich als kleine jongen de bouw van de Albatros nog herinneren. Hij is bij ons aan boord geweest omdat ze de Albatros voor hun lustrumactiviteiten wilden kopen. Dat is niet door gegaan omdat zijn zonen te groot waren, c.q. de maatvoering van de Albatros te klein was: 1,80 m was in de jaren 50 nog heel royaal.
Een eerdere eigenaar R. Baron van den Borch tot Verwolde (Bussum), hebben we op het Lauwersmeer ook eens getroffen. Hij kwam aanlopen en vroeg of dat de Albatros was. Dat was een retorische vraag want hij had hem allang herkend aan de ovale patrijspoorten, die absoluut uniek zijn. Daaraan wordt hij door de meesten herkend. Dat de klamp links i.p.v. rechts zit hebben de meesten zo direct niet paraat: Hoe zat dat ook alweer, vragen ze zich af.
Ons vaargebied lag tussen Terschelling en Wilhelmshafen, met een uitloper naar Dangast, een badplaats aan de Jadeboezem in een boomrijke, glooiende omgeving; uitzonderlijk in deze regio.
Joost Willems (vierde eigenaar van 2002 tot 2021)

Er zijn in de publicaties over de Albatros verschillende plattegronden afgebeeld. De tekening van 1956 (Waterkampioen) lijkt het meest compleet. Maar het enige is dat de indeling van het toilet niet overeenkomt met de werkelijkheid. Op dat punt klopt de tekening zoals afgebeeld in het artikel van Kooijman (die dan weer de indeling van de banken anders heeft). Voor wat betreft het toilet: die had vanouds een vloertje met steentjes maar dat is er uitgehaald en dat is maar goed ook want dan zie je veel beter of er vocht ligt.


Koop een boot en werk je dood. Een cliché van de bovenste plank maar het is natuurlijk een beetje waar: je blijft bezig. Maar als je daar lol in hebt dan is dat niet zo erg. Ook al kost het best wat en dat is niet alleen voor ligplaats-, stallings- en verzekeringskosten maar ook voor het onderhoud.
We zetten qua onderhoud de lijn door van onze voorgangers. Dat betekent dat de kleuren gelijk blijven, dat we het onderwaterschip niet in de anti-fouling zetten en dat we bij dezelfde werf blijven. En bij die werf, No Limits Ships in Groningen, hebben we in 2023 een groot onderhoudsbeurt laten doen. De buitenkant is toen aangepakt.
Na het schoonzetten en waarnodig ontroesten is eerst een tweecomponent (Sigmacover) aangebracht. Daarover heen is voor de romp een alumium primer (Hempel) gegaan om vervolgens af te spuiten met een één component higbuild van Hempel. Het is een matzwarte verf die door de tijd heen vergrijst en daarmee wat ons betreft het stoere karakter versterkt.
Het dek en de kuip zijn eveneens in de primer gezet en daarna met een crème kleurige Sigmadur 550 afgelakt. Bolders en kuipvloer in Epifanes polyurethaan (Zweeds rood). Het potdeksel in zwarte Sigmadur 550.



De huidige thuishaven is Zoutkamp en vanuit het Hunzegat trekken wij het meest naar het Lauwersmeer. Mooi gebied en je kunt prachtig overnachten in het Stropersgat bij de eilandjes of voor anker gaan. Voor langere tochten is het Wad onze favoriete bestemming. Vooral Schiermonnikoog en dan in de gezellige jachthaven of droogvallend.

Droogvallen is natuurlijk heel speciaal en vraagt wel een beetje goed weer. Voorbeelden van mooie ervaringen tot nu: oostelijk wad onder Terschelling, Het Rif en de Eilanderbalg.


Overigens één van onze eerste wadtochten ging naar Noordpolderzijl. Dat was super en we konden de route praktisch geheel op zeil voltooien. Onze timing over het wantij was uitstekend en vervolgens konden we net op tijd door de smalle en ondiepe geul. Uiteraard ging dat wel op de motor en daarbij trokken we op het ondiepste deel wat slik omhoog. Veel later had het dus echt niet gemoeten. En dan lig je daar opeens in de noordelijkste haven van het vaste land en ervaar je de stilte in optima forma. Geweldig.

Bij mijn eerste zelf gekochte zeilboot zei mijn vader op z’n Gronings 't Begun van 't bezìt is 't ènd van ’t vermoak. Daar dacht ik nog aan toen we met de Albatros begonnen. Gelukkig bleek dat hier niet bewaarheid, we genieten nog steeds volop. Bovendien raakten we onder de indruk toen we er achter kwamen dat het ook nog een bijzonder schip was. We hopen dat we nog een hele tijd door mogen varen met haar en dat ze nog lang in goeie conditie blijft. Op naar de vijfenzeventig!
Met dank aan Jan en Frans sr Bocxe, Romeo van der Borch, Sies Hoogeveen en Joost Willems voor hun herinneringen en Gerard ten Cate voor de reflectie op dit schrijven.

Bibliografie over De Albatros
| 1956-1986 | H. Vreedenburgh en E.G.H. Vreedenburgh, Den Haag/België |
| 1986-1990 | R. Baron v.d. Borch tot Verwolde van Vorden, Den Haag |
| 1990-2002 | G. Hoogeveen, Dronten |
| 2002-2021 | J. Willems, Groningen |
| 2021- | J.B.T. Kruiger en G.J.C. Labuschagne, Wirdum (Frl) |
