De Scheepstypes in het Stamboek Ronde en Platbodemjachten
De
Scheepstypes beschreven

Variatie in modellen en benamingen
Het is gebruikelijk om de Oud-Nederlandse scheepstypen in twee hoofdgroepen te onderscheiden, de Ronde schepen en de Platbodemschepen.
De Ronde en Platbodemjachten kenmerken zich door het gebruik van bijzondere benamingen voor onderdelen van schip en tuig.
Toen de Engelsman Doughty in 1888 zijn zeiltocht door Friesland maakte en hij met z’n Norfolk wherry tijdens de feestweek in Sneek lag, keek hij zijn ogen uit. De grachten lagen volgepropt met die voor hem zo eigenaardige Nederlandse vrachtschepen: tjalken, boeiers, tjotters, pramen, schuiten, aken, bollen, schouwen, bokken en noem maar op. Voor Doughty leken ze allemaal sterk op elkaar. Ze verschilden volgens hem vooral in details. “We hebben nooit al hun verbijsterende namen onder de knie gekregen.” (Doughty, 1889, p. 23) Het eindeloos onderscheiden van scheepstypen die ondertussen allemaal op elkaar lijken, was voor hem een typisch Hollandse afwijking.
Ruim dertig jaren later schrijft Philippona, toch zeer deskundig op platbodemgebied: “Een vrolijk ingewikkelde verwarring in de benamingen van oude scheeps- en jachttypen, heeft van oudsher bestaan; een wonder is het dus niet, dat wij er ook thans zo slecht in thuis zijn". Als reden van de verwarring noemt hij, dat vooral de deskundigen het lang niet altijd met elkaar eens zijn over de benamingen. Wat betreft de visaken viel hem op dat in Friesland aken werden genoemd naar de plaats waar ze werden gebouwd en/of gebruikt. Hij zag daarin geen reden te spreken van verschillende scheepstypen. Ze werden gebouwd als visaak en pas later werd er een plaatsnaam aan toegevoegd. Een bolletje dat gebouwd was bij Zwolsman in Workum, heette in Workum een Workumer bol, in Enkhuizen een Enkhuizer bol en in Wieringen een Wieringer bol.
Dirk Huizinga: Gebruikelijke variatie in modellen en benamingen
Dirk Huizinga heeft de afgelopen jaren studie gemaakt van de scheepvaart in Friesland tussen 1880 en 1960 en over het leven langs de Oostwal van de Zuiderzee in dezelfde periode en daarover publiceert hij regelmatig. In zijn laatste publicatie 'Lemsteraken voor de recreatie' heeft hij onderzoek gedaan naar het ontstaan van het scheepstype Lemsteraak en schrijft daarin over scheepstypen in zijn algemeenheid:
Rond 1900 was men vanuit de houtbouw gewend dat ieder schip vanuit een basisidee ook zijn eigen vorm had. Alle schepen hadden een eigen karakter, omdat de vormen slechts globaal waren vastgelegd. Pas met de bouw van ijzeren schepen werd uniformiteit vanzelfsprekend, omdat er noodzakelijk van tekening moest worden gewerkt. Het was in die tijd ook heel gebruikelijk dat schepen van een bepaalde bouwer in een bepaalde plaats een eigen naam kregen, alsof het bij iedere bouwer en iedere streek om een eigen scheepstype handelde. Die naamgeving kon in de loop der jaren ook zomaar weer veranderen. De Vollenhovense bollen van Jan Kroese uit Vollenhove werden door de scheepsbouwer zelf ‘visaken’ genoemd, maar uiteindelijk werd hun naam ‘Vollenhovense bol’.

Zeilvaartlexicon Van Beylen gedigitaliseerd
In 1985 verscheen het Zeilvaart Lexicon van J. van Beylen. Dit uitgebreide werk bevat ongeveer 7.000 nautische termen met uitleg en een vertaling in het Engels, Frans en Duits. Vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is een project opgestart met als doel de informatie uit het Lexicon vrij beschikbaar te stellen voor zowel de vrijwilligers als professionele onderzoekers die geïnteresseerd zijn in maritieme geschiedenis.
Je kunt het Lexicon hier downloaden.

De Digitale Versie van het boek Maritieme Geschiedenis der Nederlanden
In de jaren 1976-1978 verscheen de Maritieme Geschiedenis der Nederlanden in vier delen, onder hoofdredactie van G. Asaert, Ph.M. Bosscher, J.R. Bruijn en W.J. van Hoboken. Dit omvangrijke standaardwerk werd gepubliceerd door Uitgeverij De Boer Maritiem in Bussum.
De delen:
- Prehistorie, Romeinse tijd, Middeleeuwen, vijftiende en zestiende eeuw;
- Zeventiende eeuw, van 1585 tot ca. 1680;
- Achttiende eeuw en eerste helft negentiende eeuw, van ca. 1680 tot 1850-1860:
- Tweede helft negentiende eeuw en twintigste eeuw, van 1850-1870 tot ca. 1970.
Het Huygens ING – KNAW acht het van groot belang dat de oude vierdelige Maritieme Geschiedenis der Nederlanden (MGN) voor onderzoekers en belangstellenden beschikbaar en toegankelijk blijft.
In de loop der eeuwen evolueerden de schepen in vorm en bouwwijze
..... In de loop der eeuwen namen de schepen voortdurend in afmeting toe en evolueerden zij in vorm en bouwwijze als gevolg van onderlinge beïnvloeding. Andere factoren speelden eveneens een rol. zoals de uitvinding van het stevenroer dat een betere besturing van grotere schepen mogelijk maakte. De uitvinding van het buskruit en het gebruik van geschut aan boord van schepen had tot gevolg dat deze daaraan werden aangepast. Aanvankelijk speelde het in gebruik nemen van klein geschut nauwelijks een rol. maar stilaan moest men toch schikkingen gaan treffen om het toenemende belang van dit nieuwe wapen op te vangen. Behalve voor de zware stukken zelf had men ook meer ruimte nodig voor de ammunitie de kanonniers en de grotere hoeveelheid leeftocht. De invoering van het kompas en de betere kennis van de zee werkten de vergroting van schepen onrechtstreeks in de hand. Men ging grotere reizen ondernemen, waarvoor men grotere schepen ging bouwen. Met de karveelbouw werd deze groei technisch mogelijk en kwam men de beperkingen van de overnaadse bouwwijze te boven .....
Verdwenen scheepstypes, belangrijk in de ontwikkeling door de jaren heen
Tot in de eerste helft van de twintigste eeuw vervulden houten vaartuigen in de Lage Landen een belangrijke en onmisbare rol. Er bestond een buitengewoon grote verscheidenheid aan vormen, elk aangepast aan de specifieke vaarwateren en het doel waar ze voor gebruikt werden. Met de aanleg van wegen en spoorwegen en de opkomst van motorvoertuigen verdwenen deze houten schepen uit beeld.
De houten schepen werden vervangen door de ijzeren en later de stalen. Bij sommige types werden eerst de vormen van de houten voorgangers zo veel mogelijk gehandhaafd, maar door de karakteristieken van de nieuwe materiaal en de mogelijkheid om van tekening te bouwen veranderden scheepstypes en werden er nieuwe geïntroduceerd. De meeste daarvan hebben het ook door de vervanging van het zeil door de motor niet gered.
Gelukkig hebben een aantal auteurs in het verleden geprobeerd zoveel mogelijk van deze "historische" scheepstypes vast te leggen in boekvorm en in artikelen in Watersportbladen.
Op onze pagina "Algemene Bronnenoverzichten" worden deze boeken vermeld met de verwijzingen naar de beschrijvingen als we die hebben.

Spiegel der Zeilvaart: Zeilvaart in de kunst - Het Kaagschip: Veerschip, Lichter en Vrachtvaarder
Overal in de Lage Landen kwam je kagen tegen, maar vooral in het Zuiderzeegebied en Holland. De kaag was veelzijdig, handelbaar en had een geringe diepgang. Als vrachtschip en lichter werden ze veel gebruikt, maar ook in de beurtvaart met passagiers. Je ziet ze terug op veel zeventiende- en achttiende-eeuwse schilderijen.
De herkomst van het scheepstype kaag is mistig. In de jaren zeventig van de zestiende eeuw wordt het voor het eerst genoemd. Sommige historici wijzen naar de kogge als voorloper en daar is wel wat voor te zeggen, immers de vlakke bodem en de rechte, vallende stevens tonen verwantschap met de vorm van kogge-schepen. De zijden sloten onder een hoek aan op het vlak. Het waren dus typische platbodems met als voornaamste eigenschappen een geringe diepgang en de mogelijkheid om droog te vallen. Dat maakte kagen geschikt voor vrijwel alle Nederlandse wateren.

Spiegel der Zeilvaart: Zeilvaart in de kunst - De Weischuit klein dapper en sierlijk
De vissers van de Zuiderzee benutten verschillende technieken en scheepstypen om vis en aal te bemachtigen. Voor de dorpen die gunstig lagen was het mogelijk om met relatief kleine boten de dagvisserij te beoefenen. De weischuit was voor die taak een geliefd en bruikbaar vaartuig.
Weischuiten waren open boten die vanuit de havens vooral aan de westwal van de Zuiderzee werden gebruikt voor de dagvisserij. Deze platboomde scheepjes lijken sterk op punters, maar ze zijn iets breder. De huid maakt net als bij de punter een scherpe knik met het vlak, maar bestaat uit meerdere overnaadse gangen, dit in tegenstelling tot de punter die slechts een gang heeft en daarboven een sterk naar binnen vallend boeisel. Dat laatste ontbreekt bij de weischuiten. Ze hadden een meer open vorm omdat ze voornamelijk voorkwamen aan de westkant van de Zuiderzee onder de beschutting van de hoge wal.
Analyse van de Schepenlijst in het Stamboek per 21 oktober 2021
Het belangrijkste onderdeel van het Stamboek is de Schepenlijst. Daarin staan de "echte" Stamboekschepen vermeld, die na beoordeling bij inschrijving een Stichtingsplaquette met uniek nummer hebben gekregen. Daarnaast zijn daarin ook bekende ronde en platbodemjachten opgenomen, die nooit een plaquette hebben gekregen. Deels omdat het belangrijke vertegenwoordigers van een bepaald type in de geschiedenis waren en bij de oprichting niet meer bestonden en deels omdat de schepen wel meededen aan reünies zonder ingeschreven te zijn. Ook staan daarin de schepen, die via de KNWV een meetbrief hebben gekregen zonder ooit beoordeeld te zijn door de SSRP. Regelmatig krijgen vertegenwoordigers uit deze groep na beoordeling alsnog de begeerde plaquette.
De reden om deze schepen op te nemen is gelegen in het feit dat we een zo'n breed mogelijk overzicht willen presenteren van alles wat er op het gebied van de Ronde en Platbodemjachten wat er nu vaart, waarvan het type direct is afgeleid van de oude, bekende scheepstypes, of heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van het scheepstype.
De analyse
De populariteit van de diverse in het Stamboek opgenomen en beschreven scheepstypes, kun je duidelijk aflezen uit de aantallen vastgelegde schepen. Om dit zichtbaar te maken, hebben we een een aantal grafieken samengesteld uit de schepenlijst van 21 oktober 2021. In deze grafieken hebben we die scheeptypes opgenomen, die na de oprichting van de SSRP in 1955 als jacht populair zijn geworden.
In de Schepenlijst hebben we 2462 mogelijk nog bestaande en varende schepen van deze populaire scheepstypes bekeken. Daarnaast hebben we ook de bouwjaren van de 2609 individuele schepen van alle in het Stamboek voorkomende scheepstypes geteld en onderzocht hoeveel ontwerpers bij de bouw betrokken waren.

De aantallen schepen per scheepstype en bouwjaar in 2023
| Scheepstype | bouwjaar tot en met 1955 | bouwjaar na 1955 |
| Lemsteraak | 62 | 422 |
| Boeieraak | 9 | 1 |
| Visaak | 10 | |
| Boeier | 39 | 16 |
| Fries jacht | 43 | 20 |
| Tjotter | 57 | 55 |
| Boatsje | 12 | 10 |
| Boeierke | 1 | 2 |
| Wyldsjitter | 5 | 9 |
| Botter | 72 | 10 |
| Hoogaars | 26 | 67 |
| Hengst | 7 | 1 |
| Lemmerhengst | 1 | 5 |
| Steekhengst | 1 | |
| Schokker | 5 | 134 |
| Vollenhovense bol | 8 | 137 |
| Enkhuizer bol | 1 | 26 |
| Wieringer bol | 3 | 3 |
| Workumer bol | 5 | |
| Antwerpse knots | 1 | |
| Staverse jol | 46 | 50 |
| Open Schouw | 46 | 103 |
| Kajuitschouw | 35 | 55 |
| Zeeschouw | 28 | 419 |
| Grundel | 19 | 107 |
| Tjalk | 175 | 8 |
| Paviljoentjalk | 10 | |
| Zuid-Hollandse tjalk | 2 | |
| Boeiertjalk (-schuit) | 4 | |
| Skûtsje | 44 | 1 |
| Enterse Zomp | 3 | |
| Zalmschouw | 16 | 5 |
| 788 | 1674 |

Voorzichtige conclusies
Wij gaan er vanuit dat er een totale vloot van ruim 5000 Ronde en Platbodem schepen bestaat op dit moment. Het is grofweg het dubbele van de nu in onze Schepenlijst vastgelegde schepen. Het aantal van 5000 wil zeker niet zeggen, dat die ook nog een varend/zeilend leven hebben. Dat geldt dus ook voor een deel van de schepen in de Schepenlijst (ruim 930 "actief", we kennen de eigenaar dus).
Onderscheid tussen de ex-beroepsschepen en de schepen direct gebouwd voor het plezier.
Van de 2609 onderzochte schepen zijn er 861 gebouwd voor of in 1955, het jaar waarin aan het eind de SSRP is opgericht.
Van deze 861 schepen zijn er 171 direct voor "het plezier" gebouwd en 590 voor "het beroep" en later in gebruik genomen (en voor een groot deel verbouwd) als plezierjacht.
Van de 590 ex-beroepsschepen zijn er op dit moment nog 180 "actief", dus ze bestaan nog en we kennen de eigenaar. Van de 171 plezierjachten zijn er nog 155 "actief". Waarschijnlijk "denken" de eigenaren van deze schepen ook meer in de Behoudssfeer.
Ontwerpers
We hebben het totale aantal van 2609 schepen ook naar ontwerper (vroeger was de scheepsbouwer ook de ontwerper) gerangschikt. De voorzichtige conclusie is dat er na er de oprichting van de SSRP en de hausse aan nieuwbouwschepen erna, er een enorme verschraling aan types en de ontwerpen daarvan is ontstaan. Met kop en schouders steekt ontwerper J.K. Gipon er boven uit. Dus je mag stellen dat hij medeverantwoordelijk is voor een belangrijk beeld wat de tegenwoordige wereld van een "oud-Nederlands" scheepstype heeft in jachtuitvoering. 34 Ontwerpers zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van bijna 1600 schepen in de Schepenlijst!
De meest voorkomende ontwerpers van de 2609 schepen in de schepenlijst
| Ontwerper (evt. ook bouwer) | aantal (op een totaal van 2609 schepen) |
| J.K. Gipon | 307 |
| Blom Hindeloopen | 100 |
| Van der Meulen Sneek | 92 |
| Westerdijk Eernewoude | 85 |
| Hoek Design | 83 |
| De Boer Lemmer | 80 |
| L.M. Huitema | 74 |
| H. Vreedenburgh | 59 |
| Kok Huizen | 59 |
| Gebr. de Jong Heeg | 58 |
| H. Lunstroo | 58 |
| Brandsma Rohel | 55 |
| Van der Zee IJlst/Joure | 43 |
| Lantinga Ijlst | 35 |
| Stofberg Leimuiden/Enkhuizen | 34 |
| Tj. Brinksma | 31 |
| E. Kuperus | 28 |
| Jan Oebeles van der Werff Buitenstvallaat | 28 |
| P. Hartog | 28 |
| Piersma Heeg | 26 |
| J. Blok Bovenkarspel | 24 |
| M.H. Bekebrede | 24 |
| H.C. Vermolen | 21 |
| M. van Schaik | 20 |
| Berend Barkmeijer | 19 |
| Wildschut Gaastmeer | 18 |
| Gerrit & Jan Barkmeijer | 16 |
| J.J. Croles / H. Lunstroo | 15 |
| R. Verras | 14 |
| Dick Boon (Vripack) | 13 |
| H. Kersken jr. | 13 |
| G.W.W.C. Baron van Hoëvell | 12 |
| Douwe Roosjen Stavoren | 11 |
| H. Kersken sr. | 11 |
| 1594 |
Een andere manier om naar Ronde en Platbodemjachten te kijken
De registratie van Ronde en Platbodemjachten in het Stamboek dateert van rum 65 jaar geleden en is ontwikkeld tegen de achtergrond van de doelstellingen, zoals verwoord bij de oprichting van de SSRP in 1955. De opzet was destijds de verschillende scheepstypen te beschrijven, wat in 1962 door Huitema is gerealiseerd in zijn boek Ronde en Platbodemjachten. De basis om de schepen in te delen en te registreren in het Stamboek. Als gevolg van de toegenomen belangstelling voor deze schepen en de grote aantallen nieuwgebouwde jachten, ontstond in de jaren daarna ook de behoefte de mate van originaliteit van in te schrijven schepen te beoordelen en vast te leggen. Daartoe werden de algemene criteria geformuleerd.
Ontwikkeling van Criteria
Naarmate de belangstelling groter werd nam ook de behoefte toe om zich te onderscheiden. Jachtontwerpers stortten zich op de ‘nieuwe’ markt en zochten mogelijkheden hun ontwerpen sneller, comfortabeler en betaalbaarder te maken. Ook de moderne ontwikkelingen op het gebied van het jachtzeilen misten hun uitwerking niet. Om te voorkomen dat deze trends zouden resulteren in al te zeer afwijkende ontwerpen en uitvoeringen en om de authenticiteit van het beeld te waarborgen, werden de criteria voortdurend aangescherpt.
Zo ontstond in de loop der jaren een onsamenhangende verzameling voorschriften en bepalingen, die niet altijd een aanwijsbare historische basis hebben, maar ook een reflectie zijn van de met de tijd veranderende opinies van beleidsmakers en bewakers van het Stamboek.
Schepen als Cultureel Erfgoed
Ook de behoudswereld is continu aan verandering onderhevig. Sinds de toenemende waardering van het varend erfgoed sinds de jaren 1980, en de sinds begin 21e eeuw uitgesproken bemoeienis van de overheid (o.a. opname van mobiel erfgoed in de monumentenwet) is de behoefte ontstaan de schepen te identificeren als cultureel erfgoed. Daarmee wordt de basis gelegd voor een ander soort waardering, niet alleen op basis van verschijningsvorm, maar vanuit een veel breder perspectief, waarbij de ontwikkeling van een scheepstype en de geschiedenis van een schip als uitgangspunt worden gehanteerd.
De nieuwe benadering: de Tijdlijn
Om aan die ontwikkeling tegemoet te komen is een systeem ontwikkeld waarbij allereerst de historische ontwikkeling van een scheepstype wordt beschreven. Vervolgens worden de kenmerken van het bewuste type gedefinieerd op basis van onderzoek van historische bronnen. Die worden weergegeven op een tijdlijn, waarin de relevante maatschappelijke en historische gebeurtenissen worden weergegeven, wanneer ze hebben plaatsgehad en welk effect ze hebben gehad op de ontwikkeling van het type. Zo ontstaat een dynamische verzameling kenmerken, aan de hand waarvan de uiterlijke verschijningsvorm van een schip in de tijd kan worden geplaatst. Tot slot wordt de geschiedenis van het individuele schip beschreven, waarbij die aspecten en kenmerken worden belicht die het mogelijk maken het schip te plaatsen op de tijdlijn. Eventuele afwijkingen van de basis kenmerken kan dan worden vertaald in de mate van authenticiteit van het schip.
Het aantal nieuw ontworpen schepen, dat na 1955 op vele plaatsen in Nederland "voor het plezier" is gebouwd op basis van de oude scheepstypes is veel groter dan het aantal schepen gebouwd voor 1955 als plezierjacht of verbouwd werkschip.
Tijdlijn ontwikkeling Ronde en Platbodemjachten
De tijdslijn voor het betreffende Scheepstype geeft in de grote lijn in jaartallen de algemene ontwikkelingen aan in de industrie en de omgeving, voor zover die een impact hebben gehad op de scheepsbouw. Daarbinnen kunnen dan de effecten daarvan in de jachtbouw worden getoond.
Deze beschrijving van de "momenten in de tijd" moeten er toe leiden dat elk uniek schip geplaatst kan worden in een specifieke periode in de tijdslijn.
Ontwikkeling van hydrodynamica in de scheepsbouw; Toepassing ijzer bij bouw van schepen
1800 - 1850
Algemeen
- Modelproeven van F.N. van Loon (1816);
- Inwoners van Wieringen gaan zich toeleggen op het vissen op wier (1825);
- Oprichting van het Bestuur der Visserijen op de Schelde en de Zeeuwse Stromen (1825);
- Proclamatie van een zelfstandige Belgische staat (1830);
- Bouw ijzeren schepen in Europa (eerste ijzeren Rijnsleepschip, 1841);
- Eerste ijzeren zeeschip (1843);
- Oprichting eerste Watersportverenigingen (KNZ&RV 1847)

Ontwikkeling van regionale naar nationale vaart met als resultaat verdere diversificatie van typen en modellen; toenemende belangstelling voor watersport (roeien)
1850 - 1880
Algemeen
- De Fjouweracht ontstaat vanwege nieuwe wetgeving (1852)
- Schokland wordt ontruimd (1859);
- Toepassing van theoretische kennis op scheepsontwerp;
- Aanleg van transport infrastructuur: kanalen en spoorwegen;

Einde van de beurtvaart; Ontwikkeling specifieke jachtbouw en ombouw beroepsschepen tot jacht; Experimenten met scheepsmodel
1880 - 1900
Algemeen
- Verplichte registratie van Zuiderzeevissers bij de gemeente (1882);
- Staal verdringt ijzer
- Eerste watersporttijdschriften;

Streven naar definities en eenheid in de jachtbouw; Introductie van kleine verbrandingsmotoren
1900 - 1920
Algemeen
- Invoering van de Nederlandse Visserijwet (1908);
- Zuiderzee wordt kustwater. Omnummering vissersschepen (1911);
- Watersportblad "de Watersport" (1912)
- Congres voor de Watersport 1915;
- Samenwerkende zeilverenigingen België en Nederland;
- Jachtontwerpen van de tekentafel;
- Experimentele ontwerpen, Zijlstra, Thiebout;
- Introductie van autogeen lassen;
- Eerste wereldoorlog 1914-1918
- Zuiderzeewet: afsluiting Zuiderzee (1918)

Schaalvergroting in de binnenvaart; introductie staalbouw
1920 - 1940
Algemeen
- Introductie weeldebelasting (Treub);
- Verkoop veel grote jachten;
- Popularisering van de zeilsport en ontwikkeling kleine jachten;
- Nederlandsch Jachtregister (1924-1925);
- De Waterkampioen (1927);
- Afsluiting van de Zuiderzee (1932);
- Artikel elektrisch lassen bij jachten De Waterkampioen (1934);
- De eerste Marker rondbouwen op stapel (1935)
- De Zuiderzee-haring is uitgestorven (1940)

Effectief einde zeiltijd in de beroepsvaart
1940 - 1954
Algemeen
- Voormalige beroepsschepen opgelegd
- Tweede wereldoorlog 1940-1945
- Ontwikkeling jachtontwerpen voor de massa, Kersken, Gipon, etc.
- Oprichting SKS (Skûtsjesilen) (1946)
- Bijeenkomst Friese Ronde jachten Grouw (1953)
- Aanbieden Friese statenjacht 'Friso' (1953)
- K.V.N.W.V. Ontwerpen-prijsvraag (1954)


Sterk toenemende belangstelling voor het Ronde & Platbodemjacht
1955 - 2000
Algemeen
- Diverse ontwerpers tekenen nieuwe Ronde en Platbodemjachten
- Schokkerontwerp Ir. H. Vreedenburgh (1955)
- Princessejacht 'De Groene Draeck' (1957);
- Eerste druk Ronde & Platbodemjachten" Huitema (1962);
- Oprichting BO Botterbehoud (1965);
- Oprichting Regionale Friese Reünie (1968);
- SSRP stelt normen voor Ronde en Platbodemjachten (1969)
- Pier Piersma start eigen werf in Heeg (1970);
- Serie 12 9.25m Hoogaarsen ontw. Lunstroo (1974);
- Start Spiegel der Zeilvaart (1977);
- Bouw tjotters in polyester (1978);
- SSRP bestaat 25 jaar (1980);
- Eerste SSRP Criterium Commissie (1988)
- Oprichting Rond- en Platbodem Klasse Organisatie (1988)
- Bouw Fries jacht in aluminium (1988);
- Traditionele jachten, de ontwikkelingen van de jaren 1950 tot 1990;
- Indeling schepen in Categorieën in Stamboek (1994)
- Oprichting V/VA Klasse Organisatie (1994)

Algemene bronnenoverzichten
Beknopte literatuurlijst, vermeld in het boek Ronde en Platbodemjachten, samengesteld door mr. dr. T. Huitema | |||
| Modellen op spanten: een Botter. In De Modelbouwer | J. van BEYLEN | Amersfoort | jrg. 1951-1952 |
| Bouwbeschrijving van een Zeeuwse visserman: de Tholense hoogaars. In De Modelbouwer | J. van BEYLEN | Amersfoort | jrg. 1962-1964 |
| Zeeuwse vissersschepen van de Ooster- en Westerschelde | J. van BEYLEN | Amsterdam | 1964 |
| De Geschiedenis van het Klipperschip | Mr. A. BLUSSÉ van Oud-Alblas | ||
| De Zuiderzee | K. BOONENBURG | Amsterdam | 1956 |
| Houten Schepen | K. BOONENBURG | Enkhuizen | 1957 |
| Nederlandsche Jachten, Binnenschepen, Visschersvaartuigen en daarmee verwante kleine zeeschepen 1650-1900 | G.C.E. CRONE | Amsterdam | 1926 |
| Onze Binnenschepen | G.C.E. CRONE | Amsterdam | 1944 |
| Die Entwicklung der wichtigsten Schiffstypen bis im 19e Jahrhundert | B. HAGEDORN | Berlin | 1914 |
| Ancient and modern ships | G.C.V. HOLMES | London | 1900 |
| Schepen die voorbijgaan | H.C.A. VAN KAMPEN en H. KERSKEN Hzn | 's-Gravenhage | 1927 |
| De Scheepsbouw vanaf zijn oorsprong | E. VAN KONIJNENBURG | Brussel | 1913 |
| Plezierig Varen | J.A.M. KRAMER / W. DE BRUIN |
Schiphol | 1972 |
| Romantische Scheepvaart | J. de LAVARENDE | Amsterdam | 1960 |
| De Groene Draeck | IR. J. LOEFF E.A. | Schiedam | 1959 |
| Beschouwing van den Nederlandschen Scheepsbouw met betrekking tot deszelfs zeilaadje | F.N. van LOON | Haarlem | 1820, tweede uitgave Amsterdam 1842 |
| Handleiding tot den Burgerlijke Scheepsbouw | F.N. van LOON | Workum 1838, tweede uitgave Leeuwarden | 1843 |
| Zeilschepen en hun Tuigage | H. MANHOUDT jr. | Amsterdam | 1946 |
| Het Nederlandsche Zeilschip van 1800 tot het einde | J. ODERWALD | Amsterdam | 1939 |
| Nederlandsche Snelzeilers | J. ODERWALD | Amsterdam | 1940 |
| De Bomschuit, een verdwenen scheepstype | E.W. PETREJUS | Rotterdam | 1954 |
| Oude zeilschepen en hun modellen | E.W. PETREJUS | Bussum | 1972 |
|
Skûtsjesilen |
L. PIETERSEN | Drachten | 1958 |
| Schepen op de Schelde | M. SEGHERS en R. DE BOCK | Antwerpen | 1960 |
| Schepen die verdwijnen | P.J.V.M. SOPERS | Amsterdam | |
| De Clipper | ANNO TEENSTRA | Amsterdam | 1945 |
| Die Niederliindische Seefischerei, in: Handbuch der Seefischerei Nordeuropas, Band VII, 2 | J.J. TESCH en J. DE VEEN | Stuttgart | 1933 |
| Voor de wind | H. VOORDEWIND | Den Haag | 1951 |
| De Geschiedenis van het schip | P. DE VREE | Antwerpen / Amsterdam | 1942 |
| Aeloude en hedendaagse Scheepsbouw en Bestier | N. WITSEN | Amsterdam | 1671 tweede uitgave 1690 |
Bibliografie, vermeld in het eerst genoemde boek Scheepstypologieën, samengesteld door Floris Hin | |||
| Titel | Schrijver(s) | Uitgever | Jaar |
| Scheepstypologieën | Werkgroep Tuigerij & Documentatie LVBHB | Unieboek bv Houten |
1988 |
| Tijdens het verzamelen en verwerken van scheepsgegevens van heden ten dage nog zeilende, voormalige binnenvaartschepen stelde de Werkgroep Tuigerij & Documentatie van de Landelijke Vereniging tot Behoud van het Zeilend Bedrijfsvaartuig een aantal scheepstypologieën samen. | |||
| Hollandse Jachten van de Toekomst | H. Kersken Sr | Bom Uitgeversmaatschappij Assen / Amsterdam / Rotterdam |
1963 |
| Verzameling platbodem-schepenontwerpen, waarbij de schrijver/ontwerper de karakteristiek van de schepen en de moderne eisen aan een jacht op een veelal uitstekende manier weet te combineren. | |||
| Groningen AHOY | Elske Zwart, J. Damminga, Jan Heuff | Uitgeverij Kemper Groningen |
1980 |
| Een ter ere van het 75-jarige jubileum van de Onderlinge Verzekering Oranje uitgegeven collage van oude en weer nieuw in de vaart gebrachte zeilende bedrijfsvaartuigen. | |||
| Prinsessejacht De Groene Draeck | Koninklijke Nederlandsche Boekdrukkerij H.A.M.Roelants | Schiedam | |
| Beschrijving van de totstandkoming en bouw van dit Lemsteraakjacht. | |||
| Met zeil en treil, de tjalk in binnen- en buitenvaart | Frits Loomeijer | Uitgeverij De Alk Alkmaar |
1980 |
| Een poging tot beschrijving van alles rondom het verschijnsel tjalk. Helaas door deze brede opzet niet erg diepgaand en ook met weinig nieuws t.o.v. eerder verschenen verhandelingen over de zeilende bedrijfsvaartuigen. | |||
| Veenkoloniale Zeevaart | Wilco van Koldam, Harm van Veen, Jan Nico Wilkens | Schuur Veendam | 1979 |
| Dit boek werd geschreven naar aanleiding van een tentoonstelling `Pompen of Verzuipen' in 1974 in Het Veenkoloniaal Museum te Veendam. Een geschiedkundige verzameling over vooral kustzeilers en aanverwante zaken. O.a. uitgebreide lijsten van schepen, data, eigenaren en schippers. | |||
| Glorie van de Oude Binnenvaart | Rob Martens en Lieuwe Westra | Uitgeversmaatschappij Bom Assen / Amsterdam | |
| Een verzameling prentbriefkaarten die een fascinerend overzicht geven van de grotendeels verdwenen vloot zeilende bedrijfsvaartuigen. | |||
| Het wrak van een 15de eeuws vissersschip in Flevoland | H.R. Reinders, H. van Veen, K. Vlierman, P.B.Zwiers | Flevobericht 140 Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders |
1978 |
| Uitgave van Museum voor Scheepsarcheologie, Ketelhaven-Dronten. Een overdruk van 'Verslag van het onderzoek van een vissersschip op kavel W10 in Oostelijk Flevoland'. Beschrijving van hoe de opgraving van een houten schip in haar werk gaat. Reconstructie van het schip en zijn sociale functie binnen een gemeenschap. | |||
| Schuitenmakerij rond Wervershoof | Uit `Het Peperhuis'. | Uitgave van de Vereniging Vrienden van het Zuiderzeemuseum Enkhuizen |
|
| Beschrijving van de geschiedenis van en de wederopbouw in het Buitenmuseum van het Rijksmuseum `Zuiderzeemuseum' van deze schuitenmakerij. | |||
| Scheepssier | G.R. Kruissink | Hollandia, Baarn | 1977 |
| Geeft o.a. ook een beschrijving van de versieringen op onze oude zeilende binnenschepen. | |||
| Catalogus voor het Werf-Rederij-en Havenbedrijf 1949 | Redacteur D. Schouten Hzn | NV Voorheen Drukkerij Levisson, 's Gravenhage | |
| Technische verhandelingen en gegevens van materialen die in gebruik zijn in de scheepsbouw en -vaart. Verzameling toen geldende normbladen. Uitgebreide afdeling advertenties en lijst van adverteerders van toeleveringsbedrijven ten behoeve van deze scheepsbouw en scheepsvaart. | |||
| Plezierig varen. Ronde en platbodemjachten | Jaap A.M. Kramer en Wim de Bruijn | De Boer Maritieme Handboeken (Unieboek)/Interdijk, Bussum/Schiphol-Oost |
1972 |
| Korte beschrijvingen en een overzicht van de hedendaagse nog zeilende jachten en tot jacht verbouwde binnenvaartschepen. | |||
| Schepen op de Schelde: binnenvaartuigen en vissersschepen op de Schelde omstreeks 1900. Derde uitgave. | M. Seghers & R. de Bock | Uitgeverij de Sikkel Antwerpen |
1962 |
| Een serie uitstekend gedetailleerde tekeningen van schepen zoals zij op de Schelde voeren. Vergezeld van korte beschrijvingen. | |||
| Schepen die verdwijnen | P.J.V.M. Sopers, bewerkt door H.C.A. van Kampen | P.N. van Kampen & Zn., Amsterdam | waarschijnlijk 1947/48 |
| Een basishandleiding op het gebied van de bouw, tuigage en inrichting van het zeilende binnenschip. Weliswaar speciaal over het houten bin-nenschip, maar toch ook voor onze ijzeren/stalen zeilende bedrijfsvaartuigen het meest uitgebreide handboek. Aanbevolen! | |||
| Bemastung und Takelung der Schiffe | Friedrich Ludwig Middendorf | Horst Hamecher Kassel |
1977 |
| Fotografische herdruk van de uitgave van 1903. Dit boek kun je wel de handleiding noemen van het classificeren door de Germanischer Lloyd rondom de eeuwwisseling. Het geeft o.a. ook uitgebreide informatie over kofschip, koftjalk en de tjalk. Aanbevolen! | |||
| Ronde en Platbodemjachten | Dr. T. Huitema | P.N. van Kampen & Zn. Amsterdam | 1965 |
| Nieuwe totaal herziene druk in 1987 verschenen bij De Boer Maritiem, Houten. Uitgebreide handleiding over de geschiedenis en de bouw van deze jachten. Vele lijnen- en zeilplannen completeren het boek. Aanbevolen voor algemene basisinformatie. | |||
| Hijsgereedschappen: kettingwerk, staaldraadkabels, touwwerk | L. Drooger & L. Noordegraaf | Uitgeverij Waltman Delft |
1955 |
| Technische informatie over keuze en behandeling van ketting, staalkabel en touwwerk. Haken, sluitingen en ogen. Schijven en trommels. Blokken en spanners. | |||
| Schiemanswerk en Zeilnaaien | S.P. de Boer en J.A. Schaap, K. Glas en J.W. Schutte | Tweede druk. Uitgeverij J.F. Duwaer & Zonen, Amsterdam |
|
| Uitgebreide verhandelingen over het schiemannen aan boord in al zijn facetten. | |||
| Vijftig afbeeldingen - Schepen en Vaartuigen | P. le Comte | ||
| Herdruk van de uitgave uit 1831 door F. Kaal te Amsterdam. Platen en beschrijving van diverse schepen die een goed inzicht geven in de ontwikkeling van o.a. het zeilende binnenschip. | |||
| Scheepsmodellen 1700-1900 | P.N. van Kampen & Zn, Asterdam | ||
| Modellen van visschersschepen, vrachtschepen,schepen voor groote vaart, yachten, enz. Lijnenplannen en een enkel zeilplan van de houten scheepsbouw, met diverse voorbeelden van binnenschepen. Dit platenalbum helpt bij de bestudering van de ontwikkeling van het oude houten schip naar ons ijzeren/stalen exemplaar. Ongewijzigde herdruk van de uitgave van 1945. | |||
| Segler in der Zeitenwende | Joachim Kaiser | Verlag Egon Heinemann, Norderstedt | 1977 |
| Chronik der Seefahrt . Zeer uitgebreide verhandeling van de Duitse zeilende binnen- en kustvaart. | |||
| Segler im Gezeitenstrom | Joachim Kaiser | Verlag Egon Heinemann, Norderstedt | 1979 |
| Chronik der Seefahrt. Tweede en bewerkte druk. De biografie van de houten ewer. | |||
| Verzameling van vier en tachtig stuks Hollandsche Schepen geteekend en In Koper Gebracht | G. Groenewege | Rotterdam | 1789 |
| J. van den Brink. De platen geven een inzicht in de geschiedenis/ontwikkeling van o.a. de zeilende binnenschepen. | |||
| De Schoonheid onzer Binnenschepen | W.J. Dijk | A.J. Hilgersom / Navigare Amsterdam | 1977 |
| Een heruitgave van het oorspronkelijke werk. Een schoonheid van een boek. Tekeningen en beschrijvingen over de zeilende binnenvaart, grotendeels getekend en geschreven in de periode 1942-1945 te Galamadammen, Friesland. Aanbevolen. In de tekeningen en de tekst is veel interessants voor ons restauratiewerk te vinden. | |||
| Stervende Zee | Jos Lussenburg en K. Boonenburg | P.N. van Kampen & Zoon, Amsterdam | 1963 |
| Een boek in schilderijen en tekst dat ons verhaalt over de Zuiderzeecultuur van voor haar afsluiting in 1932. | |||
| Handleiding tot den Burgelijken Scheepsbouw | F.N. van Loon | 1980 | |
| Facsimile uitgave van de oorspronkelijke uitgave uit 1838. Lykele Jansma /De Boer Maritiem, Buitenpost / Haarlem. | |||
| Beschouwing van den Nederlandschen Scheepsbouw | F.N. van Loon | ||
| Facsimile-uitgave van de oorspronkelijke uitgave uit 1820. Lykele Jansma / De Boer Maritiem, Buitenpost / Haarlem 1980. Twee boekwerken en één platenalbum. F.N. van Loon wordt wel beschouwd als de geestelijke vader van het moderne scheepsontwerpen (zeker wat betreft de binnenvaartschepen). Deze verhandelingen geven in tekst en tekeningen goed aan hoe men een goed schip moet bouwen. Een goede voorbereiding op onze ijzer- en staalbouw. In de boeken en van de tekeningen zijn veel technische details voor ons restauratiewerk te vinden. | |||
| Handleiding tot de kennis van Tuig, Masten, Zeilen, enz | J.C. Pilaar & G.P.J. Mossel (1858) | Fontes Pers Amsterdam | 1974 |
| Facsimileherdruk van de uitgave uit 1858. Geeft voor ons tuigwerk veel geschiedkundige wetenswaardigheden en leert ons iets van de idee van de oude schiemannen. | |||
| De Nederlandsche Binnenscheepvaart verleden, heden, toekomst | J. de Hoog | Brockhoff v/h Kemink en Zn. Utrecht |
|
| Een sociologische dissertatie over de binnenvaart in alle facetten tot ca. 1937. | |||
| Restauratie Klassieke Schepen | John Lewis | De Boer Maritiem, Bussum | 1978 |
| Weliswaar een vertaling uit het Engels, maar in dit boek zijn veel wetenswaardigheden te vinden voor het restaureren van onze zeilende bedrijfsvaartuigen. | |||
| Tuigage, Laden, Lossen en onderhoud van binnenvaartschepen | A.A. H. Spaan en G.J. Leygraaff |
Bom Uitgeversmaatschappij, Assen / Amsterdam / Rotterdam / Brussel |
1967 |
| Vijfde druk. Geeft een goed inzicht in het behandelen van tuigwerk aan boord van hedendaagse (? 1967-1970) binnenschepen en vertelt uitgebreid over het onderhoud van die schepen, wat direct op de bedrijfsvaartuigen zeilen van toepassing is. | |||
| Tuigage, Laden, Lossen en onderhoud van binnenvaartschepen | A.A.H. Spaan en G.J. Leygraaff |
Bom, Assen | 1948 |
| Geeft, in tegenstelling tot de latere drukken, nog een uitgebreide verhandeling over de tuigage van de zeilende bedrijfsvaartuigen. | |||
| De 'Ideaal', geschiedenis van een binnenschip | Gep Frederiks | Ploegsma, Amsterdam | 1980 |
| Beschrijft de geschiedenis, bouw en reilen en zeilen van deze zeilkast. | |||
| Fluiten geeft veel wind, over zeilende broodvaarders | Gep Frederiks | Ploegsma, Amsterdam | 1977 |
| Aquarellen en korte beschrijvingen van de kenmerken van de nog meest voorkomende zeilende bedrijfsvaartuigen. | |||
| Ronde en Platbodems, schepen en jachten | Jan Lunenburg & W. Haentjens | Grote Alken nr. 631, De Alk, Alkmaar |
|
| Binnenvaartschepen | R. Martens & F. Loomeijer. Grote Alken nr.692 | De Alk, Alkmaar | 1977 |
| Geeft een geschiedkundige schets van de zeilende bedrijfsvaart. | |||
| Botters | J. Peereboom | Grote Alken nr. 673, De Alk, Alkmaar |
|
| Een geschiedschrijving van dit Zuiderzeeschip door een schrijver die zelf in zijn jonge jaren zijn klompen versleet aan boord van zo'n schip. | |||
| Nederlandsche Binnenschepen | G.C.E. Crone | Allen de Lange, Amsterdam |
1944 |
| Korte geschiedkundige verhandeling over de zeilende binnenvaart. | |||
| Schipperswerk, De binnenvaart rond 1900 in scheepsmodellen | Uitgave naar aanleiding van een tentoonstelling | ||
| Maritiem Museum `Prins Hendrik' te Roterdam. Foto's en korte beschrijvingen van de tentoongestelde modellen. De modellen zijn getrouwe 'kopieën op maat' van zowel houten als ijzeren zeilende bedrijfsvaartuigen. | |||
| Het Aloude Schip in 1979 | Uitgave van de Landelijke Vereniging tot Behoud van het Zeilend Bedrijfsvaartuig |
1979 | |
| Een technisch overzicht van ca.180 zeilende bedrijfsvaartuigen in het bezit van leden van de vereniging.Helaas een zeer slechte druk. | |||
| Schepen van de Nederlanden van de late middeleeuwen tot het einde van de 17e eeuw | J. van Beylen | P.N. van Kampen & Zn. Amsterdam | 1970 |
| Een geschiedenis over de scheepvaart waaruit ook veel kennis te verzamelen valt voor ons restauratiewerk. | |||
| Oude Zeilschepen en hun Modellen, binnenschepen, jachten en vissersschepen | E. W. Petrejus | De Boer Maritieme Handboeken (Unie-boek), Bussum |
1971 |
| Geschiedkundige beschrijvingen van alles wat reilde en zeilde en wat voorloper was van onze zeilende bedrijfsvaartuigen.Zeer aan te bevelen. | |||
| Skûtsjesilen | Lieuwe Pietersen | Drukkerij en Uitgeverij Laverman, Drachten |
1965 |
| Een geschiedschrijving van het skûtsjesilen. | |||
| Zand-, Grint- en de IJsselmannen | C.J.W. van Waning | ||
| Uitgegeven door de Koninklijke Schippersvereniging Schuttevaer, afdeling Ouderkerk a/d IJssel en Omstreken, ter gelegenheid van het twaalfde lustrum (1919-1970). Een geschiedschrijving. | |||
| Uit de geschiedenis van de zeilvaart: De Groninger Zeevaart in de tweede helft der 19e eeuw | P.J. van Herwerden | Gijsbers en van Loon, Arnhem |
1969 |
| Een geschiedschrijving. | |||
| De Laakhaven | W.J. Dijk | Uitgave van het Gemeentebestuur van 's-Gravenhage |
1932 |
| Historische ontwikkeling tot aan het toen nieuwe havencomplex. Mooie schetsen van velerlei typen bedrijfsvaartuigen. | |||
| Het Bruine Schuitenboek, een nieuwe generatie schippers op oude zeilschepen | P.N. van Kampen & Zn Bussum |
1978 | |
| Kijk- en leesboek over restauratie en nieuwe functies (chartervaart). | |||
| Het Tuigen van schoenerschepen | Th. Lehman | P.N. van Kampen & Zn. Amsterdam | 1972 |
| Oorspronkelijke uitgave uit 1920, met veel informatie over het tuigen. Ook goed bruikbaar voor onze zeilende binnenvaart. | |||
| Oliemotoren voor de binnenscheepvaart | C. Noorlander | Bom, Assen | 1943 |
| `Handboek voor motorschippers en motordrijvers.' Prima voor de oude motoren beneden 150 pk. | |||
| Zelf een boot bouwen, afbouwen, verbouwen, repareren, onderhouden | H. Th. Janssen | Hollandia, Baarn | 1975 |
| Zesde druk. Veel informatie over constructies en onderhoud. Ook zeer bruikbaar voor onze schepen. | |||
| (A)-Handboek voor smeden | P.G. van Dongen | Juli 1939 | |
| Derde druk. | |||
| (B)-Handboek voor smeden | P.G. van Dongen | Januari 1952 | |
| Vierde druk. | |||
| (C)-Handboek der metaalbewerking | A. de Jong | April 1937 | |
| Derde druk. | |||
| (D)-Handleiding voor de metaalbewerker, meer in 't bijzonder den Smid | J.A. van der Klaes | 1923 | |
| Vierde druk. Interessante oude handboeken over dit oude ambacht. Helaas tegenwoordig vrijwel niet meer toe te passen in verband met het wezenlijke verschil in materiaalsamenstelling.Het hedendaagse staal is niet meer te smeden als het oude ijzer. | |||
| Onderhoud | Bokkepoot XXVIII - Speciaal | Amsterdam | 1980 |
| Werkgroep Tuigerij & Dokumentatie.Het Zeilende Bedrijfsvaartuig. Over onderhoud van de romp van ijzeren en stalen schepen, hout-preservering en onderhoud, het touwwerk, het zeildoek. | |||
| Heil om Seil | Hylke Speerstra | Utjowerij N. Miedema & Co Ljouwert | 1968 |
| Uitgave in het Fries. | |||
| Met de Kloten voor het Blok | Hylke Speerstra | Kruseman, Miedema Pers Den Haag / Leeuwarden |
1970 |
| Vertaald uit het Fries. | |||
| Kop in de Wind | Hylke Speerstra | De Boer Maritiem (Unieboek) Bussum |
1975 |
| Hernieuwde uitgave. Drie titels.Een en hetzelfde boek. Geeft door de mond van de vertellende Friese schippers veel technische en sociale informatie over het zeilen met voornamelijk sk??tsjes. | |||
| De laatste echte schippers: binnenvaart onder zeil | Hylke Speerstra | De Boer Maritieme Handboeken Bussum |
1973 |
| In de vertellingen van deze schippers over het leven van alledag aan boord van hun zeilschepen is voor ons weer zeilbaar maken van oude binnenvaartschepen veel detailkennis te vergaren. | |||
| Schippers van de Zee, de laatste kustvaarders onder zeil | Hylke Speerstra | De Boer Maritiem Bussum |
|
| Deze verhalen bieden niet alleen een goed zicht op het leven aan boord van deze zeilende kustvaarders, maar geven zo tussen de regels veel technische geheimen prijs over het schip en zijn tuig. | |||
| Gids voor Milieuvriendelijk en Streekeigen Varen in Noord-West Overijssel toegespitst op de vaarmogelijkheden met een Punter | Reini en Hans Houkema | Uitgave van de Stichting Natuur- en Milieufederatie. Aan de Stadsmuur 79-83 Zwolle |
|
| Een korte handleiding over de geschiedenis en de bouw van, en het varen met de punter. | |||
| Schepen van het Zuiderzeemuseum | Zuiderzeemuseum te Enkhuizen | 1966 | |
| Beschrijvende gids van het schepenbezit van het Rijksmuseum. Vertelt in beknopte vorm iets over de tentoongestelde schepen. | |||
| Vijf jaar Enkhuizer Klipperrace, schippers en schepen | Uitgave van de Enkhuizer Hardzeilcommissie | 1979 | |
| Een zestiental schippers vertelt over hun klipper en het hedendaagse zeilschipperen. | |||
| Skûtsje Journaal | Uitgaven van de Sintrale Komisje Skûtsjesilen | 1976, 1980 | |
| Jaarlijkse uitgave rondom het skûtsjesilen met wetenswaardigheden over de meezeilende schippers en schepen. | |||
| Friesland Post `Special' | Jubileumnummer `5 jaar' | Uitgave van Uitgeverij Interpress, Sneek | 1978 |
| Uitgave speciaal gewijd aan de Friese binnenvaart, van zeilend naar hedendaagse gemotoriseerd, in al haar facetten. | |||
| Van Poonschuit tot Beunschip | |||
| Catalogus met geschiedkundige beschrijving van de expositie van scheepsmodellen, afbeeldingen en voorwerpen met betrekking tot de binnenvaart in de IJsselstreek, in samenwerking met de Van Waningstichting | |||
| Met de Anna Onder Zeil | C. Buddingh, Otto Dicke, Sietzo Dijkhuizen, Jan van de Kam | Zeilsportpromotion Almere |
1980 |
| Door middel van de schrijfstift van een niet-varensgezel/schrijver, de tekenstift van een tekenaar en het oog van een fotograaf beleeft deze oude, weer zeilende klipper een tocht vanaf Dordrecht via de grote rivieren, IJsselmeer, Zuid-westhoek van Friesland en Noordwest-Overijssel naar Zwartsluis. Een impressie over het varen, het landschap, de natuur, de steden en het leven op water. | |||
| Catalogus van de Maritieme bibliotheek | Noordelijk Scheepvaartmuseum | Groningen | 1972 |
| Een totaaloverzicht van alle boeken in de bibliotheek van het museum. | |||
| Beschrijvende catalogus der scheepsmodellen en scheepsbouwkundige tekeningen 1600-1900 | W. Voorbeijtel Cannenburg | Uitgave van het Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum Amsterdam |
1944 |
| Alle modellen van het scheepvaartmuseum plus een Nederlandse bibliografie van scheepsbouw en tuigkennis, 1565-1900.Alle in het museum aanwezig, te bezichtigen en te raadplegen. | |||
| Elements of yacht design | Skene. Dodd, Mead and Co | New York | 1962 |
| Gegevens voor het ontwerpen van jachten en hun tuigage. Hoewel niet voor restauratie van binnenschepen geschreven, kunnen hier vele gegevens uitgehaald worden over bijv. sterkteberekening, hulpmotor, schroef en tuigage. | |||
| Jan Goos, visserman van Enkhuizen | J. Goos | Van Kampen & Zn. Amsterdam |
1961 |
| Autobiografie van een Enkhuizer visserman (1877-1950). | |||
| Geen moed vist ook | P. Dorleyn | De Boer Maritiem Bussum |
1977 |
| Beschrijving van zeilende vissersschepen en de visserij op de voormalige Zuiderzee. Veel pentekeningen en aquarellen. | |||
| De Friese Palingaken | J. Zetzema | Hilgersom / Navigare Amsterdam |
1976 |
| Beschrijving van de vaart op zee, voornamelijk van Heeg, Friesland naar Londen, Engeland met palingaken. | |||
| Scheepsmodellen binnenschepen | E.W. Petrejus | Uitgeversmaatschappij C.A.J. van Dishoeck Bussum |
1964 |
| Een verhandeling over zeilende binnenvaartschepen van de middeleeuwen tot haar einde aan de hand van modellen. Het is hoofdstuk I uit Oude Zeilschepen en hun modellen, binnenschepen- jachten en vissersschepen door E.W. Petrejus | |||
| Nederlandsche Jachten, Binnenschepen, Vissersvaartuigen en daarmee verwante kleine zeeschepen 1650-1900 | G.C.E. Crone | Oorspronkelijk verschenen bij Swets & Zeitlinger in 1926 |
1978 |
| Heruitgave door Schiepers, Schiedam. Geschiedkundige verhandeling, aan de hand van modellen, over onze zeilende binnenvaart tot het einde van de houtbouw. Een goede vòòr-aanvulling van Oude Zeilschepen en hun modellen, binnenschepen, jachten en vissersschepen, door E.W. Petrejus, die de stap van hout- naar ijzerbouw doet. | |||
| Weerzien met de Oude Binnenvaart | Rob Martens & Lieuwe Westra | Uitgever Kosmos Amsterdam / Antwerpen |
|
| Een verzameling foto's die een goed overzicht geven van de zeilvaart rond de eeuwwisseling. Het is een boek dat in één adem genoemd behoort te worden met Glorie van de Oude Binnenvaart van dezelfde schrijvers/samenstellers. | |||
| Lemsteraken, van visserman tot jacht | T. Huitema | Uitgeverij Heureka Weesp |
1982 |
| Tot stand gekomen dank zij samenwerking tussen de Stichting Ronde- en Platbodemjachten en de uitgever. Waarschijnlijk Een totaaloverzicht over het ontstaan en de ontwikkeling van het vissermans- en hedendaags gebruik van deze aak als jacht. | |||
| Varen waar geen water is, reconstructie van een verdwenen wereld | G.J. Schutten | Broekhuis Hengelo | 1981 |
| Geschiedenis van de scheepvaart ten oosten van de IJssel van 1300 tot 1930. Een uitgebreide verhandeling over de houten zeilende binnenvaart in deze zo door ons vergeten binnenlanden/binnenwateren van Nederland. Een adembenemend boek dat je in ?®?®n adem uitleest. Geeft een goed inzicht in de geschiedenis, het gebruik en toepassing, de bouw en het varen met deze voor ons zo onbekende schepen en schippers. | |||
| Die Segelschiffe der Deutschen Klein-schiffahrt | Hans Szymanski | Lubeck | 1929 |
| Een in het Gotisch-Duits gedrukte verhandeling over de Duitse kustvaartuigen: zowel in hout als ijzer gebouwd.Een interessante verhandeling in verband met de overeenkomsten en aanvullingen tussen deze Duitse schepen en onze Nederlandse binnenvaartschepen uit die tijd. | |||
| Segelschiffe der Ostsee | Federzeichnungen von Andreas Laursen | Egon Heinemann Norderstedt |
1978 |
| Een overzicht van zeilende Oostzeeschepen in pentekening gebracht. Geeft een aardig idee van deze schepen en ook hoe onze koftjalk, logger, tjalk en klipper het op dit water deed. | |||
| Skene's Elements of Yacht Design | Bijgewerkt door Francis S. Kinney. Dodd, Mead & Company | New York | 1981 |
| In de gespecialiseerde of technische boekhandel. Een bewerkte en aan de tijd aangepaste uitgave van Elements of yacht design van Skene. | |||
| Zeemanstaal | J.F. Vi?½tor | P.N. van Kampen & Zn. Amsterdam | |
| Woordenboek waarin opgenomen scheepstermen uit o.a. de binnenvaart, zeevaart, zeilvaart, kustvaart, visserij, enz. | |||
| Het werken met touw en staaldraad voor de beroeps- en pleziervaart | Kaj Lund | Hollandia, Baarn | 1972 |
| Een duidelijk en goed boek over schiemannen. | |||
| Aanzien van de Oude Visserij | Rob Martens en Lieuwe Westra | Bom, Assen / Amsterdam | |
| Geeft in prenten en foto's met uitleg een beeld van de visserij van ca. 1880-1950. | |||
| Wie Zee Houdt Wint De Prijs | Hylke Speerstra | ||
| Uitgegeven als herdenkingsboek ter gelegenheid van het honderd vijftigjarig bestaan van `De Groninger Eendracht'.Bevat veel gegevens over tjalken. | |||
| Wat de Havenarbeider moet weten | D.P. Jansen | Uitgave van de Scheepvaart Vereniging Noord te Amsterdam |
1948 |
| Geeft een inzicht hoe het schip en de diverse ladingen behandeld moeten worden tijdens laden en lossen.Kan interessante informatie verschaffen bij het werken aan boord van onze zeilende bedrijfsvaartuigen. In 1957 en 1961 kwam er een aangepaste en bijgewerkte uitgave uit. | |||
| Schippers op de Alblas en de Graafstroom | Leen Smit & Adam Krijgsman | Offset-drukkerij Kanters, Alblasserdam | 1976 |
| Geeft, gericht op de schipper en zijn familiebanden, een fascinerend inzicht in de binnenvaart op bovengenoemde wateren. Voor de bezitter en liefhebber een boekje om als een kleinood te koesteren. | |||
| Schepen die voorbijgaan | Bewerkt door H.C.A. van Kampen & H. Kersken Hzn | In opdracht van de A.N.W.B. Toeristenbond voor Nederland. Met medewerking van de Kon. Verb. Ned. Watersportverenigingen |
1927 |
| Een verzameling afbeeldingen en beschrijvingen van schepen die de Nederlandsche binnenwateren bevaren. Herdruk 1984 Hilgersom/Navigare te Amsterdam. Een caleidoscoop van Nederlandse schepen uit de jaren dertig in lijnen- en zeilplan. Ook veelal een korte beschrijving en een foto. Dit boek vormt een zo goed gedocumenteerd overzicht dat het de basis vormt van onze kennis over ijzeren zeilende binnenschepen. | |||
| Groningen vaarwel | Kees van der Hoef | Technipress, Groningen | 1981 |
| Geeft een terugblik hoe het was op Groninger-(stad) wateren met hun binnenscheepvaart. | |||
| Blokkepoot | Henk Bos | Speciale Bokkepootuitgave van de Landelijke Vereniging tot Behoud van het Zeilend Bedrijfsvaartuig |
september / oktober 1982 |
| Voor de restaurateur en/of doe-het-zelver pur sang. Dit boekje is een complete verhandeling over houten en stalen, touw- zowel als staaldraad-blokken. Met andere woorden, dit boekje legt haarfijn uit hoe je zelf alle blokken die je nodig hebt kunt maken. Zeer aan te bevelen. | |||
| De scheepvaart in vroeger jaren, deel II | G. Nauwelaers-Wanders | Uitgave van de samenstelster |
1980 |
| Een fotoalbum dat ons een kijkje gunt op de kanalenvaart in België van zo'n 50-80 jaar geleden. | |||
| De scheepvaart in vroeger jaren, deel III. De Stoomboten Internationaal | G. Nauwelaers-Wanders | Uitgave van de samenstelster |
1980 |
| Foto's vertellen ons het verhaal van de plaats van de stoomsleepboten op Belgische kanalen in het begin van de twintigste eeuw. | |||
| De scheepvaart in vroeger jaren, deel IV. De Zeilvaart | G. Nauwelaers-Wanders | Uitgave van de samenstelster. Neerharen (België) |
1980 |
| Foto's en prentkaarten die de geschiedenis schrijven van de zeilende bedrijfsvaart op de kanalen en rivieren in België vanaf het einde van de vorige eeuw tot het einde van deze zeilerij omstreeks de Tweede Wereldoorlog. | |||
| De scheepvaart in vroeger jaren, deel V. De Voerman | G. Nauwelaers-Wanders | Uitgave van de samenstelster |
1981 |
| Deze foto's tonen ons het jagen langs en op de Belgische wateren in al zijn facetten. Tussen de foto's van de voermannen en hun jaagpaarden valt ons het schrijnende beeld op van de jagende schippersfamilie. | |||
| De scheepvaart in vroeger jaren, deel VI: Nederland | G. Nauwelaers-Wanders | Uitgave van de samenstelster |
1982 |
| Een mengeling van zeil-, jaag- en motorschepen tussen 1900-1950 van de Nederlandse binnenwateren op fotoprent gebracht. | |||
| Zeeuwsche Visschersschepen van de Ooster- en de Westerschelde | J. van Beylen | P.N. van Kampen & Zn. Amsterdam |
1966 |
| Een beschrijving met lijnen- en zeiltekeningen van vrijwel alle vissersschepen van zo rond de eeuwwisseling die nog zeilende hun beroep uitoefenden op Zeeuwsche- en Zuidhollandse wateren. | |||
| De scheepsbouw vanaf zijn oorsprong | E. van Konijnenburg | Uitgegeven door de Internationale Vereniging voor De Scheepvaart Congressen Brussel |
Omstreeks 1910 |
| Een compleet overzicht van de ontwikkeling van de scheepsbouw met een zeer uitgebreide verhandeling van de bouw van houten binnenvaartschepen tot zo rond de eeuwwisseling. Dit alles gebracht in fantastische ingekleurde lijnentekeningen. Je kunt wel zeggen dat dit boek de voorloper is van het boek van Sopers, Schepen die verdwijnen. | |||

