Spring naar inhoud

Toegankelijkheid:

De Scheepstypes in het Stamboek Ronde en Platbodemjachten

De
Scheepstypes beschreven

HoofdgroepGroepTypeSub-type
Ronde jachtenFRIESE RONDE JACHTENBoeier 
  Fries jacht 
  Tjotter 
   Boatsje
   Wyldsjitter
   Boeierke
 STAVERSE JOLLENStaverse jol gebouwd als vissersschip 
  Staverse jol gebouwd als jacht 
 AKEN voor de visserijVisaak (voorloper Lemsteraak) 
  Lemsteraak gebouwd als vissersschip 
  Lemsteraak gebouwd als jacht 
  Boeieraak gebouwd als jacht of ex-vissersschip 
   Amsterdamse aak
PlatbodemjachtenAKEN voor de visserijWieringer skuutje(voorloper Wieringeraak) 
  Wieringeraak 
 AKEN voor vrachtvervoerBoeieraak (vrachtvaart) 
  Hasselter aak 
  Hagenaar 
  IJsselaak 
  Rietaak 
  Zandaak 
 ZEEUWSE SCHEPENHoogaars 
  Hengst 
   Lemmerhengst
  
Steekhengst
  Boeieraak (Zeeuws visserschip) 
  Zeeuwse Schouwen 
   Philippiense schouw
   Tholense schouw
 
Zeeuwse Poon 
 
Antwerpse knots 
 BOLLENVollenhovense bol 
  Enkhuizer bol 
   Wieringer bol
   Workumer bol
   Durgerdammer bol
   Maassluis platjacht
 BOTTERSBotter 
   Platgat botter
 BLAZERSBlazer 
 PUNTERS en GRUNDELSPunter 
  Zeepunter 
  Grundel 
 SCHOKKERSSchokker 
  Bons 
  Pluut 
 SCHOUWENOpen Schouw 
   G.W.S.-schouw
   Lelieschouw
  Kajuitschouw 
  Zeeschouw 
  
Enkhuizer schouw
  
Wieringer schouw
 DRIJVERSCHUITENZalmschouw 
 TJALKACHTIGENTjalk 
   Paviljoentjalk
   Zuid-Hollandse tjalk
   Boeierschuit
   Skûtsje
 KLIPPERS en KLIPPERAKENKlipper 
  Klipperaak 
 PALINGAKENPalingaak 
 SNIKKENSnik 
 PRAMENPraam 
 WAALSCHOKKERSWaalschokker 
 BOTENBrabantse boot 
  Hollandse boot 
  Melkboot 
  Vlieger 
 WATERLANDSE VAARTUIGENWaterlandse jol 
  Waterlandse melkschuit 
 WESTLANDERSWestlander 
 ZOMPENZomp 
 MARKER RONDBOUWENMarker rondbouw 

Variatie in modellen en benamingen

Het is gebruikelijk om de Oud-Nederlandse scheepstypen in twee hoofdgroepen te onderscheiden, de Ronde schepen en de Platbodemschepen. 
De Ronde en Platbodemjachten kenmerken zich door het gebruik van bijzondere benamingen voor onderdelen van schip en tuig.

Toen de Engelsman Doughty in 1888 zijn zeiltocht door Friesland maakte en hij met z’n Norfolk wherry tijdens de feestweek in Sneek lag, keek hij zijn ogen uit. De grachten lagen volgepropt met die voor hem zo eigenaardige Nederlandse vrachtschepen: tjalken, boeiers, tjotters, pramen, schuiten, aken, bollen, schouwen, bokken en noem maar op. Voor Doughty leken ze allemaal sterk op elkaar. Ze verschilden volgens hem vooral in details. “We hebben nooit al hun verbijsterende namen onder de knie gekregen.” (Doughty, 1889, p. 23) Het eindeloos onderscheiden van scheepstypen die ondertussen allemaal op elkaar lijken, was voor hem een typisch Hollandse afwijking.

Ruim dertig jaren later schrijft Philippona, toch zeer deskundig op platbodemgebied: “Een vrolijk ingewikkelde verwarring in de benamingen van oude scheeps- en jachttypen, heeft van oudsher bestaan; een wonder is het dus niet, dat wij er ook thans zo slecht in thuis zijn". Als reden van de verwarring noemt hij, dat vooral de deskundigen het lang niet altijd met elkaar eens zijn over de benamingen. Wat betreft de visaken viel hem op dat in Friesland aken werden genoemd naar de plaats waar ze werden gebouwd en/of gebruikt. Hij zag daarin geen reden te spreken van verschillende scheepstypen. Ze werden gebouwd als visaak en pas later werd er een plaatsnaam aan toegevoegd. Een bolletje dat gebouwd was bij Zwolsman in Workum, heette in Workum een Workumer bol, in Enkhuizen een Enkhuizer bol en in Wieringen een Wieringer bol.


Dirk Huizinga: Gebruikelijke variatie in modellen en benamingen

Dirk Huizinga heeft de afgelopen jaren studie gemaakt van de scheepvaart in Friesland tussen 1880 en 1960 en over het leven langs de Oostwal van de Zuiderzee in dezelfde periode en daarover publiceert hij regelmatig. In zijn laatste publicatie 'Lemsteraken voor de recreatie' heeft hij onderzoek gedaan naar het ontstaan van het scheepstype Lemsteraak en schrijft daarin over scheepstypen in zijn algemeenheid:

Rond 1900 was men vanuit de houtbouw gewend dat ieder schip vanuit een basisidee ook zijn eigen vorm had. Alle schepen hadden een eigen karakter, omdat de vormen slechts globaal waren vastgelegd. Pas met de bouw van ijzeren schepen werd uniformiteit vanzelfsprekend, omdat er noodzakelijk van tekening moest worden gewerkt. Het was in die tijd ook heel gebruikelijk dat schepen van een bepaalde bouwer in een bepaalde plaats een eigen naam kregen, alsof het bij iedere bouwer en iedere streek om een eigen scheepstype handelde. Die naamgeving kon in de loop der jaren ook zomaar weer veranderen. De Vollenhovense bollen van Jan Kroese uit Vollenhove werden door de scheepsbouwer zelf ‘visaken’ genoemd, maar uiteindelijk werd hun naam ‘Vollenhovense bol’.

Zeilvaartlexicon Van Beylen gedigitaliseerd

In 1985 verscheen het Zeilvaart Lexicon van J. van Beylen. Dit uitgebreide werk bevat ongeveer 7.000 nautische termen met uitleg en een vertaling in het Engels, Frans en Duits. Vanuit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is een project opgestart met als doel de informatie uit het Lexicon vrij beschikbaar te stellen voor zowel de vrijwilligers als professionele onderzoekers die geïnteresseerd zijn in maritieme geschiedenis.

Je kunt het Lexicon hier downloaden.

Zeilvaart Lexicon door Jules van Beylen

De Digitale Versie van het boek Maritieme Geschiedenis der Nederlanden

In de jaren 1976-1978 verscheen de Maritieme Geschiedenis der Nederlanden in vier delen, onder hoofdredactie van G. Asaert, Ph.M. Bosscher, J.R. Bruijn en W.J. van Hoboken. Dit omvangrijke standaardwerk werd gepubliceerd door Uitgeverij De Boer Maritiem in Bussum.
De delen:

  1. Prehistorie, Romeinse tijd, Middeleeuwen, vijftiende en zestiende eeuw;
  2. Zeventiende eeuw, van 1585 tot ca. 1680;
  3. Achttiende eeuw en eerste helft negentiende eeuw, van ca. 1680 tot 1850-1860:
  4. Tweede helft negentiende eeuw en twintigste eeuw, van 1850-1870 tot ca. 1970.

Het Huygens ING – KNAW acht het van groot belang dat de oude vierdelige Maritieme Geschiedenis der Nederlanden (MGN) voor onderzoekers en belangstellenden beschikbaar en toegankelijk blijft.

Maritieme Geschiedenis der Nederlanden: Digitale versie van de vier delen Maritieme Geschiedenis van Nederland.

In de loop der eeuwen evolueerden de schepen in vorm en bouwwijze

..... In de loop der eeuwen namen de schepen voortdurend in afmeting toe en evolueerden zij in vorm en bouwwijze als gevolg van onderlinge beïnvloeding. Andere factoren speelden eveneens een rol. zoals de uitvinding van het stevenroer dat een betere besturing van grotere schepen mogelijk maakte. De uitvinding van het buskruit en het gebruik van geschut aan boord van schepen had tot gevolg dat deze daaraan werden aangepast. Aanvankelijk speelde het in gebruik nemen van klein geschut nauwelijks een rol. maar stilaan moest men toch schikkingen gaan treffen om het toenemende belang van dit nieuwe wapen op te vangen. Behalve voor de zware stukken zelf had men ook meer ruimte nodig voor de ammunitie de kanonniers en de grotere hoeveelheid leeftocht. De invoering van het kompas en de betere kennis van de zee werkten de vergroting van schepen onrechtstreeks in de hand. Men ging grotere reizen ondernemen, waarvoor men grotere schepen ging bouwen. Met de karveelbouw werd deze groei technisch mogelijk en kwam men de beperkingen van de overnaadse bouwwijze te boven .....

Verdwenen scheepstypes, belangrijk in de ontwikkeling door de jaren heen

Tot in de eerste helft van de twintigste eeuw vervulden houten vaartuigen in de Lage Landen een belangrijke en onmisbare rol. Er bestond een buitengewoon grote verscheidenheid aan vormen, elk aangepast aan de specifieke vaarwateren en het doel waar ze voor gebruikt werden. Met de aanleg van wegen en spoorwegen en de opkomst van motorvoertuigen verdwenen deze houten schepen uit beeld.
De houten schepen werden vervangen door de ijzeren en later de stalen. Bij sommige types werden eerst de vormen van de houten voorgangers zo veel mogelijk gehandhaafd, maar door de karakteristieken van de nieuwe materiaal en de mogelijkheid om van tekening te bouwen veranderden scheepstypes en werden er nieuwe geïntroduceerd. De meeste daarvan hebben het ook door de vervanging van het zeil door de motor niet gered. 
Gelukkig hebben een aantal auteurs in het verleden geprobeerd zoveel mogelijk van deze "historische" scheepstypes vast te leggen in boekvorm en in artikelen in Watersportbladen. 
Op onze pagina "Algemene Bronnenoverzichten" worden deze boeken vermeld met de verwijzingen naar de beschrijvingen als we die hebben.

Spiegel der Zeilvaart: Zeilvaart in de kunst - Het Kaagschip: Veerschip, Lichter en Vrachtvaarder

Overal in de Lage Landen kwam je kagen tegen, maar vooral in het Zuiderzeegebied en Holland. De kaag was veelzijdig, handelbaar en had een geringe diepgang. Als vrachtschip en lichter werden ze veel gebruikt, maar ook in de beurtvaart met passagiers. Je ziet ze terug op veel zeventiende- en achttiende-eeuwse schilderijen.
De herkomst van het scheepstype kaag is mistig. In de jaren zeventig van de zestiende eeuw wordt het voor het eerst genoemd. Sommige historici wijzen naar de kogge als voorloper en daar is wel wat voor te zeggen, immers de vlakke bodem en de rechte, vallende stevens tonen verwantschap met de vorm van kogge-schepen. De zijden sloten onder een hoek aan op het vlak. Het waren dus typische platbodems met als voornaamste eigenschappen een geringe diepgang en de mogelijkheid om droog te vallen. Dat maakte kagen geschikt voor vrijwel alle Nederlandse wateren.

Spiegel der Zeilvaart: Zeilvaart in de kunst - De Weischuit klein dapper en sierlijk

De vissers van de Zuiderzee benutten verschillende technieken en scheepstypen om vis en aal te bemachtigen. Voor de dorpen die gunstig lagen was het mogelijk om met relatief kleine boten de dagvisserij te beoefenen. De weischuit was voor die taak een geliefd en bruikbaar vaartuig.
Weischuiten waren open boten die vanuit de havens vooral aan de westwal van de Zuiderzee werden gebruikt voor de dagvisserij. Deze platboomde scheepjes lijken sterk op punters, maar ze zijn iets breder. De huid maakt net als bij de punter een scherpe knik met het vlak, maar bestaat uit meerdere overnaadse gangen, dit in tegenstelling tot de punter die slechts een gang heeft en daarboven een sterk naar binnen vallend boeisel. Dat laatste ontbreekt bij de weischuiten. Ze hadden een meer open vorm omdat ze voornamelijk voorkwamen aan de westkant van de Zuiderzee onder de beschutting van de hoge wal.


Analyse van de Schepenlijst in het Stamboek per 21 oktober 2021

Het belangrijkste onderdeel van het Stamboek is de Schepenlijst. Daarin staan de "echte" Stamboekschepen vermeld, die na beoordeling bij inschrijving een Stichtingsplaquette met uniek nummer hebben gekregen. Daarnaast zijn daarin ook bekende ronde en platbodemjachten opgenomen, die nooit een plaquette hebben gekregen. Deels omdat het belangrijke vertegenwoordigers van een bepaald type in de geschiedenis waren en bij de oprichting niet meer bestonden en deels omdat de schepen wel meededen aan reünies zonder ingeschreven te zijn. Ook staan daarin de schepen, die via de KNWV een meetbrief hebben gekregen zonder ooit beoordeeld te zijn door de SSRP. Regelmatig krijgen vertegenwoordigers uit deze groep na beoordeling alsnog de begeerde plaquette.
De reden om deze schepen op te nemen is gelegen in het feit dat we een zo'n breed mogelijk overzicht willen presenteren van alles wat er op het gebied van de Ronde en Platbodemjachten wat er nu vaart, waarvan het type direct is afgeleid van de oude, bekende scheepstypes, of heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van het scheepstype.

De analyse

De populariteit van de diverse in het Stamboek opgenomen en beschreven scheepstypes, kun je duidelijk aflezen uit de aantallen vastgelegde schepen. Om dit zichtbaar te maken, hebben we een een aantal grafieken samengesteld uit de schepenlijst van 21 oktober 2021. In deze grafieken hebben we die scheeptypes opgenomen, die na de oprichting van de SSRP in 1955 als jacht populair zijn geworden.
In de Schepenlijst hebben we 2462 mogelijk nog bestaande en varende schepen van deze populaire scheepstypes bekeken. Daarnaast hebben we ook de bouwjaren van de 2609 individuele schepen van alle in het Stamboek voorkomende scheepstypes geteld en onderzocht hoeveel ontwerpers bij de bouw betrokken waren.

Aantallen schepen van populaire scheepstypes in de Schepenlijst (totaal 2462, stand per 21 oktober 2021)

De aantallen schepen per scheepstype en bouwjaar in 2023

Scheepstypebouwjaar tot en met 1955bouwjaar na 1955
   
Lemsteraak62422
Boeieraak91
Visaak10 
   
Boeier3916
Fries jacht4320
Tjotter5755
Boatsje1210
Boeierke12
Wyldsjitter59
   
Botter7210
   
Hoogaars2667
Hengst71
Lemmerhengst15
Steekhengst1 
   
Schokker5134
   
Vollenhovense bol8137
Enkhuizer bol126
Wieringer bol33
Workumer bol 5
Antwerpse knots1 
   
Staverse jol4650
   
Open Schouw46103
Kajuitschouw3555
Zeeschouw28419
   
Grundel19107
   
Tjalk1758
Paviljoentjalk10 
Zuid-Hollandse tjalk2 
Boeiertjalk (-schuit)4 
Skûtsje441
   
Enterse Zomp 3
   
Zalmschouw165
   
 7881674
Schepen van alle scheepstypes gebouwd voor 1955 (861) en na 1955 (1748) met een piek in 1978 (stand per 21 oktober 2021)

Voorzichtige conclusies

Wij gaan er vanuit dat er een totale vloot van ruim 5000 Ronde en Platbodem schepen bestaat op dit moment. Het is grofweg het dubbele van de nu in onze Schepenlijst vastgelegde schepen. Het aantal van 5000 wil zeker niet zeggen, dat die ook nog een varend/zeilend leven hebben. Dat geldt dus ook voor een deel van de schepen in de Schepenlijst (ruim 930 "actief", we kennen de eigenaar dus).

Onderscheid tussen de ex-beroepsschepen en de schepen direct gebouwd voor het plezier.
Van de 2609 onderzochte schepen zijn er 861 gebouwd voor of in 1955, het jaar waarin aan het eind de SSRP is opgericht.
Van deze 861 schepen zijn er 171 direct voor "het plezier" gebouwd en 590 voor "het beroep" en later in gebruik genomen (en voor een groot deel verbouwd) als plezierjacht.
Van de 590 ex-beroepsschepen zijn er op dit moment nog 180 "actief", dus ze bestaan nog en we kennen de eigenaar. Van de 171 plezierjachten zijn er nog 155 "actief". Waarschijnlijk "denken" de eigenaren van deze schepen ook meer in de Behoudssfeer.

Ontwerpers
We hebben het totale aantal van 2609 schepen ook naar ontwerper (vroeger was de scheepsbouwer ook de ontwerper) gerangschikt. De voorzichtige conclusie is dat er na er de oprichting van de SSRP en de hausse aan nieuwbouwschepen erna, er een enorme verschraling aan types en de ontwerpen daarvan is ontstaan. Met kop en schouders steekt ontwerper J.K. Gipon er boven uit. Dus je mag stellen dat hij medeverantwoordelijk is voor een belangrijk beeld wat de tegenwoordige wereld van een "oud-Nederlands" scheepstype heeft in jachtuitvoering. 34 Ontwerpers zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van bijna 1600 schepen in de Schepenlijst!

De meest voorkomende ontwerpers van de 2609 schepen in de schepenlijst

Ontwerper (evt. ook bouwer)aantal (op een totaal van 2609 schepen)
J.K. Gipon307
Blom Hindeloopen100
Van der Meulen Sneek92
Westerdijk Eernewoude85
Hoek Design83
De Boer Lemmer80
L.M. Huitema74
H. Vreedenburgh59
Kok Huizen59
Gebr. de Jong Heeg58
H. Lunstroo58
Brandsma Rohel55
Van der Zee IJlst/Joure43
Lantinga Ijlst35
Stofberg Leimuiden/Enkhuizen34
Tj. Brinksma31
E. Kuperus28
Jan Oebeles van der Werff Buitenstvallaat28
P. Hartog28
Piersma Heeg26
J. Blok Bovenkarspel24
M.H. Bekebrede24
H.C. Vermolen21
M. van Schaik20
Berend Barkmeijer19
Wildschut Gaastmeer18
Gerrit & Jan Barkmeijer16
J.J. Croles / H. Lunstroo15
R. Verras14
Dick Boon (Vripack)13
H. Kersken jr.13
G.W.W.C. Baron van Hoëvell12
Douwe Roosjen Stavoren11
H. Kersken sr.11
  
 1594

Een andere manier om naar Ronde en Platbodemjachten te kijken

De registratie van Ronde en Platbodemjachten in het Stamboek dateert van rum 65 jaar geleden en is ontwikkeld tegen de achtergrond van de doelstellingen, zoals verwoord bij de oprichting van de SSRP in 1955. De opzet was destijds de verschillende scheepstypen te beschrijven, wat in 1962 door Huitema is gerealiseerd in zijn boek Ronde en Platbodemjachten. De basis om de schepen in te delen en te registreren in het Stamboek. Als gevolg van de toegenomen belangstelling voor deze schepen en de grote aantallen nieuwgebouwde jachten, ontstond in de jaren daarna ook de behoefte de mate van originaliteit van in te schrijven schepen te beoordelen en vast te leggen. Daartoe werden de algemene criteria geformuleerd.

Ontwikkeling van Criteria

Naarmate de belangstelling groter werd nam ook de behoefte toe om zich te onderscheiden. Jachtontwerpers stortten zich op de ‘nieuwe’ markt en zochten mogelijkheden hun ontwerpen sneller, comfortabeler en betaalbaarder te maken. Ook de moderne ontwikkelingen op het gebied van het jachtzeilen misten hun uitwerking niet. Om te voorkomen dat deze trends zouden resulteren in al te zeer afwijkende ontwerpen en uitvoeringen en om de authenticiteit van het beeld te waarborgen, werden de criteria voortdurend aangescherpt.
Zo ontstond in de loop der jaren een onsamenhangende verzameling voorschriften en bepalingen, die niet altijd een aanwijsbare historische basis hebben, maar ook een reflectie zijn van de met de tijd veranderende opinies van beleidsmakers en bewakers van het Stamboek.

Schepen als Cultureel Erfgoed

Ook de behoudswereld is continu aan verandering onderhevig. Sinds de toenemende waardering van het varend erfgoed sinds de jaren 1980, en de sinds begin 21e eeuw uitgesproken bemoeienis van de overheid (o.a. opname van mobiel erfgoed in de monumentenwet) is de behoefte ontstaan de schepen te identificeren als cultureel erfgoed. Daarmee wordt de basis gelegd voor een ander soort waardering, niet alleen op basis van verschijningsvorm, maar vanuit een veel breder perspectief, waarbij de ontwikkeling van een scheepstype en de geschiedenis van een schip als uitgangspunt worden gehanteerd.

De nieuwe benadering: de Tijdlijn

Om aan die ontwikkeling tegemoet te komen is een systeem ontwikkeld waarbij allereerst de historische ontwikkeling van een scheepstype wordt beschreven. Vervolgens worden de kenmerken van het bewuste type gedefinieerd op basis van onderzoek van historische bronnen. Die worden weergegeven op een tijdlijn, waarin de relevante maatschappelijke en historische gebeurtenissen worden weergegeven, wanneer ze hebben plaatsgehad en welk effect ze hebben gehad op de ontwikkeling van het type. Zo ontstaat een dynamische verzameling kenmerken, aan de hand waarvan de uiterlijke verschijningsvorm van een schip in de tijd kan worden geplaatst. Tot slot wordt de geschiedenis van het individuele schip beschreven, waarbij die aspecten en kenmerken worden belicht die het mogelijk maken het schip te plaatsen op de tijdlijn. Eventuele afwijkingen van de basis kenmerken kan dan worden vertaald in de mate van authenticiteit van het schip.

Het aantal nieuw ontworpen schepen, dat na 1955 op vele plaatsen in Nederland "voor het plezier" is gebouwd op basis van de oude scheepstypes is veel groter dan het aantal schepen gebouwd voor 1955 als plezierjacht of verbouwd werkschip.

Tijdlijn ontwikkeling Ronde en Platbodemjachten

De tijdslijn voor het betreffende Scheepstype geeft in de grote lijn in jaartallen de algemene ontwikkelingen aan in de industrie en de omgeving, voor zover die een impact hebben gehad op de scheepsbouw. Daarbinnen kunnen dan de effecten daarvan in de jachtbouw worden getoond.
Deze beschrijving van de "momenten in de tijd" moeten er toe leiden dat elk uniek schip geplaatst kan worden in een specifieke periode in de tijdslijn.

Ontwikkeling van hydrodynamica in de scheepsbouw; Toepassing ijzer bij bouw van schepen

1800 - 1850

Algemeen

  • Modelproeven van F.N. van Loon (1816);
  • Inwoners van Wieringen gaan zich toeleggen op het vissen op wier (1825);
  • Oprichting van het Bestuur der Visserijen op de Schelde en de Zeeuwse Stromen (1825);
  • Proclamatie van een zelfstandige Belgische staat (1830);
  • Bouw ijzeren schepen in Europa (eerste ijzeren Rijnsleepschip, 1841);
  • Eerste ijzeren zeeschip (1843);
  • Oprichting eerste Watersportverenigingen (KNZ&RV 1847)

Ontwikkeling van regionale naar nationale vaart met als resultaat verdere diversificatie van typen en modellen; toenemende belangstelling voor watersport (roeien)

1850 - 1880

Algemeen

  • De Fjouweracht ontstaat vanwege nieuwe wetgeving (1852)
  • Schokland wordt ontruimd (1859);
  • Toepassing van theoretische kennis op scheepsontwerp;
  • Aanleg van transport infrastructuur: kanalen en spoorwegen;

Einde van de beurtvaart; Ontwikkeling specifieke jachtbouw en ombouw beroepsschepen tot jacht; Experimenten met scheepsmodel

1880 - 1900

Algemeen

Streven naar definities en eenheid in de jachtbouw; Introductie van kleine verbrandingsmotoren

1900 - 1920

Algemeen

Schaalvergroting in de binnenvaart; introductie staalbouw

1920 - 1940

Algemeen

Effectief einde zeiltijd in de beroepsvaart

1940 - 1954

Algemeen

Algemene bronnenoverzichten

Beknopte literatuurlijst, vermeld in het boek Ronde en Platbodemjachten, samengesteld door mr. dr. T. Huitema

 
Modellen op spanten: een Botter. In De ModelbouwerJ. van BEYLENAmersfoortjrg. 1951-1952
 
Bouwbeschrijving van een Zeeuwse visserman: de Tholense hoogaars. In De ModelbouwerJ. van BEYLENAmersfoortjrg. 1962-1964
 
Zeeuwse vissersschepen van de Ooster- en WesterscheldeJ. van BEYLENAmsterdam1964
 
De Geschiedenis van het KlipperschipMr. A. BLUSSÉ van Oud-Alblas  
 
De ZuiderzeeK. BOONENBURGAmsterdam1956
 
Houten SchepenK. BOONENBURGEnkhuizen1957
 
Nederlandsche Jachten, Binnenschepen, Visschersvaartuigen en daarmee verwante kleine zeeschepen 1650-1900G.C.E. CRONEAmsterdam1926
 
Onze BinnenschepenG.C.E. CRONEAmsterdam1944
 
Die Entwicklung der wichtigsten Schiffstypen bis im 19e JahrhundertB. HAGEDORNBerlin1914
 
Ancient and modern shipsG.C.V. HOLMESLondon1900
 
Schepen die voorbijgaanH.C.A. VAN KAMPEN en H. KERSKEN Hzn's-Gravenhage1927
 
De Scheepsbouw vanaf zijn oorsprongE. VAN KONIJNENBURGBrussel1913
 
Plezierig VarenJ.A.M. KRAMER /
W. DE BRUIN
Schiphol1972
 
Romantische ScheepvaartJ. de LAVARENDEAmsterdam1960
 
De Groene DraeckIR. J. LOEFF E.A.Schiedam1959
 
Beschouwing van den Nederlandschen Scheepsbouw met betrekking tot deszelfs zeilaadjeF.N. van LOONHaarlem1820, tweede uitgave Amsterdam 1842
 
Handleiding tot den Burgerlijke ScheepsbouwF.N. van LOONWorkum 1838, tweede uitgave Leeuwarden1843
 
Zeilschepen en hun TuigageH. MANHOUDT jr.Amsterdam1946
 
Het Nederlandsche Zeilschip van 1800 tot het eindeJ. ODERWALDAmsterdam1939
 
Nederlandsche SnelzeilersJ. ODERWALDAmsterdam1940
 
De Bomschuit, een verdwenen scheepstypeE.W. PETREJUSRotterdam1954
 
Oude zeilschepen en hun modellenE.W. PETREJUSBussum1972
 
Skûtsjesilen
L. PIETERSEN Drachten1958
 
Schepen op de ScheldeM. SEGHERS en R. DE BOCKAntwerpen1960
 
Schepen die verdwijnenP.J.V.M. SOPERSAmsterdam 
 
De ClipperANNO TEENSTRAAmsterdam1945
 
Die Niederliindische Seefischerei, in: Handbuch der Seefischerei Nordeuropas, Band VII, 2J.J. TESCH en J. DE VEENStuttgart1933
 
Voor de windH. VOORDEWINDDen Haag1951
 
De Geschiedenis van het schipP. DE VREEAntwerpen / Amsterdam1942
 
Aeloude en hedendaagse Scheepsbouw en BestierN. WITSENAmsterdam1671 tweede uitgave 1690
 

Bibliografie, vermeld in het eerder genoemde boek Scheepstypologieën, samengesteld door Floris Hin

 
TitelSchrijver(s)UitgeverJaar
 
ScheepstypologieënWerkgroep Tuigerij & Documentatie LVBHBUnieboek bv
Houten
1988
Tijdens het verzamelen en verwerken van scheepsgegevens van heden ten dage nog zeilende, voormalige binnenvaartschepen stelde de Werkgroep Tuigerij & Documentatie van de Landelijke Vereniging tot Behoud van het Zeilend Bedrijfsvaartuig een aantal scheepstypologieën samen. 
 
Hollandse Jachten van de ToekomstH. Kersken SrBom
Uitgeversmaatschappij
Assen / Amsterdam /
Rotterdam
1963
Verzameling platbodem-schepenontwerpen, waarbij de schrijver/ontwerper de karakteristiek van de schepen en de moderne eisen aan een jacht op een veelal uitstekende manier weet te combineren.
 
Groningen AHOYElske Zwart, J. Damminga, Jan HeuffUitgeverij Kemper
Groningen
1980
Een ter ere van het 75-jarige jubileum van de Onderlinge Verzekering Oranje uitgegeven collage van oude en weer nieuw in de vaart gebrachte zeilende bedrijfsvaartuigen.
 
Prinsessejacht De Groene DraeckKoninklijke Nederlandsche Boekdrukkerij H.A.M.RoelantsSchiedam
Beschrijving van de totstandkoming en bouw van dit Lemsteraakjacht.
 
Met zeil en treil, de tjalk in binnen- en buitenvaartFrits LoomeijerUitgeverij De Alk
Alkmaar
1980
Een poging tot beschrijving van alles rondom het verschijnsel tjalk. Helaas door deze brede opzet niet erg diepgaand en ook met weinig nieuws t.o.v. eerder verschenen verhandelingen over de zeilende bedrijfsvaartuigen.
 
Veenkoloniale ZeevaartWilco van Koldam, Harm van Veen, Jan Nico WilkensSchuur Veendam1979
Dit boek werd geschreven naar aanleiding van een tentoonstelling `Pompen of Verzuipen' in 1974 in Het Veenkoloniaal Museum te Veendam. Een geschiedkundige verzameling over vooral kustzeilers en aanverwante zaken. O.a. uitgebreide lijsten van schepen, data, eigenaren en schippers.
 
Glorie van de Oude BinnenvaartRob Martens en Lieuwe WestraUitgeversmaatschappij Bom Assen / Amsterdam
Een verzameling prentbriefkaarten die een fascinerend overzicht geven van de grotendeels verdwenen vloot zeilende bedrijfsvaartuigen.
 
Het wrak van een 15de eeuws vissersschip in FlevolandH.R. Reinders, H. van Veen, K. Vlierman, P.B.ZwiersFlevobericht 140
Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders
1978
Uitgave van Museum voor Scheepsarcheologie, Ketelhaven-Dronten. Een overdruk van 'Verslag van het onderzoek van een vissersschip op kavel W10 in Oostelijk Flevoland'. Beschrijving van hoe de opgraving van een houten schip in haar werk gaat. Reconstructie van het schip en zijn sociale functie binnen een gemeenschap.
 
Schuitenmakerij rond WervershoofUit `Het Peperhuis'. Uitgave van de Vereniging Vrienden van het Zuiderzeemuseum
Enkhuizen
Beschrijving van de geschiedenis van en de wederopbouw in het Buitenmuseum van het Rijksmuseum `Zuiderzeemuseum' van deze schuitenmakerij.
 
ScheepssierG.R. KruissinkHollandia, Baarn1977
Geeft o.a. ook een beschrijving van de versieringen op onze oude zeilende binnenschepen.
 
Catalogus voor het Werf-Rederij-en Havenbedrijf 1949Redacteur D. Schouten HznNV Voorheen Drukkerij Levisson, 's Gravenhage
Technische verhandelingen en gegevens van materialen die in gebruik zijn in de scheepsbouw en -vaart. Verzameling toen geldende normbladen. Uitgebreide afdeling advertenties en lijst van adverteerders van toeleveringsbedrijven ten behoeve van deze scheepsbouw en scheepsvaart.
 
Plezierig varen. Ronde en platbodemjachtenJaap A.M. Kramer en Wim de BruijnDe Boer
Maritieme Handboeken (Unieboek)/Interdijk, Bussum/Schiphol-Oost
1972
Korte beschrijvingen en een overzicht van de hedendaagse nog zeilende jachten en tot jacht verbouwde binnenvaartschepen.
 
Schepen op de Schelde: binnenvaartuigen en vissersschepen op de Schelde omstreeks 1900. Derde uitgave. M. Seghers & R. de BockUitgeverij de Sikkel
Antwerpen
1962
Een serie uitstekend gedetailleerde tekeningen van schepen zoals zij op de Schelde voeren. Vergezeld van korte beschrijvingen.
 
Schepen die verdwijnenP.J.V.M. Sopers, bewerkt door H.C.A. van KampenP.N. van Kampen & Zn., Amsterdamwaarschijnlijk
1947/48
Een basishandleiding op het gebied van de bouw, tuigage en inrichting van het zeilende binnenschip. Weliswaar speciaal over het houten bin-nenschip, maar toch ook voor onze ijzeren/stalen zeilende bedrijfsvaartuigen het meest uitgebreide handboek. Aanbevolen!
 
Bemastung und Takelung der SchiffeFriedrich Ludwig MiddendorfHorst Hamecher
Kassel
1977
Fotografische herdruk van de uitgave van 1903. Dit boek kun je wel de handleiding noemen van het classificeren door de Germanischer Lloyd rondom de eeuwwisseling. Het geeft o.a. ook uitgebreide informatie over kofschip, koftjalk en de tjalk. Aanbevolen!
 
Ronde en PlatbodemjachtenDr. T. HuitemaP.N. van Kampen & Zn. Amsterdam1965
Nieuwe totaal herziene druk in 1987 verschenen bij De Boer Maritiem, Houten. Uitgebreide handleiding over de geschiedenis en de bouw van deze jachten. Vele lijnen- en zeilplannen completeren het boek. Aanbevolen voor algemene basisinformatie.
 
Hijsgereedschappen: kettingwerk, staaldraadkabels, touwwerkL. Drooger & L. NoordegraafUitgeverij Waltman
Delft
1955
Technische informatie over keuze en behandeling van ketting, staalkabel en touwwerk. Haken, sluitingen en ogen. Schijven en trommels. Blokken en spanners.
 
Schiemanswerk en ZeilnaaienS.P. de Boer en J.A. Schaap,  K. Glas en J.W. SchutteTweede druk. Uitgeverij
J.F. Duwaer & Zonen, Amsterdam
Uitgebreide verhandelingen over het schiemannen aan boord in al zijn facetten.
 
Vijftig afbeeldingen - Schepen en VaartuigenP. le Comte 
Herdruk van de uitgave uit 1831 door F. Kaal te Amsterdam. Platen en beschrijving van diverse schepen die een goed inzicht geven in de ontwikkeling van o.a. het zeilende binnenschip.
 
Scheepsmodellen 1700-1900P.N. van Kampen & Zn, Asterdam  
Modellen van visschersschepen, vrachtschepen,schepen voor groote vaart, yachten, enz. Lijnenplannen en een enkel zeilplan van de houten scheepsbouw, met diverse voorbeelden van binnenschepen. Dit platenalbum helpt bij de bestudering van de ontwikkeling van het oude houten schip naar ons ijzeren/stalen exemplaar. Ongewijzigde herdruk van de uitgave van 1945.
 
Segler in der ZeitenwendeJoachim KaiserVerlag Egon Heinemann, Norderstedt1977
Chronik der Seefahrt . Zeer uitgebreide verhandeling van de Duitse zeilende binnen- en kustvaart.
 
Segler im GezeitenstromJoachim KaiserVerlag Egon Heinemann, Norderstedt1979
Chronik der Seefahrt.  Tweede en bewerkte druk. De biografie van de houten ewer.
 
Verzameling van vier en tachtig stuks Hollandsche Schepen geteekend en In Koper GebrachtG. GroenewegeRotterdam1789
J. van den Brink. De platen geven een inzicht in de geschiedenis/ontwikkeling van o.a. de zeilende binnenschepen.
 
De Schoonheid onzer BinnenschepenW.J. DijkA.J. Hilgersom / Navigare Amsterdam1977
Een heruitgave van het oorspronkelijke werk. Een schoonheid van een boek. Tekeningen en beschrijvingen over de zeilende binnenvaart, grotendeels getekend en geschreven in de periode 1942-1945 te Galamadammen, Friesland. Aanbevolen. In de tekeningen en de tekst is veel interessants voor ons restauratiewerk te vinden.
 
Stervende ZeeJos Lussenburg en K. BoonenburgP.N. van Kampen & Zoon, Amsterdam1963
Een boek in schilderijen en tekst dat ons verhaalt over de Zuiderzeecultuur van voor haar afsluiting in 1932.
 
Handleiding tot den Burgelijken ScheepsbouwF.N. van Loon  1980
Facsimile uitgave van de oorspronkelijke uitgave uit 1838. Lykele Jansma  /De Boer Maritiem, Buitenpost / Haarlem.
 
Beschouwing van den Nederlandschen ScheepsbouwF.N. van Loon 
Facsimile-uitgave van de oorspronkelijke uitgave uit 1820. Lykele Jansma / De Boer Maritiem, Buitenpost / Haarlem 1980.
Twee boekwerken en één platenalbum. F.N. van Loon wordt wel beschouwd als de geestelijke vader van het moderne scheepsontwerpen (zeker wat betreft de binnenvaartschepen). Deze verhandelingen geven in tekst en tekeningen goed aan hoe men een goed schip moet bouwen. Een goede voorbereiding op onze ijzer- en staalbouw. In de boeken en van de tekeningen zijn veel technische details voor ons restauratiewerk te vinden.
 
Handleiding tot de kennis van Tuig, Masten, Zeilen, enzJ.C. Pilaar & G.P.J. Mossel (1858)Fontes Pers Amsterdam1974
Facsimileherdruk van de uitgave uit 1858. Geeft voor ons tuigwerk veel geschiedkundige wetenswaardigheden en leert ons iets van de idee van de oude schiemannen.
 
De Nederlandsche Binnenscheepvaart verleden, heden, toekomstJ. de HoogBrockhoff
v/h Kemink en Zn.
Utrecht
Een sociologische dissertatie over de binnenvaart in alle facetten tot ca. 1937.
 
Restauratie Klassieke SchepenJohn LewisDe Boer Maritiem, Bussum1978
Weliswaar een vertaling uit het Engels, maar in dit boek zijn veel wetenswaardigheden te vinden voor het restaureren van onze zeilende bedrijfsvaartuigen.
 
Tuigage, Laden, Lossen en onderhoud van binnenvaartschepenA.A. H. Spaan en
G.J. Leygraaff
Bom Uitgeversmaatschappij, Assen / Amsterdam /
Rotterdam / Brussel
1967
Vijfde druk. Geeft een goed inzicht in het behandelen van tuigwerk aan boord van hedendaagse (? 1967-1970) binnenschepen en vertelt uitgebreid over het onderhoud van die schepen, wat direct op de bedrijfsvaartuigen zeilen van toepassing is.
 
Tuigage, Laden, Lossen en onderhoud van binnenvaartschepenA.A.H. Spaan en
G.J. Leygraaff
Bom, Assen1948
Geeft, in tegenstelling tot de latere drukken, nog een uitgebreide verhandeling over de tuigage van de zeilende bedrijfsvaartuigen.
 
De 'Ideaal', geschiedenis van een binnenschipGep FrederiksPloegsma, Amsterdam1980
Beschrijft de geschiedenis, bouw en reilen en zeilen van deze zeilkast.
 
Fluiten geeft veel wind, over zeilende broodvaardersGep FrederiksPloegsma, Amsterdam1977
Aquarellen en korte beschrijvingen van de kenmerken van de nog meest voorkomende zeilende bedrijfsvaartuigen.
 
Ronde en Platbodems, schepen en jachtenJan Lunenburg & W. HaentjensGrote Alken nr. 631,
De Alk, Alkmaar
 
BinnenvaartschepenR. Martens & F. Loomeijer. Grote Alken nr.692De Alk, Alkmaar1977
Geeft een geschiedkundige schets van de zeilende bedrijfsvaart.
 
BottersJ. PeereboomGrote Alken nr. 673,
De Alk, Alkmaar
Een geschiedschrijving van dit Zuiderzeeschip door een schrijver die zelf in zijn jonge jaren zijn klompen versleet aan boord van zo'n schip.
 
Nederlandsche BinnenschepenG.C.E. CroneAllen de Lange,
Amsterdam
1944
Korte geschiedkundige verhandeling over de zeilende binnenvaart.
 
Schipperswerk, De binnenvaart rond 1900 in scheepsmodellenUitgave naar aanleiding van een tentoonstelling  
Maritiem Museum `Prins Hendrik' te Roterdam. Foto's en korte beschrijvingen van de tentoongestelde modellen. De modellen zijn getrouwe 'kopieën op maat' van zowel houten als ijzeren zeilende bedrijfsvaartuigen.
 
Het Aloude Schip in 1979 Uitgave van de Landelijke Vereniging tot Behoud
van het Zeilend
Bedrijfsvaartuig
1979
Een technisch overzicht van ca.180 zeilende bedrijfsvaartuigen in het bezit van leden van de vereniging.Helaas een zeer slechte druk.
 
Schepen van de Nederlanden van de late middeleeuwen tot het einde van de 17e eeuwJ. van BeylenP.N. van Kampen & Zn. Amsterdam1970
Een geschiedenis over de scheepvaart waaruit ook veel kennis te verzamelen valt voor ons restauratiewerk.
 
Oude Zeilschepen en hun Modellen, binnenschepen, jachten en vissersschepenE. W. PetrejusDe Boer Maritieme
Handboeken (Unie-boek), Bussum
1971
Geschiedkundige beschrijvingen van alles wat reilde en zeilde en wat voorloper was van onze zeilende bedrijfsvaartuigen.Zeer aan te bevelen.
 
SkûtsjesilenLieuwe PietersenDrukkerij en Uitgeverij
Laverman, Drachten
1965
Een geschiedschrijving van het skûtsjesilen.
 
Zand-, Grint- en de IJsselmannenC.J.W. van Waning 
Uitgegeven door de Koninklijke Schippersvereniging Schuttevaer, afdeling Ouderkerk a/d IJssel en Omstreken, ter gelegenheid van het twaalfde lustrum (1919-1970). Een geschiedschrijving.
 
Uit de geschiedenis van de zeilvaart: De Groninger Zeevaart in de tweede helft der 19e eeuwP.J. van HerwerdenGijsbers en van Loon,
Arnhem
1969
Een geschiedschrijving.
 
De LaakhavenW.J. DijkUitgave van het Gemeentebestuur van
's-Gravenhage
1932
Historische ontwikkeling tot aan het toen nieuwe havencomplex. Mooie schetsen van velerlei typen bedrijfsvaartuigen.
 
Het Bruine Schuitenboek, een nieuwe generatie schippers op oude zeilschepen P.N. van Kampen & Zn
Bussum
1978
Kijk- en leesboek over restauratie en nieuwe functies (chartervaart).
 
Het Tuigen van schoenerschepenTh. LehmanP.N. van Kampen & Zn. Amsterdam1972
Oorspronkelijke uitgave uit 1920, met veel informatie over het tuigen. Ook goed bruikbaar voor onze zeilende binnenvaart.
 
Oliemotoren voor de binnenscheepvaartC. NoorlanderBom, Assen1943
`Handboek voor motorschippers en motordrijvers.' Prima voor de oude motoren beneden 150 pk.
 
Zelf een boot bouwen, afbouwen, verbouwen, repareren, onderhoudenH. Th. JanssenHollandia, Baarn1975
Zesde druk. Veel informatie over constructies en onderhoud. Ook zeer bruikbaar voor onze schepen.
 
(A)-Handboek voor smedenP.G. van Dongen Juli 1939
Derde druk.
 
(B)-Handboek voor smedenP.G. van Dongen Januari 1952
Vierde druk.
 
(C)-Handboek der metaalbewerking A. de Jong April 1937
Derde druk.
 
(D)-Handleiding voor de metaalbewerker, meer in 't bijzonder den SmidJ.A. van der Klaes 1923
Vierde druk. Interessante oude handboeken over dit oude ambacht. Helaas tegenwoordig vrijwel niet meer toe te passen in verband met het wezenlijke verschil in materiaalsamenstelling.Het hedendaagse staal is niet meer te smeden als het oude ijzer.
 
OnderhoudBokkepoot XXVIII - SpeciaalAmsterdam1980
Werkgroep Tuigerij & Dokumentatie.Het Zeilende Bedrijfsvaartuig. Over onderhoud van de romp van ijzeren en stalen schepen, hout-preservering en onderhoud, het touwwerk, het zeildoek.
 
Heil om SeilHylke SpeerstraUtjowerij N. Miedema & Co Ljouwert1968
Uitgave in het Fries.
 
Met de Kloten voor het BlokHylke SpeerstraKruseman, Miedema Pers
Den Haag / Leeuwarden
1970
Vertaald uit het Fries.
 
Kop in de WindHylke SpeerstraDe Boer Maritiem
(Unieboek) Bussum
1975
Hernieuwde uitgave. Drie titels.Een en hetzelfde boek. Geeft door de mond van de vertellende Friese schippers veel technische en sociale informatie over het zeilen met voornamelijk sk??tsjes.
 
De laatste echte schippers: binnenvaart onder zeilHylke SpeerstraDe Boer Maritieme
Handboeken Bussum
1973
In de vertellingen van deze schippers over het leven van alledag aan boord van hun zeilschepen is voor ons weer zeilbaar maken van oude binnenvaartschepen veel detailkennis te vergaren.
 
Schippers van de Zee, de laatste kustvaarders onder zeilHylke SpeerstraDe Boer Maritiem
Bussum
Deze verhalen bieden niet alleen een goed zicht op het leven aan boord van deze zeilende kustvaarders, maar geven zo tussen de regels veel technische geheimen prijs over het schip en zijn tuig.
 
Gids voor Milieuvriendelijk en Streekeigen Varen in Noord-West Overijssel toegespitst op de vaarmogelijkheden met een PunterReini en Hans HoukemaUitgave van de Stichting
Natuur- en Milieufederatie.
Aan de Stadsmuur 79-83
Zwolle
Een korte handleiding over de geschiedenis en de bouw van, en het varen met de punter.
 
Schepen van het ZuiderzeemuseumZuiderzeemuseum te Enkhuizen 1966
Beschrijvende gids van het schepenbezit van het Rijksmuseum. Vertelt in beknopte vorm iets over de tentoongestelde schepen.
 
Vijf jaar Enkhuizer Klipperrace, schippers en schepenUitgave van de Enkhuizer Hardzeilcommissie 1979
Een zestiental schippers vertelt over hun klipper en het hedendaagse zeilschipperen.
 
Skûtsje JournaalUitgaven van de Sintrale Komisje Skûtsjesilen 1976, 1980
Jaarlijkse uitgave rondom het skûtsjesilen met wetenswaardigheden over de meezeilende schippers en schepen.
 
Friesland Post `Special'Jubileumnummer `5 jaar'Uitgave van Uitgeverij Interpress, Sneek1978
Uitgave speciaal gewijd aan de Friese binnenvaart, van zeilend naar hedendaagse gemotoriseerd, in al haar facetten.
 
Van Poonschuit tot Beunschip  
Catalogus met geschiedkundige beschrijving van de expositie van scheepsmodellen, afbeeldingen en voorwerpen met betrekking tot de binnenvaart in de IJsselstreek, in samenwerking met de Van Waningstichting
 
Met de Anna Onder ZeilC. Buddingh, Otto Dicke, Sietzo Dijkhuizen, Jan van de KamZeilsportpromotion
Almere
1980
Door middel van de schrijfstift van een niet-varensgezel/schrijver, de tekenstift van een tekenaar en het oog van een fotograaf beleeft deze oude, weer zeilende klipper een tocht vanaf Dordrecht via de grote rivieren, IJsselmeer, Zuid-westhoek van Friesland en Noordwest-Overijssel naar Zwartsluis. Een impressie over het varen, het landschap, de natuur, de steden en het leven op water.
 
Catalogus van de Maritieme bibliotheekNoordelijk ScheepvaartmuseumGroningen1972
Een totaaloverzicht van alle boeken in de bibliotheek van het museum.
 
Beschrijvende catalogus der scheepsmodellen en scheepsbouwkundige tekeningen 1600-1900W. Voorbeijtel CannenburgUitgave van het
Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum Amsterdam
1944
Alle modellen van het scheepvaartmuseum plus een Nederlandse bibliografie van scheepsbouw en tuigkennis, 1565-1900.Alle in het museum aanwezig, te bezichtigen en te raadplegen.
 
Elements of yacht designSkene. Dodd, Mead and CoNew York1962
Gegevens voor het ontwerpen van jachten en hun tuigage. Hoewel niet voor restauratie van binnenschepen geschreven, kunnen hier vele gegevens uitgehaald worden over bijv. sterkteberekening, hulpmotor, schroef en tuigage.
 
Jan Goos, visserman van EnkhuizenJ. GoosVan Kampen & Zn.
Amsterdam
1961
Autobiografie van een Enkhuizer visserman (1877-1950). 
 
Geen moed vist ookP. DorleynDe Boer Maritiem
Bussum
1977
Beschrijving van zeilende vissersschepen en de visserij op de voormalige Zuiderzee. Veel pentekeningen en aquarellen.
 
De Friese PalingakenJ. ZetzemaHilgersom / Navigare
Amsterdam
1976
Beschrijving van de vaart op zee, voornamelijk van Heeg, Friesland naar Londen, Engeland met palingaken.
 
Scheepsmodellen binnenschepenE.W. PetrejusUitgeversmaatschappij
C.A.J. van Dishoeck
Bussum
1964
Een verhandeling over zeilende binnenvaartschepen van de middeleeuwen tot haar einde aan de hand van modellen.
Het is hoofdstuk I uit Oude Zeilschepen en hun modellen, binnenschepen- jachten en vissersschepen door E.W. Petrejus
 
Nederlandsche Jachten, Binnenschepen, Vissersvaartuigen en daarmee verwante kleine zeeschepen 1650-1900G.C.E. CroneOorspronkelijk verschenen
bij Swets & Zeitlinger
in 1926
1978
Heruitgave door Schiepers, Schiedam. Geschiedkundige verhandeling, aan de hand van modellen, over onze zeilende binnenvaart tot het einde van de houtbouw. Een goede vòòr-aanvulling van Oude Zeilschepen en hun modellen, binnenschepen, jachten en vissersschepen, door E.W. Petrejus, die de stap van hout- naar ijzerbouw doet.
 
Weerzien met de Oude BinnenvaartRob Martens & Lieuwe WestraUitgever Kosmos
Amsterdam / Antwerpen
Een verzameling foto's die een goed overzicht geven van de zeilvaart rond de eeuwwisseling. Het is een boek dat in één adem genoemd behoort te worden met Glorie van de Oude Binnenvaart van dezelfde schrijvers/samenstellers.
 
Lemsteraken, van visserman tot jachtT. HuitemaUitgeverij Heureka
Weesp
1982
Tot stand gekomen dank zij samenwerking tussen de Stichting Ronde- en Platbodemjachten en de uitgever. Waarschijnlijk Een totaaloverzicht over het ontstaan en de ontwikkeling van het vissermans- en hedendaags gebruik van deze aak als jacht.
 
Varen waar geen water is, reconstructie van een verdwenen wereldG.J. SchuttenBroekhuis Hengelo1981
Geschiedenis van de scheepvaart ten oosten van de IJssel van 1300 tot 1930. Een uitgebreide verhandeling over de houten zeilende binnenvaart in deze zo door ons vergeten binnenlanden/binnenwateren van Nederland. Een adembenemend boek dat je in ?®?®n adem uitleest. Geeft een goed inzicht in de geschiedenis, het gebruik en toepassing, de bouw en het varen met deze voor ons zo onbekende schepen en schippers.
 
Die Segelschiffe der Deutschen Klein-schiffahrtHans SzymanskiLubeck1929
Een in het Gotisch-Duits gedrukte verhandeling over de Duitse kustvaartuigen: zowel in hout als ijzer gebouwd.Een interessante verhandeling in verband met de overeenkomsten en aanvullingen tussen deze Duitse schepen en onze Nederlandse binnenvaartschepen uit die tijd.
 
Segelschiffe der OstseeFederzeichnungen von Andreas LaursenEgon Heinemann
Norderstedt
1978
Een overzicht van zeilende Oostzeeschepen in pentekening gebracht. Geeft een aardig idee van deze schepen en ook hoe onze koftjalk, logger, tjalk en klipper het op dit water deed.
 
Skene's Elements of Yacht DesignBijgewerkt door Francis S. Kinney. Dodd, Mead & CompanyNew York1981
In de gespecialiseerde of technische boekhandel. Een bewerkte en aan de tijd aangepaste uitgave van Elements of yacht design van Skene.
 
ZeemanstaalJ.F. Vi?½torP.N. van Kampen & Zn. Amsterdam
Woordenboek waarin opgenomen scheepstermen uit o.a. de binnenvaart, zeevaart, zeilvaart, kustvaart, visserij, enz.
 
Het werken met touw en staaldraad voor de beroeps- en pleziervaartKaj LundHollandia, Baarn1972
Een duidelijk en goed boek over schiemannen.
 
Aanzien van de Oude VisserijRob Martens en Lieuwe WestraBom, Assen / Amsterdam
Geeft in prenten en foto's met uitleg een beeld van de visserij van ca. 1880-1950.
 
Wie Zee Houdt Wint De PrijsHylke Speerstra 
Uitgegeven als herdenkingsboek ter gelegenheid van het honderd vijftigjarig bestaan van `De Groninger Eendracht'.Bevat veel gegevens over tjalken.
 
Wat de Havenarbeider moet wetenD.P. JansenUitgave van de
Scheepvaart Vereniging
Noord
te Amsterdam
1948
Geeft een inzicht hoe het schip en de diverse ladingen behandeld moeten worden tijdens laden en lossen.Kan interessante informatie verschaffen bij het werken aan boord van onze zeilende bedrijfsvaartuigen. In 1957 en 1961 kwam er een aangepaste en bijgewerkte uitgave uit.
 
Schippers op de Alblas en de GraafstroomLeen Smit & Adam KrijgsmanOffset-drukkerij Kanters, Alblasserdam1976
Geeft, gericht op de schipper en zijn familiebanden, een fascinerend inzicht in de binnenvaart op bovengenoemde wateren. Voor de bezitter en liefhebber een boekje om als een kleinood te koesteren.
 
Schepen die voorbijgaanBewerkt door H.C.A. van Kampen & H. Kersken HznIn opdracht van de A.N.W.B. Toeristenbond voor
Nederland.
Met medewerking van de
Kon. Verb. Ned. Watersportverenigingen
1927
Een verzameling afbeeldingen en beschrijvingen van schepen die de Nederlandsche binnenwateren bevaren. Herdruk 1984 Hilgersom/Navigare te Amsterdam. Een caleidoscoop van Nederlandse schepen uit de jaren dertig in lijnen- en zeilplan. Ook veelal een korte beschrijving en een foto. Dit boek vormt een zo goed gedocumenteerd overzicht dat het de basis vormt van onze kennis over ijzeren zeilende binnenschepen.
 
Groningen vaarwelKees van der HoefTechnipress, Groningen1981
Geeft een terugblik hoe het was op Groninger-(stad) wateren met hun binnenscheepvaart.
 
BlokkepootHenk BosSpeciale Bokkepootuitgave
van de Landelijke Vereniging
tot Behoud van het Zeilend Bedrijfsvaartuig
september / oktober
1982 
Voor de restaurateur en/of doe-het-zelver pur sang. Dit boekje is een complete verhandeling over houten en stalen, touw- zowel als staaldraad-blokken. Met andere woorden, dit boekje legt haarfijn uit hoe je zelf alle blokken die je nodig hebt kunt maken. Zeer aan te bevelen.
 
De scheepvaart in vroeger jaren, deel IIG. Nauwelaers-WandersUitgave van de
samenstelster
1980
Een fotoalbum dat ons een kijkje gunt op de kanalenvaart in België van zo'n 50-80 jaar geleden.
 
De scheepvaart in vroeger jaren, deel III. De Stoomboten InternationaalG. Nauwelaers-WandersUitgave van de
samenstelster
1980
Foto's vertellen ons het verhaal van de plaats van de stoomsleepboten op Belgische kanalen in het begin van de twintigste eeuw.
 
De scheepvaart in vroeger jaren, deel IV. De ZeilvaartG. Nauwelaers-WandersUitgave van de
samenstelster.
Neerharen (België)
1980
Foto's en prentkaarten die de geschiedenis schrijven van de zeilende bedrijfsvaart op de kanalen en rivieren in België vanaf het einde van de vorige eeuw tot het einde van deze zeilerij omstreeks de Tweede Wereldoorlog.
 
De scheepvaart in vroeger jaren, deel V. De VoermanG. Nauwelaers-WandersUitgave van de
samenstelster
1981
Deze foto's tonen ons het jagen langs en op de Belgische wateren in al zijn facetten. Tussen de foto's van de voermannen en hun jaagpaarden valt ons het schrijnende beeld op van de jagende schippersfamilie.
 
De scheepvaart in vroeger jaren, deel VI: NederlandG. Nauwelaers-WandersUitgave van de
samenstelster
1982
Een mengeling van zeil-, jaag- en motorschepen tussen 1900-1950 van de Nederlandse binnenwateren op fotoprent gebracht.
 
Zeeuwsche Visschersschepen van de Ooster- en de WesterscheldeJ. van BeylenP.N. van Kampen & Zn.
Amsterdam
1966
Een beschrijving met lijnen- en zeiltekeningen van vrijwel alle vissersschepen van zo rond de eeuwwisseling die nog zeilende hun beroep uitoefenden op Zeeuwsche- en Zuidhollandse wateren.
 
De scheepsbouw vanaf zijn oorsprongE. van KonijnenburgUitgegeven door de
Internationale Vereniging voor
De Scheepvaart Congressen Brussel
Omstreeks 1910
Een compleet overzicht van de ontwikkeling van de scheepsbouw met een zeer uitgebreide verhandeling van de bouw van houten binnenvaartschepen tot zo rond de eeuwwisseling. Dit alles gebracht in fantastische ingekleurde lijnentekeningen. Je kunt wel zeggen dat dit boek de voorloper is van het boek van Sopers, Schepen die verdwijnen.