Subtype Zuid-Hollandse tjalk
Beschrijving
1. Geschiedenis
2. Beschrijving
Evenals in Friesland en Groningen werden ook in Zuid-Holland tjalken gebouwd. De grote tjalken werden voor de vaart op alle Nederlandse waterwegen gebruikt, terwijl de kleinere voor de meer regionale vaart bestemd waren. In Holland werden, net zoals in Friesland, smalle gangen in voor- en achterschip gebruikt.
Toch zijn er duidelijke verschillen in de rompvorm. Het meest in het oog springende kenmerk van de Hollandse tjalk is dat de berghouten voor en achter vrijwel horizontaal naar de stevens toe lopen. Dit betekent dat het grootste deel van de zeeg in de zijkanten zit waardoor het schip een hoekig uiterlijk krijgt. Het geheim van het type de Hollandse tjalk zit onder water. De romp word richting het achter steven sneller smal en ronder dan een skûtsje. Zichtbaar is dat de Hollandse tjalk vaker een paviljoen heeft en een grotere holte dan vergelijkbare tjalken van deze grootte. Meer ruimte en betere vaareigenschappen. Ook is een opmerkelijk detail dat het potdeksel in het voorschip verbreed was tot ongeveer twee meter achter de bolders. De grotere tjalken in de landelijke vaart varieerden tussen 80 en 120 ton.
3. Tuigage
De tuigage was van het gebruikelijke type en bestond uit grootzeil met rechte gaffel, fok en kluiver.
Kenmerken
- De Zuid-Hollandse tjalk als werkschip
- De Zuid-Hollandse tjalk als jacht
- Algemene kenmerken
- Kenmerkende verhoudingen
- Verklaring in tekening
