Scheepstype: Klipperaak
Inleiding
De eerste klipperaken werden gebouwd tegen het einde van de 19de eeuw. Op de werf Mol te Dedemsvaart zou al in 1886 een dergelijk schip zijn gebouwd en in 1897 een op de werf De Vooruitgang te Gouwsluis. In Sweys' Neérland's Vloot en Reederijen van 1902 wordt bij de vloot van Ulrum de klipperaak 'Dankbaarheid' vermeld van kapitein-eigenaar M. Vellinga. Dit schip was 58 ton Nieuwe Meting184 groot en werd gebouwd in 1899. De `Dankbaarheid' zal vermoedelijk ook als kustvaarder zijn gebruikt. Klipperaken kwamen op alle bevaarbare wateren in Nederland voor. Ze werden onder andere gebouwd op werven in Dedemsvaart, Dokkum, Foxhol, Hasselt, Hijkersmilde, Hoogeveen, Kampen, Kielwindeweer, Meppel, Oude Pekela, Raamsdonkveer, Stroobos, Veendam en Zwartsluis. De laatsten in de jaren twintig van de 20ste eeuw.
De Tijdlijn van de Klipperaak

Typebeschrijving Klipperaak
- Geschiedenis van de Klipperaak
- Beschrijving van de Klipperaak
- Tuigage
Kenmerken van de Klipperaak
- De Klipperaak als werkschip
- De Klipperaak als jacht
- Algemene kenmerken
- Kenmerkende verhoudingen
- Verklaring in tekening
- Subtypen, specifieke kenmerken
Publicaties over de Klipperaak in het Stamboekarchief
De Klipperaak in het boek Scheepstypologieën

Het geveegde achterschip van de klipper geeft de schipper weinig ruimte in het achteronder en, voor zijn lengte, minder laadvermogen. Zowel bij noordelijke als bij zuidelijke werven kwam men op het idee aan de klipper het achterschip van een aak te bouwen. In Noord-Brabant, en met name in Waspik, bouwde men voor de riviervaart de stevenaak. De stevenaken in Waspik gebouwd hadden een bijzonder mooi gepiekt achterschip. De klipperaken met zo'n achterschip werden Waspikkers' genoemd. In het noorden, in de kop van Overijssel, waren de Hasselteraken ontwikkeld. Deze hadden een voller en ronder achterschip dan de stevenaak. De klippers met het achterschip van een Hasselteraak vielen in de regel nogal zwaar uit, waardoor men hier is gaan spreken van een 'klipper met een paardekont'
De Klipperaak in het boek Aken, Tjalken en Kraken - Zeilschepen van de Lage Landen

Een klipperaak was een rivierklipper met het ronde achterschip zoals dat bij veel 19de en 20ste eeuwse aken voorkwam. Zo werd meer ruimte verkregen in het achteronder dan bij een gewone rivierklipper en de bouwconstructie was eenvoudiger.
Oorspronkelijk werden klipperaken al van ijzer gebouwd. Ze hadden een platte bodem en de sierlijk overhangende voorsteven van een rivierklipper. De achtersteven was recht en rechtstandig. Het roer had een hak. De helmstok draaide over het boord. De romp was voorzien van een berghout. De klipperaak had grote zwaarden en voerde bezaanstuig, dat bestond uit een grootzeil, een fok en een kluiver. De mast kon worden gestreken.
